visitors on myspace
VIJF REDENEN OM TE VERMOEDEN DAT JEZUS NOOIT BESTOND | POSITIEF ATHEÏSME <>

VIJF REDENEN OM TE VERMOEDEN DAT JEZUS NOOIT BESTOND

VALERIE TARICO


   De meeste wetenschappers van de Oudheid beschouwen de Nieuw-Testamentische Evangeliën als “gemythologiseerde geschiedenis”. In andere woorden, zij denken dat omtrent het begin van de eerste eeuw een controversiële joodse rabbijn genaamd Jeshua ben Yosef aanhangers verzamelde, en dat zijn leven en leer het zaad vormde waaruit het christendom zich zou ontwikkelen. 


   Tegelijkertijd erkennen deze wetenschappers dat veel bijbelse verhalen, zoals de maagdelijke geboorte, de wonderen, de wederopstanding en de vrouwen bij het grafgewelf, geleend en herwerkt zijn van mythische thema’s die gangbaar waren in het Antieke Midden-Oosten, zoals ook nu nog scenarioschrijvers nieuwe films baseren op oude bekende stijlfiguren of plots. Vanuit dit oogpunt werd een “historische Jezus” gemythologiseerd.


   Een bonte verzameling theologen en historici - de meeste van hen christenen - hebben over een periode van meer dan tweehonderd jaar teksten uit de Oudheid geanalyseerd, zowel die welke het tot opname in de Bijbel haalden als die welke dit niet deden, in pogingen om de mens achter de mythe te achterhalen. Verscheidene huidige en recente bestsellers gebruiken deze benadering, waarin wetenschap wordt samengevat voor een populair publiek. Bekende voorbeelden hiervan zijn o.a. ‘Zealot’ door Reza Aslan, en ‘How Jezus Became God’ door Bart Ehrman.


images

   Maar andere wetenschappers geloven dat de bijbelverhalen eigenlijk “gehistoriseerde mythologie” zijn. Vanuit dit standpunt zijn deze antieke mythische sjablonen zelf de essentie. Deze werden ingevuld met namen en plaatsen en andere details uit de werkelijke wereld, toen vroege Jezus-vererende sekten de opgelegde godsdienstige rituelen probeerden te begrijpen en verdedigen.


   Deze opvatting dat Jezus nooit heeft bestaan is in de minderheid. “Natuurlijk is dit het geval!”, zegt David Fitzgerald, auteur van ’Nailed: Ten Christian Myths That Show That Jesus Never Existed at All’. Eeuwenlang waren de serieuze onderzoekers van het christendom zelf christenen, en huidige seculiere onderzoekers leunen zwaar op het door hen gelegde grondwerk toen zij de antieke teksten verzamelden, vastlegden en analyseerden. Zelfs nu nog hebben veel seculiere onderzoekers een religieuze achtergrond, en velen werken automatisch nog vanuit de historische aannamen van hun vroegere geloof.


   Fitzgerald is een atheïstische spreker en schrijver die populair is bij seculiere studenten en gemeenschappen. Het internet fenomeen ‘Zeitgeist the Movie’ introduceerde  sommige van de mythische wortels van het christendom bij miljoenen. Maar Zeitgeist en  gelijksoortige werken bevatten bekende fouten en oversimplificaties die hun geloofwaardigheid ondermijnen. Fitzgerald tracht dit te corrigeren door jongeren interessante en toegankelijke informatie te bieden die gebaseerd is op verantwoorde wetenschap.


   Meer academische argumenten die de Jezus Mythe ondersteunen worden gevonden in de geschriften van Richard Carrier en Robert Price. Carrier, die een Ph. D. graad in Historische Oudheid heeft, gebruikt de gereedschappen van zijn vakgebied om onder andere aan te tonen hoe het christendom een begin kon hebben gehad zonder de wonderen. Price daarentegen, schrijft vanuit het perspectief van een theoloog wiens bijbelkennis uiteindelijk de basis voor zijn scepticisme zou gaan vormen. Interessant is op te merken dat sommige van hen die de alternatieve Jezus-mythe theorieën het  meest meedogenloos ontmaskeren - zoals ‘Zeitgeist’ of Joseph Atwill, die probeert aan te tonen dat de Romeinen Jezus uitvonden - serieuze mythologie kenners zijn, zoals Fitzgerald, Carrier en Price.  


   De argumenten voor beide zijden van de kwestie - gemythologiseerde historie of  gehistoriseerde mythologie - vullen boekwerken, en in plaats van de kwestie op te lossen neemt het debat alleen nog maar in intensiteit toe. Een groeiend aantal wetenschappers trekken de historiciteit van Jezus openlijk in twijfel of wijzen die beslist af. Aangezien velen, zowel christenen als ongelovigen, het verrassend vinden dat dit debat zelfs maar bestaat - dat  wetenschappers van naam zouden kunnen denken dat Jezus nooit bestond - zijn hier de belangrijkste punten die deze twijfels doet standhouden:


1)    Er bestaat geen enkel seculier bewijs uit de eerste eeuw dat het bestaan van Yehua ben Yosef steunt. Volgens professor Bart Ehrman: “Wat vertellen heidense auteurs uit de tijd van Jezus over hem? Niets. Hoe merkwaardig dit ook mag lijken, Jezus wordt niet genoemd door enige van zijn heidense tijdgenoten. Er bestaan geen geboortecertificaten, geen rechtbankverslagen, geen doodscertificaten; er zijn geen uitdrukkingen van belangstelling, geen verhitte discussies, geen terloopse verwijzingen - niets. In feite, als we ons onderzoeksterrein uitbreiden tot de jaren na zijn dood - zelfs als we de gehele eerste eeuw van onze jaartelling in aanmerking nemen - is er geen enkele verwijzing naar Jezus in enige niet-christelijke of niet-joodse bron van welke soort dan ook. Ik moet benadrukken dat we over een groot aantal documenten uit die tijd beschikken - de geschriften van dichters, filosofen, historici, wetenschappers en ambtenaren, om bijvoorbeeld de grote verzameling inscripties in steen nog maar niet te noemen, of de persoonlijke brieven en legale documenten op papyrus. In geen van die enorme voorraad overgeleverde teksten wordt de naam van Jezus zelfs maar genoemd.” (pag. 56,57)


2)    De vroegste Nieuw-Testamentische schrijvers schijnen onbekend te zijn geweest met de details uit het leven van Jezus, die in latere teksten meer uitgekristalliseerd worden. Paulus schijnt bijvoorbeeld onbekend te zijn met de maagdelijke geboorte. Geen wijzen uit het Oosten, geen ster die de weg wijst, geen wonderen. Historici hebben zich lang verwonderd over het “zwijgen van Paulus” over de meest basale biografische feiten over Jezus en diens leer. Paulus laat na te wijzen op de autoriteit van Jezus precies op die plaatsen waar die er toe zou doen. Bovendien noemt hij de twaalf apostelen nooit de discipelen van Jezus; in feite zegt hij nergens dat Jezus zelfs maar discipelen had - of een geestelijke was, of wonderen deed, of een leer predikte.  In essentie weigert hij praktisch enig biografisch detail prijs te geven, en de spaarzame cryptische aanwijzingen die hij geeft zijn niet slechts vaag, maar weerspreken de evangeliën. De leiders van de vroege christelijke beweging in Jeruzalem zoals Petrus en Jacobus worden verondersteld Jezus’ eigen volgelingen en familieleden te zijn geweest; maar Paulus zet ze weg als onbeduidend, en weerspreekt ze herhaaldelijk omdat ze geen ware christenen zouden zijn!


   De liberale theoloog Marcus Borg beveelt aan de boeken van het Nieuwe Testament in chronologische volgorde te lezen om te zien hoe het vroege christendom zich ontwikkelde. “Door de Evangeliën na Paulus te plaatsen wordt duidelijk dat ze als schriftelijke documenten niet de bron van het vroege christendom zijn, maar het product daarvan. Het Evangelie - het goede nieuws - van en over Jezus bestond al vóór Jezus. Ze zijn de producten van vroege christelijke gemeenschappen verscheidene decades na het historische leven van Jezus en vertellen ons hoe deze gemeenschappen zijn betekenis zagen in hun historische context.”


3)    Zelfs de verhalen in het Nieuwe Testament pretenderen niet dat ze ooggetuigeverslagen zijn. We weten nu dat aan de vier evangeliën de namen van de apostelen Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes werden toegewezen, maar niet door hen werden geschreven. Om de kwestie nog schimmiger te maken, werden die namen pas toegewezen in de tweede eeuw, ongeveer honderd of meer jaren nadat het christendom verondersteld wordt begonnen te zijn. Om een aantal verschillende redenen was een praktijk van anonieme geschriften destijds gebruikelijk, en werden veel documenten uit die tijd “ondertekend” door beroemde figuren. Hetzelfde geldt voor de brieven in het Nieuwe Testament, met uitzondering van een paar brieven van Paulus (6 van de 13) die algemeen als echt worden beschouwd. Maar zelfs de verhalen in de Evangeliën zeggen niet, “Ik was er bij.” In plaats daarvan beweren ze het bestaan van andere getuigen, een fenomeen dat bekend zal zijn aan ieder die de frase kent, “Mijn tante kent iemand die ….”


4)    De Evangeliën, onze enige verslagen van een historische Jezus, spreken elkaar tegen. Als u denkt dat u het Jezus verhaal wel goed kent, raad ik aan op dit punt even te pauzeren en uzelf te testen met de 20 vragen quiz op ExChristian.net.


   Het Evangelie van Marcus wordt aangenomen het vroegst bestaande levensverhaal van Jezus te zijn, en linguïstische analyse suggereert dat Lucas en Mattheus beiden het verhaal van Marcus opnieuw bewerkten en dat ieder er zijn eigen correcties en nieuw materiaal aan toevoegden. Maar zij spreken elkaar tegen, en in nog grotere mate weerspreken zij het veel latere Evangelie van Johannes, omdat ze voor verschillende doelen geschreven werden, en voor een verschillend publiek. De onverenigbare Paasverhalen bieden een voorbeeld van hoeveel de verhalen van elkaar verschillen.


5)    Huidige wetenschappers die beweren de echte historische Jezus te hebben ontdekt geven elk een weergave van totaal verschillende personen. Daaronder vinden we een cynische filosoof, een charismatische Chassid, een liberale Farizeeër, een conservatieve rabbijn, een revolutionaire dweper, en een pacifist, om maar slechts enkelen te noemen uit de lijst die Price samenstelde. Volgens hem (pag. 15-16), “De historische Jezus (mocht die ooit hebben bestaan) kon evengoed een messianistische koning, een progressieve Farizeeër, een Galileesche sjamaan, of een hellenistische wijze zijn geweest. Maar hij kan ze niet allemaal tegelijkertijd zijn geweest.” John Dominic Crossan van het Jesus Seminar moppert dat “die verbluffende diversiteit een academische schande is.”


   Voor David Fitzgerald leiden deze en andere kwesties tot een conclusie die hij onvermijdbaar vindt:

Jezus blijkt een gevolg, niet een oorzaak te zijn van het christendom. Paulus en de rest van de eerste generatie christenen onderzochten de Septuagint vertaling van de Hebreeuwse bijbel om een mysterie geloof voor de joden te creëren, compleet met heidense rituelen zoals het Laatste Avondmaal, gnostische termen in zijn Brieven, met een persoonlijke verlossende god, om te concurreren met de rivaliserende goden uit de overleveringen van de Egyptische, Perzische, Hellenistische en Romeinse buren.


   In een binnenkort te publiceren vervolg op ’Nailed’, getiteld ‘Jesus: Mything in Action’, stelt Fitzgerald dat de vele concurrerende versies die door seculiere wetenschappers ten tonele worden gevoerd, net zo problematisch zijn als welke Jezus van het geloof dan ook. “Zelfs als we accepteren dat er een echte Jezus van Nazareth bestond, is dit van weinig belang. Onverschillig of er nu wel of niet in de eerste eeuw een rabbijn bestond die Yeshua ben Yoseph werd genoemd, de “historische Jezus” figuren die zo nauwgezet opgedoken en opnieuw samengesteld worden door seculiere geleerden zijn zelf ook fictieve figuren.”


   Misschien zullen we wel nooit weten hoe de christelijke geschiedenis begon. De tijd (of misschien tijdreizen) zal het leren…


_____


Zie in dit verband ook:

●   Frank R. Zindler - Bestond Jezus?

●   Jim Walker - Heeft een historische Jezus ooit bestaan?

●   Marshall J. Gauvin - Heeft Jezus echt geleefd?



twitter-icon-64

OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort