visitors on myspace
ARCHEOLOGIE EN DE BIJBEL | POSITIEF ATHEÏSME <>

ARCHEOLOGIE EN DE BIJBEL

image7313


RAGNAR L. BØRSHEIM





Wat kunnen de laatste decades van archeologisch en taalkundig onderzoek ons leren over hoe het Oude Testament ontstond? Wanneer werd het geschreven, door wie en wat was zijn achtergrond? 


KONING DAVID EN ZIJN KONINKRIJK?

   Koning David is een centrale figuur in de verhalen van de Joodse geschiedenis. Volgens de profeet Samuel begon David als een herdersjongen, doodde hij de Filistijn Goliath met zijn slinger, en stichtte hij later een koninkrijk. Volgens de bijbelse chronologie leidde hij zijn leger naar Jeruzalem omstreeks 997 v.o.j. Pagina na pagina van de Bijbel verheerlijkt de glorieuze koning David die door God uitverkoren werd om de Joodse natie te stichten. Hij zat voor veertig jaren op de troon en heerste over een groot koninkrijk dat zich uitstrekte van de oevers van de Eufraat tot aan de Middellandse Zeekust.

   Maar waar op aarde zijn dan de overblijfselen van dit geweldige en glorieuze koninkrijk?

In het licht van de moderne wetenschap valt de geloofwaardigheid van de Bijbel aan duigen

   Op een helling in Oost Jeruzalem bevindt zich een archeologisch opgravingsgebied dat met “Het Huis van David” wordt aangeduidt. Hier kunt u een paar zeer bescheiden ruïnes vinden van een gebouw van zestien vierkante meter zonder stookplaats en vensters. Volgens 1Koningen 10:27 was er evenveel steen als zilver in Davids Jeruzalem. De miserabele bouwresten van “Het Huis van David” bevestigen dit zeker niet. Door recente jaren van archeologische opgravingen is het Jeruzalem uit het Bronzen tijdperk gekrompen tot een klein dorp met ongeveer 2000 inwoners. De Egyptoloog Rolf Krauss noemt het een “provinciaal gat”. Door pollen analyse, bestudering van spijkerschrift bronnen en antieke Egyptische teksten, komt het ware verhaal over de Hebreeën uit de mythen tevoorschijn. In het licht van de moderne wetenschap valt de geloofwaardigheid van de Bijbel aan duigen – de verhalen in het Oude Testament zijn gewoon niet waar. Een paar voorbeelden: De uittocht uit Egypte heeft nooit plaats gevonden en Kanaän werd nooit door de Hebreeën ingenomen, zoals Jozua vermeldt. De grote koninkrijken van David en Salomo zijn fantasieën. Deze “koningen”, als ze ooit bestonden, regeerden op zijn hoogst over een paar onbeduidende delen van het gebied. Het “Woord van God” is doorspekt met politieke propaganda en fictie, en is voor het grootste deel als historische bron waardeloos.


DE ONTWIKKELING VAN JEHOVA

   De ontwikkeling tot monotheïsme verschilt ook van de versie die de Heilige Schrift ons wil doen geloven. Zelfs de Almachtige God was eens een kleine onbetekenende godheid. Oorspronkelijk was Jehova een natuurgod, een god van vruchtbaarheid, verantwoordelijk voor regen en zon en goede oogsten. Overal in het Heilig Land zijn idolen gevonden, van metal of klei gemaakt, zowel mannelijk als vrouwelijk. De Joden hingen een polytheïstische vruchtbaarheidsreligie aan. Hun belangrijkste mannelijke god had oorspronkelijk een vrouwelijke metgezel. Zelfs tot aan 100 v.o.j. voerden de boeren rond Jeruzalem polytheïstische vruchtbaarheidsrituelen op. En in Jeruzalem floreerde de tempelprostitutie. Het Joodse verbod op het maken van afbeeldingen van God is ook veel jonger dan de Bijbel claimt. In Ugarit, 400 km van Jeruzalem werd een klein beeldje, gemaakt uit klei, opgegraven. Het beeldje toont een bebaarde man, en stelt “El” voor, de wijze en hemelse vader – een vroege versie van Jehova. Opgravingen hebben ook aangetoond dat de Joden altaren van kalksteen hadden waar zij hun voorouders eerden en offers brachten aan de natuurgoden. Regengoden waren altijd populair in woestijngebieden, en de regengod Baal werd in verschillende vormen vereerd, en een daarvan was Jehova.

   De Joodse opstanden van 66-70 waren een laatste wanhopig verzet na eeuwen van bezetting, van overwonnen worden en door machtige buurstaten geëxploiteerd worden. De Romeinen sloegen de opstanden genadeloos neer, en na de laatste opstand maakten zij Jeruzalem met zijn tempel met de grond gelijk, en brachten zijn schatten naar Rome. In een atmosfeer van wanhoop en woede floreerden de Joodse megalomane Messianistische fantasieën. De machteloosheid van de Joden vond een uitweg in mythen en een verzonnen glorieuze nationale geschiedenis, en door de namen van hun vijanden door het slijk te halen. In de Bijbel is de toren van Babel (Babylon) een ruïne, in werkelijkheid stond die negentig meter hoog. De Bijbel verhaalt ons over de muren van Jericho die door trompetgeschal neergehaald werden, en geeft bloedige verhalen weer over Gods gruwelijke bestraffingen van de vijanden van de Joden, zoals de Farao van Egypte, de Babyloniërs, de Assyriërs en andere plaatselijke vijandige stammen. Verhalen met weinig tot geen grond in de werkelijkheid.

   Het “Woord van God” staat vol leugens en geschiedvervalsingen. Een groep vervalsers, vaak de Deuteronomiërs genoemd, veranderden de verhalen en verzonnen het verhaal over het Beloofde Land. De inconsistenties en tegenstrijdigheden in het Oude Testament zijn duidelijke bewijzen voor zijn incoherente ontstaansproces. Zelfs de hoofdfiguur wordt niet bijzonder coherent neergezet. Soms wordt hij Jehova genoemd, soms El of Elohim, soms is hij een wolk, andere keren een zuil van vuur of alleen maar een stem van boven. 


ORIGINELE TEKSTEN?

   De oudst bekende bijbelse teksten zijn de Qumran tekstrollen, koolstof-gedateerd tussen 240 v.o.j. en 100. De Qumran teksten zijn eigenlijk geen originelen, maar slechts kopieën van kopieën. De Qumran rollen omvatten sommige teksten (30%) van de Hebreeuwse Bijbel, maar slechts delen van Jesaja uit de christelijke Bijbel. Er bestaan drie verschillende opiniegroepen over het dateren van het Oude Testament (OT): de “traditionalisten”, die geloven dat het OT omstreeks 1000 v.o.j. ontstond, de “gematigden” die denken dat het OT omstreeks 600 v.o.j. tevoorschijn kwam, en de “minimalisten” die denken dat het OT een Hellenistisch werk is dat geproduceerd moet zijn na 330 v.o.j. Dat wil zeggen, nadat de geschriften van Plato en Aristoteles bekend werden.  

   De minimalisten hebben een aantal sterke punten hier: het zou zeer vreemd zijn elementen van historiografie, ethiek en politieke wetenschap te vinden, lang voordat Plato, Aristoteles en Socrates deze concepten voor het eerst beschreven. Als het OT zo oud is als de traditionalisten of de gematigden denken dat het is, is het zeer vreemd dat niemand in de Oudheid wist van de vroege geniëen van Juda die de ideëen van Plato en Socrates verscheidene eeuwen vooruit waren. De Griekse historicus Herodotus wist niets van de voornaamste Joodse gebeurtenissen waarover de Bijbel verhaalt. De spirituele prestaties in de teksten zijn op geen enkele wijze overeenkomstig met het technologisch niveau in dit kleine woestijngebied destijds. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het werk aan een irrigatiesysteem waaraan in 720 v.o.j. begonnen werd, om water naar Jeruzalem te brengen door ondergrondse kanalen. Het systeem is vol doodlopende tunnels, toen ze keer op keer in de verkeerde richting groeven en hakten. Dit krakkemikkige irrigatiesysteem wordt natuurlijk als technologisch hoogstandje bejubeld in de Bijbel. De resultaten van recent archeologisch, taalkundig en historisch onderzoek neigen ertoe te pleiten voor de zaak dat het OT geproduceerd werd in de allerlaatste eeuwen v.o.j.

   Volgens de Bijbelse chronologie leefde de voorvader Abraham rond ongeveer 1800 v.o.j., en vond de Exodus plaats rond ongeveer 1250 v.o.j. In de Bijbel rijdt Abraham op zijn kameel, hoewel dit dier niet eerder dan 1000 v.o.j. gedomesticeerd werd in dat gebied. En hoe konden de Joden in Genesis 42 voor hun zaden betalen met munten, als de oudst bekende munten stammen uit de zevende eeuw v.o.j. in Klein-Azië?

   De verhalen in Jozua over hoe de Joden en hun furieuze God de inlandse bevolking en hun vele heidense goden uitroeiden, en zich in Kanäan vestigden zijn ook pure fictie. De archeologie heeft geopenbaard dat dit gebied gedurende zeer lange tijd vredig bewoond werd. In ongeveer 1000 v.o.j. woonden ongeveer 50.000 mensen in de noordelijke delen van Kanäan (het berggebied tot aan de zee van Gallilea). De zuidelijke delen (tussen Jeruzalem en Hebron) bestonden uit onvruchtbare woestijngrond, onbewoonbaar en met weinig water en vegetatie, en uiteraard zeer schaars bevolkt.

   De stammen in dat gebied hadden hun ruzies en bevochten elkaar soms, maar de werkelijke heerser over dat gebied was de Egyptische Farao, die de kopermijnen daar exploiteerde. De Farao vestigde een keten van versterkte vestingen over het hele gebied, zodat het niet waarschijnlijk is dat Mozes een veldtocht kon organiseren in dat zwaar verdedigde gebied. De Farao eiste ook een bijdrage van de bevolking, en degenen die weigerden dwangarbeid voor de Egyptenaren te verrichten vluchtten de bergen in. Sommigen menen dat de naam “Hebreën” oorspronkelijk stamt van deze wettelozen in de Bergen die “Hapiru” (vagebonden) genoemd werden.

   Ook de traditionele Mozes is een mythische figuur die nooit bestaan heeft. Hetzefde geldt waarschijnlijk voor koning David en zijn zoon Salomo. De teksten in de Bijbel die aan Salomo worden toegeschreven werden eeuwen na zijn beweerde leven geschreven. In 1993 werd een inscriptie gevonden in een oud “tell-dan” genaamd nederzettingsgebied in Oost-Jeruzalem, dat door sommigen geïnterpreteerd wordt als “Het huis van David”. De inscriptie bestaat uit slechts zes medeklinkers, de klinkers daartussen moet men zelf invullen, en de inscriptie is dus vatbaar voor velerlei interpretaties. Religieus geneigden willen hierin graag “bewijs” zien voor de bijbelse koning David. Het probleem hiermee is dat de restanten van de nederzetting niet meer zijn dan een gebouw van zestien vierkante meter zonder haard of ramen, niet bepaald een paleis dus. Als er ooit een koning David bestaan heeft in dit gebied, was hij niet meer dan een klein koninkje over een klein gebied.

   Volgens de Heilige Schrift verrezen de meest glorieuze en schitterende koninkrijken in dit stukje onvruchtbare woestijn. Waar in werkelijkheid slechts een paar baardige herders met hun schapen door het stof schuifelden, moeten volgens de Bijbel de wonderbaarlijke koninkrijken van David en Salomo gefloreerd hebben. Deze koninkrijken waren rijker dan ieder ander koninkrijk op aarde, nog steeds volgens de Bijbel. Toch zijn alle pogingen om restanten van deze fantastische koninkrijken te vinden futiel gebleken. De grote tempel die Salomo bouwde van steen en vulde met enorme hoeveelheden goud, kan nergens worden gevonden. In Davids Jeruzalem was toen net zoveel zilver als stenen aanwezig (iKoningen 10:27). Ja, hoor. Recente archeologie heeft aangetoond dat Jeruzalem hoogstens een klein dorp was destijds. 


WIE SCHREVEN DE PENTATEUCH?

   Er zijn minstens vijf auteurs betrokken geweest met het schrijven van de Pentateuch (de joodse Thora). Tussen alle fictie en plagiaat in hebben de schrijvers de namen van echte plaatsen en echte historische figuren ingevoegd om het meer geloofwaardig te maken. In werkelijkheid werd de oorspronkelijke staat Israël opgericht ergens omstreeks 884 v.o.j. in de noordelijke delen van Palestina met een bevolking van ongeveer 100.000. Ten zuiden van Israël werd de staat Judea gesticht met Jeruzalem als centrum. Deze had ongeveer 10.000 inwoners die in verspreide nederzettingen woonden.

   Deze twee ministaatjes waren geen lang leven beschoren, daar het Assyrische keizerrijk in negende en achtste eeuw v.o.j. expandeerde en grote gebieden veroverde in het Midden-Oosten. Het kleine staatje Israël werd al snel de Assyrische provincie Samaria, maar het arme en nietige Juda was niet interessant genoeg en werd eerst nog gespaard. De Assyrische verovering was genadeloos en grote delen van de bevolking werden gedeporteerd. Er werden zo’n 13.000 Joden uit Israël gedeporteerd, en er was een stroom van mensen die naar Juda vluchtte. De bevolking van Jeruzalem groeide van 2.000 naar 15.000. Het was waarschijnlijk tijdens deze opschudding en drukpunt in de geschiedenis dat het idee van één machtige god en het monotheïsme ontstond. Ingeklemd tussen de grootmacht Egypte en later de machtige Assyrische, Babylonische en Romeinse keizerrijken, zonder kans op enige militaire weerstand van betekenis, wendden de Joden zich tot de metafysica.

   Het is misschien koning Jozias (639-609 v.o.j.) aan wie we dit moeten toeschrijven. In de Bijbel wordt hij geprezen als een koning die religieuze eenheid nastreefde, die zich wilde ontdoen van alle vreemde goden en  het volk van Israël zou bevrijden door strikte navolging van religieuze wetten en bepalingen. Koning Jozias gaf zijn priesters opdracht een religieuze beschermer te vinden en te beginnen het “nationale epos” te schrijven van het Beloofde Land. Vanuit een kleine stamgod, die later de stadsgod van Jeruzalem werd, werd Jehova nu gepromoveerd tot universele god. Religieuze ideëen uit de ivloedrijke Assyrische cultuur hadden eveneens invloed op de herdefinitie van deze joodse God. Door onbuigzaam monotheïsme, strikte religieuze wetten, strenge bestraffingen en een verbod op het brengen van offers elders dan in de temple, streefden de priesters van Jeruzalem naar een totaal monopolie op geloof. Uit Oud-Testamentische teksten wordt duidelijk dat de  joden van Judea hun buren in het noorden, Israël, probeerden zwart te maken om hun eigen rol als verdediger van het ware geloof te bevorderen.


340x

NEBUKADNEZAR II

   In het jaar 587 v.o.j. nam de Babylonische heerser Nebukadnezar II Jeruzalem in, op zijn weg naar Egypte. Velen uit de joodse elite werden gedeporteerd naar de metropolis Babylon. In de joodse kolonie aan de voet van de enorme toren van Etemananki (de toren van Babel) die 91 meter hoog rees, romantiseerden de joden en ontwikkelden ze de droom van het Beloofde Land verder. In de smeltpot van Babylon werden hun religieuze ideeën beïnvloed door nieuwe denkbeelden uit onder anderen Perzië en het Zoroastrisme met zijn profeet Zoroaster of Zarathustra. Het Zoroastrisme had een geweldige impact op het Judaīsme, en later op de Jezus mythe. Deze religie richtte zich op de strijd tussen goed en kwaad, het was een monotheīsme met één universele god (Ahura Mazda), en één profeet en verlosser (Zoroaster). Het idee van een Laatste Oordeel met redding of eeuwige verdoemenis werd door de joden geadopteerd en werd natuurlijk later de kern van het christendom. Nadat het monotheïsme zich in de joodse religie genesteld had, probeerden de schrijvers alle sporen van het vroegere polytheïsme in de heilige teksten te wissen. 

   De Makkabeeërs redigeerden ook delen van de Oud-Testamentische teksten, volgens experts. De Makkabeeërs waren een groep hogepriesters en koningen die vochten voor de onafhankelijkheid van Jeruzalem omstreeks 140 v.o.j. De verhalen over de puur fictieve verovering van Kanaän door de Hebreeën, waarbij duizenden vielen door het zwaard van de joden en de hand van God, past bij de tijd van de Makkabeeën toen er ook hevig om gebieden werd gevochten.

   Recente onderzoeksresultaten, analyses en debatten over oorsprong en datering van de Pentateuch (de joodse Thora) komen niet meer ter sprake in het huidige Israël. In Israël domineert het conservatieve fanatisme.


CONCLUSIE:

   De achtergrond en geschiedenis van de joodse en christelijke religie is een verzameling teksten vol wensdenken, mythes, politieke propaganda en vrome leugens, die in de allerlaatste eeuwen v.o.j. werden geschreven.


Bronnen: “Der leere Thron”, Der Spiegel 52/2002 Finkelstein, Israël & Silberman.

“The Bible Unearthed - Archaeology’s new vision of ancient Israël and the origin of it’s sacred texts” 
Neil Asher, 2001 - Touchstone

_____


Bron: http://www.bandoli.no/archaeology.htm


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort