visitors on myspace
DE KUDDE VERLATEN - DEEL 6 | POSITIEF ATHEÏSME <>

DE KUDDE VERLATEN - DEEL 6

image7313

MARLENE WINELL







DE GEZINSACHTERGROND


“Ik kon me nooit echt door Jezus geliefd en behoed voelen. Intellectueel geloofde ik dat hij van mij hield, maar ik had iemand nodig die me omhelsde en me vertelde dat ik belangrijk was. Als mijn eigen ouders dat niet konden of niet wilden, waarom zou Jezus dat dan wel doen? Ik wilde fysieke koestering, niet alleen maar een soort fantasie over liefde. Maar, aannemend dat mijn ouders hun kinderen verwaarloosden om Gods werk te doen en mensen van de hel te redden, hoe zou ik dan kunnen klagen of om meer aandacht vragen zonder me verschrikkelijk schuldig te voelen?” – Nick, zoon van een dominee.


   Terwijl we vorderen in onze persoonlijke ontwikkeling, keren we keer op keer terug op gezinskwesties. Er is maar weinig in het leven dat zo’n diepe weerslag heeft.

   Op een bepaalde manier dragen we ons oorspronkelijke gezin in ons mee. Vader, moeder en andere directe verzorgers maken we ons eigen, en vormen een permanent deel van wie we zijn. Dus als u uw gezin negeert, negeert u uzelf. Uw gezinsachtergrond begrijpen betekent uzelf begrijpen, en met uw groei verder gaan.

Niet alle effecten van religie op een gezin zijn negatief

   Als uw opvoeding religieus was, heeft u ondervonden hoeveel effect een religieuze gezinsomgeving op de ontwikkeling van een kind kan hebben. In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de gevaren van het opgroeien in een religieus milieu, vooral binnen het fundamentalisme. Als u pas als volwassene religieus werd, kan dit hoofdstuk voor u minder relevant zijn dan de andere hoofdstukken. Toch, als u dit leest kunt u misschien sommige van de manieren herkennen waarop uw ervaringen in uw eigen gezin beïnvloed worden door uw religieuze ondervinding. Niet alle effecten van religie op een gezin zijn negatief. Een gemeenschappelijk geloof kan een gezin extra krachten geven, zoals bepaalde waarden, rituelen en sociale omgeving. Sommige van de positieve resultaten van uw religieuze betrokkenheid, zoals in het vorige hoofdstuk besproken, kunnen ook krachten in het gezin zijn geweest. Met dit voor ogen onderzoekt dit hoofdstuk de problematische gebieden, om u te helpen begrijpen en te genezen van de meer schadelijke gezinsinvloeden. Zelfs al is het alleen maar innerlijk, is het vrede sluiten met het gezin ook nog belangrijk. Of u zich nu wel of niet als een “zwart schaap” voelt dat afstand houdt van alles wat met religie te maken heeft, voelt u waarschijnlijk toch de behoefte om met uw gezin in het reine te komen. Juist nu ligt het focus op het begrijpen van uw ervaringen in het verleden.


DE INVLOED VAN HET GEZIN

   Gezinnen zoeken op veel manieren een middenweg in de betekenis van religie. De leerstellingen van de kerk worden aangetast door de behoeften, vaardigheden en persoonlijkheden van de directe verzorgers. Veel ouders proberen religie te gebruiken als compensatie voor wat bij henzelf ontbreekt aan emotionele instelling en repertoire van ouderlijke vaardigheden. Daarom lukt het ze niet hun kinderen essentiële vaardigheden voor een gezond functioneren aan te leren. Als die ook lijden aan de schadelijke effecten van de opgedwongen religie, kunnen ze dit zelfde patroon van disfunctionaliteit overbrengen op de volgende generatie. Het resultaat is dan een cyclus met velerlei hier aan bijdragende factoren.

   In een recent christelijk boek getiteld ‘The Dangers of Growing Up in a Christian Home’, (De gevaren van het opgroeien in een christelijk gezin) bespreekt psycholoog Donald Sloat (1986) de individuele verschillen uitvoerig, en wijst er op dat sommige mensen meer vatbaar zijn om met hun christelijke leven te worstelen dan anderen met een minder gevoelige natuur. Dit boek is een goede bron van informatie over persoonlijkheidsfactoren in een religieus gezin. Hij beschrijft ook hoe gezinnen en kerken onbewust emotionele en spirituele groei kunnen belemmeren door de volgende praktijken:

•    Vrees voor God inboezemen in plaats van liefde voor hem;

•    Schuldgevoelens gebruiken om mee te manipuleren;

•    Falen om zelf uit te voeren van wat men preekt;

•    Negeren van gevoelens en individuele persoonlijkheden;

•    Weigering om op vragen en twijfels in te gaan;

•    Een lijst van ge- en verboden opdringen die een goed begrip van God en zonde    versluiert.

   Al deze zaken kunnen u bekend voorkomen uit eerdere hoofdstukken, en ook uit eigen ervaring. Het is interessant dat een christelijke psycholoog als Sloat deze disfunctionaliteit in een gezin heeft geīdentificeerd. Zijn tekst gaat echter vooral niet ver genoeg om de bijkomende problemen te analyseren die voortkomen uit een starre fundamentalistische levensvisie. Carol beschreef haar gezin op deze manier:


   “Het verstoorde milieu in ons gezin begon met het feit dat mijn ouders niet met emoties konden omgaan, zodat ze religie kozen als steun om door het leven te gaan. Als mentaal gezonde personen een fundamentalistisch geloof verkiezen, zou het effect op gezin en kinderen dan net zo nadelig zijn, of zou het gunstiger zijn? (Ik vraag me af of een emotioneel gezond persoon een dergelijke keus zou maken?) Het feit dat mijn ouders hun religie zo wanhopig nodig hadden wordt weerspiegeld in hun carrière keus als missionarissen – zodat ze iedere minuut met deze ondersteuning konden leven, en voor hun toewijding worden geprezen.

 Ik denk dat ze aannamen dat wij als kinderen op dezelfde manier zouden profiteren van “een persoonlijke relatie met Jezus,” dus dwongen en hersenspoelden ze me om me te laten geloven dat ik dit ook wilde. Maar voor mij had die relatie alleen maar een negatieve kant – ik voelde me doorlopend schuldig, omdat ik nooit goed genoeg was.”


VARIATIES IN ONDERVINDING

   Religieuze opvoeding kan variëren, zelfs binnen dezelfde denominatie of dezelfde kerk. De ene kerkleider kan nadruk leggen op God als een beduchte rechter die op een dag iedereen naar de hemel of hel stuurt. Weer een ander kan God vaker afschilderen als een hemelse vader, die genadig en ruimhartig is voor degenen die gered willen worden. Dit soort verschillen kan een diepgaand effect op gezinnen en de ontwikkeling van kinderen hebben.

   Op hun beurt beïnvloeden gezinnen de manier waarop een kind de religieuze leerstellingen van de kerk begrijpt. Onveranderlijk besteden kinderen meer tijd met gezinsleden dan ze ooit in de kerk doorbrengen. Sommige gezinnen beschouwen religie als een vage bron voor morele richtlijnen, terwijl anderen haar een centrale rol in het dagelijks leven toekennen, en vaak naar de kerk gaan. Ouders interpreteren de Bijbel op verschillende wijzen voor hun kinderen. Ouders stellen ook voorbeelden, en bepalen daarmee de manier waarop een kind de religie die zij aanhangen, begrijpt. Als u uw religieuze ervaringen evalueert, zult u herkennen hoe die allemaal verweven zijn met uw ervaringen in het gezin. De volgende voorbeelden tonen de contrasten.

   Tegen de tijd dat Robin zes jaar oud was, was hij overtuigd van zijn slechtheid. Hij werd naar de kerk gestuurd en naar bijbelschool, waar hem verteld werd dat hij een slecht kind was en dat God hem zou straffen. Bedreigingen met de hel gingen gepaard met de bestraffingen door zijn vader iedere keer dat hij zich misdroeg. Het is belangrijk dat de vader altijd beweerde religieus gerechtvaardigd te zijn voor zijn disciplinaire methoden. “Spaar de roede en je verwent het kind” werd tot het extreme opgevolgd en Robin kreeg vaak slaag. Dominantie, dwingelandij en angst hadden de overhand. Robins moeder was te bang voor zijn vader om tussenbeide te komen, dus bleef zij stilletjes op de achtergrond.

   Toen Robins rebellie en haat toenamen, ging hij zich steeds meer dwars gedragen, en werd hij overeenkomstig bestaft. Wangedrag werd voor Robin een wanhopige poging om de aandacht die hij zo nodig had van zijn ouders te krijgen. Tragisch genoeg geloofde zijn vader dat hij zijn christelijke plicht deed wanneer hij Robin sloeg. Als volwassene bleef Robin zichzelf als slecht beschouwen. Hij was een boze en opvliegende man toen ik met hem werkte, verbaal grof tegen zijn vrouw, met moeite om zijn baan vast te houden, en de wereld hatend. Zijn stijl om met het leven om te gaan was om iedereen te intimideren. De enige blijvende les die hij van zijn vader geleerd had was hoe je met geweld je zin kon krijgen.

   Toen we in therapie zijn kindertijd ervaringen onderzochten, brak Robin in huilen uit. Zijn verbittering was intens. Toch bleef hij tegelijkertijd volhouden dat hij zijn bestraffingen verdiend had. Hij haatte zijn vader maar verdedigde hem, zeggend dat zijn eigen gedrag de perken te buiten ging. In zijn volwassen leven bleef Robin een negatief zelfbeeld houden, gebaseerd op religieuze denkbeelden die door zijn strenge vader waren versterkt. Het is niet verrassend dat als volwassene Robin niets meer met de kerk te maken wilde hebben, of met enige “Hemelse Vader.”  

   Sarah’s ervaringen met haar vader waren totaal anders. Ze herinnert zich een heel sterke boodschap van hem gekregen te hebben dat ze inderdaad een “gift van God” was. Haar vader was een dominee die de christelijke boodschap bracht met de nadruk op het positieve. Ze herinnert zich in de kerk te zeggen, “Ik, een arme ellendige zondaar, beken U al de zonden en tekortkomingen waarmee ik U beledigd heb, en verdien terecht Uw wereldlijke en eeuwige bestraffing. Maar ik heb daar met mijn hele hart spijt en oprecht berouw van...” Sarah lacht als ze deze woorden afraffelt, verbaasd dat ze zich die nog steeds herinnert.

 “En dan had mijn vader een antwoord waarin hij ons zegende en onze zonden wegnam. Eigenlijk nam God onze zonden weg, maar mijn vader voerde het ritueel uit. En dat ondergingen we op onze knieën. Weet je, dit is het sterke deel. Ik voelde me niet verslagen. Ik kwam daar niet uit met het gevoel een arme, miserabele zondaar te zijn.

   Die boodschap was echt positief voor mijn vader. Dat is waarschijnlijk waar ik het meest van mijn zelfrespect vandaan kreeg, omdat ik met hem betrokken was bij de kerk, in het koor, in de jeugdgroep, helemaal door tot in de twaalfde klas en ook de in eerste twee jaar op college. Hij was echt indrukwekkend. En hij geloofde echt dat we allemaal gaven van God waren. En dat het belangrijk was de gaven die God ons geschonken had te benutten. Dus hij was een echt positieve predikant. Hij was geen prediker van hellevuur en verdoemenis. Hij geloofde ook in het hebben van plezier. Het ging gewoon allemaal samen. Als we op vakantie waren, keken we naar de wereld om ons heen in termen van wat God ons allemaal gegeven had, en hoe mooi dit was.”

   Sarah verliet de kerk in haar twintiger jaren toen ze niet meer in staat was dogma’s te accepteren, en raakte betrokken in vrouwenkwesties. Haar ouders zijn er nog steeds van overtuigd dat hun kerk de enige ware is, en er is nog smeulende spanning over Sarah’s vertrek. Maar over het geheel is Sarah dankbaar dat haar innerlijk gevoel over haarzelf nog steeds positief is, en ze ziet zichzelf nog steeds als een gift van God.

   Kinderen van voorgangers en missionarissen voelen zich heel vaak op de tweede plaats te staan, na het werk voor God. Het is heel gebruikelijk voor missionariskinderen te strijden om aandacht, hoewel ze zich vaak te schuldig voelen om te klagen. Als zendelingen in het buitenland wonen, wordt de thuissituatie nog belangrijker en dit intensifeert het effect van de problemen in het gezin. Een rapport van de 1990 International Conference on Missionary Kids in Nairobi, Kenia, meldde “AMK’s (Adult Missionary Kids - volwassen kinderen van missionarissen)) en kinderen van alcohol-verslaafde ouders ondervinden nagenoeg gelijke problemen.” Verdere conclusies hielden in:

•    Vrees voor intimiteit ruīneert veel AMK huwelijken;

•    AMK’s neigen zo vergoelijkend te zijn over de grieven uit hun kindertijd dat ze hun echtgenoten machteloos doen staan;

•    Vijf-en-tachtig procent van alle AMK’s gaat in de dienstenverlenende sector werken, waarschijnlijk om te compenseren voor het gevoel als kind misdeeld te zijn geweest;

•     Naast andere karaktertrekken zijn AMK’s emotioneel terughoudend, vaak gepaard met gevoelens van schuld over hun boosheid en wrok. Christelijke vergoelijking komt met boodschappen als “Het is Gods werk. Hoe kun je kritisch zijn over Gods oproep?”

   Eén AMK, Ruth Van Reken, heeft de pijn van haar kindertijd op een kostschool welsprekend uitgedrukt in haar boek ‘Letters I Never Wrote’ ('Brieven die ik nooit schreef'), (1985), de gevoelens terugroepend die ze tegenover haar ouders had willen uitdrukken, als dat mogelijk zou zijn geweest. Als ze de verscheurende pijn over haar familie en haar felle boosheid op God beschrijft, conformeert ze helaas nog en zegt, “Zelfs de liefde voor de familie kan niet in de weg staan van Zijn recht op onze levens. Een deel van me accepteert dit als een koud, hard feit, maar een ander deel van me schreit dat dit zo moet zijn.”
   Wat is het een ongelooflijke ironie dat een ideologie die zo voor het gezin beweert te zijn, dat die zo vernietigend kan wezen.

   In mijn eigen contacten met volwassen kinderen van missionarissen, waarvan ik velen al sinds de kindertijd gekend heb, heb ik vaak een zeer laag niveau van zelfbewustzijn opgemerkt. Misschien omdat het idee van zelfvernedering zo eigen gemaakt werd, zijn ze niet geneigd om hun kindertijd ervaringen kritisch te onderzoeken, of hun gevoelens volledig te verwerken. Als ooit iets ernstigs op zou komen, zouden de schuld en tegenspraak te groot zijn.


DISFUNCTIONALITEIT IN RELIGIEUZE GEZINNEN

   “Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.” (Mattheüs 10:34-38)

   Bepaalde gebieden van functionering in het gezin in het bijzonder, worden negatief aangetast door een star religieus geloofssysteem. Sommigen daarvan komen overeen met probleemgebieden in andere slecht functionerende gezinnen; sommige  kwesties  gelden specifiek voor het religieuze gezin. En ook hier weer verschillen individuele gezinnen in hun specifieke ervaringen. De navolgende sectie beschrijft vormen van disfunctionaliteit zoals die gebruikelijk voorkomen in fundamentalistische gezinnen.


DE ZONDENLAST

   Het grootste probleem in een fundamentalistisch gezin is de grote invloed van zonde. Zonde in disfunctionele gezinnen wordt beschreven door Charles Whitfield, auteur van ‘Healing the Child Within’ ('Het innerlijke kind genezen') (1987), als ‘het ongemakkelijke of pijnlijke gevoel wanneer we realiseren dat een deel van ons defect is, slecht, incompleet, verrot, onecht, onvoldoende, of een mislukking. In tegenstelling tot schuldgevoel, waar we ons slecht voelen omdat we iets verkeerds hebben gedaan, voelen we ons zondig omdat we iets slechts of verkeerds zijn. Dus schuld schijnt vergeven te kunnen worden, of goedgemaakt, terwijl er daarentegen geen uitweg voor zonde blijkt te zijn...”

   In fundamentalistische gezinnen staat het geloof centraal dat mensen van nature slecht zijn. Daarom worden menselijke fouten geïnterpreteerd als zonden, in plaats van als onschuldige vergissingen. Kinderen worden gezien als kleine volwassenen, met dezelfde zondige neigingen en dezelfde behoefte aan redding. Er bestaat weinig begrip voor de ontwikkeling van het kind, dat kinderen anders zijn dan volwassenen en dat zij door verscheidene stadia van cognitieve, emotionele en morele ontwikkeling passeren. Vanuit het fundamentalistisch oogpunt worden kwesties als egocentrisch gedrag, agressie, seksualiteit, en tiener-opstandigheid als problemen behandeld, in plaats van als natuurlijke processen.

   Dus als een kind zich “zelfzuchtig” gedraagt wordt dat meestal toegeschreven aan een aangeboren fout in het karakter die hersteld moet worden. Een gezin zonder deze aanname zou het kind het voordeel van de twijfel gunnen, aannemend dat gedrag aan behoeften is gekoppeld, en niet aan een verdorven karakter. Er zou vertrouwen en geloof zijn in de natuurlijke ontwikkeling van het kind, in de verwachting dat dit te zijner tijd ten goede zou keren. In plaats van zich richten op beheersen en dwingen, zou de nadruk op bevordering van vertrouwen en nieuwe vaardigheden moeten liggen.

   Kinderen in religieuze gezinnen wordt vaak discipline bijgebracht door schaamte. Zulke boodschappen luiden “Schaam je je niet?”, “Je denkt alleen maar aan jezelf”, “Je weet dat Jezus je kan zien als je dat doet”, en “Hoe zou je je voelen als Jezus terugkeerde terwijl je dat doet?” Dit soort geloofssysteem en deze dingen zeggen eisen een zware tol op het gevoel van eigenwaarde van een kind. 


PRIORITEITEN VAN MACHT EN BEHEERSING

   Kinderen opvoeden in een atmosfeer waarin geen vertrouwen bestaat dat alles goed gaat als kinderen zich op natuurlijke wijze ontwikkelen, kan een verschrikkelijk karwei zijn. Ouders voelen zich verantwoordelijk om te voldoen aan Spreuken 22:6,  “Leer een kind van jongs af aan de juiste weg, en het zal er niet van afwijken wanneer het oud geworden is.” En “Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.” (Spreuken 13:24) wordt letterlijk genomen. In het geloof dat de Bijbel goddelijk geïnspireerd is, nemen fundamentalisten die ook aan als gids voor het opvoeden van hun kinderen, ondanks alles wat we tegenwoordig weten over kinderen, gezinssystemen en emotionele gezondheid.

  Het primaire doel van relaties in een diep gelovig gezin concentreert zich op leiding, omdat men gelooft dat mensen niet kunnen worden vertrouwd. Er bestaat geen alomvattend streven om steun te bieden aan alle leden, zodat ze in een koesterende omgeving kunnen groeien en bloeien.

   De machtsverdeling is een belangrijke kwestie in deze gezinnen. Het accent wordt gelegd op gehoorzaamheid, net als op de gehoorzaamheid aan God zoals die in de Bijbel wordt benadrukt. Hierdoor voelen ouders zich gerechtigd macht uit te oefenen over hun kinderen. In nabootsing van de strenge God van vergelding in het Oude Testament, kunnen ouders hun kinderen bestraffen in de eigengereide overtuiging dat ze zo hun plicht vervullen. Om de eigen autoriteit te vergroten gebruiken ze bijbelteksten als Efeziërs 6:1, waarin Paulus zegt dat kinderen hun ouders horen te gehoorzamen.

   Leunend op bijbelse steun, zijn de meeste fundamentalistische gezinnen patriarchaal. Vrouwen zijn ondergeschikt aan hun echtgenoten, gebaseerd op Paulus’ mening in Efeziërs 5:22-24. Toen ik zelf deze regeling in twijfel trok werd mij verteld dat er een hiërarchie moest zijn, hoe zouden beslissingen anders kunnen worden genomen? De implicatie was dat zonder zo’n beheerssysteem conflict en chaos zouden ontstaan. Vaardigheden voor het delen van macht, of conflict-beheersing, werden niet eens overwogen.

   Het is waar dat kinderen gedragsregels moet worden aangeleerd, naast ze liefde en steun te geven. Maar dit moet invoelend, geïndividualiseerd en overeenkomstig hun ontwikkeling zijn. Dit is een ouderlijke taak die aandacht en inspanning eist. Star religieuze gezinnen ontlopen de complexiteit van die verantwoordelijkheid. In plaats daarvan passen ze de doctrinaire regels toe, en wordt vrees voor bestraffing gebruikt als machtsmiddel. Door zo’n simpele formule te accepteren, kan een gezin beroofd worden van het enorm constructieve proces van het bewust ontwikkelen van gezinswaarden en gedragsregels. Alleenheerschappij maakt het bijna onmogelijk individuele behoeften en speciale omstandigheden op respectvolle wijze in aanmerking te nemen. Als gevolg leren kinderen geen persoonlijke verantwoordelijkheid, of hoe moeilijke beslissingen te nemen. Dergelijke gezinnen kunnen opmerkelijk verschillen in hun disciplinaire methoden, soms met zeer vernietigende gevolgen. Vooral het onthouden van liefde en goedkeuring kan net zo bestraffend werken als lichamelijke straf, en vaak nog veel verwarrender zijn. Zoals Michelle vertelt: “Ik voel dat mijn ouders zich onthielden van goedkeuring en onvoorwaardelijke liefde als machtsmiddel. We probeerden hard om perfect te zijn zodat ze van ons zouden houden, maar ik voelde dat het zondig was om je goed te voelen over iets dat je gedaan had.”


ONDERDRUKKING VAN HET ONAFHANKELIJK DENKEN

   Het fundamentalistische geloofssysteem is er een dat voorwendt in alle antwoorden te voorzien. Het beweert ook de enige manier te zijn - alle afwijkingen leiden naar de hel. Daaruit volgt dat ouders die daarin geloven zeer bezorgd zijn over wat hun kinderen geloven. Iedere alternatieve denkwijze over belangrijke levenskwesties wordt als hoogst bedreigend ervaren. Dientengevolge worden in een fundamentalistische huishouding kinderen maar zelden aangemoedigd hun eigen denkwereld te onderzoeken, of hun eigen gevolgtrekkingen te maken. In feite zijn fundamentalistische ouders typerend uitgesproken in hun weerstand tegen de bevordering van kritisch denken en verduidelijking van waarden op scholen. In de meest redelijke gevallen hebben ouders oprechte en liefdevolle zorg voor de ultieme veiligheid van hun kinderen. In de slechtste gevallen gebruiken ouders dit systeem om iedere dialoog met hun kinderen uit de weg te gaan. Onzekere mensen vinden het moeilijk om te luisteren naar bezwaren van hun kinderen, en nog minder om ze aan te moedigen hun eigen meningen te vormen. In autoritaire gezinnen groeien kinderen wrokkig op, en leren ze te conformeren om goedkeuring te krijgen. Vaak hebben ze moeite met het vormen en uitdrukken van persoonlijke opinies in hun latere leven.


LAGERE WAARDERING VAN GEVOELENS

   Zoals u zich zult herinneren vormen begrip, respect en het uitdrukken van gevoelens een gebruikelijk en ernstig probleem in een religieus gezin. Het was belangrijker om “juist in de ogen van God” te zijn, en “goed” volgens de Bijbel, in plaats van wat u intuïtief aanvoelde als goed of slecht. Dit betekende dat uw gevoelens niet gerespecteerd werden als maatgevend voor waarden en besluitvorming. Gevoeligheid was verdacht, en er bestonden altijd “hogere” zaken dan menselijke gevoelens. De bijbelse instelling ten opzichte van menselijke gevoelens is er een van groot wantrouwen. Gevoelens van boosheid, van jaloezie en vrees worden veroordeeld als van het vlees en de duivel zijnde. Dientengevolge worstelen veel christenen met schuldgevoelens wanneer ze normale emoties ondervinden. Er is weinig hulp van de kerk voor het begrijpen van de functie van zulke gevoelens, waaronder droefheid. In het gezin is het meer gebruikelijk dat gevoelens bestraft dan gehoord te worden. Conflicten worden als zondig gezien, in plaats van als gelegenheid tot leren. Toch zijn gevoelens onvermijdelijk, en zonder begrip of vaardigheid kan het zeer pijnlijk worden daarmee om te gaan. Individuen kunnen zichzelf gaan haten omdat ze gevoelens hebben, en zich hulpeloos voelen omdat ze niet weten hoe daarmee om te gaan.

   Het is verrassend dat zelfs positieve emoties verdacht zijn, als ze niet binnen een spirituele context passen. In de Bijbel blijft vooral Paulus hameren op het kwaad van menselijke passies en veroordeelt hij niet-christelijke feesten, die hij als losbandig en als zwelgpartijen betitelt. De indruk wordt gewekt dat de enige acceptabele emotionele staten onderdrukte en beheerste positieve gevoelens zijn. Ook hier weer is de aanname in veel van de christelijke leerstellingen dat natuurlijke menselijke opwellingen verdacht zijn. De toegestane emoties zijn niet menselijke emoties, maar zijn in plaats daarvan “vruchten van de Geest,” alsof ze uit externe bronnen zouden zijn ontstaan. Aangezien de mens als zwak en incapabel wordt gezien, omvat dit ook hun positieve gevoelens. Dus wordt de genegenheid die we voor elkaar voelen beschouwd als oneindig inferieur aan Gods liefde. Menselijk geluk kan niet in de schaduw staan van “de vreugde in de Heer”; gemoedsrust kan niet vergeleken worden met de “vrede die alle begrip te boven gaat.”

   In het fundamentalistische gezin kan het uit de weg gaan van gevoelens leiden tot een reële angst voor gevoelens. De kosten voor het kind zijn weer zwaar. Het betekent verlies van zelf-respect en vertrouwen. Door gewend te raken aan het ontkennen van de eigen gevoelens, raken kinderen van zichzelf vervreemd.

   Ironisch genoeg kunnen christelijke gezinnen heel afstandelijk zijn. Vanwege hun behoedzame benadering van het leven, op hun tenen om de valkuilen van zonde sluipend en beducht voor de overal aanwezige bedreigingen door Satan, creëren ze een niet bepaald warme, spontane, zorgzame omgeving. Ieder lid worstelt met zijn eigenwaarde en beoordeelt constant het gedrag van anderen. Er is geen vertrouwen genoeg om zichzelf te laten gaan, om de kinderen vrijelijk te knuffelen, te prijzen en de liefde te geven waar ze zo naar verlangen en nodig hebben. Gewone menselijke liefde is in ieder geval niets vergeleken bij de algemene broederliefde, dus worden familierelaties niet op de voorgrond geplaatst. Zoals een ex-fundamentalist het beschrijft: 

   “In ons gezin was erg weinig openheid en communicatie over zaken die er aan toe doen, zoals gevoelens en overtuigingen. Er bestond een soort loyaliteit aan het gezin, maar geen genegenheid. Mijn vader hield iedere dag bijbellezingen waarbij hij uitweidde over zijn eigen meningen. Er was nooit enige inbreng van, of discussie met ons als kinderen. Als ik me goed herinner was er soms een ongevraagde inbreng of argument van mijn moeder. Ik viel meestal in slaap tijdens deze sessies, maar deed mijn best dit te verbergen.”

   Een ander veel voorkomend patroon is dat het gezin vermijdt conflicten aan te pakken, totdat een punt bereikt wordt waar de zaak overkookt. Dan regeert chaos, met uitbarstingen van woede die veel pijn veroorzaken, en soms mishandeling. Dit wordt gevolgd door intense schuldgevoelens, en soms verontschuldigingen, maar de schade is dan al aangericht.

   Met voortdurende conflict-vermijding wordt dit patroon telkens weer herhaald, met als resultaat een gezin van diep beschadigde individuen. Ondanks hun geloof in de genade van God, kunnen deze gezinsleden zich verward en schuldig voelen over hun gedrag, maar ook gefrustreerd zijn dat God hierin geen verandering brengt om dit te helen. Het diepe gevoel van persoonlijk tekortschieten kan echt zijn, maar wordt onvermijdelijk ontkend omdat dit twijfel aan God zou betekenen. De gevoelens worden opnieuw onderdrukt, en de cyclus zet zich voort. Sloat beschrijft ook de schade aan kinderen en hun gevoelens in deze gezinnen. Voor een christelijke schrijver is zijn inzicht buitengewoon:

   "Maar al te vaak behandelen goedbedoelende christelijke ouders hun kinderen alsof hun meningen en gevoelens weinig of geen waarde hebben. Evangelische ouders die niet luisteren scheppen daarmee een gevaarlijk punt voor hun kinderen, omdat zij door deze houding de indruk wekken dat ze niet op een persoonlijk niveau om hun kinderen geven. Dit draagt bij aan een negatief zelfbeeld in het kind."


HET IMMER AANWEZIGE HOGERE DOEL

   In de meest devote christelijke gezinnen, voorziet geloof in veel van hun levensdoelen. Maar zelfs dit kan problemen geven. Met ouders die zich doorlopend bewust zijn van kwesties die zij van kosmisch belang achten, kan het gezin nooit de top prioriteit zijn. Het welzijn van de kinderen staat altijd in de schaduw van de ouderlijke toewijding aan spirituele kwesties. In feite, hoe meer de ouders zich wijden aan evangelische doelen, hoe groter het risico dat de kinderen zich onbelangrijk voelen. Gewone menselijke relaties in het gezin staan altijd op een verre tweede plaats, in verhouding tot het belang van God te volgen.

   In het fundamentalistische geloofssysteem zijn gezinnen niet heilig. In contrast met de Mormoonse theologie bijvoorbeeld, worden gezinsrelaties beschouwd als slechts tijdelijke voorzieningen. De echte familie is spiritueel. In een bijbelverhaal wordt Jezus verteld dat zijn moeder en broers wachten om hem te spreken. Hij antwoordde zo:

   “Maar Hij, antwoordende, zeide tot dengene die Hem dat zeide: Wie is Mijn moeder, en wie zijn Mijn broeders? En Zijn hand uitstrekkende over Zijn discipelen, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders. Want zo wie den wil Mijns Vaders doet Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster, en moeder.” (Mattheüs 12:48-50)

   Wat met kinderen gebeurt die op een tweede plan staan tot een hoger goed, is soortgelijk aan de verwaarlozing van kinderen in gezinnen waarvan een ouder verslaafd is aan drugs, alcohol, werk of geld. Religieuze devotie betreft echter meestal beide ouders, en kan dus helemaal problematisch zijn. Nog zorgwekkender is het om vol te houden dat deze verering een hoger doel dient.

   Kinderen kunnen hier niet aan twijfelen zonder zich schuldig te voelen, zelfzuchtig of absurd. Bij andere soorten verwaarlozing is het waarschijnlijker dat de maatschappij hierop reageert  met een verbod of bestraffing, behandeling eisend of alternatieven aanbevelend, maar dit soort interventie is zeer onwaarschijnlijk voor een religieus gezinsverband.


VERANTWOORDELIJKHEID UIT DE WEG GAAN

   In het fundamentalistische systeem staat nadruk op individualisme centraal – ieder persoon wordt uiteindelijk zelf verantwoordelijk geacht voor de vervulling van zijn of haar behoeften door God. Van ouders wordt verwacht duidelijk te maken dat emotionele behoeften vervuld kunnen worden door een persoonlijke relatie met Jezus Christus aan te gaan. Mede daardoor schijnen veel ouders zich vrijgesteld te voelen van de verantwoordelijkheid om zelf in deze behoeften te voorzien.

   Als een individu in het gezin niet verkiest deze relatie met Jezus aan te gaan, is dat natuurlijk zijn of haar eigen fout. De emotionele behoeften worden dan genegeerd, en het individu krijgt de schuld voor de weigering om Gods liefde te accepteren.

   In gezinnen die moeite hebben om gevoelens met elkaar te delen, zelfs over Jezus, kan het conflict tussen persoonlijke en interpersoonlijke gevoelens dramatische vormen aannemen. De relaties met Jezus worden allen behandeld als aparte verbondenheden met God, geheim gehouden eigenlijk, haast alsof iedereen een aparte affaire zou hebben. Vandaar dat in veel religieuze gezinnen een merkwaardig soort vervreemding tussen haar gezinsleden bestaat. En dit kan verwarrend zijn.

   Star religieuze gezinnen kunnen ook de verantwoordelijkheid voor het bijbrengen van interpersoonlijke vaardigheden ontwijken (zoals het duidelijk communiceren van behoeften, het luisteren naar, of oplossen van conflicten). In plaats van gezien te worden als pogingen van het kind om hiermee te leren leven, wordt “negatief” gedrag gezien als bewijs voor inherente tekortkomingen in zijn of haar karakter. Daar aan mensen zelf geen goede bedoelingen of bekwaamheden kunnen worden toegekend, doet men weinig tot geen moeite om vaardigheden voor gezonde menselijke relaties aan te leren. Het enige principe dat u wordt voorgehouden is God om hulp te vragen – om geduld, liefde, begrip – en nederig te zijn, open en ontvankelijk wanneer en indien hij die verleent. (En als hij dit niet doet, dan vroeg u het niet fatsoenlijk genoeg).

   Deze simplistische formule kan natuurlijk alleen maar tot herhaling van fouten leiden. Individuen gaan door cycli van schuldgevoel, hernieuwde voornemens, falen, en meer schuldgevoelens. Slechte gewoonten continueren en herhalen zich in volgende generaties. Zelfrespect wordt minder en minder. Mettertijd kan dit een heel gezin van individuen met weinig eigendunk teweeg brengen. De onderdrukte zelfhaat en het wederzijds gebrek aan respect ondergraaft hun hoop op liefdevolle relaties. Op een soort perverse manier, bestendigt het gebrek aan persoonlijke ontwikkeling een afhankelijkheid van God die werkelijk verstorend werkt.


TEGENSTRIJDIGHEDEN

   In het fundamentalistische Christendom wordt het spirituele koninkrijk van God figuurlijk beschreven als een gezin. God is de hemelse vader, Jezus de plichtgetrouwe zoon, vereniging met God wordt een huwelijk genoemd, de kerk is een bruid, mensen die gered zijn worden kinderen van God, de kerkgemeenschap wordt een gezin genoemd, en de medeleden worden broeders en zusters in de Heer genoemd. (Let wel, hier is geen moeder. Ik vind dit verwarrend en verontrustend.) Het beeld van een ideaal gezin zou alles dat goed is aan een gezin moeten impliceren – een hecht gezin, niet een disfunctioneel gezin. Toch is dit wat van christelijke kinderen verwacht wordt te geloven over Gods gezin, en om daar deel van willen uitmaken.

   Helaas echter, bestaat er geen waarneembaar streven in fundamentalistische gezinnen om dit ideaal in menselijke termen te vertalen. Het denkbeeld van een spititueel gezin is extern, een ideaal, futuristisch en buiten het bereik van persoonlijke verantwoording, geheel afgescheiden van iemands echte gezin. Op deze wijze wordt het mogelijk veel schijnheiligheid te tolereren, en zelfs te rechtvaardigen. Het gezin kan dan nog steeds niet beschermend en zelfs disfunctioneel zijn, omdat het menselijke gezin niet het gezin is dat werkelijk telt. Het is zelfs zo dat continue disfunctionaliteit in het gezin de leerstellingen bevestigen over de erfzonde en hoe diep de mens gezonken is. Toch, wanneer de gedragingen niet overeenkomen met het beweerde geloof, zien kinderen de tegenstrijdigheid daarvan in, en lijden zij de schade. De metafoor van het spirituele gezin wordt ondergraven door de realiteit in het werkelijke gezin.


FANTASIE EN ONTKENNING

   Aangezien het hele fundamentalistische systeem van denken absolutistisch van aard is, is het voor fundamentalistische christenen bedreigend, en vaak onmogelijk, eigen innerlijke onzekerheden te erkennen en onderzoeken. Problemen en twijfels worden eenvoudig als zonden beschouwd, en de christen streeft er naar “overwinnend” te zijn. Er wordt geen waarde gehecht aan overwegingen over, of bewust zijn van gebieden van persoonlijke groei. Dus worden belangrijke kwesties van emoties en gedrag niet onderzocht, en ontwikkelt zich een patroon van ontkenning. Verontrustende filosofische kwesties, gevoelens van onvrede, en “onchristelijke” ondervinding van woede en hebzucht moeten worden ontkend. Sporen van zulke gedachten worden direct in gebed aan God opgebiecht, maar in dit proces worden ze natuurlijk meer opzij geschoven dan werkelijk behandeld. Dit alles wordt een fantasie die groeit en beschermd moet worden – de fantasie dat alles in orde is. Deze fantasie niet te steunen zou betekenen de eigen werkelijkheid in twijfel trekken. En die kan verpletterend zijn.

   Hetzelfde proces kan plaatsvinden in fundamentalistische gezinnen. De ouders, die ook moeten geloven dat alles in orde is, houden dit systeem van fantasie in stand. Problemen die voor de buitenstaander overduidelijk zichtbaar zijn, worden niet opgemerkt en bijgevolg niet aangepakt, omdat deze ouders geen fouten kunnen toegeven. Dus de beweegreden is niet zo zeer dat ze kinderen willen verwaarlozen of slecht behandelen, maar dat ze gewoon blind blijven voor de problemen.

   Deze mate van ontkenning kan zelfs intenser zijn dan die in niet-religieuze verstoorde gezinnen die niet met de werkelijkheid kunnen omgaan. Dat komt omdat de religieuze persoon de eigen persoonlijke grondslagen zou moeten onderzoeken om zijn of haar imperfectie te kunnen toegeven. Waarden en aannames over de realiteit en de betekenis van het leven zouden dan op hun waarde moeten worden beoordeeld. Als het gezin niet harmonieus is, moet er iets ernstig verkeerd zijn. Het spirituele systeem zou dan tekortschieten (daar problemen als spiritueel in plaats van als menselijk gezien worden), en als dit zo zou zijn, dan moet God tekortschieten – en dan is alles verloren. De ontstane paniek zou vernietigend zijn.

   Ontkenning is niet alleen makkelijker en minder pijnlijk in dit soort geloofssysteem, maar absoluut noodzakelijk, een zaak van leven of dood. Voor gezinnen die geheel op religie steunen voor hun zekerheden en betekenis, wordt het creëeren van een gefantaseerd welzijn urgent, en is dit altijd aanwezig. Een kind dat zegt dat de keizer geen kleren aan heeft, maakt geen kans. Charles, kind van missionarissen, vertelt het volgende verhaal:

   “Als kind vocht ik altijd met mijn broertjes en zusjes. Ik kreeg geen hulp van mama als ik haar over mijn oudere zus vertelde. Ik vond haar wreed, en leerde terug te vechten op manieren waar ik me voor schaamde. Toen ik ouder werd, getrouw aan het gezinspatroon, was ik hard voor mijn kleine broertje. Hij ging naar mama en zei dat ik hem haatte. Mama zei, “Nee, hij haat jou niet,” en negeerde het, hoewel dat was wat ik gezegd had.

   Op een recente familie bijeenkomst, vertelde mijn jongere broer bij wijze van grap over zijn naar mama gaan. Mijn moeders reactie was, “Dat is niet waar!” Toch weet ik dat mijn broer mij jarenlang gehaat heeft.

   Ik vroeg mijn moeder naar onze kinderjaren, omdat ik benieuwd was hoe het was om drie kleine kinderen te hebben en het zo druk hebben op werk. Ik probeerde me in te leven in de druk die ze gevoeld moest hebben om tussen gezin en carrière te laveren, maar zonder resultaat. Mom zei, “Ik verwaarloosde mijn kinderen niet!” Ze kon zich zelfs niet voorstellen dat er sprake zou zijn geweest van kwesties die effect op haar kinderen konden hebben gehad.

   In een ander gesprek wees ik er op dat er geen hechte relaties waren tussen de kinderen. Sommigen van ons spraken nauwelijks met elkaar. We ontwijken elkaar, en wanneer er contact is, ligt de vijandschap zo dicht aan de oppervlakte dat die al bij de lichtste provocatie opvlamt. Ze ontkende ieder geval. Ze voelde zich bekritiseerd, en verbaasde zich er over dat ik al deze dingen verzon. In haar opinie was het gezin vroeger in orde, en is het dat ook nu nog.

   De volgende dag ontweek ze mij. Nadien, als ik zeg dat we hierover nog niet uitgesproken zijn, wuifde ze dit weg, gaf me een kus en zei dat we goede dingen moesten verwachten in de toekomst. Dat was alles. Einde verhaal.”


FYSIEK EN SEKSUEEL MISBRUIK

   Ik zie heel veel onderdrukte woede bij fundamentalisten – en dan druk ik me nog voorzichtig uit. Die wordt ook naar de kinderen toe tot uitdrukking gebracht, die op meedogenloze wijze behandeld worden: “Je moet je gedragen. Als je dit niet doet ben je een heiden, en wordt je afgewezen. Je zult niet geliefd zijn. Je wordt bestraft en verworpen.”

   “Ik denk dat de woede onderdrukt wordt en de kop opsteekt in gezinsgedragingen die echt vernietigend zijn. En de kinderen lijden het meest denk ik, van al dat gedraai en steeds weer zondig te zijn – heel beangstigend. In plaats van bescherming te krijgen, wordt je schuld en angst aangepraat.” - Kevin

   In een gezinssysteem dat meer op macht dan op verzorging is gericht, kan het afdwingen van gehoorzaamheid zo hoogst belangrijk worden, dat mishandeling het gevolg is. Die mishandeling kan emotioneel zijn, mentaal, fysiek, en zelfs seksueel. Het religieus systeem hoeft niet de directe oorzaak van de mishandeling te zijn, maar levert wel in eerste instantie de basis aannamen die leiden tot die gebruikelijke gerichtheid op macht. Het fundamentalistische wereldbeeld voedt de persoonlijke onzekerheid en het onderlinge wantrouwen die kunnen bijdragen aan disfunctionaliteit in het gezin. Principes worden van meer belang geacht dan personen. Als snel worden personen, vooral kinderen, onteerd en geraakt. Lijfstraffen worden gesanctioneerd in de Bijbel, en daarom als legitiem geaccepteerd:

    “Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging." (Spreuken 13:24)

   "Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden."  (Spreuken 23:14)

   Sommige ouders volgen dit op tot in het extreme. In zijn boek, ‘Spare the Child: The Religious Roots of Punishment and the Psychological Impact of Physical Abuse’ (1992), ('Ontzie het kind: De religieuze wortels van bestraffing en de psychologische weerslag van fysieke misbruik') wijst Philip Greven, een professor in de Geschiedenis bij de Rutgers Universiteit, er op dat de wortels van Amerika’s ongebruikelijk boosaardige, gewelddadige, en door misdaad geplaagde samenleving in de joods-christelijke afstamming van het land liggen. Greven onderzoekt gevallen van bestraffingen in de kindertijd, en de grondredenen voor fysieke bestraffingen onder mensen met een sterke protestante overtuiging. De laatsten komen neer op het geloof dat het voor ouders noodzakelijk is de wil van hun kinderen te breken om respect en gehoorzaamheid af te dwingen. Hij zegt dat in werkelijkheid fysieke bestraffingen alleen maar woede en vijandigheid produceren, met negatieve gevolgen.

    Megan's ervaring met het opgroeien in een fundamentalistisch gezin levert een treffend beeld op van dit disfunctioneren. De fysieke mishandeling ging ook gepaard met een geweldige emotionele mishandeling.

   “Mijn vader had het altijd over christelijke liefdadigheid, maar hij was zelf niet vergevingsgezind, maar veroordelend en bestraffend. Zijn religie was een wonderbaarlijk middel om andere mensen te bedwingen, vooral zijn kinderen. Hij respecteerde zijn kinderen nooit. We hadden altijd verschil van mening. Hij wist dat ik door een periode van onderzoek ging in mijn tienerjaren, ongeveer vanaf mijn dertiende. Hij stelde me dan gerichte vragen aan tafel. En hij wist dat ik hem dan een eerlijk antwoord zou geven. Het was een valstrik. Als ik zei, nee, daar ben ik het niet mee eens, dan moest ik op de bank gaan zitten en werd me het vuur aan de schenen gelegd. Het werd dan een argument, zoals in een debat. Hij veranderde de hele tijd de regels. Hij vocht nooit eerlijk. Hij sprak zichzelf tegen. Het was om gek van te worden. Meestal eindigde het vijf of zes uur later, ‘s avonds om ongeveer elf,  twaalf uur. Ik was het dan nog steeds niet met hem eens, en dan deed hij gewoon zijn riem af en sloeg me, en stuurde me naar bed omdat ik niet wou zeggen dat ik in Christus geloofde. In totaal duurde dit zo’n zes jaren van mijn tienerijd, ongeveer drie of vier keer per week.

   Ik herinner me dat ik op een nacht wanhopig in slaap probeerde te komen, en dit maar niet lukte. Ik raakte echt in paniek, en stond op. Ik was bang dat als ik midden in de nacht zou sterven, ik dan naar de hel zou gaan. Ik zei dat ik bang was om te sterven, en het antwoord van mijn vader was, "Nou, dan moet je maar beter bidden.” Hij genoot van het feit dat ik doodsbenauwd was.”

   Ik ging maar weinig met jongens uit. Maar toen ik zeventien was gingen we een paar keer uit. Een jongen ging met me naar een film, en toen we tegen middernacht terugkwamen, ging ik niet direct naar binnen. We zaten nog even in de auto, en kusten een beetje. Toen ik naar binnen ging, zaten mijn ouders me op te wachten. Mijn vader was woest dat ik zo’n hoer was. Ik werd meegenomen naar de achterkamer, en daar sloeg hij me. Mijn moeder zat daar en krijste, “Sla haar nog eens, Harry, sla haar nog eens!”

   Er is een periode geweest dat ik niet met mijn broer een eindje mocht wandelen. Er werd mij gezegd dat ik hem het slechte pad op zou leiden, en hij ook naar de hel zou gaan.”


   Gezinstherapeut Vicky Whipple (1987) meldt dat fundamentalistische echtgenotes problemen hebben met het doen eindigen van de cyclus van geweld in hun echtelijke relaties, vanwege religieus geloof over het huwelijk en de stereotype rolverdeling van de sekses. Ze zegt dat hulpverleners de macht van de fundamentalistische subcultuur om deze stereotypes in stand te houden moeten herkennen, aangezien die een sleutelrol spelen in gewelddadige relaties. Bovendien is het aannemelijk dat de fundamentalistische geestelijkheid niet zal meewerken, of zelfs onbewust mishandelde vrouwen verder in gevaar zal brengen door hun legalistische standpunten.

   Seksueel misbruik komt in een verrassend groot aantal streng gelovige gezinnen voor. Naast de gebruikelijke redenen voor seksueel misbruik in disfunctionele gezinnen, kunnen bepaalde standpunten over seks aan het probleem bijdragen. Een religieus geloofssysteem creëert strenge verboden tegen seks buiten het gezin. Als seks onderdrukt wordt en frustratie ontstaat, kan het minder riskant schijnen de relatie met de eigen kinderen te seksualiseren, dan het risico te lopen veroordeeld te worden door degenen buiten het gezin. Veel vrome ouders zijn erg gevoelig voor de opinie van de gemeenschap. Als ze hun gedrag kunnen rationaliseren binnen de beslotenheid thuis, is dit van minder belang dan het risico door anderen voor zondig aangezien te worden.

   Bovendien kan seksueel misbruik makkelijker plaatsvinden omdat het geloofssysteem een vader toestaat het autoritaire hoofd van de huishouding te zijn. Bij een christelijke echtgenote is het dan minder waarschijnlijk dat zij dit in twijfel trekt of tussenbeide komt. Van kinderen wordt gehoorzaamheid verwacht. Hen werd geleerd de ouders te eren, vooral de vader, als de eerstvolgende autoriteit na Christus. Het is om deze reden dat het voor kinderen makkelijk is vertrouwend en meegaand te zijn bij seksueel misbruik. En als ze iets aangedaan wordt, voelen ze zich erg verward en geven zichzelf de schuld.

   Het verhaal van Pat toont een religieus gezin dat misbruik toestond. Ze worstelde voor vele jaren voordat ze zich de ware aard van haar problemen realiseerde, en de hulp kreeg die ze daarbij nodig had. Voor haar had de kerkelijke gewoonte om alle kwesties te vergeestelijken een verwoestend effect op haar leven.

   “Ik groeide op in een klein stadje in de Bible Belt. Ik had altijd het gevoel dat als ik een goed genoeg meisje was, ik wel naar de hemel zou gaan. Maar ik voelde me altijd heel schuldig. Ik werd seksueel misbruikt door mijn vader. Dus vanaf vijfjarige leeftijd begon ik mijzelf te haten. Ik voelde me slecht en schuldig. En toch was ons gezin erg gelovig. We gingen iedere zondag naar de kerk, en iedere avond na het eten las mijn vader voor uit de Bijbel. Dit misbruik duurde negen jaar, totdat ik veertien was. 

   Toen ik opgroeide trouwde ik met een man die zo steil was als je je maar kunt voorstellen. We verhuisden naar het westen en bezochten verscheidene kerken, maar eindigden tenslotte in de bezielende Pinkster kerken. Daar bleef ik in voor vele jaren, en in al die jaren voelde ik dat er iets verkeerd was, maar wist niet dat dit door mijn kindertijd kwam. Ik dacht dat het helemaal mijn fout was – dat ik als christen niet goed genoeg was, of dat de duivel mij aanviel. Ik was een van die mensen die altijd naar voren kwamen om gered te worden of herbevestigd of zoiets.

   Alle keren als er een oproep was, stond ik daar weer, huilend. Ik was altijd overstuur. Ik had altijd die emotionele behoeften; het was bijna een fixatie. Maar de wortel van het probleem bleef steeds in me.

 Wanneer ik om hulp zocht, werd mij verteld meer geloof te hebben; dat ik meer in mijn Bijbel moest lezen, en meer bidden en altijd naar de kerk gaan wanneer die open was en mijn tienden bijdragen. En het leek er op dat er iets verkeerd was met mij, anders zou ik deze problemen niet in mijn leven hebben. En dat maakte het natuurlijk nog veel erger, want daarna haatte ik mezelf nog veel meer. Ik voelde me altijd schuldig en vol angst.

   Toen ik veertig werd, had ik een zenuwinstorting. Il was bezig mijzelf te vernielen, en werd fysiek en emotioneel steeds zieker. Mijn dokter zei “Ik weet niet hoe ik je dit moet zeggen, maar ik geloof dat je suïcidale neigingen hebt.” Ik staarde hem alleen maar aan omdat ik in zo’n staat van ontkenning verkeerde: “Ik ben een spirituele christen. lk spreek in tongen, ik kan niet suïcidaal zijn.” Maar ik ging toch naar een christelijke psycholoog, die waarschijnlijk mijn leven redde.

   Daarna ging ik naar een therapeut die gespecialiseerd was in incest. Dat was mijn echte start – ik leerde van mezelf te houden, in staat te zijn mijn eigen keuzes te bepalen, verantwoordelijkheid voor mijn leven te aanvaarden. Uiteindelijk bereikte ik het punt, na vijf jaar in therapie geweest te zijn, dat ik realiseerde dat zowel mijn huwelijk als de kerk destructief voor mij waren, en dat ik daar uit moest stappen.” 


GEZOND GEZIN VERSUS DISFUNCTIONEEL GEZIN

   Als u in een fundamentalistisch gezin opgroeide, kunt u zichzelf een “adult child of fundamentalists” of ACOF noemen. (volwassen kind van fundamentalisten). Sommige van de drijfveren in deze gezinnen (inclusief een paar van de beweegredenen die eerder in dit hoofdstuk werden beschreven) zijn soortgelijk aan die in andere disfunctionele gezinnen, zoals in gezinnen van alcoholici. U zou dus  dezelfde karaktertrekken kunnen vertonen als bij kinderen van alcoholici voorkomen (ACOA’s). Ontkenning is bijvoorbeeld sterk in deze beide systemen, en dezelfde remmingen bestaan tegen beseffen, voelen en uitdrukken. Dus op deze gebieden kunt u moeilijkheden ondervinden. Begrip aan te leren van eigenschappen die bijdragen aan een gezond gezinsleven, en die welke in een disfunctioneel gezin voorkomen, is belangrijk voor uw herstel – om begrip te krijgen van wat u als kind zelf niet kreeg, en om te voorkomen dat hetzelfde in uw eigen gezin gaat gebeuren. Zonder creatief uw verantwoordelijkheid te aanvaarden, kan het maar al te makkelijk zijn door te gaan op de manieren waaraan u gewend was.

   Aangezien gezinnen de centrale basis vormen waarop mensen opgroeien en zich ontwikkelen, hebben velen getracht de typerende kenmerken van gezonde en van disfunctionele gezinnen te identificeren. De lijst hieronder somt deze kenmerken op, gebaseerd op de werken van Bradshaw (1988), Satir (1972), Whitfield (1987), en mijn eigen klinische ervaringen. Er zijn maar weinig gezinnen die precies aan deze omschrijvingen voldoen. Maar deze kenmerken kunnen nuttig zijn voor het verbeteren van uw inzicht. Terwijl u de lijst leest, denk eens aan hoe uw gezin was in deze opzichten. Misschien wilt u wel die woorden en frasen onderstrepen die van toepassing waren op uw gezin.


GEZOND GEZIN

Communicatie:  Duidelijk, consistent, direct, specifiek en eenduidig; men stond open en luisterde.

Regels: Duidelijke, eigentijdse maar flexibele humane regels; vrijheid om overal commentaar op te geven; ferme begeleiding en structuur, maar onderhandelbaar waar toepasselijk.

Individualiteit: Gerespecteerd en aangemoedigd; ieder lid vrij in zijn of haar  inzichten, gedachten, gevoelens en verlangens.

Gevoelens: Geaccepteerd en tot uitdrukking gebracht.

Behoeften: Geaccepteerd, gesteund, en vervuld.

Zelfrespect: Aangemoedigd en gesteund; methodes om instemming te verwerven zijn natuurlijk, positief en redelijk.

Genegenheid: Vrijelijk gegeven en ontvangen, verbaal en fysiek; aangenomen overvloedigheid.

Fysieke lichaam: Gerespecteerd; seksualiteit als positief en natuurlijk behandeld; privacy gerespecteerd.

Karakter: Gezinsleden zijn eerlijk, zelfbewust, verantwoordelijk; staan open voor commentaar.

Verwachtingen: Redelijk; vergissingen worden vergeven en gezien als kans om te leren.

Humor: In overvloed en vriendschappelijk, licht, goedbedoeld en samenbindend.

Atmosfeer: Plezierig, spontaan,ontspannen en betrouwbaar.

Relaties: Vertrouwend en liefdevol; gelijkheid in waarde.

Zeggenschap: Onderhandeld en gedeeld; rolverdeling flexibel, besluitvorming varieert.

Problemen: Erkend en opgelost; conflicten in openheid creatief op gelost.

Interactie: Open en vertrouwend met de buitenwereld; nieuwe inzichten als stimulerend verwelkomd; kinderen verlaten huis in comfort en vertrouwen.

Doel: Gezondheid, geluk en ontwikkeling van alle leden te bevorderen.

In dit soort gezin: Kinderen leren constructief gedrag, toepasselijk in de werkelijke wereld; ze groeien op met eigenwaarde en zelfvertrouwen, steeds meer kracht uit zichzelf puttend.


DISFUNCTIONEEL GEZIN

Communicatie: Onduidelijk, indirect, vaag, inconsistent, wereldvreemd, heimelijk; naar zorgen wordt niet geluisterd; valse van normaal zijn.

Regels: Verborgen, uit de tijd, vaag, inhumaan, onbuigzaam en star of halfslachtig en verwarrend; beperkingen op commentaar.

Individualiteit: Onderdrukt, conformeren vereist, vaak subtiel; manipulatie toegepast om kritiek te smoren.

Gevoelens: Niet geaccepteerd of uitgedrukt.

Behoeften: Niet toegestaan.

Eigenwaarde: Ontmoedigd; schande, veroordeling en competitie gebruikt om die te beheersen; vormen van goedkeuring verwerven negatief, kunnen overdreven worden.

Genegenheid: Weerhouden, met mate, ongemakkelijk; geveinsde schaarste; kan onterecht als seksueel misbruik geuit worden.

Fysieke lichamen: Genegeerd,bekritiseerd, misbruikt; seksualiteit zondig en in geniep; geen respect voor privacy.

Karakter: Gezinsleden spelen rol als martelaar of slachtoffer; wereldvreemd, beschuldigend, hypocriet, ontwijkend; commentaar niet geaccepteerd.

Verwachtingen: Onredelijk en inconsistent; vergissingen gezien als falen, oorzaak van schuld en ridicule.

Humor: Bijtend, sarcastisch, versluiert niet uitgedrukte gevoelens, veroorzaakt vervreemding.

Atmosfeer: Gespannen, onplezierig, beheerst, ernstig; kan chaotisch zijn, onvoorspelbaar.

Relaties: Wantrouwig, jaloerse personen; machtsstrijd voor waarde.

Macht: Rigide rolverdeling, patriarchale hiërarchie.

Problemen: Ontkend en in stand gehouden; conflicten gevreesd en ontweken, gevaarlijke uitbarstingen.

Interactie: Met de wereld minimaal; externe betrokkenheid gezien als opdringerig en gevaarlijk; gesloten gezinssysteem, angstig en ongezond; huis verlaten is problematisch.

Doelen: Beheersing en overleving van gezinseenheid.

In dit type gezin: Kinderen leren per ongeluk; chaotisch en destructief gedrag; ze worden twijfelachtig, leunen zwaarder op externe bronnen voor steun.


OEFENING 6.1: GEZINS-FUNCTIONERING VAST STELLEN

   Als u werd opgevoed in een fundamentalistisch of andersoortig autoritair gezin, is het waarschijnlijk dat u op zijn minst enige van de gezinsproblemen beschreven in dit hoofdstuk hebt ondervonden. Aangezien individuele gezinnen verschillen, kunt u meer duidelijkheid verwerven door de volgende lijst van karakteristieken door te nemen om daarmee de functionering in uw gezin te bepalen.


Gezins-karakteristieken checklist

   Aanwijzingen: Markeer het cijfer dat het best de mate weergeeft waarin de stelling van toepassing is op het gezinsleven van uw kindertijd. Markeer bijvoorbeeld de 1 als die niet van toepassing is, 2, 3 of 4 als die een beetje toepasselijk is, en 5 als het precies de conditie in uw gezin weergeeft.

• Ons gezin verzuimde nooit naar de kerk te gaan                                            1-2-3-4-5

• Het geloof van mijn ouders kwam overeen met wat ik in de kerk leerde          1-2-3-4-5      

• Zonde werd als een vorm van discipline toegepast in ons gezin                      1-2-3-4-5

• Gevoelens werden geringschat of genegeerd                                                  1-2-3-4-5

• Een “hoger doel” werd benadrukt in ons gezin                                                1-2-3-4-5

• Mijn ouders negeerden de verantwoordelijkheid om aan mijn emotionele
behoeften tegemoet te komen
                                                                           1-2-3-4-5

• In bedwang houden had een hoge prioriteit in ons gezin                                 1-2-3-4-5

• De gedragingen van mijn ouders weerspraken hun geloof                               1-2-3-4-5

• Ontkenning en onderliggende fantasie waren belangrijk in ons gezin              1-2-3-4-5

• Fysiek misbruik vond plaats in ons gezin                                                         1-2-3-4-5

• Seksueel misbruik vond plaats in ons gezin                                                     1-2-3-4-5


Oefening 6.2: Het verleden herinneren

   Gebruikmakend van wat u heeft geleerd over de functionering van uw gezin, en de lijsten die functionele en disfunctionele gezinskarakteristieken vergelijken (samen met de overige teksten in dit hoofdstuk), schrijf iets over uw eigen ervaringen tijdens het opgroeien. Toonden uw ouders bijvoorbeeld openlijk hun genegenheid, luisterden ze wanneer u bepaalde zorgen tot uitdrukking bracht of nieuwe denkbeelden onderzocht, leerden ze u hoe met conflicten om te gaan, en bevorderden ze uw gevoel van eigenwaarde? Of werden deze kwesties onder controle gehouden, of onder de mat geveegd? Terug kijkend, denkt u dat de houding van uw ouders ten aanzien van het gezin realistisch was, of een fantasie geschapen om het gezin bijeen te houden? 

   Neem uw tijd hiervoor. Neem ieder element van de lijst, en ieder karakteristiek van de checklist één voor één, en schrijf zoveel als u kunt over dat aspect van uw gezin. Dit proces kan soms wat moeilijk zijn en misschien pijnlijk als u zich oude wonden herinnert en wrok voelt, en u realiseert dat sommige manieren in uw gezin niet ideaal waren. 

   Het doel is hier proberen te herinneren en het gevoel terug te roepen hoe het voor u als kind was om in uw gezin op te groeien. Bedenk dat hier beter bewust van te worden u zal helpen te genezen. Het is geen kwestie van schuld. In de volgende hoofdstukken gaan we werken aan uw innerlijke kind, dat deel van u dat het kind is gebleven dat u was, met al zijn of haar blessures en teleurstellingen – en het vermogen van een kind om te groeien en van het leven te genieten. In deze hoofdstukken zult u beginnen te leren hoe u aan uzelf het soort positieve ouderschap kunt leveren dat u in uw kindertijd ontzegd werd.


EEN OPMERKING OVER RELATIEPROBLEMEN

   U bent waarschijnlijk ook ernstig bezorgd over uw huidige relaties met de gezinsleden. Het verlaten van de kudde kan hierop een grote weerslag hebben, en u zult willen proberen de veranderingen uit te zoeken. Dit is begrijpelijk en zal te zijner tijd uw aandacht vereisen. Hou echter voor ogen dat nadat u een bepaalde mate van persoonlijk herstel en groei hebt bereikt, u waarschijnlijk beter in staat zult zijn om uw relaties met anderen te verbeteren, inclusief die met gezin en vrienden. U zult dan de ontstane kwesties moeten oplossen, hetzij direct met hen, of binnen uzelf. Het ontwikkelen van nieuwe vriendschappen zal een verandering betekenen in sommige van de standpunten die u werden aangeleerd over andere mensen, en het loslaten van perfectionisme. Uw onmiddellijke relaties zullen in ieder geval beïnvloed worden door de veranderingen in uw spirituele leven.

   Er bestaan geen gemakkelijke oplossingen, en er is onvoldoende ruimte in dit boek om dit aspect volledig te behandelen. Wanneer u vordert met uw vermogen om uw eigen leidspersoon te zijn en verantwoording voor uw leven te nemen, zult de vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn voor gezonde relaties. U kunt dan vrede met uw ouders en vroegere relaties bereiken op een manier die u past. De Appendix bevat een paar suggesties voor het lezen over relaties.

_____



Bron http://www.marlenewinell.net/node/16


•   Hoofdstuk 1

•   Hoofdstuk 2

•   Hoofdstuk 3

•   Hoofdstuk 4

•   Hoofdstuk 5

•   Hoofdstuk 7


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort