visitors on myspace
RELIGIEUS TRAUMA SYNDROOM - WAAROM HET ZO ONZICHTBAAR IS | POSITIEF ATHEÏSME <>

RELIGIEUS TRAUMA SYNDROOM - WAAROM HET ZO ONZICHTBAAR IS

image7313portrait120

MARLENE WINELL    

DEEL 3 VAN 3






Bij RTS verschilt de sociale context totaal van die van andere trauma-herstel situaties. Ervaringen van natuurrampen, seksueel misbruik of huiselijk geweld zijn allen invoelbaar, zowel voor vrienden als hulpverleners, die meestal sympathie en steun bieden. In het geval van religieuze misstanden echter, wordt iemand vaak door familie en andere kerkleden onder druk gezet om terug te keren, en er keer op keer aan herinnerd dat zij anders voor eeuwig verdoemd zullen zijn. Het komt er op neer dat men aandringt op terugkeer tot de aanstichter van het kwaad. Hun leed wordt niet gezien. In feite worden ze tot paria’s verklaard als ze niet terugkeren en hun sociale afwijzing is een toegevoegde laag van ernstige schade die bij andere trauma’s ontbreekt.

"Waarom is het voor mensen zo moeilijk te begrijpen dat het christendom mijn leven compleet verziekt heeft?"


   Zelfs in de gewone samenleving, duidt “atheïst” vaak op een amoreel persoon die een leven zonder betekenis leidt, en vaak met medelijden wordt bejegend. In de VS bestaat grote discriminatie; men kan bijvoorbeeld met geen mogelijkheid een openbaar ambt bekleden. Atheïsten zijn (of waren in 2006 tenminste) de minst vertrouwde minderheid in de VS, in die mate dat 47% van de ondervraagden aangaven dat ze de wens van hun kind om met een atheïst te trouwen zouden afkeuren.

   Een herstellende van religieus trauma wordt ook omringd door potentiële reactie-starters, vooral in de meer religieuze gemeenschappen. Symbolen van seksueel misbruik worden niet herdacht, maar een slachtoffer van RTS wordt verwacht Kerstmis en Pasen te vieren, of zich tenminste rustig te houden. Religie heeft een bevoorrechte positie in de samenleving. Er zijn overal kerken, gebeden en gezangen zijn alomtegenwoordig. In veel gemeenschappen maakt het niet geloven in de meest voorkomende religie van iemand een abnormaal persoon – met risico op sociale afwijzing, sollicitatie-problemen en meer.

   Boosheid over andere soorten misbruik wordt normaal en acceptabel gevonden, maar van ex-gelovigen wordt vergeving verwacht, en “het kind niet met het badwater weg te gooien”. Ze worden overgevoelig genoemd, of er van beschuldigd religie verkeerd op te vatten. Mensen begrijpen nachtmerries over strijd in oorlogstijd, maar niet die over Armageddon. Het uiten van gevoelens is meestal gevaarlijk. Te vaak resulteert dit in een beschamende aanval in plaats van steun, in andere woorden “krijgt het slachtoffer de schuld”.

   Vanuit een orthodox, conservatief standpunt worden mensen die hun religie achter zich laten en daaronder lijden als mislukkingen gezien – ze hebben het eenvoudig niet goed gedaan. Het fundamentalistische standpunt is dat zij “opstandig” zijn, en hun problemen zelf hebben veroorzaakt. Depressie en verwarring worden vaak als zonden gezien, of zelfs als aanvallen door demonen. Persoonlijke misère wordt als natuurlijk gevolg gezien voor het afwijzen van God; afvallig zijn resulteert in Gods bestraffing.

   Een religieus raadsman zal zijn client terug verwijzen naar religie, meestal met bijbelse richtlijnen om te berouwen en vromer te worden. De client die aan RTS lijdt gaat dan waarschijnlijk nog harder proberen om te voldoen aan de onmogelijke eisen van de religie, het is net zoiets als de terugkeer eisen naar een situatie van huiselijk geweld. Zij zullen dit doen vanwege het autoritaire karakter van dit soort raadgeving, maar daar opnieuw weer niet in slagen, en zich wanhopig, zondig of krankzinnig voelen. Niemand zal tot de conclusie komen dat het de religie is die fout is, (en religieuze raadslieden herbben vaak maar weinig  over psychologie geleerd, terwijl ze vrijgesteld worden van de gebruikelijke vergunningseisen). 

   In veel schijnbaar seculiere verbanden worden religieuze standpunten nog steeds als “normaal” beschouwd, en zelfs op agressieve wijze aanbevolen. Dit is het geval in het Amerikaanse leger, dat gedomineerd wordt door het conservatieve christendom, waardoor de geestelijke gezondheidszorg beïnvloed wordt, zowel tijdens de actieve dienst als voor veteranen. In de medische practijk en in de behandeling voor drugs en alcohol, nemen professionals aan dat het bevorderen van religie acceptabel is. Maar mensen die worstelen met aan RTS gerelateerde problemen kunnen de religieuze toon van Alcoholics Anonymous niet meer aan, en krijgen weinig symphatie.

   In één geval vertelde een cliënt van mij die in een psychiatrische verpleegafdeling was vanwege paniek aanvallen wegens RTS, dat een dokter haar gezegd had dat zij met God in het reine moest komen. Stel u voor dat advies gegeven zou worden in een soortgelijke situatie bij een ander soort misstand. Ik kreeg ook telefoon van een veteraan die om een alternatief zocht omdat zijn raadsman bij de Veterans Association gezegd had dat hij de voorkeur gaf aan het werken met mensen die in de hel geloofden, omdat hij die tot de orde kon roepen.

   Een persoon met RTS kan op veel manieren opnieuw getraumatiseerd raken. Dit kan regressie veroorzaken tot een eerdere staat van angst, zoals geïllustreerd door een persoon op een online forum die emotioneel onder druk werd gezet door een tante, zie Once Free, Now Afraid. Een andere schrijver op dezelfde website schreef over de ongelijke sociale status van religieus misbruik: 


   "Als ik zou zeggen dat het christendom mijn kindertijd had weggenomen, me met angst vervuld had, me verlamd had met benauwdheid, mijn zelfbeeld had vernietigd, mijn lichaam van gevoel beroofd had, mijn toekomst gestolen had, me een ongelijke rol in het huwelijk had gegeven en me duizenden dollars had gekost, zouden christenen dit afdoen met “Je was in de verkeerde kerk, je tilt te zwaar aan dingen, of je hebt keuzes gemaakt op basis van je eigen vrije wil. Als ik praat met mensen die buiten het christelijk geloof zijn opgevoed is het niets beter. Ze suggereren voorzichtig dat ik overgevoelig ben, of dat ik niets tot iets opblaas, of dat ik niet begrijp wie Jezus echt was, of dat het allemaal niet zo slecht kon zijn omdat ik toch nog zo’n aardig persoon was. Waarom is het voor mensen zo moeilijk te begrijpen dat het christendom mijn leven compleet verziekt heeft ?!?!?!

   Als ik gediscrimineerd was geworden, geslagen, seksueel misbruikt, getraumatiseerd door een gewelddadige aktie, of verkracht, zou men naar mij luisteren. Ik zou sympathie ontvangen. Men zou mij psychologische zorg verlenen. Echter, ik ben een trauma slachtoffer dat de gemeenschap niet hoort."


   RTS slachtoffers voelen zich erg alleen omdat, behalve op bepaalde online fora, er nauwelijks openbare discussie in de gemeenschap gaande is over trauma of emotionele schade door religie. Dit gebrek werd opgemerkt door een jonge man die me schreef over zijn  ontkerstening serie op YouTube:


   “Ik werk nu al meer dan een maand aan het vierde deel, gericht op trauma, en vind het moeilijk. Ik heb veel over trauma gelezen en sta er over verbaasd hoe dicht wat we aan trauma en PTSS toeschrijven overeenkomt met mijn ervaring van ontkerstening. Niemand heeft het over religie en trauma. Niet in de wetenschappelijke journaals, niet in de trauma bronnen.... Ik dacht dat ik de enige was die het behandelt.”


   Kinderbeschermingsorganisaties zullen met ferme hand kinderen redden die fysiek mishandeld of seksueel misbruikt worden, maar de diepe wonden en geestelijke schade veroorzaakt door religie, die levenslang kunnen voortduren, krijgen geen aandacht. Aan de religieuze instituten in onze cultuur wordt nog steeds op veel manieren een bevoorrechte plaats toegekend. Kritiek ligt zeer gevoelig. Ouders krijgen onterechte autoriteit over hoe ze hun kinderen willen opvoeden, ofschoon de autoritaire en patriarchale standpunten van religie - samen met een te groot respect voor het vierde gebod om ouders te gehoorzamen - geresulteerd heeft in wrede en gewelddadige opvoedingsmethoden. Zelfs de seksuele misdaden van de katholieke geestelijkheid zijn verbazend moeilijk te bestrijden. Kinderen worden behandeld als eigendom van ouders of parochie, en er gebeurt te veel achter gesloten deuren.


   Opmerkelijk genoeg bestaat zelfs onder de geestelijke gezondheid beroepsgroep geen grote belangstelling voor dit onderwerp, noch is het verliezen van iemands geloof zelfs maar op de lijst van psycho-sociale en omgevingsproblemen die gebruikt wordt voor klinische diagnose 1). De ‘Posttraumatic Growth Inventory’ meet het omgaan met trauma, maar religieuze misbruik of het verliezen van geloof is niet op de lijst van trauma’s 2). Twee van de onderdelen van de test zijn: “Ik heb een beter begrip van spirituele zaken,” en “Ik heb een sterker religieus geloof.” Een brochure van de ‘American Psychological Association’ over het herstellen van trauma noemt een lijst van tegenslagen, maar laat alles over religie er uit 3).

   Wat betreft de beroepsscholing voor therapeuten die te maken krijgen met religieuze of geestelijke zaken, die bestaat eigenlijk niet en er worden geen eisen aan gesteld, tenminste niet aan psychologen. Dit probleem werd opgemerkt door David Lukoff (1988) die zich heeft ingezet om hier de aandacht op te vestigen.

   In een onderzoek van de Association of Psychology onder directeuren van centra voor co-assistentschap, rapporteerde 83% dat discussies over religieuze en spirituele kwesties tijdens de opleiding niet of nauwelijks voorkomen. Honderd procent gaf aan geen voorlichting te hebben gekregen of opleiding in religieuze of spirituele kwesties te hebben gevolgd gedurende hun co-assistentschap. De meeste opleiders lazen geen vakliteratuur die zich richtte op religieuze of spirituele kwesties in de behandeling, en zij meldden dat in hun stages weinig gedaan werd met deze zaken in de klinische opleiding (Lannert, 1991). Een nationale studie van psycholoog-leden van de APA ontdekte dat 85% meldde nauwelijks of nooit religieuze of spirituele zaken te hebben besproken tijdens hun eigen opleiding. (Shafranske & Maloney, 1990). Soortgelijke resultaten van andere onderzoeken suggereren dat dit gebrek aan training de norm is onder alle geestelijke gezondheid beroepen (Sansone, Khatain & Rodenhauser, 1990).

   Onbekendheid, tegen-overbrenging, en gebrek aan vaardigheid kunnen de onopgeleide psycholoog belemmeren ethische therapeutische diensten te bieden aan cliënten die met spirituele problemen aankomen.

   RTS slachtoffers die zo ver komen in therapie te geraken worden meestal verkeerd gediagnosticeerd, en behandeld voor andere stoornissen omdat religieus trauma niet begrepen wordt. Daar bovenop, bevelen therapeuten vaak spirituele oefeningen aan als deel van de therapie, daarbij de ongevoeligheid aan de dag leggend voor een persoon met RTS die erg lijkt op het aandringen om naar AA bijeenkomsten te gaan.

   Het Diagnostic and Statistical Manual – Fourth Edition (APA, 1994) heeft inderdaad een diagnostische categorie genoemd “Religieuze of Spirituele problemen” (Code V62.89), gedefinieerd als volgt:


   “Deze categorie kan worden toegepast wanneer de nadruk van de klinische attentie valt op een religieus of spiritueel probleem. Voorbeelden omvatten beangstigende ervaringen die betrekking hebben op verlies of twijfel aan geloof, problemen die samengaan met de bekering tot een nieuw geloof, of twijfel aan andere spirituele waarden die niet noodzakelijk gerelateerd zijn aan een georganiseerde kerk of religieus instituut. (American Psychiatric Association, 1994, pag. 685)


   Dit werd toegevoegd bij de laatste herziening van het DSM, wat ik als een verbetering beschouw, daar het eindelijk religie als relevant voor geestelijke gezondheid erkent. Echter, het omvat veel sub-onderwerpen, waaronder het aanvaarden van een nieuw geloof en kwesties met mystieke ervaringen. Wat betreft het opgeven van een religie of een “geloofscrisis”, schijnt het te referen aan een soort gebeurtenis of overgang. Ik vind niet dat het zich richt op de ernst van het trauma die religie kan veroorzaken. Terwijl het opgeven van iemands religie een onsamenhangende periode van aanpassing kan zijn, kan het ook een langdurende ontreddering betekenen. Een deel van de schade die Religieus Trauma Syndroom is kan diep verborgen zijn, onopspoorbaar, en levenslang. Het kan catastrofale gevolgen hebben, gelijksoortig aan ernstige vormen van PTSS. Maar ondanks de gelijksoortigheid, die paniek-aanvallen en fobiën omvat die het functioneren aantasten, biedt RTS een bijzondere configuratie van symptomen die het directe gevolg is van de etiologie: disfunctionele religieuze doctrines en praktijken.

   In de sociale/politieke context van een gemeenschap die overmatig eerbiedig is voor religie, en een bevolking die grotendeels beweert in God te geloven maar tegelijkertijd twijfels houdt, is het onwaarschijnlijk dat het etiket van Religieus Trauma Syndroom gemakkelijk of snel wordt aanvaard. Toch kan de duidelijkheid van een dergelijke diagnose de sleutel leveren tot een effectieve behandeling. En evenals kennis van etiologie richting verschaft in de geneeskunde, kunnen we ook iets begrijpen van voorkoming en vroege ontdekking. Dit biedt ons de kans de kinderen van ons religieuze land te redden en hen een eerlijke kans te bieden op voorspoedig opgroeien.

 

AANTEKENINGEN

1) In de psychologische diagnostiek wordt “Axis IV” gebruikt om alle sociale en omgevings-gebonden stress veroorzakende factoren te beschrijven die neigen tot  invloed op de primaire geestelijke gezondheidsdiagnose. De categoriën zijn tegenwoordig: Problemen met de primaire support groep; problemen gerelateerd aan het sociale milieu; opvoedingsproblemen; beroepsproblemen; huisvestingsproblemen; economische problemen; problemen met toegang tot de gezondheidszorg; problemen gerelateerd aan de interactie met het juridisch systeem/criminaliteit, en andere psycho-sociale en omgevingsproblemen. Ieder van deze problemen omvat een uitvoerige lijst daarbinnen en loopt helemaal  van “ouderlijke overbescherming” tot “blootstelling aan oorlog.” Nergens wordt ook maar religie, kerk, spirituele schade, geloofsverlies, verbanning, uitsluiting of iets dat enigszins met religie of spiritualiteit te maken heeft, genoemd. Dit verzuim is opvallend, gezien de relevantie van religie in het leven van mensen, en de problemen die men daarbij ontmoet. Ondanks het gebrek aan consideratie in de diagnostiek, tonen onderzoeken aan dat religieuze en spirituele kwesties vaak ter sprake komen in de psychotherapie. (Lukoff, 1998)

2) De list van trauma’s in de ‘Posttraumatic Growth Inventory’: Verlies van een geliefde, chronische of acute ziekte, misdaden van geweld of misbruik, ongeluk of verwonding, rampen, baan verlies, financiële moeilijkheden, carrière of locatie verandering/verhuizing, verandering in de gezinsverantwoordelijkheid, scheiding, pensioenering, oorlog, overig. Twee van de onderwerpen van de tests zijn: “Ik heb een beter begrip van spirituele kwesties,” en “Ik heb een sterker religieus geloof.”

3) ‘The Road to Resilience.’ (De weg naar veerkracht) “Veerkracht is het proces van goed aanpassen wanneer geconfronteerd met tegenslag, trauma, tragedie, bedreigingen, of zelfs aanzienlijke bronnen van stress – zoals familie- en relatieproblemen, ernstige gezondheidsproblemen, of werk- en financiële stress factoren. Het betekent “terug stuiten” van moeilijke ervaringen.”


REFERENTIES 

American Psychiatric Association. (1994). Diagnostic and statistical manual, fourth edition. Washington, D.C.: American Psychiatric Association.

Lukoff, D. (1998). From Spiritual Emergency to Spiritual Problem: The Transpersonal Roots of the New DSM-IV Category. Journal of Humanistic Psychology, 38(2), 21-50.

_____

Zie ook:

•   Deel 1

•   Deel 2


Bron: www.journeyfree.org


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort