visitors on myspace
HET OORLOGSGEBED | POSITIEF ATHEÏSME <>

HET OORLOGSGEBED

image7313

MARK TWAIN







Het was een tijd van grootse en vervoerende opwinding. Het land was tot de tanden bewapend, men was in oorlog, en in ieders gemoed ontvlamde het heilig vuur van patriotisme; trommels roffelden, fanfares schetterden, speelgoedpistolen knalden, vuurwerk siste en spetterde; in ieders hand, en tot zo ver het oog reikte over het zich uitstrekkend panorama van daken en balkons, wapperden en schitterden een woud van vlaggen in de zon; dagelijks paradeerden jonge vrijwilligers over de wijde avenue, zelfbewust en strak in hun nieuwe uniformen, terwijl hun trotse vaders en moeders en zusters en geliefden ze toejuichten met stemmen verstikt door emotionele vervoering als ze langs marcheerden; iedere avond luisterden samengestroomde menigten hijgend naar patriottistische redenaars die hen tot in de diepste krochten van hun ziel beroerden, en die zij in de kortst mogelijke pauzes onderbraken met stormachtig applaus terwijl de tranen over hun wangen rolden;

In de kerken riepen voorgangers op tot devotie aan vlag en natie, zich beroepend op de Heer der Heerscharen

in de kerken riepen voorgangers op tot devotie aan vlag en natie, zich beroepend op de Heer der Heerscharen en zijn steun afsmekend voor onze goede zaak, in uitbarstingen van gloedvolle welsprekendheid die iedere toehoorder ontroerden. Het was inderdaad een verheugende en stimulerende tijd, en de paar onbezonnen geesten die het waagden de oorlog af te keuren en twijfels te op werpen over de rechtvaardigheid ervan, kregen daarvoor direct zo’n strenge en boze waarschuwing dat ze zich voor hun persoonlijke veiligheid uit het zicht terugtrokken, en verder op deze manier geen aanstoot meer gaven.

   Het werd zondagochtend – de volgende dag zouden de bataljons naar het front vertrekken; de kerk zat vol; de vrijwilligers zaten er, hun jonge gezichten gloeiend van krijgshaftige beelden – visioenen van de geweldige opmars, de aanzwellende overmacht, de onstuitbare aanval, de flitsende sabels, de vlucht van de vijand, het tumult, de rook over het slagveld, de felle achtervolging, de overgave! Daarna weer thuiskomend uit de oorlog, gebronsde helden, verwelkomd, bewonderd, overgoten met de gouden  gloed van overwinnaars. Naast de vrijwilligers zaten hun dierbaren, trots, gelukkig en benijd door buren en vrienden die geen zoons of broers hadden om naar het veld van eer te zenden, om daar voor de vlag te zegevieren, of, als dit niet lukte, de edelste van edele doden te sterven. De dienst begon; een oorlogshoofstuk uit het Oude Testament werd voorgelezen; het eerste gebed werd uitgesproken; het werd gevolgd door een uitbarsting van het orgel die het gebouw deed schudden, en als door één impuls verrees de menigte, de ogen schitterend en met bonzende harten, en stortte die enorme aanroeping uit:

imgres

   "Almachtige God! Gij die verordineert! Laat uw klaroenen schallen en uw zwaard bliksemen!"

   Daarna kwam het “lange” gebed. Niemand kon zich herinneren ooit zulk  hartstochtelijk smeken in zulke ontroerende en prachtige taal gehoord te hebben. Het zwaartepunt van die smeekbede was dat de genadevolle en goedaardige Vader zou waken over onze edele jonge soldaten, dat Hij ze behulpzaam zou zijn, ze zou geruststellen en bemoedigen in hun patriotische taak; dat Hij ze zou zegenen, ze zou beschermen op de dag van de veldslag en in het uur van gevaar, dat Hij ze in Zijn machtige hand dragen, ze sterk en vertrouwend te maken, onoverwinnelijk in de bloedige strijd; dat Hij ze zou helpen de vijand te vernietigen, aan hen en hun vlag en natie onvergankelijke eer en glorie zou verlenen --  

   Een bejaarde vreemdeling kwam binnen en bewoog zich met langzame, geluidloze stappen voort op het middenpad, zijn ogen gefixeerd op de voorganger, zijn lange lichaam gehuld in een mantel die tot op zijn voeten reikte, blootshoofds, zijn witte haren in een schuimende waterval  tot zijn schouders afdalend, zijn doorgroefd gelaat onnatuurlijk bleek, spookachtig bleek zelfs. Terwijl alle ogen hem volgden in verwondering, bewoog hij zich geluidloos voort; zonder te pauzeren, ging hij omhoog tot naast de predikant en wachtte daar. Met de ogen gesloten, onbewust van zijn aanwezigheid, vervolgde de predikant zijn aangrijpend gebed om het tot slot te beëindigen met de woorden, uitgesproken in vurig verzoek, “Zegen onze wapens, gun ons victorie, O Heer onze God, Vader en Hoeder van onze natie en vlag!”

   De vreemdeling beroerde zijn arm en wenkte hem terzijde – wat de verbaasde voorganger ook deed – en nam zijn plaats in. Gedurende enige momenten overzag hij het geboeide gehoor met sombere ogen waarin een bovennatuurlijk licht schitterde; toen sprak hij in diepe stem:

   “Ik kom van de Troon – een boodschap van de Almachtige brengend!” De woorden verstomden de congregatie met schrik; als de vreemdeling het merkte  besteedde  hij er geen aandacht aan. “Hij heeft het gebed van Zijn dienaar, uw herder, gehoord en zal het verhoren als dit uw wens is, nadat ik, Zijn boodschapper de betekenis daarvan aan u heb verklaard, dat wil zeggen, de volle betekenis. Want het lijkt op veel van de gebeden van de mens, omdat het om meer vraagt dan waarvan degene die het uit zich bewust is – tenzij die de tijd neemt en denkt.

   “Gods dienaar en de uwe heeft zijn gebed gebeden. Heeft hij de tijd genomen en er over nagedacht? Is het één gebed? Nee, het zijn er twee – het ene uitgesproken, het andere niet. Beiden hebben het oor bereikt van Hij die alle smeekbeden hoort, uitgesproken en onuitgesproken. Overweeg dit – hou het in gedachten. Als u een zegening over uzelf wilt afsmeken, kijk uit! dat u niet tegelijkertijd en zonder het te bedoelen een vervloeking over uw buurman afroept. Als u bidt om regen over uw oogst die dit nodig heeft, kunt u door die daad mogelijk bidden voor een vloek over buurmans oogst die misschien geen regen nodig heeft en daardoor kan mislukken.

   “U heeft het gebed van uw dienaar gehoord – het uitgesproken deel ervan. Ik ben door God opgedragen het andere deel onder woorden te brengen – dat deel  waarvoor uw voorganger – en u ook in uw harten – vurig in stilte bad. En onwetend en zonder na te denken? Moge God geve dat het zo was! U hoorde de woorden: ‘Schenk ons de overwinning, O Heer onze God!’ Dat is voldoende. Het gehele uitgesproken gebed wordt in die beladen woorden vervat. Uitweidingen waren niet nodig. Toen u om overwinning bad, bad u om vele niet genoemde gevolgen die op overwinningen volgen – daarop moeten volgen, of we het willen of niet. De luisterende geest van God hoorde ook het onuitgesproken deel van het gebed. Hij heeft mij bevolen het onder woorden te brengen. Luister!

   “O Heer onze Vader, onze jonge patriotten, favorieten van onze harten, trekken ten strijde – moge U met ze zijn! In de geest trekken wij met hen mee vanuit de weldadige rust van ons geliefde haard en huis, om de vijand te verslaan. O Heer onze God, help ons om hun soldaten tot bloedige flarden te verscheuren met onze granaten; help ons om hun vredige akkers te bedelven onder de bleke vormen van hun patriotische doden; help ons het gedonder van onze kanonnen te overstemmen met het krijsen van hun gewonden, kronkelend van pijn; help ons hun nederige woningen te vernietigen met een orkaan van vuur; help ons de harten te breken van hun onschuldige weduwen met nooit eindigend verdriet; help ons om ze dakloos te maken en eenzaam met kleine kinderen te zwerven over hun verlaten land, hongerig en dorstend en in lompen gehuld, speelbal van zomerse zonnevlammen en de ijzige winden van de winter, hun geesten gebroken, uitgeput door kwellingen, U smekend om de schuilplaats van het graf en dat onthouden worden – ten gunste van ons die U aanbidden, Heer, vernietig hun hoop, verwoest hun levens, verleng hun bittere pelgrimage, maak hun stappen zwaar, besprenkel hun weg met hun tranen, besmeur de witte sneeuw met het bloed van hun gewonde voeten! Wij vragen het in de geest van liefde, aan hem die de Bron van alle liefde is en die de altijd trouwe toevlucht en vriend is van allen die zwaar beproefd worden en Zijn hulp zoeken met nederige en berouwvolle harten. Amen.

   (Na een pauze.) “Ge hebt er om gebeden; als ge dit nog wenst, laat het horen! De boodschapper van de Allerhoogste wacht!”

   Nadien werd aangenomen dat de man krankzinnig was, omdat wat hij zei zo onzinnig was.


_____


Bron: http://www.positiveatheism.org/hist/twainwp.htm


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort