visitors on myspace
ONWETENDEN, BETER-WETERS EN NEUTRALEN | POSITIEF ATHEÏSME <>

ONWETENDEN, BETER-WETERS EN NEUTRALEN

image7313

RICHARD DAWKINS

TEKST VAN EEN LEZING, OVERGENOMEN UIT THE NULLIFIDIAN  -- DEC.’94




Religieuze mensen vallen in drie groepen uiteen wanneer ze met wetenschap worden  geconfronteerd. Ik zal ze aanmerken als de “onwetenden”, de “beter-weters” en de “neutralen”.

   De “neutralen” hebben zich terecht verzoend met het feit dat religie niet kan concureren met religie op haar eigen terrein. Zij vinden dat er geen concurentie bestaat tussen religie en wetenschap, omdat die gewoon verschillende terreinen bestrijken. De bijbelse verklaring van de oorsprong van het universum -- de oorsprong van leven, de diversiteit van soorten, de oorsprong van de mens – al die dingen waarvan nu bekend is dat ze niet waar zijn.

   De “neutralen” hebben daar geen moeite mee: zij beschouwen het als uiterst naïef, en haast als slechte smaak om over een bijbels verhaal te vragen, is het waar? Of het waar is, zeggen ze dan? Natuurlijk is het niet waar, in een botte letterlijke zin. Wetenschap en religie betwisten elkaars terrein niet. Ze gaan over verschillende dingen. Ze zijn beiden even waar, maar op hun verschillende manieren.

   Een favoriete en totaal zinloze frase is “religieuze strekking”. Deze komt men tegen in beweringen als “wetenschap is accoord voor zover het gaat, maar ze negeert de religieuze strekking”.

   De “onwetenden”, of fundamentalisten, zijn op een bepaalde manier eerlijker. Ze blijven het verleden trouw. Zij erkennen dat tot voor kort een van de belangrijkste functies van religie wetenschappelijk was: de verklaring voor het bestaan, voor het universum, voor het leven. Historisch gezien hebben de meeste religies een kosmologie en een biologie gehad, of waren ze dat zelfs zelf. Ik vermoed dat als je ook nu nog mensen zou vragen hun geloof in God te rechtvaardigen, de dominante reden wetenschappelijk zou zijn. De meeste mensen, geloof ik, denken dat je een God nodig hebt om het bestaan van de wereld te verklaren, en vooral het bestaan van het leven. Ze hebben het mis, maar ons huidige onderwijssysteem is zodanig dat veel mensen dit niet weten.

Sistine-CreationHq  Ze zijn ook trouw aan het verleden omdat je niet aan de wetenschappelijke implicaties van religie kunt ontsnappen. Een universum met een God zou er heel anders uitzien dan een universum zonder. Een natuurwetenschap, een biologie waarin een God is moet er wel heel anders uitzien. Dus de meest basale beweringen van religie zijn wetenschappelijk. Religie is een wetenschappelijke theorie.

   Soms wordt ik beschuldigd van arrogante onverdraagzaamheid in mijn benadering van creationisten. Natuurlijk is arrogantie een onplezierig karakterkenmerk, en ik zou niet graag van arrogantie in het algemeen worden beschuldigd. Maar er zijn grenzen! Om enig idee te krijgen van hoe het is om als professioneel student van evolutie gevraagd te worden een serieus debat aan te gaan met creationisten, is de volgende vergelijking fair. Veronderstel dat u een klassiek geleerde zou zijn die een leven lang de rijke details van de Romeinse geschiedenis bestudeerd heeft. Nu komt er iemand langs, met een graad in scheepvaart-techniek of middeleeuwse musicologie, die probeert te beweren dat de Romeinen nooit hebben bestaan. Zou u het niet moeilijk vinden uw ongeduld te bedwingen? En zou dat niet een beetje op arrogantie lijken?

   Mijn derde groep, de “beter-weters” (die ik denigrerend zo noem, omdat ik hun houding neerbuigend vind), denken dat religie goed voor mensen is, en misschien wel goed voor de gemeenschap. Misschien is ze goed omdat ze troost biedt bij dood of verlies, en misschien wel omdat ze een morele code verschaft.

   Of de werkelijke overtuigingen van religie nu waar zijn of niet, doet er niet aan toe. Misschien is er geen God; wij ontwikkelde mensen weten dat daar maar heel weinig bewijs voor bestaat, laat staan voor ideeën als een maagdelijke geboorte of een  wederopstanding. Maar de ongeschoolde massa heeft nu eenmaal een God nodig om ze op het rechte pad te houden, of om ze te troosten bij verlies. De bijkomstigheid van Gods waarschijnlijke niet-bestaan kan terzijde worden geschoven in het belang van het grotere sociale nut. Meer hoef ik niet over de “beter-weters” te zeggen, omdat ze niet beweren iets aan de wetenschappelijke waarheid te kunnen bijdragen.


IS GOD EEN SUPERSNAAR?

   Keren we nu terug naar de “neutralen”. Het argument dat zij presenteren is beslist nader onderzoek waardig, maar ik denk dat we zullen ontdekken dat het weinig meer waarde heeft dan dat van de andere groepen.

   God is niet een oude man met een witte baard in de hemel. OK, wat is God dan? En dan komen de dubbelzinnigheden en die zijn erg gevarieerd. “God is niet ergens daar buiten, hij is in ons allen”. “God is de basis van alle zijn”. “God is de essentie van leven”. “God is het universum, geloof je niet in het universum?” “Natuurlijk geloof ik in het universum.” “Dan geloof je in God”. “God is liefde, geloof je niet in liefde?” OK, dan geloof je in God!”

   Huidige natuurwetenschappers neigen soms een beetje naar het mystieke, als ze delibereren over kwesties zoals waarom de oerknal plaatsvond toen die plaatsvond, waarom de natuurwetten zijn zoals ze zijn en niet anders, waarom het universum eigenlijk bestaat, en meer van deze overwegingen. Soms zoeken ze hun toevlucht tot de verklaring dat er een innerlijke kern van mysterie bestaat die we niet begrijpen, en misschien nooit zullen begrijpen; en soms zeggen ze dan dat deze innerlijke kern van mysterie misschien een andere naam voor God is. Of, in de woorden van Stephen Hawkings, als we deze dingen begrijpen, kennen we misschien “de geest van God”.

   Het probleem is dat God in deze intellectualistische, natuurwetenschappelijke zin geen gelijkenis vertoont met de God van de Bijbel of enige andere religie. Als een natuurwetenschapper zegt dat God een andere naam is voor Plancks constante, of dat God een supersnaar is, moeten we dat opvatten als een beeldende, metaforische wijze van zeggen dat de aard van supersnaren of de waarde van Plancks constante een diep mysterie zijn. Dit heeft duidelijk geen enkel verband met een wezen dat in staat is zonden te vergeven, een wezen dat naar onze gebeden zou kunnen luisteren, dat betrokken wordt bij de kwestie of de sabbat ‘s morgens om vijf uur of om zes uur begint, of je een sluier moet dragen of een beetje van je arm mag tonen; en al helemaal geen connectie met een wezen dat in staat was zijn zoon de doodstraf op te leggen om voor alle zonden van de wereld, zowel vóór als na zijn geboorte, boete te doen.

DE FABELACHTIGE BIJBEL

   Hetzelfde geldt voor pogingen om de oerknal van de huidige kosmologie te identificeren met de Genesis mythe. Er bestaat slechts een uiterst triviale overeenkomst tussen de weldoordachte concepten van de huidige natuurwetenschap en de scheppingsmythen die de Babyloniërs en Joden ons hebben nagelaten.

   Wat hebben de “neutralen” ons te zeggen over die delen van de Bijbel en van religieuze leerstellingen die ooit eens onbetwistbare religieuze en wetenschappelijke waarheden waren; de schepping van de wereld, de schepping van leven, de verscheidene wonderen uit het Oude en Nieuwe Testament, het overleven na de dood, de maagdelijke geboorte? Deze verhalen zijn, in de handen van de “neutralen”, weinig meer  geworden dan morele fabels, het equivalent van Aesopus of Hans Andersen. Daar is niets verkeerds aan, maar het is irritant dat ze haast nooit willen toegeven dat dit is wat ze nu doen. 

   Ik hoorde bijvoorbeeld de vorige opperrabbijn, Sir Immanuel Jacobovits, spreken over het kwaad van racisme. Racisme is kwaadaardig, en verdient een beter tegenargument dat hetgeen hij gaf. Adam en Eva, beweerde hij, waren de voorouders van de hele mensheid. Daarom behoort de hele mensheid tot één ras, het menselijk ras.

   Wat moeten we met zo’n argument beginnen? De opperrabbijn is een gecultiveerd iemand, natuurlijk gelooft hij niet in Adam en Eva, dus wat dacht hij nu echt te zeggen?

Hij moet Adam en Eva als fabel hebben gebruikt, net zo als men het verhaal van Klein Duimpje of Assepoester kan gebruiken om een lofwaardige morele zedenpreek te illustreren.

   Ik heb de indruk dat de geestelijkheid onderhand zo gewend is om de bijbelse verhalen als fabels te beschouwen, dat ze het verschil tussen feit en fictie vergeten zijn. Dit lijkt op wat sommige mensen doen die, wanneer iemand in een langlopende soap overlijdt, condoleance-brieven sturen aan de overige acteurs.


RELIGIE ERVEN

   Als Darwinist valt mij iets op, als ik naar religie kijk: religie vertoont een patroon van erfelijkheid waarvan ik denk dat het overeenkomt met genetische erfelijkheid. Een grote meerderheid van mensen heeft binding met één bepaalde religie. Er bestaan duizenden verschillende religieuze sekten, maar ieder religieus persoon is getrouw aan slechts één daarvan.

   We zien dat tussen alle beschikbare sekten in de wereld een opmerkelijke overeenkomst voorkomt: de overgrote meerderheid kiest gewoon die uit waartoe hun ouders behoren. Niet de sekte die over het meeste bewijs beschikt, de beste wonderen, de beste morele waarden, de beste kathedraal, het beste gebrandschilderd glas of de beste muziek: wanneer er gekozen moet worden uit het smorgasbord van beschikbare religies, doen hun potentieele deugden er niet aan toe, slechts de erfelijkheid telt.

   Dit is een onmiskenbaar feit; niemand zou het serieus kunnen ontkennen. Toch slagen mensen, die volledig bekend zijn met de eigenzinnige aard van deze erfelijkheid, er op de een of andere manier in om te blijven geloven in hun religie, vaak met zulk fanatisme dat ze bereid zijn mensen te doden die een andere religie aanhangen.

   De waarheden over de kosmos gelden overal in het universum. Ze zijn niet anders in Pakistan, Afghanistan, Polen of Noorwegen. Toch zijn we blijkbaar bereid te accepteren dat de religie die we aannemen afhankelijk is van het geografisch toeval van onze geboorte. 

   Maar als je mensen vraagt waarom ze van de waarheid van hun religie overtuigd zijn, beroepen ze zich niet op die erfelijkheid. Op die manier gesteld, klinkt dat duidelijk te dom. Noch beroepen ze zich op bewijs. Dat is er niet, en tegenwoordig geven de beter opgeleiden dat ook toe. Nee, ze beroepen zich op geloven. Geloven is de beste manier om er onder uit te komen, het beste excuus om de noodzaak van denken en bewijs te evalueren te ontlopen. Geloven doet men ondanks, of misschien juist wel dóór, de afwezigheid van bewijs. Het ergste is nog dat van de rest van ons verwacht wordt geloof te respecteren: het met fluwelen handschoenen aan te pakken.

   Als een slachter niet voldoet aan de wetten met betrekking tot wreedheden tegen dieren, wordt hij terecht aangeklaagd en bestraft. Maar als hij zich er op beroept dat zijn wrede praktijken door religieus geloof worden vereist, trekken we ons verontschuldigend terug en laten hem zijn gang gaan. Van ieder ander standpunt dat iemand inneemt mag verwacht worden dat het met rationele argumenten verdedigd kan worden. Maar, geloof staan we het voorrecht toe zichzelf niet met argumenten te hoeven rechtvaardigen. Geloof moet gerespecteerd worden; en als je het niet respecteert wordt je beschuldigd van schending van mensenrechten.

   Zelfs degenen zonder geloof zijn gehersenspoeld om het geloof van anderen te respecteren. Toen zogenaamde leiders van moslimgemeenschappen voor de radio tot het doden van Salman Rushdie opriepen, pleegden zij duidelijk aanzetting tot moord – een misdaad waarvoor ze normalerwijze aangeklaagd en mogelijk gevangezet hadden kunnen worden. Maar werden ze gearresteerd? Dat werden ze niet, omdat onze seculiere maatschappij hun geloof “respecteert”, en meevoelt met hun “pijn en belediging”.

   Welnu, ik niet. Ik zal uw denkbeelden respecteren als u ze kunt rechtvaardigen. Maar als u uw denkbeelden alleen kunt rechtvaardigen door te zeggen dat u ze gelooft, zal ik ze niet respecteren.


ONWAARSCHIJNLIJKHEDEN

   Ik wil eindigen met een terugkeer naar wetenschap. Er wordt vaak gezegd, meestal door de “neutralen”, dat hoewel er geen positief bewijs is voor het bestaan van God, er ook geen bewijs is voor zijn niet-bestaan. Dus is het het beste die mogelijkheid open te laten en agnostisch te zijn.

   In eerste instantie lijkt dit een onbetwistbaar standpunt, tenminste in de zwakke zin van Pascals weddenschap. Maar bij verder nadenken blijkt het een uitvlucht te zijn, want hetzelfde zou gezegd kunnen worden voor de Kerstman en de tandenfee. Er zouden elfjes kunnen wonen achterin de tuin. Daar bestaat geen bewijs voor, maar je kunt niet bewijzen dat ze er niet zijn, dus moeten we dan ook niet agnostisch zijn over elfjes?

   Het probleem met het agnostische argument is dat het overal op toegepast kan worden. Er bestaat een oneindig aantal hypothetische overtuigingen waarin men kan geloven, en waarvan het tegendeel niet bewezen kan worden. In het algemeen geloven de meeste mensen niet in de meeste ervan, zoals feeën, eenhoorns, draken, de Kerstman en zo. Maar over het algemeen geloven ze wel in een scheppende God, samen met de specifieke bagage die meekomt met de religie van hun ouders.

   Ik vermoed dat de reden is dat de meeste mensen, hoewel niet behorend tot het “onwetenden” contingent, niettemin een klein beetje het gevoel hebben dat de Darwinistische evolutie toch niet helemaal voldoet om alles over het leven te verklaren. Alles wat ik als bioloog daarover kan zeggen is dat dit gevoel steeds verder verdwijnt naarmate je daar meer over leest, en datgene bestudeert dat bekend is over het leven en de evolutie.

   Daar wil ik nog iets aan toevoegen. Hoe beter je de betekenis van evolutie leert begrijpen, hoe verder je van het agnostische standpunt wordt verdreven in de richting van het atheïsme. Complexe, statistisch onwaarschijnlijke zaken zijn door hun aard moeilijker uit te leggen dan eenvoudige, statistisch waarschijnlijke dingen.

   Het mooiste van Darwins evolutietheorie is dat die uitlegt hoe complexe, moeilijk te bevatten dingen stapje voor aannemelijk stapje kunnen zijn ontstaan, uit een eenvoudig, makkelijk te begrijpen begin. We beginnen onze uitleg vanuit een haast oneindig simpel begin: zuivere waterstof en een enorme hoeveelheid energie. Onze wetenschappelijke, darwinistische uitleg voert ons, via een reeks goed gedocumenteerde geleidelijke stappen, naar de spectaculaire schoonheid en complexiteit van het leven.

   De alternatieve hypothese, dat alles begonnen werd door een bovennatuurlijke schepper, is niet alleen overbodig, maar is ook hoogst onwaarschijnlijk. Ze schiet tekort bij juist dat argument dat oorspronkelijk in haar voordeel gebruikt werd. Dat komt omdat een God die de naam waardig is, een wezen van kolossale intelligentie geweest zou moeten zijn, een superbrein, een entiteit van extreme onwaarschijnlijkheid – inderdaad een zeer onwaarschijnlijk wezen.

   Zelfs als het ten berde brengen van zo’n entiteit iets zou verklaren (en dat hebben we niet nodig), zou het nog niet helpen omdat het een nog groter mysterie oproept dan het oplost.

   De wetenschap biedt ons een verklaring hoe complexiteit (het moeilijke) ontstond uit eenvoud (het makkelijke). De hypothese van God biedt geen afdoende verklaring ergens voor, want ze vooronderstelt juist datgene dat we proberen uit te leggen. Ze vooronderstelt precies dat wat moeilijk verklaarbaar is, en laat het daarbij. We kunnen niet bewijzen dat er geen God bestaat, maar we kunnen wel veilig concluderen dat hij inderdaad zeer, zeer onwaarschijnlijk is.

_____


Bron: http://www.positiveatheism.org/writ/dawkins2.htm#NULL


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort