visitors on myspace
BEWIJZEN VOOR GODS BESTAAN? | POSITIEF ATHEÏSME <>

BEWIJZEN VOOR GODS BESTAAN?

image7313


RAGNAR L. BØRSHEIM





Het vinden van bewijzen voor of tegen het bestaan van mythologische wezens is een nogal  hachelijke onderneming. We beseffen allemaal wel dat hard bewijs aanvoeren voor het bestaan van fictieve wezens onmogelijk is. Maar dit heeft gelovigen er niet van weerhouden het door de eeuwen heen te proberen. En aangezien God het sinds de Oudheid niet meer de moeite waard vond zichzelf aan zijn kudde te tonen, moesten gelovigen zich behelpen met meer theoretische bewijzen. Gewoonlijk bestonden die uit theologische abracadabra, woordspelingen en cirkel-redeneringen.

Traditioneel zijn logica en wetenschap al niet de sterkste punten van de religieuze kudde

  Traditioneel zijn logica en wetenschap al niet de sterkste punten van de religieuze kudde. Als je bij voorbaat al serieus kunt geloven in hocus-pocus en onzichtbare geesten, zullen je normen voor wat als bewijs kan worden beschouwd waarschijnlijk niet aan de meest rigoreuze wetenschappelijke eisen voldoen. In de dagelijkse praktijk zal degene die iets beweert, ook degene zijn die de bewering waar moet maken. Als ik het bestaan zou beweren van vuurspuwende, vliegende draken in het woud, dan ben ik degene die het bewijs moet leveren voor hun bestaan. Voor het bestaan van goden geldt uiteraard hetzelfde. Het zijn de gelovigen in goden die bewijzen moeten aanvoeren voor hun beweringen, niet de ongelovigen. Slechts weinigen onder ons voelen zich genoodzaakt tijd te besteden aan het weerleggen van het bestaan van allerlei krankzinnige fantasiewezens die creatieve of koortsbenevelde breinen in hun vrije tijd bedacht hebben.

  Het is een gebruikelijke bewering dat het bestaan van God zowel buiten het bereik van onze mentale capaciteiten ligt als buiten het wetenschappelijk domein. Gods bestaan heeft echter met de realiteit te doen aangezien de gelovige beweert dat Gods bestaan reëel is – en zodoende kan Gods bestaan wetenschappelijk onderzocht worden. Aangezien we geen enkel fysiek bewijs voor God hebben om te onderzoeken,  kunnen we alleen de waarschijnlijkheid van de kwestie evalueren. Het cruciale punt is niet of we het bestaan of niet bestaan van God kunnen bewijzen, maar of Gods hele bestaan zelfs maar waarschijnlijk is.

   En het simpele feit dat je Gods bestaan bewijzen noch weerleggen kunt, betekent nog niet dat de waarschijnlijkheid van zijn bestaan even groot is als de onwaarschijnlijkheid daarvan. [Dawkins: ‘God als misvatting’, pag. 59]

   Een 
grootse scheppende God
 die capabel is om een hele wereld uit het niets te scheppen, en zelfs een enorm universum met miljarden gigantische sterren, die allen gedreven worden door onmetelijke hoeveelheden energie uit atoomsplitsing, een God die met één gebaar en een hocus-pocus alle elementen en miljarden fantastisch gevarieerde levende soorten kan scheppen, moet wel zo verdomd wonderbaarlijk geavanceerd en intelligent zijn dat dit uiterst onwaarschijnlijk is. Dat dit fantastische wezen dan ook nog pathologisch geïnteresseerd zou zijn in de seksualiteit en stomvervelende dagelijkse levens van miljarden mensen; zou luisteren naar de stompzinnige gebeden van stompzinnige lieden; grote overstromingen en zwermen sprinkhanen zou sturen iedere keer als hij kwaad wordt; zogenaamd roos, haaruitval en incontinentie kan genezen bij naïeve volwassenen, maar zich niets aantrekt van kinderen met kanker, lijkt niet erg waarschijnlijk, of wel soms?


THEOLOGIE?

   Wanneer de belachelijke Bijbelse versie van God wordt aangevallen is het gebruikelijke weerwoord dat de spreker geen gedetailleerde kennis heeft van de laatste stand van zaken in de theologische “wetenschap”. Daarbij wordt aangenomen dat theologie een echt wetenschappelijk kennisgebied is. Dat is het niet. Men kan gerust het geloof in elfjes afwijzen zonder over gedetailleerde kennis te beschikken van al de kleine details die generaties van “elf-ologen” verzameld hebben over de precieze vorm en kleur van hun vleugeltjes. En aangezien verschillende gelovigen verschillende meningen over God hebben, is een andere respons dat de bijbelse God die ik me voorstel niet degene is waarin zij geloven. Hun God is totaal verschillend van de boosaardige, wraakzuchtige rotzak van het Oude Testament. Hun God lijkt meer op een relaxte, baardige, “love and peace” hippy. Maar, bestaat er enig verschil tussen een niet-bestaande boosaardige God en een niet-bestaande goedaardige? Een minzamer persoonlijkheid maakt Gods bestaan toch ook niet waarschijnlijker, of wel?

  “God” is niet een antwoord ergens op; “God” is geen uitleg ergens voor. Aangezien niemand, zelfs de meest toegewijde gelovige niet, “God” persoonlijk kent of werkelijk iets over zijn herkomst, voorkomen of persoonlijkheid weet, is het gebruik van “God” als het ultieme antwoord betekenisloos. “God” is een term zonder betekenis en substantie waaraan gelovigen naar keus betekenis en substantie toekennen, in overeenstemming met hun persoonlijke voorkeuren, zelfs als term.

HET BEWIJS?

   Reeds vanaf het vroege Christendom zijn verscheidene zogenaamde “bewijzen” voor Gods bestaan gepresenteerd. In het volgende zal ik sommige daarvan bespreken:


Het onveroorzaakte gevolg  "Niets kan uit niets ontstaan, ieder gevolg ontstaat uit een voorafgaande oorzaak. Maar uiteindelijk moet er een eerste oorzaak geweest zijn. Die noemen we God."

De onbewogen beweger  "Niets beweegt zonder eerst door iets anders in beweging te zijn gebracht. Dit leidt tot een oneindige regressie. Aangezien het universum in beweging is, moet er een eerste onbewogen beweger zijn geweest, en we noemen hem God."

Het kosmologisch bewijs  "Er moet een tijd zijn geweest dat er geen fysieke dingen bestonden. Aangezien er nu fysieke dingen bestaan moet er een niet-fysiek iets geweest zijn om die te scheppen. We noemen dit wezen God."


   Dit zijn drie van de “bewijzen” die kerkvader Thomas van Aquino in de dertiende eeuw presenteerde. Het probleem met deze “bewijzen” is dat ze allen gebaseerd zijn op de aanname dat God het eindpunt is van een oneindige regressie. En dat God immuun is voor dezelfde oneindige regressie. Want wie of wat heeft dan God geschapen? Dit soort bewijs is van hetzelfde niveau als het argument van een kind, “Waarom? Daarom!” Het argument dat God eeuwig is en buiten de tijd staat, is al helemaal geen argument. Het is ongeldig en van alle betekenis verstoken, en het is zeker geen “bewijs” voor, of “antwoord” ergens op. En als we, gewoon voor de gein, deze argumenten als geldig zouden accepteren, hebben we nog steeds niets dat inhoudt dat deze scheppende God intelligent, almachtig of alwetend is. Noch dat deze God in het luisteren naar gebeden geïnteresseerd is, een hekel heeft aan mensen die op zondag werken, mannen met lang haar veracht, of zich vermaakt door ongelovigen met eeuwige marteling te bestraffen .


osten400

THOMAS VAN AQUINO


   Thomas van Aquino’s vierde “bewijs” voor het bestaan van God [het argument van gradatie] is dat dingen in de wereld verschillen; ze variëren in gradaties tussen een maximum en een minimum, bijvoorbeeld van goedheid of perfectie. En aangezien mensen zowel goed als slecht kunnen zijn, kunnen we het maximum nooit bereiken. Dat moet dus ergens anders liggen, en de maximale goedheid noemen we dan God.

   Dit is al helemaal geen argument. Om Dawkins nogmaals te citeren: “Dan zou je net zo goed kunnen zeggen dat mensen verschillen qua stank, maar dat we de vergelijking alleen kunnen maken door terug te grijpen op een volmaakt maximum van voorstelbare stank. Derhalve moet er een stinkerd bestaan die uitsteekt boven alle andere, en die noemen we God.    

[Dawkins: ‘God als misvatting’, pag.91]

   Het laatste “bewijs” van de kerkvader is het teleologisch argument, of het argument van ontwerp. Dit “bewijs” wordt nog vaak door amateurs gebruikt, en luidt:

   "De wereld en al het leven daarop blijken zo functioneel te zijn en zo aan hun leefomgeving aangepast, dat ze wel ontworpen moeten zijn. Niets dat wij kennen ziet er uit alsof het ontworpen is, tenzij het ontworpen is. Daarom moet er een ontwerper zijn, en die noemen we God."

   Dit argument struikelt over zijn eigen voeten. Van alle goed functionerende en goed aangepaste ontwerpen, moet God dan wel een ultiem ontwerp zijn. Daarom moet God wel door iets of iemand ontworpen zijn volgens de eigen logica van dit argument.

   Bovendien hebben evolutie en het leven zelf wel aangetoond hoe organismen vanuit simpele vormen over miljoenen jaren geëvolueerd zijn tot meer en meer geavanceerde vormen. En dat als organismen zich niet hadden aangepast aan hun omgeving, ze niet overleefden. Zodoende is het geen wonder dat de organismen die nu nog bestaan, organismen zijn die bijzonder goed aangepast en functioneel zijn. En dan nog, wanneer we kijken naar hoe geschikt en functioneel al het leven is, dan kunnen we ons afvragen: hoe goed geschikt en functioneel, vergeleken waarmee? Welke andere werelden die met de onze vergelijkbaar zijn, kennen we?

   De Noorse schrijver/dichter Arnulf Øverland ontving eens een brief van een teleurgestelde lezer die niet kon geloven dat de beroemde dichter een geharde atheist was. Die lezer was er van overtuigd dat Øverland handelde tegen zijn ware innerlijke christelijke bewustzijn. Hij schreef aan Øverland, ‘Ik neem aan dat u over gezond bestand beschikt, en dat wanneer u een auto op straat ziet, u moet begrijpen dat die auto zichzelf niet heeft geschapen.’ Øverland antwoordde minzaam, ‘Dat idee is correct en ik moet de consequentie daarvan accepteren: Als ik een god tegenkom op straat, dan weet ik dat hij zichzelf niet heeft geschapen.’ 

   Øverland werd na een van zijn lezingen in 1933 aangeklaagd wegens blasfemie, maar na een beroemd geworden process vrijgesproken.


HET ONTOLOGISCH ARGUMENT

   Aartsbisschop Anselmus van Canterbury kwam met dit “bewijs” voor Gods bestaan op de proppen in 1078. Het “bewijs” kan als volgt kort worden samengevat : We kunnen ons in de geest een ultiem perfect wezen voorstellen. Aangezien dit wezen echter slechts denkbeeldig is en niet echt, moet het toch minder dan volmaakt zijn. In andere woorden, als dit ultiem volmaakte wezen in de echte wereld zou bestaan, zou het meer volmaakt zijn dan de denkbeeldige versie, en het denkbeeldige ultiem perfecte wezen zou dan niet langer perfect zijn. Voila! We hebben een paradox, een logische tegenstrijdigheid, en daarom moet God bestaan.

Het zwakke punt in dit argument is de veronderstelling dat ‘bestaan’ meer perfect is dan ‘niet bestaan’. Is een bestaande auto meer perfect dan een niet-bestaande? 
Perfect, vergeleken waarmee? We kunnen het argument omkeren en een scheppende god verzinnen die de wereld heeft geschapen, de meest fantastische prestatie die we ons kunnen voorstellen. Maar als deze God een handicap zou hebben zou de prestatie nog groter zijn. En de grootste handicap voor een godheid zou natuurlijk zijn dat hij niet bestaat. En om een hele wereld te scheppen terwijl je niet bestaat is zelfs een nog grotere en fantastischer goddelijke prestatie. Daarom moet een God die niet bestaat nog goddelijker zijn dan een God die bestaat. Dus bestaat God niet. [Douglas Gaskin, 1911-1994] Dit argument is natuurlijk net zo min ergens bewijs voor als de paradox van Anselmus dat is.

PERSOONLIJKE ERVARING

   Argumenten voor Gods bestaan die gebaseerd zijn op iemands religieuze ondervindingen en openbaringen, kunnen niet als bewijs beschouwd worden voor wat dan ook, en zijn dan ook niet relevant voor iemand anders. Mensen die goden zien of geesten, of stemmen in hun hoofd horen, kunnen gewoonlijk het best verwezen worden naar professionele psychiatrische hulpverlening. Of iemand nu glorieuze openbaringen heeft van Jezus of de maagd Maria, of van roze olifanten die in klaar daglicht rondvliegen, is in wezen hetzelfde. Dan is men waarschijnlijk niet helemaal geestelijk gezond.


PASCALS WEDDENSCHAP

   En dan hebben we Pascals weddenschap nog. Dit is de filosofie van de Franse wiskundige die stelt dat aangezien de consequenties voor het niet geloven in God als hij toch zou bestaan, veel zwaarwegender zijn (eeuwig hellevuur contra hemelse zaligheid), dan te geloven in God en ontdekken dat hij niet bestaat. Daarom zou men het beste in God kunnen geloven. Dit is in werkelijkheid niet een bewijs ergens voor, behalve voor het feit dat dat Pascal er de voorkeur aan gaf een hypocriet te zijn. Bovendien kan men er niet voor kiezen in God te geloven zoals een politieke voorkeur te hebben, als dat “geloof” in tegenspraak is met de eigen overtuiging. Al het andere is hypocrisie. En als hypocrieten welkom zijn in de hemel, is er geen reden voor Pascal om zich zorgen te maken over een hel. En trouwens, geloven in welke god? Er zijn duizenden goden waaruit gekozen kan worden. Alleen dit feit al ontdoet Pascals weddenschap van iedere betekenis.


RESPECT?

   Waarom zouden religies trouwens boven kritiek verheven zijn? Al het andere in de wereld kan aan kritiek onderworpen worden en wetenschappelijk onderzocht, behalve religie. Wanneer religie binnentreedt wordt men verondersteld zich respectvol terug te trekken en zijn mond te houden. Maar waarom zouden we in hemelsnaam respect betonen voor overtollige oude, absurde waanbeelden? Juist religieuze waanbeelden die stellen dat niet-gelovigen verdienen voor eeuwig gemarteld te worden, kunnen op geen enkele wijze aanspraak maken op respect van wie dan ook. Dat soort perverse waanbeelden verdient slechts onze verachting!

_____


Bron: http://www.bandoli.no/proof.htm


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort