visitors on myspace
SPROOKJES | POSITIEF ATHEÏSME <>

SPROOKJES

Peterimage7313

PETER VAN MONTFOORT






Ruim zeventig jaar geleden is het nu dat ik als prille zes-jarige voor het eerst naar “de grote school” werd gestuurd. Helaas bleek dat een “School met den Bijbel” te zijn, die keuze was al voor mij bepaald en dat zou ik weten ook. Tot dan toe was ik nog geheel van de kwalijke effecten van religie gevrijwaard gebleven, en had daar in mijn kinderlijke onnozelheid zelfs nog nooit van gehoord, maar daar gingen volwassen opvoeders nu iets aan doen. 

   In die school, de “Van Beeck Calkoen School’ in de Utrechtse Havikstraat zou men dat “met den Bijbel” namelijk helemaal waar gaan maken, want die heilige opdracht hadden de juffen en meesters nu eenmaal van God en schoolbestuur mee gekregen. We hadden toen nog zes schooldagen per week, en ieder van die zes dagen begon onherroepelijk met het lesvak “Bijbelsche Geschiedenis”. Dat die benaming op zich zelf al een ‘contradictio in terminis’ was, zoiets als een vegetarische slager, kon ik toen nog niet weten.

   Pas veel later, enige jaren na die school, kwam ik op een leeftijd waarop ik me ook in het werkelijke leven ging interesseren. Ik besefte dat ook ik deel uitmaakte van een samenleving die door autoriteiten bestuurd moest worden, waarin het water uit de kraan moest komen, het vuilnis opgehaald en hoe daarin nog veel meer van dit soort zaken door mensen geregeld moesten worden. Want aan “God” had je niets, die deed daar helemaal niets aan. Want een fatsoenlijke barbaar in de Sinaï drieduizend jaar geleden bekommerde zich daar immers ook niet om.

   En ik werd me pijnlijk bewust hoe weinig ik nog over dit alles wist. Het besef brak door hoe nuttig het zou zijn geweest als men ons daarover tenminste iets zou hebben bijgebracht, in al die nu zo nutteloos gebleken uren. Uren die helaas zo’n groot deel van onze opvoeding in beslag hadden genomen. Als die opvoeders van toen eens zoveel maatschappelijk besef zouden hebben gehad...

   Maar daar was ik mij in die eerste schooldagen natuurlijk nog helemaal niet van bewust. Iedere ochtend begonnen we met sprookjes. Ik vond ze prachtig! Is er iets waar je een zesjarige meer blij mee kunt maken? Iedere ochtend verhaaltje vertellen!

... vanaf dat moment was ik niet ontvankelijk meer voor Onze Lieve Heer. Zijn moraal was voor mij niet acceptabel

   De held in al die verhaaltjes was iemand die “Onze Lieve Heer” genoemd werd. Die had vroeger alles zelf gemaakt. Eerst de hele wereld, en na wat omwegen ook een man en een vrouw. De technische details zullen u bekend zijn, ook als u ze net zo min begrijpt als ik. Die twee mensen bleken Adam en Eva te heten, en ze mochten van Onze Lieve Heer in een prachtige tuin wonen, die heette het paradijs en ze hoefden nooit te werken. Ze mochten er gewoon eten van alle soorten lekkere vruchten die er volop aan alle bomen groeiden, net zo veel als ze zelf maar wilden. En al die dieren die Onze Lieve Heer ook allemaal zelf gemaakt had, leefden daar in vrede met elkaar. Het was er volmaakt en nooit was daar verdriet, of slecht weer. Want de zon scheen alle dagen. Het werd ons zo uitvoerig en met zo veel vurige overgave gebracht, dat wij – stadskinderen uit arbeidersbuurten -  het al helemaal voor ons zagen en we er zelf wel heel graag zouden hebben willen wonen.

   Helaas, de idylle bleek van korte duur. Want Eva had de verboden vrucht gegeten. Daar werd Onze Lieve Heer zo kwaad over dat hij ze beiden uit die mooie tuin verjoeg. Ze mochten er nooit meer terugkomen. Mij leek het nogal overdreven, voor één appeltje. Ik wist dat mijn vader daar niet zo boos over zou worden, want ik had thuis ook wel eens een appeltje uit de fruitschaal gepikt, en dan kreeg ik gewoon een standje. Bij mij begon de glans van Onze Lieve Heer al een beetje te verbleken, maar juf bleef idolaat en hield vol. Over zijn oneindige goedertierenheid en zo, en hoe hij ons allen met zijn liefde beschermde. 

   In mijn herinnering was het niet veel later toen ze het sprookje zonder mededogen vervolgde met een gruwelverhaal. Het bleek dat er later nog veel meer mensen waren bijgekomen, en die deden niet allemaal wat Onze Lieve Heer wilde dat ze deden. Wat dat dan precies inhield werd niet duidelijk, maar volgens juf besloot Onze Lieve Heer toen maar om ze allemaal dood te maken. Dezelfde Onze Lieve Heer! Allemaal dood! Het werd ons zonder enige emotie, zonder afkeur, zonder medeleven verteld, haast vanzelfsprekend op dezelfde didactische toon waarmee ze ons leerde tellen. Toch was dit dezelfde juf die we zo blindelings vertrouwden, omdat ze ons eerder zo blij had gemaakt met haar mooie verhaaltjes over diezelfde Onze Lieve Heer.

   Nog steeds herinner ik me - na al die jaren - mijn kinderlijke ontzetting en teleurstelling, mijn totale ontreddering van dat moment. Want juf vond dat blijkbaar helemaal niet zo erg. Misschien wist ze niet goed wat dood was, dacht ik. Want ik wist dat wel. Ruim een jaar eerder was mijn moeder dood gegaan, en nu zou Onze Lieve Heer alle moeders dood gaan maken. Alle moeders! En alle vaders! En alle kinderen! En zelfs al die zelfgemaakte dieren! En waarom nu helemaal? En hoewel nog bijna zes jaar Bijbelsche Geschiedenis lessen zouden volgen, was ik vanaf dat moment niet meer ontvankelijk voor Onze Lieve Heer. Ik kon dat toen nog niet in woorden uitdrukken, maar zijn moraal was voor mij niet acceptabel. Als je eenmaal zoiets verschrikkelijks  had gedaan, kon je het nooit meer goedmaken. Die verhaaltjes hoefde ik niet meer. Ik had mijn les wel geleerd.

   En vaak nog wordt ik aan dat beslissend moment herinnerd, wanneer mensen die ik hoog acht en die nog geen vlieg kwaad zouden doen, mij met glanzende ogen een regenboog aanwijzen. Het bewijs dat Onze Lieve Heer nooit meer genocide zal plegen! Wat een genade! Of als mensen die zelf zielsveel van hun kinderen houden, en er alles voor over hebben om hen voor onheil te behoeden, mij er zonder enige terughoudendheid op wijzen dat Onze Lieve Heer de wereld zo lief had, dat hij zijn eniggeboren zoon voor ons offerde in een gruwelijke marteldood.

   Dan slaat nog steeds verbijstering toe. Over hoe een te vuur en te zwaard verbreide ideologie overigens goede mensen tot een dergelijke dubbele moraal kan brengen, zelfs zonder dat ze dit zelf dit beseffen. En woede. Woede over het inhumane cynisme waarmee een geestelijkheid goedgelovige mensen aan zich weet te onderwerpen door middel van sprookjes die primitieve barbaren in een ver verleden verzonnen. Sprookjes waarin zij nu zelf - gezien hun ontwikkeling – niet meer kunnen geloven, maar die de gehersenspoelde massa nog steeds aanspreken. Een flagrant voorbeeld van dit kille cynisme - zo perfect passend binnen het beleid van dat criminele machtsinstituut te Rome -  werd de laatste jaren volkomen schaamteloos vertoond door aartsbischop Wim Eijk. Misschien is het niet bij het grote publiek bekend dat deze figuur in 1978 een studie geneeskunde voltooide, en later zelfs promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Enige bekendheid met moderne medicijnen kan hem dus niet ontzegd worden. Toch begon hij sinds zijn bischopswijding enthousiast bedevaarttochten naar Lourdes te propageren voor wanhopige chronisch zieken, die daar in hun onschuld genezing van hun kwalen hoopten te vinden. Genezing door de onbespoten maagd Maria!

   Is een betere demonstratie van religieus bedrog denkbaar?

_____


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort