visitors on myspace
GOD BESTAAT NIET - 5 | POSITIEF ATHEÏSME <>

GOD BESTAAT NIET - 5


RVU EDUCATIEVE OMROEP

Een serie interviews  met zes vooraanstaande Nederlandse wetenschappers, 

door Paul Jan van de Wint

image7313




Aflevering 5, een interview met astrofysicus Vincent Icke

uitgezonden op 5 juli, 2005


- Kunt u ons uitleggen hoe het heelal is ontstaan, hoe het in elkaar zit allemaal?

   Hoe het deels werkt, daar weten we in de sterrenkunde heel erg veel van. We weten hoe de zon is ontstaan, we weten dat over vijf miljard jaar de zon weer zal ontploffen, we weten hoe planeten ontstaan, dat soort dingen zijn we vrij behoorlijk achter.

 - Kunt u daar een soort beeld van schetsen, van wat we ons daarbij voor moeten stellen?

   Ja, het belangrijkste wat we ontdekt hebben over het heelal is dat het bestaat, gebouwd is uit deeltjes, ruimte en tijd. En die deeltjes dat leer je min of meer op school, scheikunde en dergelijke, en je hoort wel eens iets over quarks. Het heelal is onder andere ook gebouwd uit ruimte en tijd. Ruimte en tijd zijn ook bouwmateriaal. En die drie dingen samen, dus de deeltjes, de ruimte en de tijd, die zorgen er gezamenlijk voor dat het heelal doet wat het doet.

 - En, als je het over bouwstenen hebt, dan hechten gelovigen daar al gauw een schepper aan vast.

   Ja, die zijn wij nog niet op het spoor gekomen, nog niet tegengekomen.

 - Nee, nee ...

   Nee, er is geen enkele reden om aan te nemen dat daar een kracht of macht achter zit die de zaken bestuurt. Integendeel, een van de opmerkelijke dingen van het heelal is dat het gewoon vanzelf werkt. Het gebeurt allemaal zonder dat er iemand of iets aan te pas hoeft te komen.

- En hoe komt dat, dat het vanzelf werkt?

   Het is wat het is. Als je er al een godsbegrip over zou willen hebben dan meer een Spinozaïsch godsbegrip.
God is wat is. Nou, dat kun je veronderstellen, dat is dan een definitie, en daar bemoei ik me dan verder niet mee. Er is geen enkele aanwijzing dat er in het heelal wordt ingegrepen of hoeft te worden ingegrepen of dergelijke, dat er iemand aan de knoppen zit, om het zo maar eens te zeggen, daar is nul aanwijzing voor.

- En hoe zit het met toeval of deterministisch, uh ....

   Ja, dat zijn leuke dingen. Niet alleen bestaat het heelal uit deeltjes, ruimte en tijd, maar ook uit buitensporig veel deeltjes, ruimte en tijd. En door het gigantisch, onbeschrijflijk grote aantal combinaties dat daarin mogelijk is, lijkt het of het toeval bestaat. Als je een glas op de grond laat vallen, dan breekt het in zoveel verschillende stukken, dat is niet deterministisch, in die zin.

 - Dus je kan al die al die elementen die meedoen, kan je onmogelijk weten en in die zin ...

   Niet alleen kun je dat onmogelijk weten, maar de natuur zelf weet het ook niet. Er is een zekere onbepaaldheid in de natuur, dat komt door het gedrag van die kleine deeltjes, het zogenaamde kwantumgedrag, en dat zorgt ervoor dat bepaalde dingen niet altijd noodzakelerwijze op dezelfde manier gebeuren. Men denkt vaak in termen van oorzaak en gevolg: je zegt er is een gevolg, dus is er een oorzaak. Nou, dat dus is zo wie zo al onjuist, maar dezelfde oorzaak heeft niet altijd dezelfde gevolgen in onze natuur. En zo zit het heelal nu eenmaal in elkaar.

 - In die zin is er dus nog ruimte voor het geloof.

   Ja, grappig genoeg wel. Ik kan mij voorstellen dat het juist die onzekerheid is die mensen tot een geloof drijft. Want je merkt in de dagelijkse praktijk heel erg goed, en dat weet ieder mens, dat oorzaak en gevolg hele hachelijke dingen zijn. En dat determinisme en bepaaldheid en zo, dat dat misschien voor filosofen interessant is, maar gewoon in het dagelijkse leven niet. Het leven is verschrikkelijk onzeker. Moet u ook zich voorstellen, dat in de tijd dat wij als biologische soort ontstaan zijn, was het leven nog veel onzekerder dan nu. Je kon maar zo opgegeten worden door de leeuwen of door de tijgers, het kon maar zo dat een andere groep Neanderthalers je de hersens kwam inslaan en dergelijke. Het was altijd honger en ellende, de strijd om het bestaan was veel harder dan voor ons nu. En daaruit kan ik mij goed voorstellen dat er nu nog een enorm veel sterkere impuls is om een geloof aan te nemen, om je in te dekken tegen die onzekerheden. 
Waarom mensen hun eigen geloof op een ander willen overdragen, kan ik me enigszins voorstellen, van joh, ik vind boerenkool zo lekker, probeer eens een prakje, kan ik me iets bij voorstellen. Maar dat ze dan die boerenkool aan een ander willen gaan opleggen, van: jij mag dus absoluut geen pindakaas meer eten, want het is boerenkool, en anders kom je op de brandstapel, daar snap ik helemaal niets van. Het is voor mij volstrekt onduidelijk. Behalve dan een ding, maar dat is dan een beetje een boosaardig vermoeden, dat mensen in hun hoofdje wel weten dat het niet klopt wat ze zeggen. En dat ze daarom er een ander van moeten overtuigen, omdat het hun basis groter maakt.

 - Ja, want je zou toch zeggen, als het een zekerheid is, en je gelooft ergens in, wat kan het je schelen wat een ander denkt.

   Precies, precies! Daar ben ik het dan mee eens. Als je echt denkt dat het waar is. Ik ga ook niet met iemand vechten over de lading van het elektron.
Waarom zou ik dat doen, het is een deeltje, het heeft een lading, het staat gewoon te lezen, je kunt het opmeten.

- Maar dan kom je op het verschil tussen een wetenschappelijke methode en het geloof uit. Ik bedoel, wat is dat verschil precies?

   Het verschil zit hem er in dat een wetenschappelijke aanpak altijd leidt tot het verwerpen van dat wat niet klopt. Het is dus een doorgaand proces. Je neemt iets waar, je denkt van: Wat is het bijzondere van die waarneming? Dat probeer je te verklaren met een theorie, met behulp van die theorie doe je een voorspelling, en dan ga je kijken of het klopt. Dat is een kritische cyclus en die rolt alsmaar door. Vandaar dus dat wetenschap cumulatief is. Er is echt vooruitgang in de wetenschap. Wij weten nu meer dan vroeger. En overmorgen zullen we weer meer weten. Maar dat heb je in het geloof niet. Je hebt altijd het geval over eeuwige waarden en zo, die heb je niet in de wetenschap. Als wij morgen iets ontdekken van goh, we dachten gisteren dat het zus en zo was, maar dat blijkt dat het moet worden bijgesteld, dat is ons vak.

 - Dus dat het moet bijgesteld worden, dat kritische, die cyclus is nodig om het te ontwikkelen.

   Ja, om het te ontwikkelen, exact, en dat is speciaal in mijn vak zo, ik ben theoreticus, ik doe theoretische sterrenkunde, en daarin is falen de norm. Het gaat bijna altijd mis, je verklaringen. Een enkele keer werkt het. Daar moet je maar tegen kunnen. En dus die zekerheden en die eeuwige waarheden en zo, die staan volledig haaks op de wetenschap.

- Dus de aannames van het geloof, uh ...

   Ja, het zijn gewoon aannames.

 - En je moet erin geloven. Nou ja, daarom is het voor een brede laag van de bevolking toegankelijk misschien.

   Ik weet het niet. Dat je erin moet geloven, vind ik beangstigend. Dat je er in kunt geloven, dat kan ik mij voorstellen, we zijn een apensoort die gewend is aan autoriteit. Dat je dus gaat bidden naar een autoriteit, met ons is dat eigenlijk ook een beetje overgebleven.

- Is het redelijk om aan te nemen dat er nog meer leven is in het heelal?

   Ja, de regels die bij ons gelden, de regels van die kleine deeltjes en van ruimte en van tijd, die gelden door het hele heelal. Dat hebben we kunnen meten, en dat is fantastisch. En dat is eigenlijk de geschiedenis ook van de sterrenkunde. Er is niet één planeet, de aarde, er zijn vele planeten in ons zonnestelsel. Er zijn dus een stuk of tien kleine, en er zijn honderden, duizenden nog weer kleinere. Er is niet één zon, er zijn een paar honderd miljard zonnen in ons melkwegstelsel. En zo kunnen we doorgaan. Er zijn honderden miljarden melkwegstelsels, waarin ieder weer honderden miljarden zonnen. En overal heb je die planeten en dezelfde deeltjesstructuur en dezelfde moleculaire regels, enzovoort, enzovoort. Het zou een onbegrijpelijk toeval zijn, als alleen op onze aarde leven zou zijn ontstaan. En dat er elders leven is, daar zijn de meeste sterrenkundigen het wel over eens. Maar we moeten het nog wel ontdekken, natuurlijk.

- Zou het dan logisch zijn dat het leven wat ergens anders is, en wat intelligent is dan ook in dezelfde god gelooft?

   Dezelfde god, dat weet ik niet zo zeer, maar dat een intelligent leven elders, of althans een zich ontwikkelend intelligent leven elders, tijdelijk even door een fase heengaat waarin er een god bestaat, dat kan ik mij voorstellen. Stel je voor, dat er is ergens een andere levenssoort op een planeet in ons melkwegstelsel, die ook heel hiërarchisch werkt en biologisch gezien is dat begrijpelijk, het zijn dezelfde Darwiniaanse regels, dus er zullen daar ook hiërarchieën zijn, af en toe. Dus als er een top, en dan wil ik niet zeggen topaap is, maar zeg maar een of andere top alien is, zeg maar, die aan de top van de piramide staat, en die groep aliens die ontwikkelt zich in intelligentere richting, dan zal er misschien ook een tussenfase zijn waarin ze tijdelijk geloven dat er zoiets is als een topwezen, dan niet een van hun, maar iets anders, iets hogers.

- Maar wat zou het met gelovigen doen als we ooit ander leven ontdekken?

   Ik denk dat er hetzelfde zou gebeuren als met andere wetenschappelijke vondsten, een grote fase van ontkenning, en dan weer een fase van splitsing. Er is altijd door gelovigen, systematische gelovigen, gezegd: dat kan niet, dat kan niet, dat kan niet, dat kan niet. Nee, de aarde kon niet bolvormig zijn, de aarde is een bol. Nee, de aarde kon niet bewegen. De aarde draait om de zon. Nee, de aarde moest de enige planeet zijn. Er zijn er nog zes in ons zonnestelsel, waaronder hele grote. Nee, ons zonnestelsel was het enige. We hebben er nu al een paar honderd ontdekt. Nee, die zonnestelsels, enzovoort, enzovoort. Dus dat vind ik een van de opmerkelijke dingen, dat die splitsing voor veel mensen mogelijk is, ze geloven in allerlei stralen en zielen en geesten en dergelijke, maar als ze een mobieltje uit hun zak halen, zijn wij voor ze aan het werk. Want dat mobieltje dat is gewoon gestolde wetenschap. En als je mobieltje niet meer werkt, dan laadt je de batterijen op, dan ga je er niet voor staan bidden.

 - Maar is het niet vreemd dat er zoveel verschillende soorten geloven zijn? Moet dat voor een gelovige die toch echt in de absolute waarheid van zijn eigen geloof gelooft, niet vreemd zijn dat er zoveel andere geloven zijn?

   Dat vind ik inderdaad vreemd, en ik kan het persoonlijk alleen maar begrijpen dat vanuit die biologische theorie van godsvorming, dat een geloof behoort bij een extended family, bij een grotere familie van een paar honderd mensen. En dat is ook binnen het nominaal zelfde geloof zo. Kijk maar wat er in Nederland gebeurd is toen de protestantse kerken moesten gaan samenwerken en samen gevoegd werden tot een protestantse kerk. Nou ja, het huis was te klein. En dat komt omdat die geloven zich beperken tot je apenstamverband. Daar buiten ...

- Dat is plaatselijk, dus.

   Plaatselijk. Maar ook ons kent ons. Juiste spraakgebruiken, juiste gewoontes en dergelijke, en ik denk dus dat het de aard van het geloof is dat er zo velen zijn. Het zou heel opmerkelijk zijn als er van het geloof maar een was, want dan zit er echt iets in. Ik heb het zelf wel eens als volgt geformuleerd: de waarheid is wat wij gemeen hebben. Als ik hier een watermolecuul heb, dan is dat watermolecuul identiek aan een watermolecuul in de Andromeda nevel, op twee miljoen lichtjaren afstand. Die twee dingen hebben wij gemeen, dus is het de waarheid. Een watermolecuul is een watermolecuul met een bepaalde structuur. Een elektron, een waterstofatoom, allemaal van hetzelfde laken een pak. Daar hoeven wij dus ook geen oorlog over te voeren. Als het zo zou zijn, dat alle mensen op aarde exact, maar dan ook exact hetzelfde geloof hadden, dan zat er wat in.

 - Zijn er ook gevaarlijke geloven en ongevaarlijke geloven, bijvoorbeeld?

   Jawel, dat kun je in de praktijk ook wel zien. Sommige geloven die hebben het zwaard in hun vlag staan, en andere geloven, astrologie bijvoorbeeld, er is nog nooit een astroloog geweest die een ander om zijn astrologie op de brandstapel heeft gezet. En talloze verschillende vormen van onschuldig geloof, gelukkig maar.

 - Aan astrologie wordt ook een soort wetenschappelijkheid vaak gekoppeld, dat heeft dan met hemellichamen te maken en zo. Waar slaat dat eigenlijk op?

   Nou, dan lijkt het heel wat, hé? Eén van de opmerkelijke dingen voor mij als wetenschapper is, dat diverse soorten geloof, die lenen van ons termen waarvan ze weten dat ze dus veel kracht bevatten, energie en zo, hé, heelal en oerknal en zwarte gaten, en dus ook die planeten en dergelijke. Dat lijkt allemaal heel systematisch en het lijkt heel koosjer en zo, en dat is het natuurlijk niet. Mijn vermoeden voor die berekeningen en zo van de astrologie is, dat de mensen ook ergens in hun hart wel weten dat het niet deugt, en zichzelf een beetje proberen in te dekken door hun formalisme. Het in een of andere vorm zo ingewikkeld maken. En andere vormen van geloof hebben dat ook. Dat je door bepaalde riten heen moet gaan en dat je dingen in precies de juiste volgorde moet doen, bepaald voedsel moet eten en ander voedsel niet enzovoorts. En dat precieze voorschrift, dat geeft een schijnzekerheid voor de mensen die denken, nou, misschien is het toch wel niet echt helemaal zo waar.

- Is er wel plaats voor een hemel, überhaupt, in de sterrenkunde, in de astrologie.

   Maar natuurlijk, we weten toch waar de hemel zit, de hemel zit tussen je oren. De hemel zit in een dingetje ter hoogte van je pijnappelklier, een klein dingetje dat allemaal hormonen afscheidt en zo. Maar volgens mij is dat de zetel van de hemel.

 - Dus daar zit de hemel?

   Daar zit de hemel, ja. Natuurlijk, je moet het toch voor jezelf maken? En datgene wat voor iemand persoonlijk hemels is, bepaalde soort muziek, bepaalde soort persoon, bepaalde soorten weet ik veel wat iemand niet hemels vindt, dat zit hier (wijst op hersens) en dat draag je met je mee. En dat mag je ook wel koesteren, vind ik.

- En het heelal zelf, dat is dan voor gelovigen omgeven met allerlei mysteries, en op het moment dat je daar helderheid in wil scheppen verliest het zijn aantrekkingskracht of zo, voor veel mensen.

   Ja, dat begrijp ik ook niet. Hetzelfde als je een kind vraagt iets voor sinterklaas, en dan krijgt hij het en dan dondert die het in een hoek. Dat begrijp ik niet, echt niet. Je wilt weten hoe het in elkaar zit, en je ziet het mechanisme, en dan is het altijd nog mooier dan je had gedacht. Het werkt altijd nog net iets prachtiger, dus altijd nog net iets verwonderlijker, en dat is een beeldschone eigenschap van ons heelal. En we zijn ook maar beperkt. We zijn een intelligente aap en er is geen enkele reden voor om aan te nemen dat we ooit het hele heelal zouden begrijpen. Dat we zover gekomen zijn, dat wij weten hoe watermoleculen werken, dat wij weten hoe het DNA in ons lichaam zich gedraagt, dat is fantastisch, dat is prachtig! Moet je ook gewoon aan mensen laten zien, kunnen ze misschien weer iets van leren.

 - Waarom moet er toch weer iets aan gekoppeld worden?

   Ja, waarom er iets aan gekoppeld moet worden, dat begrijp ik niet precies. Met een ziel begrijp ik het al niet.

 - Want het is toch mooi dat het werkt zoals het werkt?

   Ja, zelfs als er een god zou bestaan, als er een schepper zou bestaan, dan denk ik dat een beroepsgod is de Spinozaïsch god, die het gewoon maakt zoals het is. En een amateur-god moet er dan ook nog een ziel instoppen. Een beetje extra, een batterijtje of zo,

- Een elektromotortje.

 Een elektromotortje die zorgt dat, of een heel klein kereltje in je hersenpan die zorgt dat het werkt. Ja, voor mij is het zo dat een heelal wat bedoeld en geschapen en in elkaar gezet is en zo, dat is net zo als een kruiswoordpuzzel, dat is geen echt raadsel, en dat boeit mij dan ook geen seconde. Maar het feit dat het heelal is zoals het is, en voor ons mensen en andere levende wezens is om te ontdekken, dat vind ik buitengewoon mooi.

- Als intelligente aap, hoe moet je dan omgaan met begrippen als eeuwigheid en oneindigheid, en begin?

   Ja. Oneindigheid is niet zo moeilijk, hoor. Je hebt hier een stukje lijn, je zet een lijn in het midden, en dan zet je een lijn in het midden in het stukje dat overblijft, en weer een lijn in het stukje dat daar overblijft, en zo krijg je een oneindige reeks, dat past op een A-4-tje.

 - Dus oneindigheid kan iedereen begrijpen, en beheersen, op deze manier.

   Met ons heelal ligt dat wat ingewikkelder. Dus om uit te leggen hoe precies het met het begin van het heelal zat, hoewel we details niet kennen en zo, dat is in anderhalve seconde niet te doen.

 - Maar daar heeft u wel een idee van.

   Ja. We weten in het wetenschappelijk onderzoek vrij redelijk hoe ons heelal er heeft uitgezien toen het ongeveer een miljardste van een miljardste seconde jong was, het heelal is nu 13,7 miljard jaar oud, en we hebben een redelijk idee wat er in de tussentijd is gebeurd. Het echte begin van het heelal, dat is op dit moment nog niet binnen het bereik van de natuurkunde.

 - Nee. En hoe moet je daarmee omgaan, met die voorstelling van wat er dan voor dat begin was. Of, wat er buiten het heelal is.

   Maar ik zei al, het heelal is gebouwd uit deeltjes, ruimte en tijd. Er is een eindige hoeveelheid tijd in ons heelal. Niemand kijkt er van op als er hier een eindige hoeveelheid bakstenen op een stapel zou staan, want een eindige stapel, dat kennen we. Er is een eindige hoeveelheid bouwmateriaal in ons heelal, en een eindige hoeveelheid tijd. Precies 13,7 miljard jaar, meer dan dat is er niet. Dus je kunt ook niet spreken over voor, want er was geen tijd, er was geen ruimte, er waren geen deeltjes. Hoe dat precies gegaan is, dat mechanisme in het allereerste begin, dat begrijpen we nog niet, en de reden daarvoor is dat we niet weten hoe de ruimte en de tijd zich op kleine schaal gedragen. Wij weten wat de deeltjes van de materie doen, een waterstofatoom, nog een waterstofatoom, en een zuurstofatoom en hupakee, ik heb een watermolecuul. Dat begrijpen we. Wat we niet begrijpen, is wat de ruimte op kleine schaal doet. Dus als ik de ruimte zou proberen uit te pluizen, op een schaal die nog veel kleiner is dan de schaal van de kernen van atomen, dan weten we niet wat we zullen aantreffen en dat hebben we nodig, dat begrip, om te kunnen uitrekenen en te kunnen verklaren wat er in dat allereerste begin van het heelal gebeurde.

 - Laat staan dat we weten waar dat dan weer vandaan kwam, die bouwstenen.

   Nou ja, vandaan komen impliceert al dat de tijd loopt en je drukt op een knop, maar zo is dat niet.

 - Ja, precies, maar het is daar begonnen.

   Het is daar echt begonnen.

 - Hoe is het leven ontstaan?

   Weten we niet precies. Het lijkt wel waarschijnlijk dat er een planeet van het aardse type voor nodig is geweest, die dus net voldoende dicht genoeg bij een ster was om goed warm te zijn, en dus niet zo dichtbij dat het kookt, en niet zo ver er bij vandaan dat de hele boel bevriest. We weten uit metingen van moleculen tussen de sterren dat uit spontane chemische reacties tussen de sterren ontzettend veel, zeer ingewikkelde combinaties van chemische reacties ontstaan. En als je op een planeet zoals de aarde dat laat gebeuren, dan gebeurt dat veel sneller omdat er veel meer deeltjes in een liter gaan daar, bij wijze van spreken. En al die chemische reacties die hebben uiteindelijk tot een replicator geleid, iets wat zichzelf min of meer exact vermenigvuldigde. En daarbij moet je niet aan een DNA molecule denken, dat is waarschijnlijk iets heel anders geweest. De gedachten zijn op dit moment dat het een vroege versie van het RNA-molecule is geweest, dat denkt men zo ongeveer. Maar als je een replicator hebt, dan heb je ogenblikkelijk ook selectie. Want iets dat een beetje beter zich vermenigvuldigt dan een ander, heeft al een streepje voor. Dus die Darwiniaanse selectie zit al op moleculair niveau, en daar al in, en het idee is in het algemeen dat op die manier die replicatoren zijn ontstaan. Dat het dan op den duur heeft geleid tot zeer ingewikkeld cellulair leven, daar is men het niet helemaal over eens. De gedachte is dat als een replicator zichzelf kan afzonderen van de rest door er een celmembraan omheen te maken, en dat kan vaak met vetachtige stoffen, kun je van die bolletjes maken, dat dat een hele belangrijke stap geweest is, want dan konden in afzondering die chemische reacties verder doorgaan en dat heeft dan uiteindelijk blijkbaar in 4,6 miljard jaar tijd geleid tot het ingewikkelde leven wat we nu op aarde zien.

- Dus in wezen is het leven ontstaan uit hele ingewikkelde moleculen die onder bijzondere omstandigheden zichzelf gingen reproduceren.

   Ja.

 - Daar komt het eigenlijk op neer.

   Ja. Dat is heel waarschijnlijk, ja. Dat heeft men ook kunnen nabootsen.

 - Voor ons als levend wezen is dat natuurlijk zo apart, en iets anders dan al het andere dat we waarnemen, dat we daaraan dus ook een hele bijzondere status geven.

   Ja, een mens heeft altijd de neiging gehad om zichzelf op een voetstuk te plaatsen. We denken van: wij leven, dus dat leven zal wel iets bijzonders zijn. Maar misschien is dat wel niet zo. Misschien is het wel heel erg gewoon, dat weten we niet precies. Het zou dus buitengewoon boeiend zijn om de gevolgen van leven op andere planeten waar te nemen, en dat zal ooit wel gebeuren.
Als wij nu eens honderdduizend jaar vooruit zouden kijken in de geschiedenis van de mensheid, dan denk ik dat bij geloven zoals we die nu hebben, we die ook op een soort sinterklaas basis zullen duiden. Er was ooit een tijd dat ...

 - Zoals de polytheïstische godsdiensten bijvoorbeeld.

 Ja, op de lagere school hoorde je over Donar, hé, die met zijn wagen over de wolken reed. En dat wordt nu volstrekt belachelijk gevonden, omdat wij met een straalverkeersvliegtuig door diezelfde wolken heen kunnen vliegen en nog nooit een Donar hebben aangetroffen met zijn zilveren hamer.

 - Nee, maar als we met de snelheid van het licht met een ruimteschip door de ruimte kunnen, dan zeggen we ook, nou die man met die baard zijn we nooit tegengekomen.

   En die zijn we dus ook nooit tegengekomen, dus vandaar dat dat voor de meeste wetenschappers gewoon een afgehandelde zaak is. Dus al die verschillende vormen van geloof, dat zijn allemaal neefjes en nichtjes van Donar, en er is objectief, logisch gezien helemaal geen enkele reden waarom een man met een zilveren hamer met een kar over de wolken rijdt, want wat gekker zou zijn dan iemand die door handoplegging een dode kan doen herrijzen.
Objectief gezien zijn die beiden even onjuist.

- En bizar.

   Ja, voor mij tamelijk bizar, ja.

_____



Aflevering 1

Aflevering 2

Aflevering 3

Aflevering 4

Aflevering 6


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort