visitors on myspace
DE KUDDE VERLATEN - DEEL 4 | POSITIEF ATHEÏSME <>

DE KUDDE VERLATEN - DEEL 4

image7313

MARLENE WINELL







MANIPULATIES HERKENNEN


“Ze citeerden de Heilige Schrift over de kameel die niet door het oog van de naald kan, dus zelfs één kleine zonde kan niet in de hemel komen. Dus hoewel ik zelfs een echt gehoorzaam kind was, alle keren dat ik iets slechts dacht of iets voelde waarvan ik dacht dat het slecht was of iets deed waarvan een ander dacht dat het slecht was, dacht ik automatisch dat als ik op dat moment stierf, ik naar de hel zou gaan. Zelfs hoewel ik Jezus al aanvaard had en naar de kerk ging en alles deed wat ik verondersteld werd te doen. Ik had nachtmerries en was altijd benauwd. Ik ging de hele tijd naar het altaar om vergeving te vragen.” - Charlotte


  Starre religies zijn niet alleen aantrekkelijk, ze zijn ook manipulatief. Veel religieuze leerstellingen maken gebruik van de behoeften die we in het vorige hoofdstuk onderzocht hebben, en exploiteren die om conformiteit aan de groep af te dwingen.

   Er bestaan veel methoden van overreding die als uiterst effectief bekend staan. Aan deze technieken wordt veel aandacht besteed op het gebied van politieke hersenspoeling en gedachtenbeheersing in secten. In het religieuze strijdperk worden sommige van deze methodes opzettelijk toegepast om leden te werven en vast te houden. Sommige andere dynamiek is minder opzettelijk, maar niet minder effectief. Groepsleden kunnen zo gehersenspoeld zijn dat ze zelf onbewust technieken voor gedachtenbeheersing gaan toepassen in de indoctrinatie van anderen.

   In zijn verhelderende boek ‘Combatting Cult Mind Control’(1988) beschrijft Steve Hassan, een voormalige volgeling van Sun Myong Moon, de technieken die in veel groepen gebruikt worden. Hij wijst er op dat veel mensen weigeren dit onderwerp serieus te nemen, omdat we willen geloven dat we rationeel zijn, dat we zelf onze gedachten beheersen en onze eigen keuzes maken. Het idee dat anderen je geest kunnen beïnvloeden is angstwekkend. Toch is het waar dat deze bedrieglijke technieken kunnen en worden toegepast om onterecht de keuzes van mensen te beïnvloeden. Deze invloeden kunnen sterk genoeg zijn om zelfs de intelligentste en krachtigste personen aan te tasten.

Deze invloeden kunnen sterk genoeg zijn om zelfs de intelligentste en krachtigste personen aan te tasten

   In dit hoofdstuk zal ik ingaan op die aspecten van fundamentalisme die mentaal en emotioneel manipulatief zijn. Aangezien het fundamentalisme grotendeel geaccepteerd wordt als deel van de heersende culturele stroming in Amerika, herkennen de meeste mensen de daarin aanwezige elementen van geest-beïnvloeding niet. Toch zijn veel technieken identiek aan die welke secten bezigen, en kunnen mensen daardoor ernstig beschadigd raken. Als u leest over de soorten van geest-beïnvloeding die in het fundamentalistische christendom gebruikt worden, kan dit een verscheidenheid aan gedachten en gevoelens oproepen. U zou zich defensief kunnen opstellen vanwege uw eigen betrokkenheid, of van de kerkelijke leiders die u gekend heeft. Het is waar dat veel religieuze mensen goede bedoelingen hebben. Ze voldoen aan hun eigen behoeften op de best mogelijke manier, en hebben vaak goedbedoelde motieven om anderen te recruteren. De technieken die in dit hoofdstuk beschreven worden zijn soms opzettelijk manipulatief, maar vaak ook niet. De gelovige werkt vaak samen met het systeem, omdat hij of zij wil geloven. Begrijpen hoe geest beïnvloedende mechanismen werken gaat over inzicht, niet over schuld. Het gaat er over hoe u uw kracht kunt herwinnen om eigen intelligente keuzes te maken.


ANGST MANIPULATIES


EEUWIGE VERDOEMENIS

   De krachtigste techniek van het fundamentalisme is de terreur tactiek. Het fundamentalisme beweert het bestaan van de hel, een plaats van eeuwigdurende marteling. Als u niet gelooft in Jezus Christus als uw persoonlijke redder, bent u verdoemd. Sommigen beschrijven de hel als een plaats van uiterste duisternis, verstoken van Gods aanwezigheid. De gedachte is dat als u niet dicht bij God wilt staan, u gewoon krijgt wat u zelf hebt verkozen. Zelfs gewone, niet fundamentalistische christenen worden als verloren beschouwd.

   Deze bedreiging maakt gebruik van de natuurlijke angst die mensen voor de dood hebben, door die nog erger te maken met afschrikwekkende voorstellingen van eeuwigdurende marteling. “Hel en verdoemenis” predikers maken daar altijd al gebruik van. Vooral voor kinderen, met hun levendige verbeelding en onduidelijke begrip van de werkelijkheid, is de voorstelling van de hel intens beangstigend. (Een ouder die een kind bedreigt met zulke martelingen vóór de dood, kan duidelijk als onwaardig worden gezien). Maar fundamentalistische predikers generen zich er niet voor om met smaak het “geween en geknars van tanden” te beschrijven, dat God de zondaars zal toebedelen.

   De angst voor de hel is vaak krachtig genoeg om iemand te laten blijven proberen om te conformeren. Als de reddingsformule geprobeerd werd maar geen dramatische effecten werden ondervonden, kan een volgeling gevolg geven aan een oproep om opnieuw voor het altaar te verschijnen, het ritueel te herhalen en dat proberen te geloven. Evangelisten jagen mensen vaak angst aan door ze te suggereren zich een plotselinge dood voor te stellen, misschien wel in een ongeluk op weg naar huis vanaf de samenkomst. De angst wordt doorlopend gestimuleerd doordat iedereen constant speculeert of ze wel voorbereid zijn op een ontmoeting met hun maker. En, alsof het gevaar van Satan nog niet genoeg zou zijn, is God ook een bron van angst, daar hij in de Bijbel vaak wordt voorgesteld als jaloers en wraakzuchtig. Jezus zei: “Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar ook in de Gehenna te werpen. Ja, ik zeg jullie, wees bang voor hem!” (Lucas 12:5)  Of, zoals Susan het stelt:


   “Waar moet je nu van gered worden? Wel, nu blijkt ook nog, als je al de geschriften tot het eind toe volgt, dat je van God gered moet worden. Van wie is deze heilige gevangenis?”


   Binnen het fundamentalisme zijn er ook diegenen die geloven in de doctrine van “eens gered, altijd gered”, ook wel “eeuwige geborgenheid” genoemd. Dit betekent dat iemand, eenmaal wedergeboren, voor altijd deel uitmaakt van Gods familie. U kunt niet ongeboren worden. Als u terugvalt en van de kudde afdwaalt, zult u te zijner tijd weer terugkeren omdat Jezus de Goede Herder u zal vinden en terugbrengen. Deze doctrine roept ongerustheid op over of u ooit wel werkelijk gered werd. Vooral voor degenen die zich niet op een diep doorvoelde ervaring van wedergeboorte kunnen beroepen, is dit geloof niet bijster geruststellend. Gelovigen werken er dus hard aan om hun redding te laten beklijven, en geven zichzelf de schuld als ze menen niet gelovig genoeg te zijn, of niet nederig genoeg om aanvaard te worden. Dit probleem geldt vooral voor de kinderen van fundamentalisten. Aangezien zij het geloofssysteem geërfd hebben, missen zij vaak die duidelijke ervaring van bekering. En als ze die wel hebben, bestaat geen blijvend bewijs dat de redding definitief heeft plaats gevonden. Sally beschrijft het gevoel als volgt:


   “Toen ik vijf was, vroeg ik Jezus in mijn hart te komen. Maar ik maakte me er zorgen over of dat ook gebeurde, of God me wel gehoord had, of mijn geloof wel voldoende was. Nog nooit heb ik me geborgen gevoeld in mijn christendom, nooit. Ik voelde alsof mijn beleving van christendom nooit echt was, hoezeer ik ook probeerde.”


   Aan de andere kant van deze doctrinaire stelling staat het “heiligheid” kamp. Deze groepen geloven dat een gelovige getrouw moet blijven. Zijn plaats bij de geredden kan verloren raken. Het idee is dat redding een continu proces is, gebaseerd op de aanmaning van apostel Paulus: “Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, ... (Filippenzen 2:12) Zij zeggen dat God loyaliteit verwacht; Jezus zenden om aan het kruis te sterven was een immense gift. Dus kunnen gelovigen niet simpelweg doen waar ze zin in hebben, daarmee God onteren, en verwachten de hemel binnen te wandelen.

   Zoals te verwachten, leven fundamentalisten die deze zijde aanhangen met constante bezorgdheid in hun dagelijks leven. Gedachten en gedragingen moeten ten alle tijde acceptabel zijn, omdat het altijd aanwezige gevaar loert dat men de lijn overschrijdt naar eeuwige verdoemenis. Ze geloven wel nog steeds dat God zonden wil vergeven, dus is regelmatig berouw tonen belangrijk. De regels zijn echter mistig; niemand weet waar die lijn is. Bovendien geloven velen dat het niet genoeg is niet te zondigen; u moet voor God “in vuur en vlam staan”. In Openbaring 3:16 wordt Jezus geciteerd als zeggend “Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Dus maken gelovigen zich er zorgen over of ze wel genoeg enthousiasme opbrengen. Toch weet niemand wat “lauw” precies inhoudt.

   Een  verwante vorm van vreesaanjaging is al helemaal krachtig. Apostasie duidt op een staat van verloren zijn, als resultaat van verwerping van het geloof of van “zondiging tegen de Heilige Geest.” Dit betekent dat zelfs als u tot de kudde terug zou willen keren, u dit niet kunt; u heeft dan zo ernstig gezondigd dat u niet meer vergeven kunt worden. Dit onderwerp is aan discussie onderhevig in christelijke kringen, maar het idee is voor gelovigen beangstigend genoeg om er terdege rekening mee te houden.


   “Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd, omdat zo iemand voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt.” (Hebreeën 6:4-6)


   Deze en andere versen dienen om de gelovigen ongerust en bij de les te houden. Wanneer houdt enkel twijfel al apostasie in? Van blasfemie van de Heilige Geest wordt ook gezegd dat het onvergeeflijk is (Mattheüs 12:31), maar aangezien dit nooit nader gedefinieerd werd, blijven gelovigen verward en verontrust. Liever dan een levensbedreigende kans te lopen, doen gelovigen grote moeite om trouw te blijven en on-orthodoxe gedachten te vermijden. Echter, om dit te kunnen doen is een hoog ontwikkelde tunnelvisie vereist – waarbij alle informatie van buiten af ontkend dient te worden, of geforceerd passend gemaakt binnen het denkraam. Verscheidene kerken en denominaties verzinnen gedragsregels (waarvan sommige zelfs zo obsessief en isolationistisch zijn als het verbieden van TV en films kijken, gemengd zwemmen, en haarknippen voor vrouwen), maar de immer aanwezige ambiguïteit houdt mensen met angstvallige gehoorzaamheid op hun tenen. 

   In essentie kunnen christenen zich nooit helemaal zeker voelen, zelfs ondanks de belofte van redding. Net zoals in andere dictatoriale omstandigheden (zoals onder een totalitair regime), is het zeer effectief om de mensen een weinig onzeker te houden, met onvoldoende informatie en in gevaar. Deze stress maakt mensen meer loyaal en gewetensvol.


APOCALYPSE

   Een belangrijke leerstelling in het fundamentalisme is dat de wereld spoedig en cataclysmisch tot haar eind zal komen bij de “Weerkeer van Christus.” Bijbelse profetieën worden vergeleken met huidige gebeurtenissen in de wereld om bewijs te leveren. “Dag des Oordeels” voorgangers spreken van “oorlogen en geruchten van oorlogen,” aardbevingen, de instelling van Israël als natie, en de Europese Economische Gemeenschap als het tienhoornige beest. De Sovjet Unie werd als Gog beschouwd, het land in het noorden dat verwacht werd Israël binnen te vallen. Saddam Hussein werd er van verdacht de Antichrist te zijn vanwege zijn inspanningen om het antieke Babylon te restaureren, een stad die een grote rol speelt in de gebeurtenissen in de Openbaring. De fundamentalistische auteur Charles Dyer (1991) schreef ‘The Rise of Babylon’, dat als warme broodjes over de toonbank ging ten tijde van de Golfoorlog.

   Al deze “tekens” worden als bedreiging gebruikt om bij de les te blijven. De meeste predikers zijn het er over eens dat niemand “de dag en het uur” kan weten, maar ze gebruiken nog steeds apocalyptische beelden om nieuwe volgelingen onder druk te zetten. Ze mogen graag Jezus citeren die zei dat hij spoedig weer zal komen en wanneer men dit het minst verwacht. Jezus vergeleek zijn tweede komst met die van een dief in de nacht, en waarschuwde alert en gereed te zijn (Mattheüs24:36-51). Zelfs voor de gelovige brengt dit een onheilspellend gevoel, en is waakzaamheid geboden om te voorkomen dat men dan achtergelaten zal worden. 

   Volgens de meest gangbare opvatting, zullen de christenen van de aarde “weggevoerd” worden, en zal de rest van de wereld zeven jaren van extreme beproevingen onder de Antichrist ondergaan. Daarna zal Jezus met al zijn heiligen terugkomen en de slag van Armageddon vechten, culminerend in een millennium onder de regering van Christus op aarde. Tenslotte zullen allen beoordeeld worden en of naar de hemel gaan, of branden in de poel van vuur.

   Het beangstigende hiervan is dat de eerste gebeurtenis plotseling zal gebeuren, “in een oogwenk, bij de laatste trompet.” De verwachting van de wegvoering naar de hemel veroorzaakt intense bezorgdheid bij de gelovige die niet helemaal zeker is van zijn gered zijn. De andere metafoor in de Bijbel is die van de zondvloed in de dagen van Noach. In dat verhaal hadden de mensen het druk met plezier maken toen ze plotseling weggevaagd werden. De implicatie is dat men niet ontspannen moet zijn. Men moet ten alle tijden in vrees leven over het al dan niet met God in het reine te zijn. Vooral voor een klein kind kan dit bijzonder angstaanjagend zijn.

   Nog een ongelukkig aspect van deze aandacht voor het “eind der tijden” is zijn effect op het denken over de toekomst. De weerslag op politieke kwesties, zoals aandacht voor het milieu en bevordering van vrede, is enorm. Fundamentalisten zijn in het algemeen niet gemotiveerd om de wereld te verbeteren, omdat ze die toch als verdoemd beschouwen. In feite zijn gelovigen vaak opgewonden wanneer een oorlog uitbreekt, vooral in het Midden-Oosten, omdat dit eindelijk het  “eind der tijden” zou kunnen betekenen. Ook voor het individu kan de persoonlijke planning van het leven negatief aangetast worden. Zoals Cindy het uitdrukte:


   “Ik was altijd eenzaam en bang omdat ik geloofde dat de dag des oordeels ieder moment kon komen, en dat binnen een oogwenk de wereld zou eindigen omdat Christus terug kwam. Ik dacht nooit over een toekomst, of geld sparen, of een opleiding volgen, omdat ik niet dacht dat ik oud zou worden.”


ISOLATIE EN KWETSBAARHEID

   Ook een fobie over de huidige wereld wordt als beheersmechanisme gebruikt. Niet alleen zult u verdoemd zijn in het hiernamaals, maar als u niet gered bent zult u ook een ellendig bestaan leiden in het hier en nu. In getuigenis-bijeenkomsten leggen nieuwe bekeerlingen de nadruk op het contrast tussen hun vroegere levens in zonde en hun nieuwe levens als christenen. De meest aangrijpende verhalen zijn die welke ernstige staten van verdorvenheid en hopeloosheid inhouden – drugsverslaving, misdaad, suïcidale depressie, en andere scenario’s van wanhoop. Als u als christen opgevoed was, wilde men u daarmee laten geloven dat dit is hoe uw leven zonder Christus zou zijn geweest. De wereld zou een boosaardige plaats zijn die uit is op uw vernietiging. Zelfs christenen met weinig levenservaring praten angstig over een leven buiten de kudde, over hoe verschrikkelijk deprimerend en betekenisloos dat dan zou zijn. De groep versterkt deze ingebeelde situaties, wat ze nog meer echt en beangstigend doet voorkomen.

   Normaal gesproken zijn mensen in bepaalde mate huiverig voor het onbekende. Deze tactiek exploiteert die bezorgdheid, en creëert een ware fobie – een gegeneraliseerd en overdreven angst voor denkbeeldige condities. Leden van de groep absorberen negatieve voorstellingen van nooit gelukkig of succesvol kunnen zijn buiten de groep. Hassan (1988) bespreekt dezelfde beheersmiddelen in secte-kringen:


   “De krachtigste techniek voor emotionele controle is de fobie-indoctrinatie. Men zorgt ervoor dat mensen een paniekreactie zullen krijgen bij alleen al de gedachte aan loslaten: zweten, versnelde hartslag, en een intense drang om die mogelijkheid te vermijden. Hen wordt voorgehouden dat als ze vertrekken, ze verloren en weerloos zullen staan tegenover duistere verschrikkingen; ze kunnen gek worden, gedood worden, drugsverslaafd worden, of zelfmoord plegen. Een belangrijk aspect van deze indoctrinatie is een letterlijk geloof in Satan en zijn horden van demonen. Als christen wordt het “bloed van Christus” verondersteld u te beschermen, en heeft u de Heilige Schrift als uw zwaard. Daarom, als u het geloof verlaat, kunt u zich zeer kwetsbaar voelen, zelfs in zoverre dat u verschrikkelijke nachtmerries of delusies kunt krijgen.”


SCHAAMTE

   Nog een afweermiddel tegen loslaten van geloof is de implicatie dat als u het geloof verlaat, dit zou zijn omdat u er niet tegen zou kunnen, niet serieus genoeg was, niet nederig genoeg, niet goed genoeg. Aan u was het evangelie verknoeid, zoals parels voor de zwijnen. Zoals Jerry het stelt:


   “Wat mij betreft, de meeste tijd voelde ik het verlaten aan als lafheid. Het zou bewijzen dat ik een kwaadaardig en slecht persoon was. Als ik de dingen niet kon doen die zij zeiden, was er iets verkeerd met mij. Van mensen die vertrekken wordt aangenomen dat ze zich aangetrokken voelen tot de zonde. Jaren geleden vroeg ik een familielid waarom ze niet wilde weten waarom ik het geloof had achtergelaten. Ik was ontzet haar te horen zeggen, “Wel, al de mensen die ik gekend heb die de kerk verlieten, wilden terugkeren naar hun oude gewoonten – met idereen naar bed gaan en drugs gebruiken, en je daar niet schuldig over voelen.”


   Iemand ten schande zetten is deel van het beheersmechanisme. Het in dit verband geciteerde bijbelvers is tekenend en weerzinwekkend, omdat daarin een persoon die de kudde verlaat vergeleken wordt met een hond die terugkeert en zijn eigen braaksel opeet. (2 Petrus 2:17-22)


SCHULD MANIPULATIES


DE DOOD VAN CHRISTUS

   Hoe vaak heeft u niet gehoord dat Christus stierf voor uw zonden? Dit is een zware verantwoordelijkheid, vooral voor kinderen. Het schuld aanpraten kan in intensiteit verschillen, afhankelijk van hoe de boodschap werd gepresenteerd, maar komt er op neer dat de Zoon van God naar de wereld kwam en daar een verschrikkelijke dood stierf voor onze tekortkomingen. In de katholieke traditie pronkt men nog steeds met bloedige kruizen, en in sommige culturen trekt men door de straten in een uitbeelding van de lijdensweg naar Golghota. Fundamentalisten gebruiken deze visuele middelen meestal niet, maar de boodschap is dezelfde. Een potentiële bekeerling moet bekennen een zondaar te zijn. De eerste stap naar bekering is deze “overtuiging van zonde”, dat wil zeggen, erkennen verantwoordelijk te zijn voor de dood van Christus.

   Dit is een krachtige techniek, omdat iedereen die een geweten heeft in staat is zich slecht te voelen over zijn tekortkomingen en vergrijpen, hoe klein dan ook. In het religieuze raamwerk worden onreine gedachten ook als zonden beschouwd. Het lijden van Christus wordt benadrukt, zonder consideratie of vergelijking met het lijden van andere menselijke wezens. (In werkelijkheid zijn vele anderen tot een nog ergere dood gekomen, en vaak voor een hoger doel.)


VERANTWOORDELIJKHEID VOOR ANDEREN

   Als u eenmaal gered bent, wordt u voorgehouden dat het uw plicht is het evangelie naar anderen te verspreiden, omdat anders hun noodlot tenminste deels uw fout zal zijn. De opdracht tot evangelisatie wordt vaak gepresenteerd als enige doel van uw bestaan op aarde. Als u niet bezorgd bent over anderen en aan hun redding werkt, is uw plaats in de kudde twijfelachtig. Als christen voelt men zich al gauw doorlopend schuldig, en dit is vooral een zware belasting voor een verlegen persoon of iemand die met twijfels worstelt. Schuldig voelen over anderen dient om de groep bij elkaar te houden. Het effect van bekeerlingen maken bevestigt en versterkt een geloofssysteem. De psychologische term die hier van toepassing is, is cognitieve dissonantie. Mensen hebben behoefte aan een gevoel van interne samenhang. Men kan niet herhaaldelijk één ding zeggen en iets anders geloven, zonder zich erg oncomfortabel te voelen, zonder dissonantie te ervaren. Daarom, als u uit verplichting een bepaalde boodschap verspreidt , gaat dat het makkelijkst wanneer u zelf gelooft wat u zegt. “Getuigen” is een manier om uzelf op een reguliere basis te overtuigen. John deed dit heel bewust:


   “Ik deelde folders uit omdat ik dacht dat het me hielp te geloven in een systeem waar ik mijn twijfels over had. Het was een manier om mijn twijfels te overkomen.”


   Kerken die schuldgevoelens gebruiken om mensen te laten getuigen hebben daarmee een krachtig middel in handen om haar leden aan zich te binden. Sommige groepen zijn zeer effectief met het financiële steun verwerven voor verschillende ambten en missionarissen. Maar de ultieme truc is het idee dat anderen verloren gaan in de hel omdat u ze niet over Jezus verteld heeft! Predikanten houden ervan mensen schuldgevoelens aan te praten, door een beeld op te roepen van bloed aan uw handen, losjes afgeleid van dit vers:


   “Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Doch als gij den goddeloze waarschuwt, en hij zich van zijn goddeloosheid en van zijn goddelozen weg niet bekeert, hij zal in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.” (Ezekiel 3:18-19)


ZONDE EN PERFECTIONISME

  “Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt;”  (1 Johannes 5:18)


   Ondanks de beloofde verlossing van zonden door het offer van Jezus, wordt van christenen verwacht dat zij zonder zonden leven. Dit is natuurlijk niet mogelijk, daar zo veel als zondig wordt beschouwd. Daarom moet u doorlopend berouw tonen om Gods genade te ontvangen. Telkens als u “zondigt” moet u uw incompetentie erkennen en dankbaar om vergiffenis smeken. En omdat u geen perfectie kunt bereiken, leeft u in bepaalde mate altijd met schuldgevoelens.

   De notie van persoonlijke verantwoordelijkheid in het fundamentalisme is erg vreemd . U bent verantwoordelijk voor uw zonden, maar u kunt uzelf niet beroepen op de goede dingen die u doet. Alle goed dat u doet moet worden toegeschreven aan God, die door u werkt. Toch moet u proberen om als Christus te zijn. Als u daar niet in slaagt, is dat uw fout omdat u “de macht van God niet in u laat werken”. Dit is een effectief dubbel dilemma van verantwoordelijkheid zonder mogelijkheden. Laura beschijft de cyclus van schuld en bekentenis die ze als kind onderging:


   “De meest populaire meisjes op school accepteerden me en leerden me dansen. Ik voelde me schuldig. In de zevende klas gingen Susan en ik rolschaatsen bij een ontmoetingsplaats voor tieners. We flirtten met de jongens, probeerden sigaretten te roken, en luisterden naar rock-and-roll. De poulaire groep deed een parodie op een talentenjacht. Toen ik op een middag aan het oefenen was als bartender, alcohol verkopend, voelde ik me schuldig en hield er mee op. Daarna was ik natuurlijk niet meer populair.

   Op zomerkamp voelde ik me schuldig omdat ik met de algemene opinie mee ging, in plaats van voor mijn religieuze overtuiging uit te komen, omdat brutaal was tegen mijn moeder, masturbeerde, boos werd, noem maar op. Dus wijdde ik mijn leven opnieuw aan Jezus (is er iets anders nadat je van de Heilige Geest vervuld bent?), huilde het hele altaar onder toen ik op de uitnodiging naar voren kwam, en werd opnieuw gelouterd”.


   Ook wordt er voor gezorgd dat christenen zich schuldig voelen wanneer zij zich op hun eigen prioriteiten richten. Het wordt als verkeerd en zondig gezien om bewust te zijn van gevoelens, gevolg te geven aan ingevingen, of proberen in eigen behoeften te voorzien. U hoort boven dit soort zelfzuchtigheid te staan, en God eerst te beschouwen en dan de groep. Maar aangezien mensen van nature behoeften en gevoelens hebben, moeten christenen die schuld willen vermijden in essentie zichzelf wegcijferen. Dit verzekert beter meewerkende aanhangers.

   Het patroon van zich laten gaan en daarna berouw voelen zoals Laura aangeeft, laat zich vergelijken met het gedrag van een alcoholicus of drugsverslaafde. De religieus verslaafde is gehecht aan de voordelen van religie – het gevoel van rechtschapenheid, de sociale acceptatie en de emotionele geruststelling – en wordt toch verleid datgene te onderzoeken wat verboden is. Vanwege de druk om op het rechte en nauwe pad te blijven, worden beslissingen om daarvan af te wijken in een impuls gemaakt. Dan zet de vrees voor de consequenties in, en begint de cyclus opnieuw met schuldgevoelens en bekentenis. Een persoon probeert zodoende twee levens te leiden, en raakt betrokken in het psychologisch proces van “splitsing”. Fysieke symptomen zoals rugklachten, hoofdpijnen en slapeloosheid kunnen het gevolg zijn.

    In zijn boek ‘When God Becomes a Drug: Breaking the Chains of Religious Addiction and Abuse’, vergelijkt episcopale priester Father Leo Booth (1991) intense religiositeit met andere verslavingspatronen in individuen en gezinnen. Hoewel de analogie soms wat vergezocht is (daar religie niet helemaal dezelfde effecten heeft als een substantie en uit andere motivaties kan stemmen), maakt Booth een aantal treffende punten. Hij zegt dat het "zwart of wit, het één of het ander" patroon van denken neigt tot uitsluiting van andere manieren van leven, omdat die godslasterlijk zouden zijn:


   “Echter, het volwassen kind van de religieus verslaafde leeft in deze wereld, en ziet andere manieren van leven terwijl hij werkt, op televisie, in boeken en tijdschriften of bij vrienden. Soms probeert hij in beide werelden te leven, genietend van het wereldse bij werk en vrienden, maar ook weer terugkerend naar de “rechtschapenheid” thuis. Dit conflict leidt tot verwarring, zelf-verachting en soms verlies van zelf-controle. Isolatie, fysieke en mentale instortingen, drugs misbruik, eetstoornissen, seksuele uitspattingen en gewelddadige woede-aanvallen kunnen ontstaan – altijd weer gevolgd door schuld, schaamte, en vrees voor Gods Oordeel.”



MYSTIEKE MANIPULATIES


VERANDERDE CONDITIES

   We kennen allen wel verhalen van sekten die condities creëren waarin nieuwelingen naar een gewijzigde staat van bewustzijn of in trance worden geleid door praktijken als vasten, monotoon scanderen en slaap-onthouding. Robert Lifton (1987) neemt dit op in zijn lijst van gedachten sturende methoden omdat deelnemers concluderen dat dit spontaan plaatsvond, om mystieke redenen, en door de spirituele kracht van de sekte leider, die direct tussen hen en God staat.

   Ook in christelijke kerken vindt dit soort mystieke manipulatie plaats. Kerkdiensten omvatten vaak geritualiseerde groepsprocessen die een trance kunnen opwekken. Muziek, gebeden, en een biologerende stijl van preken kunnen een staat van ontspannenheid en beïnvloedbaarheid teweegbrengen. Wanneer een congregatie enthousiast hardop begint te bidden en zingen en in tongen te spreken, kan een persoon daar makkelijk in meegesleept raken. De opgewekte emoties en de groeps eenstemmigheid over de werkelijkheid, zijn overtuigend genoeg om een respons op te roepen van “gered” te willen worden, “herbestemd” of “van de Geest vervuld” te zijn.

   In een typische evangelische dienst komt na een stimulerende preek de “oproep tot het altaar.” Deze routine is opmerkelijk vergelijkbaar met hypnotische opwekkingsmethoden in andere contexten: De sleutel is om de aandacht op het innerlijk te richten, in plaats van op het uiterlijke door middel van de vijf zintuigen. Op zulke momenten bent u makkelijker beïnvloedbaar door suggesties en minder in staat uw kritische faciliteiten te benutten. Na een emotionele preek, waarin waarschijnlijk reeds manipulatieve technieken als vrees en schuld toegepast werden, wordt u verzocht uw hoofd te buigen en uw ogen te sluiten. Zachte muziek begint te spelen terwijl iedereen zich op zijn innerlijk richt. Rustige psalmen herhalen “Jezus roept”. De voorganger spreekt dan zachtjes in de microfoon, suggererend dat de Heilige Geest aanwezig is en zich onder de congregatie gegeeft. Gevoelens worden voor u geduid, zoals de “overtuiging van zonde”, “zijn oproep beantwoorden”, enzovoort.  Precies op het juiste moment vraagt de voorganger “Kunt u Jezus op de deur van uw hart horen kloppen? Wilt u die vandaag niet voor Hem openen?” Dan wordt u gevraagd uw hand op te steken terwijl u uw ogen nog steeds gesloten houdt; dan om op te staan en naar voren te komen. Het effect is krachtig, zorgvuldig geregisseerd, en doelmatig.


INTERPRETATIE VAN EIGEN ONDERVINDING

   Naast kerkdiensten hebben christenen vaak ook privé devotie-rituelen. Bidden kan die hoogst ontspannen en open staat van bewustzijn produceren die de vredigheid en mentale helderheid verschaft die men ook in de meditatie-technieken van andere culturen vindt. Ook het in afzondering spreken in tongen kan een verhoogde staat van opwinding en extatische gevoelens oproepen. In de fundamentalistische context echter, worden al deze ervaringen als bewijs aangevoerd voor de religieuze doctrine, niet gewoon als een ervaring die moet worden onderzocht. De religie gaat een samenwerking aan met alles dat u als spiritueel beschouwt, en eigent zichzelf uw privé ervaringen toe om die als bewijs voor de hele religie te presenteren. Daarom wordt het moeilijk voor de wedergeboren christen met een persoonlijke mystieke ervaring om de religie te verlaten, omdat dit een ontkenning zou schijnen te zijn van een bewijs uit eerste hand. De voormalig gelovige is gehersenspoeld om alles als één geheel te accepteren; daarom leiden pogingen om alleen aan dit deel van de religieuze ervaring vast te houden tot een enorm schuldgevoel. Deze manipulatie kan volkomen terecht spiritueel misbruik worden genoemd.


SYMBOLEN, RITUELEN EN CEREMONIËLEN

   Lang bestaande tradities neigen gewicht te verlenen aan symbolen als kruis en communie, soms tot bijgelovige proporties. In een kunsttentoonstelling waarvan ik curator was, hadden we een levensgroot kruis opgenomen waar mensen op konden plaatsnemen om hun gevoelens te onderzoeken. Degenen die van deze gelegenheid gebruik maakten kregen interessante inzichten. Maar de meerderheid van de bezoekers kon daar niet toe komen. De meesten waren zelf geen christenen, maar het symbool van het kruis was zo machtig dat ze bang waren. Eén van de andere kunstenaars noemde het een fobische reactie, en inderdaad, degenen die hun aarzeling overwonnen waren in staat zich de kracht te realiseren die ze aan een symbool hadden toegekend.

   Kerken gebruiken een sluier van rituelen en ceremonies als deel van de mystieke manipulatie. Ook de notie van heiligheid geeft aan hun doctrines een bovennatuurlijke autoriteit. Van de Bijbel wordt gezegd dat die goddelijk geïnspireerd is; fundamentalisten beschouwen die als letterlijk en onfeilbaar. Het citeren van bijbelpassages heeft daarom een schijnbaar mystieke kracht. Wonderen worden als bewijs voor het geloof gebruikt, zowel in de Bijbel als in het heden. Voor sommige kunnen andere verklaringen bestaan, maar alternatieven worden niet aanvaard. Een wonder geldt als bewijs voor het hele geloofssysteem. Aangezien het geloof een pakket is, betekent acceptatie van een wonder de acceptatie van het hele dogma, zoals dat geïnterpreteerd word door de religieuze leiders.


ZELFKLEINERING

   In het fundamentalistische systeem moet het ego verworpen worden omdat het in essentie slecht is, en niet te vertrouwen. De eerste stap in het overtuigen van nieuwe bekeerlingen is hun zelfvertrouwen te vernietigen. Missionarissen die tegenover andere culturen komen te staan beginnen met mensen te overtuigen dat ze mislukkingen zijn en God nodig hebben. Daarom is het begrijpelijk dat mensen die met hun leven worstelen veel ontvankelijker zijn voor bekering. Hassan (1988) heeft er op gewezen dat religieuze propagandisten behendig zijn in aantrekken van mensen die kwetsbaar zijn vanwege grote stress in hun levens. De meeste mensen ervaren soms gevoelens van tekortschieten; deze gevoelens worden dan aangedikt en geëxploiteerd.

   De aanval op het ego gaat verder dan alleen schuld voor zonde. Als dit het geval zou zijn, zou die de meesten vergeven kunnen worden omdat ze daarvan spijt hebben getoond, en bereid zijn hun leven te beteren. Maar weinigen van ons verdienen het gekruisigd te worden. De sleutel is dat u fundamenteel verkeerd en onbekwaam bent, beginnend met de doctrine van de oerzonde. Alles aan u is bedorven, en u moet hoognodig door God gered worden. 

   De schade aan het ego is meer dan een bezeerde eigenwaarde. Uw vertrouwen op eigen oordeel is vernietigd. Als een leeg omhulsel staat u open en bent u vatbaar voor indoctrinatie, omdat u uw eigen gedachten niet kunt vertrouwen. Uw denken is inadequaat, uw gevoelens zijn irrelevant of misleidend, en uw basale beweegredenen zijn zelfzuchtig en schadelijk. U kunt het religieus systeem niet aanvechten omdat uw kritische vermogen in twijfel wordt getrokken en uw intuïties waardeloos zijn geworden. De afhankelijkheid demonstrerend die op deze wijze bevorderd word, zei Jerry Falwell (1982) (Red.: bekende Amerikaanse televangelist), “Begin uw dag met uzelf van onafhankelijkheid te ontdoen.” 

   Wat deze manipulatie nog krachtiger maakt is de zich steeds verder uitbreidende definitie van zonde. De definitie “de nabijheid van God ontberen” maakt dat het echt lijkt dat “iedereen heeft gezondigd” (Romeinen 3:23). Hoewel de gemiddelde mens kan beweren zich een goed persoon te voelen, kunnen fundamentalisten deze gedachte makkelijk tenietdoen. Christus wordt gebruikt als de standaard van aanvaardbaarheid, dus iedere persoonlijke eigenschap die u kunt hebben is irrelevant en verder bewijs voor uw trots en dwalen. Wanneer de mens gezien wordt als onwaardig om contact met God te hebben, is de kloof enorm. U kunt er dan van overtuigd raken dat het reddingsplan door de dramatische tussenkomst van Jezus de enige oplossing is.

   Als u eenmaal een gelovige bent en niet meer op uw eigen verstand kunt vertrouwen, wordt het mogelijk alles te accepteren dat u wordt voorgehouden. U kunt zich aanpassen aan ongeloofwaardige problemen in religie omdat u cognitieve dissonantie wilt vermijden, zoals eerder besproken. Het verder oprekken van goedgelovigheid wordt frequent toegepast in het fundamentalistische christendom. Van volgelingen wordt geloof verwacht in tegenstrijdige, onzinnige, en weerzinwekkende “ware verhalen” in Bijbel en kerkleer. Dit dient om het blind vertrouwen te versterken, omdat uw intuïtieve reacties uitgeschakeld zijn. Als voorbeeld, wordt u verondersteld te geloven dat u het voorbeeld van de weduwe moet volgen die de “onrechtvaardige” rechter bleef achtervolgen om haar gelijk te krijgen. (Lucas 18:1-8). God wordt vergeleken met een foute en luie rechter, en de gelovige wordt opgeroepen doorlopend te blijven bidden om zelfzuchtige wraak. Als dit niet in de Bijbel zou staan, zouden christenen het waarschijnlijk als blasfemie beschouwen.

   Nog een lachwekkend, hoewel pathetisch, voorbeeld is de gebruikelijke kerkleer over de fossiele geschiedenis van de aarde. De smoes is dat God het veronderstelde bewijs voor evolutie zelf geschapen heeft. Hij plantte de dinosaurus en koolstof-14 data om ons geloof te testen. De test is of we het Woord van God  in Genesis geloven, of ons laten misleiden door de wijsheid van de wereld. Dat betekent, zouden we zo zondig zijn om op de waarneming te vertrouwen die we met eigen ogen zien? Men denkt nooit dat Gods gedrag oneerlijk en geslepen is, en een god nauwelijks waardig.

   Het zwaarste beroep op onvoorwaardelijk geloof is natuurlijk de verlossing door Christus. Eerst moet de gelovige alle bekende noties van rechtvaardigheid laten schieten, zoals bestraffing van de schuldige als tegengesteld aan die van de onschuldigen. Daarna wordt van u verwacht de noodzaak van een bloedoffer voor zonden te accepteren; dat tekortkomingen bestraft moeten worden, en niet noodzakelijkerwijze in verhouding tot de overtreding. Een vaders offer van zijn onschuldige zoon moet worden verondersteld niet alleen rechtvaardig te zijn, maar ook genereus en wonderbaarlijk. Dan wordt de tijdelijke driedaagse dood van deze ene persoon verondersteld alle kwaad en tekortkomingen van onze soort uit te wissen. En tenslotte moet u geloven dat alles dat nodig is om verantwoordelijkheid voor uw daden kwijtgescholden te krijgen en een hemel met eeuwige beloning binnen te treden, geloven is. Het is geen wonder dat als een bekeerling dit allemaal voor zoete koek geslikt heeft, verder alles als waarheid geaccepteerd kan worden. De rest van fundamentalistisch doctrine kan dan makkelijk geslikt worden, zelfs inclusief het verhaal van Jonas.

   (Eén reden waarom de christelijke boodschap werkt in het Westen is de overgrote bekendheid ervan. Het is een cuturele traditie dat “Christus stierf voor onze zonden”. Als zendelingen preken voor niet geïndoctrineerde toehoorders, is het moeilijkste deel om de verlossing uit te leggen. Voor diegenen die hun integriteit nog niet direct willen opgeven, mist het verhaal plausibiliteit. Mensen van andere culturen hebben overigens zeer vergelijkbare verhalen in hun eigen mythologie.)


DE WERELD IN DISKREDIET BRENGEN


   “Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus.” (Kolossensen 2:8)


   Deze voorstelling van slachtofferschap illustreert de paranoia van het fundamentalisme. In haar enghartige tunnelvisie wordt de meeste menselijke kennis en verrichtingen afgewezen. De wereld van de fundamentalist biedt geen ruimte voor het verwerken van nieuwe informatie uit de omgeving. Het “Woord van God” is absoluut en onveranderlijk. Dus hoewel seculiere mensen over het menselijke ras en zichzelf denken als individuen, als rijpend en ontwikkelend, gelooft de conservatieve christen dat God voor eens en altijd heeft gesproken. Om dus getrouw te blijven, moet de gelovige alle wereldse kennis afwijzen, en afgeschermd worden van alternatieve, “ongoddelijke” gezichtspunten. De meer militante gelovige vindt het ook noodzakelijk God te verdedigen tegen het modernisme. 

   De Kerk (de bruid van Christus) wordt gezien als schatkamer van alles dat waardevol is, geduldig wachtend om te zijner tijd “verenigd met Christus” te worden. Gelovigen moeten vreemdelingen en pelgrims op aarde zijn, waakzaam levend tussen ongelovigen die onder Satans wet staan. In feite wordt de hele aarde gezien als ten prooi gevallen aan zondige invloeden, inclusief de dieren en het natuurlijke milieu. De Aarde wordt beschouwd als alleen een tijdelijke verblijfplaats voor mensen, als locatie voor het bijbelse drama. Een populair kerklied luidt, “Deze wereld is niet mijn thuis, ik ben alleen op doorreis.”

   Deze gestuurde nadruk op het spirituele en het hiernamaals schrijft christenen afstandelijkheid van de wereld voor, en onthouding van emotionele betrokkenheid bij wereldse zaken. Daarom geldt als eerste reden om de wereld in discrediet te brengen gewoon omdat die irrelevant is. Wereldse zaken zijn verre inferieur aan de dingen “hier boven.” Voor de vrome christen die verlangt naar een samenzijn met God, kan dit zelfs leiden tot een doodswens. Tot in het extreme doorgevooerd, kan dit in secte-achtige groeperingen zelfs tot zelfdoding leiden.

   “Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God.” (Kolossenzen 3:1-3)

   Het bijbelse beeld van christelijk leven dat fundamentalisten erkennen is dat van totale bezonkenheid. Gelovigen dienen zich alleen tot elkaar te wenden voor steun en versterking van hun geloof. Buitenstaanders worden gediskwalificeerd als bron van geldige informatie of verrijking, gewoon omdat ze ongelovig zijn. De substantiële inhoud van iets uit een wereldse bron is onmiddellijk verdacht, en wordt vaak direct van de hand gewezen. Vooral informatie die gunstig lijkt wordt speciaal verdacht, omdat gelovigen geleerd werd dat Satan zich als “engel van licht” kan voordoen. Wereldse kennis die redelijk lijkt wordt als “verleiding” aangemerkt. 

   In dit schema wordt menselijke wijsheid dwaasheid genoemd. Zelfs Jezus gaf uitdrukking aan een houding van anti-intellectualisme, door God te danken voor het verbergen van de waarheid voor de wijzen, en die te openbaren aan de baby’s. (Matheüs 11:25). Op deze manier ontwikkelt de fundamentalist een verachting voor de meeste menselijke inspanningen.

   Deze instelling beperkt christenen op effectieve wijze tot het uitsluitend ontvankelijk zijn voor instructie binnen de eigen gesloten kring. De wereld, volgens de Bijbel, is niet alleen irrelevant maar ook inherent slecht. Betrokken te zijn bij de wereld – “werelds” te zijn – is zondig. Gelovigen moeten kiezen tussen God en “de wereld.” Deze instelling houdt veel meer in dan alleen arrogantie over een superieure levenswijze; ze betekent een leven-en-dood positie tegenover seculieren.


   “Houd niet van de zondige wereld en van wat die te bieden heeft; want als u van de wereld houdt, blijkt daaruit dat u de liefde van de Vader hebt afgewezen.” (1 Johannes 2:15)


   In de optiek van de fundamentalist hebben ongelovigen slechts twee relevante eigenschappen: Ze zijn potentiële bekeerlingen, en bronnen van verleiding. Als objecten voor evangelisatie, worden ze “oogsten om binnengehaald te worden”, “schapen die gevonden moeten worden”, en ‘vissen die in het net gevangen moeten worden” genoemd. Vanwege het gevaar van wereldse invloeden (net zoals een besmettelijke ziekte) moeten relaties met “hen” uiterst voorzichtig behandeld worden. Contacten moeten oppervlakkig blijven, alleen gericht op evangelisatie, en afgebroken wanneer die geen gunstige respons oplevert. Aangezien christenen al van de waarheid vervuld zijn is het niet nodig naar ongelovigen te luisteren, kan er niets van hen geleerd worden, en kunnen christenen veel verliezen door alternatieve zienswijzen tot hun bewustzijn toe te laten.

   Deze tunnelvisie kan worden opgesomd als vertrouwen op “de Bijbel, de hele Bijbel, en niets anders dan de Bijbel.” Iets dat niet strikt bijbels is, dat wil zeggen, iets van buiten de fundamentalistische groep, is verdacht. Ingevolge deze definitie bieden seculiere humanisten – pedagogen, professionals in de geestelijke gezondheid, en liberale politici – allen een gevaarlijk fout evangelie.

    Gelovigen wordt geleerd “valse profeten” te vrezen. De Bijbel waarschuwt tegen andere religieuze leiders met aantrekkelijke boodschappen, die niet het ware evangelie prediken. De Antichrist wordt soms als gevaarlijke geest gezien, aanwezig in ongelovigen. De ambiguïteit van de Bijbel, samen met het risico van eeuwige verdoemenis als men zich in haar uitleg vergist, is effectief in het verzekeren dat gelovigen blijven vertrouwen op hun kerkleiders voor het correcte doctrine. Fundamentalisten leren dat er maar een manier is. Alle anderen, hoe aantrekkelijk ook, of hoe sterk het bewijs, zijn Satans trucs (of soms van God, als bestraffing bijvoorbeeld, in Thessaloniërs 2:9-12).


   “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. Wij zijn uit God;” (1 Joh. 4:1, 5, 6) 


   Om dingen nog verwarrender (en beter bestuurbaar) te maken, is er constant debat in kerkelijke kringen over de kwestie of verscheidene leerstellingen of practijken “uit God” zijn. Dit is altijd een of/of argument vanwege de dominantie van het zwart-wit denken. Veiligheidshalve wordt veel ervan naar “de wereld” verbannen, en dus afgewezen. Dientengevolge worden veel alternatieven de pas afgesneden en gaat veel kostbare menselijke kennis verloren – het meeste van de wetenschap, sociale wetenschappen, de kunst en geesteswetenschappen. De ware gelovige dan, moet niet op innerlijke wijsheid of informatie vanuit zijn omgeving vertrouwen. Heel gunstig voor de Kerk dus, maakt deze paranoia een persoon net zo kwetsbaar in de handen van religieuze leiders, als een kind in het huis van zijn mishandelende ouders.


GROEPSDRUK

   Een wedergeboren christen wint toegang tot een elite gezelschap – het gezin van God. Terwijl de rest van de wereld de uit-groep is, vormt de kern van de gelovigen de cruciale in-groep. Vooral voor de nieuwe gelovige is het aanhangen van de verwachtingen van de groep belangrijk. Fundamentalisten lezen en interpreteren de Bijbel meestal niet zelfstandig, of beleven hun christen zijn privé. In plaats daarvan wordt de kerkgroep van vitaal belang geacht, en is de voorganger of bijbelgroep leider essentieel voor een “correcte” interpretatie van Gods Woord.

   Conformiteit wordt versterkt binnen de groep. De leden voelen zich zekerder wanneer iemand zijn getuigenis geeft, als doctrinen en geloven worden herhaald. Zelfkritiek wordt aangemoedigd, individuele verschillen afgekeurd. Uitdrukking geven aan twijfel of onorthodoxe ideeën betekent gewoonlijk enig soort bestraffing, van stilte tot kritiek tot complete uitsluiting. Goed- of afkeuring door de groep is een krachtig middel om het gedrag te manipuleren. Vooral voor degenen die zich aangetrokken voelen door de sociale steun van een religie, vormt de dreiging van afkeur een effectief afschrikmiddel tegen de geringste afdwaling.

   Daarom is het tot een groep behoren een eerste vereiste in fundamentalistische kringen. Alleen gaan als een gelovige wordt als zowel gevaarlijk als arrogant beschouwd. Deelname aan kerkbezoek, bijbelstudie en gebedssamenkomsten worden van de gelovige verwacht, alsmede bereidheid deel te nemen aan “getuigenissen.” Hoewel niet expliciet uitgedrukt, wordt sociaal verkeer met uitsluitend christenen van u verwacht. De kerkgroep heeft gewoonlijk ook gedragsregels voor uw dagelijks leven, en daaraan niet te voldoen resulteert in afkeur en uitsluiting. Van gelovigen wordt verwacht een persoonlijk religieus programma van bijbel lezen, bidden en getuigen na te leven. Problemen in iemands leven worden toegeschreven aan het niet nakomen van deze regelmatige devotie. Deze eisen dienen om de overheersende invloed van de groep intact te houden. Eén jonge vrouw die zich op deze wijze door haar kerk misbruikt voelde, was Tasha:

 

   “Mijn kerk legde de nadruk op het deel uitmaken van Gods leger – niet Gods liefde – en dat de kerk zo sterk was als haar zwakste lid. Ik voelde me beschaamd omdat ik wist het zwakste lid te zijn, en omdat me altijd verteld werd wat er verkeerd was aan mij.”


DE MACHT VAN AUTORITEIT

   Normalerwijze bestaat er een verscheidenheid aan bronnen van kennis in het leven. Mensen vertrouwen op het bewijs van hun zintuigen, de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, levenservaring, hun eigen intuïties en gedachten-processen. Seculiere mensen nemen aan dat nieuwe informatie door systematisch onderzoek ontdekt kan worden. In het fundamentalistisch christelijke gedachtengoed echter, is autoriteit de enige gerespecteerde bron van kennis. De ultieme autoriteit is God, en de Bijbel is het onfeilbare Woord van God, absoluut en onveranderlijk. Dit standpunt over kennis dient om de gelovige verder te isoleren en te beheersen. De waarheid wordt niet gevonden; ze wordt geopenbaard:


   “Daarom, afgelegd hebbende alle vuiligheid en overvloed van boosheid, ontvangt met zachtmoedigheid het Woord, dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen kan zaligmaken.” (Jacobus 1:21)


   Feiten doen niet terzake in dit systeem. Als geloof gevestigd is, gebaseerd op interpretatie van geopenbaarde waarheid, maakt het niets meer uit welke wereldse ontdekkingen plaatsvinden. Recentelijk luisterde ik naar een radio discussieprogramma, waarin de presentator het genetisch bewijs voor homoseksualiteit besprak. Een christelijke beller trok de gegevens in twijfel en hield vol dat homoseksualiteit verkeerd was en dat het een keuze was, en hield daaraan vast zelfs nadat hij had moeten toegeven dat hij zijn eigen heteroseksuele oriëntatie niet naar wens zou kunnen veranderen. Buitenstaanders vinden het vaak verbazingwekkend dat gelovigen feiten kunnen behandelen alsof ze eenvoudig niet bestaan, maar deze manier van denken in innerlijk consistent als u alleen autoriteit respecteert. 

   In het fundamentalistische systeem heeft het idee een “kind van God” te zijn een charme die u zou kunnen aanspreken. U blijft een kind, afhankelijk van en gezorgd voor door uw hemelse vader. U hoeft nooit zelfvertrouwen aan te leren, en in uzelf naar kracht en wijsheid te zoeken. En u heeft geen bron van kennis nodig buiten de externe autoriteit. Zoals de psalm zegt, “vertrouwt en gehoorzaamt” u eenvoudig, net zoals een kind naar de ouder hoort te luisteren over bedtijd en niet meer buitenspelen. Kerken exploiteren dit geloof en breiden hun eigen macht uit door gebruik van het vers “Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.” (Hebreeën 13:17)


HERSENSPOELING

   “Zo hardnekkig horen we ons vast te klampen aan de door het evangelie geopenbaarde wereld, dat als ik alle engelen uit de hemel zou zien neerdalen om me iets anders te vertellen, dan ik niet alleen niet verleid worden aan een enkele lettergreep te twijfelen, maar zou ik mijn ogen sluiten en mijn oren dichtstoppen, want ze zouden het niet verdienen gehoord of gezien te worden.” – Maarten Luther (Hoffer 1951)


   Ware gelovigen, zoals Maarten Luther, moeten hun gedachten streng beheersen. De Kerk helpt ze daarbij met zowel steun voor conformiteit als met bedreiging. Een aantal technieken van gedachtenbeheersing worden toegepast: Gelovigen worden geīndoctrineerd met geloven over ieder onderwerp, hen wordt geleerd in zwart/wit en goed/slecht termen te denken, informatie wordt gefilterd, woorden gecontroleerd, de waarheid in pacht gehouden, en het systeem beweert antwoorden op ieder probleem te hebben.


BEPERKTE INFORMATIE

   Fundamentalistische kerken, scholen en gezinnen verschaffen geen informatie over andere geloofsssystemen, en ontmoedigen de leden in het algemeen om verder te lezen. In zeer conservatieve groepen staat men afwijzend ten opzichte van voortgezet onderwijs. Van christelijke groeperingen is bekend dat ze boeken in de ban doen en bezwaar maken tegen bepaalde lesonderwerpen, zoals onderwijs over evolutie. Er bestaat kennelijk angst dat teveel informatie van buitenaf een bedreiging voor het geloof betekent, dus dat dit gecontroleerd dient te worden. Kinderen groeien op in de mening dat wat zij geleerd hebben, alles is wat geleerd kan worden. Als men de informatie die mensen ontvangen beperkt, beperkt men ook hun vermogen tot denken.


HET STOPPEN MET DENKEN

   Een groot deel van de strijd van de christen tegen zonde wordt gezien als mentaal. Het zich verbeelden van slechte daden is zondig. Langs wegen denken die tegenstrijdig zijn aan orthodox doctrine is zelfs gevaarlijk zondig. Daarom worden gelovigen technieken aangeleerd om te veel onafhankelijk denken te voorkomen. De open geest wordt als kwetsbaar voor Satans invloeden beschouwd. De gelovigen wordt voorgehouden te “bidden zonder ophouden”, dat wil zeggen, hun geest te vullen met acceptabele gedachten, zodat er geen plaats is voor andere. Een andere leerstelling is te zeggen “Gaat achter mij, Satan!” wanneer u in de verleiding komt. Twijfels over het christelijke evangelie worden gezien als verleidingen door Satan. Schijnbaar geldige kritiek op het christendom zijn gewoon Satans leugens. Sandy was lid van een van mijn steungroepen voor het herstellen van religie. Als pientere, onderzoekende college-student leerde hij zijn groeiende vaardigheid benutten om kwesties te analyseren. Hij ging naar zijn voorganger met vragen over het christendom. De pastor stelde Sandy gerust en brak de discussie af. Sandy ging nogmaals naar hem toe en wilde zijn ernstige twijfels bespreken. Hij was in verwarring, bezorgd over wat er van het geloof uit zijn kindertijd terecht moest komen. De pastor luisterde kort en zei tenslotte, “Weet je, Sandy, het is tijd dat we dit bij zijn naam noemen – zonde.” Sandy ging nooit meer terug, en weigerde een religie te accepteren die van denken een zonde maakte.


VERVORMING VAN TAAL

   In fundamentalistische kringen en in de Bijbel worden veel woorden op unieke wijze gebruikt, met een onmiskenbare betekenis. Het leren gebruiken van deze woorden maakt deel uit van het lid zijn van deze cultuur. De taalveranderingen mogen in het begin subtiel en onschuldig lijken, maar te zijner tijd en door herhaling, worden de gedachten van gelovigen beheerst door precies deze woorden die worden gebruikt om de werkelijkheid te beschrijven, en de specifieke betekenis die het systeem daaraan toekent. Deze manipulatie van gedachten is krachtig en haast onzichtbaar. (Bedenk eens hoe moeilijk het is iets dat geen naam heeft aan een ander te beschrijven – een gevoel, een sensatie, of een bijzondere tint van een kleur. Onze herinneringen en gedachten, net als communicatie, hangen af van het goede woord te kennen.)

   Specifieke woorden worden toegeëigend en misbruikt, met als effect het veranderen en vormgeven van primaire aannames. Edmund Cohen, in zijn boek ‘De Mind of the Bible-Believer’ (1988), noemt het “moord,” het doden van woorden. Hij zegt dat in het christendom bepaalde kernwoorden die ook belangrijk zijn in de menselijke beleving in het algemeen, opnieuw gedefinieerd worden en zo overbelast worden met zwaarwichtige, geforceerde en een niet overeenstemmende betekenis dat ze “geheel buiten dienst worden gesteld als voertuig voor intelligente gedachten en communicatie.” Hij onderzoekt de vervormingen van de woorden leven, dood, waarheid, wijsheid, oprechtheid, gerechtigheid, vrijheid, onderworpenheid, liefde, haat, wil, genade, getuige en woord.

   Cohen wijst er bijvoorbeeld op dat ‘wijsheid’ zodanig gebruikt wordt dat het alle bronnen uitsluit behalve goddelijke geboden. Menselijke wijsheid wordt afgedaan als “dwaasheid” en gelijkgesteld aan verdorvenheid:


   “De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.’ Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging.” (1 Korintiërs 1:18-21)


   De definitie van ‘wijsheid’ in dit systeem is een eenvoudige tautologie: Aangezien wijsheid het domein van God is, is alles wat God doet “juist”, “wijs” en “rechtvaardig”, zelfs als het voor mensen verkeerd lijkt. Zoals Cohen zegt, wordt God gedefinieerd in termen van deze woorden, en zijn die allen opnieuw gedefinieerd in termen van hem. Alle wijsheid uit andere bronnen wordt nietig en van generlei waarde verklaard. Mensen die hebben bijgedragen aan kunst, wetenschappen en politiek worden op absurde wijze “dwaas” en “verdorven” genoemd omdat zij iets anders brachten dan het evangelie. Insgelijks slaat ‘waarheid’ in de Bijbel niet op feiten of eerlijkheid, maar op correct bijbels doctrine. En een leugen is elke afwijking van zulk doctrine: “Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de Christus is?” (1 Joh.2:22) Het gebruik van het woord ‘waarheid’ om acceptabele doctrine te betekenen maakt de doctrine aantrekkelijker voor de potentiële bekeerling, terwijl ‘leugen’ dient om gelovigen te vervreemden van de hen omringende wereld.

   ‘Vrijheid’ in de Bijbel betekent ook iets anders dan onze gebruikelijke notie van het in staat zijn om keuzes te maken. Het komt beter overeen met ‘vrij’ van luizen te zijn. In het volgende vers wordt duidelijk dat de gelovige niet in de buurt van een vrije wil komt. ‘Vrijheid’ betekent eenvoudig “beschikbaar voor onderwerping aan God”, in plaats van aan zonde. 


“Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid.”


   Met deze nieuwe definities wordt het interessant om naar die oude favoriet te kijken, "Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal U vrijmaken.” (Joh. 8:32)

   Nog een veelzeggend voorbeeld van deze manipulatie van taal is het gebruik van ‘liefde’, dat vertaald wordt als ‘gehoorzaamheid’:


   “Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.” (Joh. 14:15,21)


   Cohen benadrukt dat net zoals waarheid is losgescheurd van het domein van feiten, liefde verwijderd is uit het domein van menselijke genegenheid. Menselijke liefde wordt omlaag gehaald als zwak en grillig, terwijl agape – onzelfzuchtige, altruïstische liefde die van God komt – als ideaal gesteld wordt. Dit kan grote indruk maken op bekeerlingen die teleurgesteld waren in hun menselijke relaties. Toch heeft het weinig te maken met met wat wij gewoonlijk verstaan onder liefde: genegenheid, gedachten en gevoelens delen, zorgen, accepteren, vergeven, empathie, aanraken, luisteren, geven, respecteren, helpen, waarderen, steunen, enzovoort. Het wordt een mentale activiteit voor het volgen van een voorschrift. Een christen “houdt” van een zondaar omdat God van een zondaar “houdt”, en men dat voorbeeld dient te volgen. Voor de gelovige betekent liefde eenvoudig de bereidheid de zondaar te dulden, om zo te voldoen aan de opdracht om het evangelie te verspreiden. Zodoende kan de fundamentalist zeggen, zonder de inconsistentie hiervan te doorzien, “Ik heb de zondaar lief, maar niet de zonde.” Voor de oningewijde lijkt dit een vreemde vorm van liefde, die probeert de persoon te scheiden van zijn daden, en dan die daden veroordeelt met ongekende felheid. In dit type liefde bestaat geen verlangen te kennen of gekend te zijn, iets dat in onze beleving geldt als grondvoorwaarde voor liefde. Normalerwijze houdt de ontwikkeling van intimiteit in menselijke relaties in, dat men zichzelf in toenemende mate blootgeeft en wederzijdse acceptatie bereikt, gebaseerd op gelijkwaardigheid. In tegenstelling  daarmee is de christen die het evangelie preekt op geen enkele wijze kwetsbaar, terwijl hij naarstig naar de zwakke plekken zoekt in de potentiële bekeerling.

   Het herdefiniëren van woorden is ook een manier om emoties te controleren. Hassan (1988) geeft een voorbeeld hiervan in de manier waarop ‘geluk’ wordt gebruikt:


   "Teneinde iemand onder controle te houden middels zijn of haar emoties, moeten gevoelens vaak geherdefinieerd worden. Geluk bijvoorbeeld, is een gevoel dat iedereen wenst. Echter, als geluk gedefinieerd wordt als dichter bij God zijn, en God ongelukkig is (zoals Hij blijkbaar in vele religies is), dan is de manier om gelukkig te zijn om ongelukkig te zijn. Geluk daarom, bestaat uit lijden zodat u dichter naar God toe kunt groeien."


   In de fundamentalistische context betekent geluk meestal een soort tevredenheid of acceptatie. Emotionaliteit wordt onderdrukt. Omdat het niet acceptabel is persoonlijk plezier in zijn oervorm na te streven, zijn gevoelens van pure uitgelatenheid verdacht. Vooral een diep opgaan in zintuigelijke beleving is onaanvaardbaar. Het ware geluk bestaat eenvoudig uit het dicht bij God zijn, en de beste emotie die van u verwacht wordt is sereniteit.

   Een ander aspect van taalcontrole is gerelateerd aan het concept van mystieke manipulatie. Bepaalde woorden worden tot een speciale status verheven en nemen een bijgelovige kwaliteit aan. Alle referenties naar ‘God’ of ‘Jezus’ worden in de categorie “Gods naam ijdellijk gebruiken” geplaatst, wanneer ze gebruikt worden op manieren die niet zijn toegestaan. In conservatieve kringen gaat dit verder dan het gebruik van God of Jezus als uitroep, of verbasteringen daarvan als “Goh” of “Jeetje”. Woorden als verdomme zijn verboden vanwege hun religieuze betekenis, samen met de gebruikelijke “ruwe taal” die in een beleefde gemeenschap veroordeeld wordt. Het verschil binnen de fundamentalistische context is de vreemde mate waarin woorden als echt beschouwd worden. Christenen worden paranoïde over het enkele uiten van een woord, en maken zich zorgen over de gevolgen van blasfemie, waarop een bedreiging van eeuwige verdoemenis staat. 

   Bijgelovige kracht toekennen aan woorden werkt goed om mensen onbewust door angst te beheersen. Een fobie over woorden kan zich voortzetten tot zelfs nadat een gelovige de kudde de rug toekeert, en verleent een resterende kracht aan het vroegere geloofssysteem. Op een avond in mijn religieus herstel groep, hadden we een humoristische uurtje door om de beurt “shit” te zeggen. Voor één vrouw was dit zeer moeilijk, maar uiteindelijk lachte ze van opluchting.


EEN GESLOTEN SYSTEEM VAN LOGICA

   “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;”  (2 Timoteüs 3:16)


   Fundamentalistisch christendom berust op cirkelredenaties en ingestudeerde antwoorden. Het geloofssysteem is op briljant geconstrueerd om in zijn eigen support te voorzien – als u niet te veel aandacht aan zijn logica besteed. Het is een gesloten systeem, zich tevreden stellend met zijn eigen interne bewijs van waarheid. Het is in zoverre gesloten dat iedere informatie of argumentatie van buitenaf a priory wordt verworpen omdat het, zoals hierboven besproken, een “leugen” is, en geen deel van de “waarheid.”

    Alle vragen worden binnen het geloofssysteem zelf beantwoord, meestal door cirkelredenaties, bijvoorbeeld:


   “Wij komen uit God voort. Wie God kent luistert naar ons. Wie niet uit God voortkomt luistert niet naar ons. Hieraan kunnen we de geest van de waarheid en de geest van de dwaling herkennen.” (1 Joh. 4:6)


   De tautologie in deze passage is absurd als u er over nadenkt, maar misleidend en krachtig voor de persoon die naar zaligmaking verlangt. In essentie zegt het “Wij hebben gelijk en de wereld vergist zich omdat wij het zeggen, en het bewijs dat dit van God komt ligt er in dat iemand naar ons luistert, terwijl het bewijs van vergissen ligt in het luisteren naar hen.”

   Er bestaat geen vraag waarop niet een soort antwoord bestaat, en deze antwoorden kunnen niet worden ontkracht, door het gebruik van de interne terminologie en aannames van het systeem, waardoor ze overtuigend lijken voor de persoon die erg graag wil geloven. Dit schijnbare weerstaan van alle kritiek is een meesterlijke manipulatie. De nieuwe bekeerling is vaak enorm onder de indruk van de geharde gelovige die moeiteloos al de ingeblikte reacties kan herhalen, waarvan de meesten “antwoorden” eenvoudig de geldigheid van de vraag ontkennen, of de volmaaktheid van God en de zondigheid van de mensheid oproepen, zoals een paar voorbeelden aantonen: 

V:   Ik heb Jezus aanvaard als mijn redder, maar ik voel me helemaal niet anders.

A:   Gered zijn gaat niet over gevoelens; het gaat over gehoorzamen aan Gods Woord.

V:   Hoe kan het juist zijn dat miljoenen mensen die nog nooit van Jezus hebben gehoord naar de hel gaan?

A:   God is rechtvaardig en we moeten op hem vertrouwen de juiste beslissingen te nemen. Alleen omdat je niet in de hel gelooft, betekent nog niet dat die niet bestaat.

V:   Maar als jij nu eens degene bent die zich vergist? We kunnen het toch niet echt zeker weten?

A:   Ik zal in beide gevallen OK zijn, terwijl jij een groot risico neemt. Als je Jezus aanvaardt, heb je niets te verliezen.

V:   Ik zie veel christenen die niet beter zijn dan wie dan ook.

A:   Christenen zijn niet perfect, maar alleen is het hun vergeven. Je moet niet naar andere mensen kijken voor voorbeelden. Jezus is je enige rolmodel.

V:   En die andere religies dan, die ook beweren God te kennen?

A:   De mens zoekt van nature naar een relatie met God, en vele valse religies zijn opgestaan. Het bewijst alleen maar dat de mens God nodig heeft, niet dat ze gelijk hebben.

 Nog een aspect van dit gesloten systeem is manier waarop uw persoonlijke ervaringen kunnen worden verklaard. Als iets goeds gebeurt, zegent God u. Als iets slechts gebeurt, leert God u iets. Wat er ook gebeurt, u kunt God of de religie niet de schuld geven. In 1 Korintiërs 10:13 wordt u verteld dat niets te moeilijk is voor u. De God die Job martelde was OK omdat: “Want Hij doet smart aan én Hij verbindt; Hij verwondt én Zijn handen genezen.” (Job 5:17,18) Dus als u een probleem heeft, bent u het die zich vergist en moet u de rangschikking van uw percepties herzien. Dit is een meesterlijke manipulatie, voldoende om u zich gek te laten voelen als u uw geest niet inpast.



Oefening 4.1: Manipulaties overzicht

  Om een “Manipulaties overzicht” te creëren, begint u met de navolgende checklist te doorlopen, om te bepalen welke soorten manipulaties het meest effectief voor u waren. U kunt bijvoorbeeld een sterk schuldgevoel over de dood van Christus hebben gevoeld, maar relatief weinig manipulaties in de vorm van een veranderde staat van bewustzijn hebben ondervonden.

Checklist Manipulaties

 Aanwijzingen: Omcirkel het cijfer dat het best uw aangeeft hoe krachtig deze manipulatie u aantastte. Merk bijvoorbeeld de 1 als deze kwestie u maar weinig hinderde, 3 als dit u enigszins hinderde, en 5 als dit werkelijk sterk storend was. Merk de 2 of 4 als het effect daar ergens tussen lag.


Manipulatie                                                             Effectiviteit

Bedreiging met eeuwige verdoemenis:                         1 - 2 - 3 - 4 - 5

De vrees voor alleen staan en kwetsbaar zijn:              1 - 2 - 3 - 4 - 5

Angst voor de schande van “tekortschieten”:                1 - 2 - 3 - 4 - 5

Schuldgevoelens over de dood van Christus:                1 - 2 - 3 - 4 - 5 

Het gevoel verantwoordelijk voor anderen te zijn:        1 - 2 - 3 - 4 - 5

Schuldig voelen over zonde en de verwachting 
van perfectie:                                                               1 - 2 - 3 - 4 - 5

Ervaringen met veranderde staat van bewustzijn:         1 - 2 - 3 - 4 - 5

De interpretatie van eigen spirituele ervaringen:           1 - 2 - 3 - 4 - 5

Symbolen, rituelen en ceremoniën:                               1 - 2 - 3 - 4 - 5             

Wantrouwen van eigen waarnemingen en 
ervaringen:                                                                   1 - 2 - 3 - 4 - 5                        

De buitenwereld in diskrediet brengen:                         1 - 2 - 3 - 4 - 5

Groepsdruk:                                                                  1 - 2 - 3 - 4 - 5

De autoriteit van kerk en Bijbel:                                    1 - 2 - 3 - 4 - 5

De beperking van informatie:                                        1 - 2 - 3 - 4 - 5

Technieken voor het stoppen van nadenken:                 1 - 2 - 3 - 4 - 5

Het vervormen van taal:                                                1 - 2 - 3 - 4 - 5

De interne logica en voor de hand liggende 
antwoorden:                                                                  1 - 2 - 3 - 4 - 5


Schrijf oefening: Schrijf nu over de hersenspoeling manipulaties die u als gelovige ondervond. Beschrijf die ervan die voor u het meest krachtig werkten. Aan welke kon u weerstand bieden?

 Hoe denkt u dat deze manipulaties tegemoet kwamen aan de persoonlijke behoeften die u voelde in uw geloof?

 Welke manipulaties zijn voor u nog steeds moeilijk om mee om te gaan?

 Verbeeldt u nu dat u terug gaat in de tijd om met uw jongere zelf samen te zijn, en aan hem of haar uit te leggen hoe u alles weet over religieuze manipulaties. Stel u uw jongere zelf voor als een persoon die het beste doet wat hij of zij kan. Vanuit uw huidige voordeel positie als ouder en wijzer persoon, verklaar de inzichten die u nu heeft en stel uw jongere zelf gerust over wat hij of zij nu doorstaat. Schrijf op wat u zou zeggen:

 Verbeeldt u nu dat u op gelijksoortige wijze met uw innerlijke kind spreekt, met medeleven en begrip. Leg uit waar u denkt dat hij of zij nog steeds mee worstelt als overblijfsels van deze manipulaties. (U kunt uitleggen dat begrip van deze zaken het effect ervan kan verzachten, en dat het niet zijn of haar fout is dat er nog steeds restanten zijn).

_____


Bron http://www.marlenewinell.net/node/16


•   Hoofdstuk 1

•   Hoofdstuk 2

•   Hoofdstuk 3

•   Hoofdstuk 5

  Hoofdstuk 6

•   Hoofdstuk 7


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort