visitors on myspace
DE EVOLUTIE VAN GOEDGELOVIGHEID | POSITIEF ATHEÏSME <>

DE EVOLUTIE VAN GOEDGELOVIGHEID

ROSA RUBICONDIOR

image7313






Goedgelo’vig, bn. (-er, -st), 1. Een goed vertrouwen hebben in de waarheid van hetgeen anderen zeggen, lichtgelovig: hij wist door zijn mooie praatjes van verscheidene goedgelovigen geld te krijgen; -2. (w. g.) rechtzinnig in de leer, orthodox. (van Dale)


Atheïsten wijzen er vaak op dat religieuze mensen meestal religieus zijn omdat ze als kind zo geïndoctrineerd werden, dus toen ze nog jong en goedgelovig waren. Ze wijzen daarbij op de sterke associatie tussen geografie en religie, zodat men een sterk vermoeden kan hebben van iemands religie gebaseerd op de plaats waar ze werden geboren. In sommige delen van de wereld, in de Balkan en Noord-Ierland bijvoorbeeld, geldt dit zelfs tot op het niveau van de stad of het dorp waar men geboren werd, of zelfs van de bepaalde wijk daarin.

   Dit suggereert met grote waarschijnlijkheid dat religieus ‘geloof’ niet iets is waartoe men door onafhankelijk nadenken gekomen is, of dat door grondige bestudering van bewijs werd verkregen; eerder suggereert het dat men dit geloof van zijn ouders heeft mee gekregen, en van zijn omgeving en gezaghebbende figuren in zijn naaste gemeenschap. Latere rechtvaardiging voor dat geloof in termen van aangenomen ‘bewijs’ of ‘persoonlijke ondervinding’, of op basis van ‘geloof’ alleen, is slechts een post hoc rationalisatie van een reeds aanwezig geloof.

   Als iemand bijvoorbeeld een ‘religieuze ervaring’ heeft, zal men die maar zelden toeschrijven aan iets anders dan een manifestatie van die vorm van religie waarin men werd opgevoed, of waarin de meeste mensen in zijn omgeving geloven. Het komt zelden voor dat een ‘religieuze ervaring’ leidt tot bekering tot een andere religie. Hetzelfde geldt voor herinneringen aan de zogenoemde “bijna-dood-ervaring” zoals die door het verstoorde, meestal van zuurstof verstoken brein, worden geïnterpreteerd in termen van de lokaal populaire religie.

   Waarom worden kinderen zo gemakkelijk overreed dingen te geloven gewoon omdat die hen verteld worden, zonder om bewijs te vragen? Waarom geloven kinderen in de Kerstman?

 Het antwoord is eenvoudig omdat ze goedgelovig zijn. Goedgelovigheid is bij kinderen haast een universele eigenschap. Het is uiterst zeldzaam een kind onder de tien jaar te treffen dat om solide bewijs vraagt voordat het iets gelooft dat zijn of haar ouders zeggen. Kinderen lijken geprogrammeerd te zijn om te geloven wat ouders en andere opvoeders ze vertellen.

   Dus hoe ontstond die goedgelovigheid? We weten dat die geëvolueerd moet zijn, en daarom dat kinderlijke goedgelovigheid een overlevingsvoordeel moet hebben betekend. Waarom is goedgelovigheid een voordeel voor kinderen terwijl dit voor volwassenen een duidelijk nadeel betekent, daar het ze gevoelig maakt voor  bedrog en misleiding? 

   Zoals geldt voor bijna al het andere in onze evolutie, moeten we terug naar ons verleden als betrekkelijk zwakke en kwetsbare aap op de vlakten van Oost-Afrika, die deel uitmaakte van de voedselketen van roofdieren als leeuwen, luipaarden, krokodillen, slangen en zelfs arenden. 

   Toen onze hersens verder groeiden, moesten onze kinderen zich steeds langer blijven ontwikkelen voordat ze in staat waren tot een onafhankelijk bestaan. Tegelijkertijd maakt nieuwsgierigheid deel uit van het verwerven van levenskennis en vaardigheid in opgroeiende kinderen. Mensenkinderen hebben misschien wel de langste kindertijd van alle soorten. Nieuwsgierige kinderen leren over hun leefomgeving, waar voedsel kan worden gevonden, welke bomen het makkelijkst te beklimmen zijn, waar een schuilplaats kan worden gevonden, enz., enz. Helaas zijn te nieuwsgierige kinderen vaak een makkelijke prooi voor roofdieren.

   Kinderen die gezegd werd waterplaatsen waarin krokodillen huisden te vermijden, of plaatsen waarin pythons zich verscholen, en die geloofden wat hen verteld werd, leefden lang genoeg om hun goedgelovigheid over te brengen op hun kinderen; degenen die eerst bewijs wilden zien en daar zelf naar zochten zouden al spoedig uit de genenpool worden verwijderd.

   En zo evolueerde goedgelovigheid in de kindertijd tot een overlevings-strategie. Het nadeel hiervan is dat het ons gevoelig maakt voor alle soorten bijgeloof, inclusief religie. Het stelt kinderen ook bloot aan misbruik door pedofiele priesters die deze geëvolueerde goedgelovigheid en dit ontzag voor autoriteit exploiteren voor hun eigen egoïstische bevrediging.

_____


Bron:

http://rosarubicondior.blogspot.nl/2011/05/evolution-of-gullibility.html?spref=tw


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort