visitors on myspace
BIJBELSE LEERSTELLINGEN EN RELIGIEUZE PRAKTIJK | POSITIEF ATHEÏSME <>

BIJBELSE LEERSTELLINGEN EN RELIGIEUZE PRAKTIJK

image7313

MARK TWAIN










Religie heeft natuurlijk haar aandeel gehad in veranderingen in de beschaving en het nationaal karakter. Welk deel? Het leeuwendeel. Dit is in de geschiedenis van het menselijk ras altijd al zo geweest, en zal altijd zo blijven, ongetwijfeld tot aan het eind der tijden; of op zijn minst totdat de mens, door de langzame processen van evolutie, zich zal ontwikkelen tot iets echt moois en hoogstaands – zeg maar over een paar miljard jaar of zo.

De christelijke Bijbel is een apotheek. Zijn inhoud blijft hetzelfde; maar de medische praktijk verandert


   De christelijke Bijbel is een apotheek. Zijn inhoud blijft hetzelfde; maar de medische praktijk verandert. Voor achttienhonderd jaren lang waren de veranderingen gering – nauwelijks opvallend. De praktijk was allopathisch – allopathisch in zijn meest primitieve en grove vorm. Dag en nacht, en alle dagen en alle nachten, doordrenkte de stompzinnige en onwetende dokter zijn patient met enorme en afschuwelijke doseringen van de meest weerzinwekkende medicijnen die in zijn voorraad gevonden werden; hij liet hem aderlaten, purgeerde hem, liet hem overgeven, liet hem overvloedig kwijlen, en bood zijn systeem nooit de kans om tot rust te komen, noch de natuur een kans hem te helpen.  Hij hield hem religieziek voor achttien eeuwen, en gunde hem al die tijd geen goede dag. De voorraad in zijn apotheek bestond uit gelijke delen van rampzalige en ondermijnende vergiffen, en helende en verzachtende medicijnen; maar in de dagelijkse praktijk beperkte de dokter zich tot het gebruik van de eersten; als gevolg daarvan kon hij de patient alleen maar schade toebrengen, en dat is dan ook wat hij deed. 

   Niet eerder dan tot aan ver in onze eeuw werd in die praktijk enige aanzienlijke verandering ingevoerd; en dan nog hoofdzakelijk, of alleen effectief, in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In de andere staten is het nog steeds gebruikelijk dat de patiënt de antieke behandeling ondergaat, of helemaal niet naar de dokter gaat. In de Engels-sprekende landen werden zichtbare veranderingen geforceerd juist ten gevolge van het hiervoor genoemde systeem – en de opstand van de patiënt er tegen; ze werden nooit in gang gezet door de dokter zelf. De patiënt begon zelf te dokteren, en de praktijk van de dokter begon te verlopen. Hij paste zijn methode aan, om zijn verloren handel terug te winnen. Hij deed het geleidelijk, en met tegenzin; en gaf nooit meer toe dan waar de druk van het moment hem toe dwong. Om te beginnen gaf hij de dagelijkse dosis hel en verdoemenis op, en diende hij die om de andere dag toe; daarna gaf hij nog een dag respijt; toen nog één, en te zijner tijd nog één. Toen hij het tenslotte beperkt had tot alleen nog maar op de zondag, en zich verbeeldde nu het pleit te hebben gewonnen, arriveerde de homeopaat ten tonele, en dwong hem om hel en verdoemenis helemaal op te geven, en in plaats daarvan de liefde en troost van Christus toe te dienen, en zijn naastenliefde en compassie. Die waren altijd al in de apotheek voorradig geweest, en met hun vergulde etiketten opzichtig aanwezig tussen de lange plankladingen vol weerzinwekkende purgeermiddelen en braakmiddelen en giffen, dus was het de praktijk die er schuldig aan was dat zij ongebruikt waren gebleven, en niet de apotheek. Voor de geestelijke heelmeester van vijftig jaar geleden, waren zijn voorgangers in de afgelopen achttien eeuwen kwakzalvers geweest; voor de geestelijke dokter van heden, waren zijn voorgangers van vijftig jaar geleden kwakzalvers. Wat zal de geestelijke dokter van vandaag betekenen voor de ieder-mens-zijn-eigen-geestelijke-dokter van .... wanneer? Tenzij de evolutie, die een gegeven was sinds de sterren, zonnen en planeten van het zonnestelsel nog maar zwervende nevels van meteorisch stof waren, tot een halt komt en een leugen wordt, ligt hen nog maar één lot in het vooruitzicht.

  

   De methoden van de priesters en de predikanten zijn zeer merkwaardig geweest, en hun geschiedenis is zeer vermakelijk. Door de eeuwen heen heeft de rooms-katholieke kerk slaven bezeten, slaven gekocht en verkocht, en haar kinderen gemachtigd en aangemoedigd daarin te handelen. Lang nadat sommige christelijke volken hun slaven al bevrijd hadden, hield de Kerk de hare nog vast. Als iemand met absolute zekerheid had moeten kunnen zeggen dat dit juist was, en of dit voldeed aan Gods wil en wensen, moet juist zij het zijn geweest, daar zij Gods speciaal benoemde vertegenwoordiger op aarde was, en als enige was gemachtigd om onfeilbare uitleg van de Bijbel te verschaffen. De teksten waren er; hun betekenis was niet mis te verstaan; ze had gelijk, en hierin deed zij waarop de Bijbel haar wees. Zo onaanvechtbaar was haar standpunt, dat ze door alle eeuwen heen geen enkel weerwoord uitte tegen slavernij. Maar nu toch eindelijk, in onze eigen tijd, horen we een paus verkondigen dat de slavenhandel verkeerd is, en zien we hem een expeditie naar Afrika sturen om daar een eind aan te maken. De teksten zijn er nog steeds: het is de praktijk die veranderd is. Waarom? Omdat de wereld de Bijbel heeft gecorrigeerd. De Kerk zal die nooit corrigeren; en ze laat nooit na zich achter aan te sluiten bij de voortgang van volkeren – om dan de eer op te eisen voor de rechtzetting. Zoals ze in dit geval te zijner tijd ook zal doen.

   Het christelijke Engeland steunde de slavernij en bevorderde die tweehondervijftig jaar lang, en haar door de kerk gewijde priesters keken toe, en namen er soms actief aan deel, maar waren verder niet geïnteresseerd. Engelands belang in deze zaak kan een christelijk belang worden genoemd, een christelijke onderneming. Ze had een volledig aandeel in de opleving ervan na een lange periode van inactiviteit, en deze opleving werd een christelijk monopolie; dat wil zeggen, ze was exclusief in handen van christelijke landen. Engelse parlementen bevorderden de slavenhandel en beschermden die; twee Engelse koningen hadden aandelen in slavenjagende ondernemingen. De eerste vaste slavenjager – van nog steeds roemrijke nagedachtenis – richtte op zijn tweede reis zo’n succesvolle verwoesting aan, met het overvallen en afbranden van dorpen, en het verminken, afslachten, vangen en verkopen van hun onschuldiger inwoners, dat zijn opgetogen koningin hem tot ridder sloeg, en hem een rang verleende die zijn voornaamste eer en prestige had verworven op het terrein van eerdere christelijke inspanningen. De nieuwe ridder, met karakteristieke Engelse openheid en bruuske eenvoud, koos als wapen de figuur van een negerslaaf, knielend en geketend. Het werk van Sir John was een christelijke uitvinding, die een kwart millennium lang een bloedig en vreselijk monopolie in handen van christenen zou blijven, een christelijke arbeid die voor velen huis en haard zou vernietigen, die gezinnen zou opbreken, die beroofde mannen en vrouwen in slavernij zou brengen en ontelbare harten zou breken, met als doel voorspoed en comfort te brengen aan christelijke naties, zodat christelijke kerken konden worden gebouwd, en het evangelie van de zachtmoedige en genadige Verlosser over de aarde verspreid zou kunnen worden; en zo lag in de naam van zijn schip, onverdacht maar welsprekend en duidelijk, een voorspelling verborgen. Ze werd The Jesus genoemd.

   Maar uiteindelijk stond in Engeland een onwettige christen op tegen de slavernij. Het is merkwaardig dat wanneer een christen ooit opstaat tegen een diep geworteld kwaad, dat meestal een onwettige christen is, een lid van een verachte bastaard sekte. Een bittere strijd volgde, maar uiteindelijk moest de slavenhandel wijken – en verdween. De bijbelse machtiging bleef, maar de praktijk veranderde.

   Daarna -- gebeurde het gebruikelijke; de bezoekende Engelse criticus onder ons begon direct zijn vrome handen ten hemel te heffen in afschuw van onze slavernij. Zijn ontsteltenis was onbedaarlijk, zijn woorden vol bitterheid en verachting. Want hoewel we nog geen vijftienhonderdduizend slaven hadden waarover hij zich zorgen maakte, terwijl zijn Engeland er twaalf miljoen bezat in haar buitenlandse bezittingen, deed dit niets af van zijn jammerklachten, deed dit zijn tranen niet drogen of zijn kritiek matigen. Het feit dat iedere keer dat eerdere generaties geprobeerd hadden de slavernij uit te bannen, ze daarin waren gedwarsboomd, verhinderd en verslagen door Engeland, deed er voor hem niets aan toe; dat was oud zeer, niet waard genoemd te worden.

   Tenslotte kwam onze bekering. We begonnen te ageren tegen slavernij. De harten verzachtten, hier en daar en overal. Er was geen plaats in het land waar men geen beginnend teken van medelijden met de slaaf kon vinden. Geen plaats in het land behalve één – de kansel. Tenslotte gaf ook die toe; dat doet ze altijd. Ze vocht een krachtige en koppige strijd, en deed daarna wat ze altijd doet, ze sloot zich aan bij de opmars – helemaal achteraan. De slavernij kwam ten einde. De slavernijteksten bleven; de praktijk veranderde, dat was alles.

   Gedurende vele eeuwen waren er heksen. De Bijbel zei dat. De Bijbel verordonneerde dat hen het leven niet gegund diende te worden. Daartoe pakte de Kerk, na achthonderd jaar lang haar plicht slechts op een trage, slome manier te hebben vervuld, haar galgen, duimschroeven en brandstapels op en begon nu serieus aan haar heilige werk. Ze werkte hard, dag en nacht, gedurende negen eeuwen en nam hele horden en legers van heksen gevangen, martelde ze, hing ze op en verbrandde ze, en wasten zo de christelijke wereld schoon met hun immorele bloed.

  Toen werd ontdekt dat zoiets als een heks niet bestond, en nooit had bestaan. We weten niet of we daarom moeten huilen of lachen. Wie ontdekte dat er geen heksen bestonden – de priester, de predikant? Nee, die ontdekken nooit iets. In Salem klampte de predikant zich nog pathetisch vast aan zijn heksenteksten, nadat het lekendom die had opgegeven, met berouw en in tranen voor de misdaden en wreedheden waartoe de predikant hen had misleid. De predikant wilde meer bloed, meer schande, meer wreedheden; het was het ongewijde lekendom dat hem ervan weerhield. In Schotland doodde de predikant de heks nadat de rechter haar onschuld uitsprak; en toen een barmhartige wetgevende macht voorstelde de afschuwelijke wetten tegen heksen uit het wetboek te schrappen, was het de predikant die kwam smeken, met tranen en vervloekingen, dat ze dit moesten verantwoorden.

   Er bestaan geen heksen. De teksten over heksen blijven; alleen de praktijk is veranderd. Het hellevuur is verdwenen, maar de teksten blijven. De vervloeking van baby’s is verdwenen, maar de teksten blijven. Meer dan tweehonderd doodstraffen zijn uit de wetboeken verdwenen, maar de teksten die daartoe machtigden, blijven.

   Is het niet opmerkelijk dat in de hele overvloed van teksten waartoe de mens zijn vernietigende pen heeft gedreven, hij nooit een keer de vergissing heeft gemaakt een goede en nuttige uit te wissen? Het schijnt er in ieder geval op te wijzen dat als de mens zijn weg richting verlichting verder volgt, zijn religieuze praktijk uiteindelijk enige gelijkenis met menselijk fatsoen zou kunnen bereiken.

_____


Naschrift redactie: Bij het lezen van wat de auteur over de bijbelse goedkeuring van slavernij zegt, dwingt zich onwillekeurig de herinnering op aan die enorme flater van de voormalige christelijke premier Balkenende, die eens in religieuze extase en met van emotie overslaande stem zijn gehoor opriep "die VOC mentaliteit!!!" weer opnieuw gestalte te geven. Aangezien hij zelf geschiedenis had gestudeerd aan de "Vrije Universiteit" reikte hij daar, overigens onbedoeld, tevens een argument mee aan voor de afschaffing van alle bijzonder onderwijs.


Bron: http://www.positiveatheism.org/hist/twainwp.htm#BIBLE


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort