visitors on myspace
WAAROM HET GELOOF VAAK STERKER IS DAN DE LOGICA | POSITIEF ATHEÏSME <>

WAAROM HET GELOOF VAAK STERKER IS DAN DE LOGICA

LEO ZEELENBERG



IMG 2868 (1)


   Het lijkt allemaal zo simpel: “Een denker is geen gelovige en een gelovige is geen denker” (M. Sherman). De realiteit is dat ook intelligente mensen gelovig kunnen zijn. Die denken ook, soms zeer langdurig, alleen anders, binnen hun eigen kader. Voor mensen die nooit een geloof hebben gehad is het misschien wel lastig om te begrijpen waarom mensen in een geloof blijven en niet kritisch (durven te) kijken. Als ex-gelovige (van drie zeer verschillende religies) en als psycholoog wil ik proberen wat uit te leggen van de dynamiek die er mijns inziens achter zit.


Ik kwam een keer de uitspraak tegen “ons denken volgt onze gevoelens, hoezeer we ook graag het tegendeel willen geloven”. Deze uitspraak is mijn uitgangspunt, (al is hij algemener bedoeld). Gelovigen wíllen graag geloven en dat gevoel volgen we en we passen ons denken daarop gemakshalve aan. Heel slim letten alleen op datgene dat ons geloof ondersteunt en negeren hetgeen het geloof niet ondersteunt. Natuurlijk speelt dat wat men met de paplepel krijgt ingegoten, als een soort hersenspoeling een rol, maar zonder het willen geloven zou dat nooit zo bestendig zijn.


Wat ik vooral duidelijk wil maken is wélke gevoelens er achter zitten dat we willen blijven geloven. Het is een scala aan verschillende gevoelens elk voortkomend uit specifieke behoeftes die bevredigd worden. Wat vaak genoemd wordt is de angst voor dood, angst voor de hel en het aanlokkelijke van de hemel (waarin je ook geliefden weer terug kunt zien). Ik denk dat deze gevoelens echter niet de belangrijkste factor vormen. De beloning is namelijk zo ver weg en mensen zijn meer geneigd om voor directere beloningen te gaan dan voor ver weg liggende. Veel gelovigen geloven ook niet meer in een hel tegenwoordig. 

Een eerste, en mijns inziens de belangrijkste, drijfveer die er achter zit is dat je als kind het gevoel krijgt dat je tot de ‘goede mensen’  behoort als je tot de gelovigen (van je eigen groep) behoort. Dit principe zit dicht tegen het ‘wij-zij-fenomeen’  aan waar ook mensen zonder religie aan onderhevig zijn. (meestal wordt het Engelse ‘ingroup-outgroup’ ook in het Nederlands gebruikt). Je vertrouwt je eigen groep en de buitenstaanders minder of helemaal niet. Het wordt uiteraard versterkt door de inhoud van het geloof die onderscheid maakt tussen de goede gelovigen en slechte ongelovigen. Zelfs de meest heftige tegenstanders van discriminatie hebben gevoelsmatig nog last van dit fenomeen. Een simpel voorbeeld van het wij-zij-fenomeen is dat de Ajax-supporter niet gauw een Feyenoord-supporter zal kunnen worden of andersom. Hij behoort tot de goeden en de anderen zijn de slechten. Hoewel ik al jaren atheïst ben heb ik nog steeds geen goed gevoel bij het woord atheïst en niet alleen omdat het al heel vroeg een negatieve lading heeft gekregen, maar ook door dit wij-zij-fenomeen. Het bij de groep weggaan voelt dus fout, geeft gewetensproblemen.  Dit wij-zij-fenomeen zit dicht aan tegen een iets ander aspect namelijk het loyaliteitsgevoel, dat we de mensen in die groep niet willen laten vallen maar ook dat we bij een groep willen blijven horen. Indien ook de eigen familie gelovig is wordt dit nog versterkt. Ten opzichte van familie is het niet alleen een gevoelsmatige kwestie maar kan het ook concreet tot verslechtering van de relatie leiden of zelfs tot afwijzing en uitstoting. De groep verwisselen voor een andere groep van gelovigen waar men zich met meer van de inhoud kan verenigen is minder problematisch. Dan betitel je die voortaan als de goeden en je behoort toch weer tot een groep.


Dan is er het existentiële aspect van ‘zingeving’. We hebben blijkbaar de behoefte om het bestaan en de wereld in een begrijpelijk kader te plaatsen want dat voelt prettig. Dat alles uit het niets is ontstaan is slecht verteerbaar. Dat het probleem alleen maar verlegd wordt door in een Schepper te geloven (want waar komt die Schepper dan weer vandaan?) wordt niet onderkend. Bij zingeving hoort ook het willen hebben van een doel, een leidraad voor het leven. Als we zijn geschapen, dan moet het leven ook een doel hebben, liever nog een ideaal, want idealen geven veel energie en daarvoor willen mensen zelfs hun leven opofferen. Dat doel kan ingevuld worden met het bereiken van de hemel, de wereldvrede, een wereldreligie maar is voor velen ook zelfontwikkeling of  de wens een beter mens te worden met behulp van dat geloof. Ook hier speelt weer verlegging van het probleem, want wat voor doel moet je nog nastreven als je in die hemel bent?

Ook is er de behoefte om het leven mooier en bijzonderder te maken dan het al is, met allerlei magische, mystieke en filosofische theorieën. Een zuivere uiting hiervan is het geloof in astrologie. Dat wordt je niet opgedrongen door je ouders en er zit geen beloning achter van te bereiken hemel. Al die aspecten die voor een religie gelden gaan niet op voor het geloof in astrologie, toch geloven velen er in. Het maakt de wereld wel mooier dan die is. Bij het geloof in astrologie spelen ook nog andere fenomenen maar daar ga ik even niet op in.


Er zitten in het dagelijks leven van een gelovige een aantal nog concretere bekrachtigingen, verschillende positieve gevoelens, die het geloof in stand houden. Het levert met een zekere regelmaat iets op in het leven van de actieve gelovige.  Zo zal het gebed voor velen rust in hun hoofd geven en dat wordt dan gezien als de zegening van boven. Dat het een vorm van trance of zelfhypnose is, wat hetzelfde biedt, wordt niet onderkend. 

Onlangs las ik in een boek van Maarten ’t Hart  (Magdalena) over een dominee die bij zijn vertrek uit het dorp werd toegezongen met het lied waarmee ook de net gedoopte kinderen (staande) worden toegezongen ‘Dat ’s Heeren zegen op u daal’...  Direct kreeg ik weer het kippenvel gevoel dat ik als kind daarbij ook had, alsof die zegen voelbaar was. Het lijkt op het volkslied-gevoel maar is weer net iets anders. En wat te denken van de geborgenheid die het kinderen (maar ook volwassenen) kan geven die dagelijks in hun gebedje zeggen : “Heere houdt ook deze nacht over mij getrouw de wacht”. Dat de nacht niet zoveel gevaren heeft maakt niet zoveel uit. De orthodoxe gelovige is opgevoed met het idee dat er niets gebeurt zonder zijn instemming, ook overdag. 


Het samenzijn met gelijkgestemden en nog meer het samen zingen geeft een verbondenheid die je niet snel in een andere groep krijgt. Met een niet religieus koor krijg je het wel enigszins maar daar speelt niet de eenheid van gedachte een rol en is dus minder sterk. Het gevoel van devotie is ook een sterke beloning voor een gelovige, net als de bezoeker van een popconcert dit kan beleven als hij dicht bij zijn bewonderde artiest is. Onlangs zag ik een film over een bijeenkomst van atheïsten waarbij er lange rijen stonden om een hand en een handtekening te krijgen van Richard Dawkins. Atheïsten zijn hier dus ook vatbaar voor en Dawkins heeft er blijkbaar geen afkeer van. 

 

Gevoelens van heiligheid die je bij het betreden van een kathedraal of andere religieuze ruimte kunt krijgen of bij het horen van religieuze muziek zijn een beloning maar ook een bewijs van ‘Zijn’ aanwezigheid. In de meer evangelische richtingen speelt nog sterk het gevoel geliefd te zijn en gezien te worden. Dat kan heel sterke positieve gevoelens opleveren, wel genoemd als “in de Heer” zijn of “ wandelen in de liefde”. Men kan zijn eigen gevoel van liefde ook kwijt zonder de angst op afwijzing. Wie in God gelooft op de evangelische manier is nooit alleen en ook verlost van de existentiële eenzaamheid die we volgens sommige filosofen zouden hebben. 


Verder kan het hebben van een geloof  ervoor zorgen dat de moeilijkheden in het leven beter te verdragen zijn omdat deze  zin kunnen hebben, als beproeving of om er beter door te worden. Gevoelens van overgave zijn prettiger dan die van verzet of onrechtvaardigheid.

Even samengevat wat het geloof dus aan gevoelens biedt: vermindering van angst voor de dood; gevoel van tot de goede mensen te behoren; bij een groep horen; devotie; innerlijke rust; geborgenheid; mystieke gevoelens; gezegend worden; loyaliteit; heiligheid; zingeving; idealen; geliefd zijn; liefhebben zonder vrees voor afwijzing; vermindering van eenzaamheid; overgave.


Uiteraard zijn bovenstaande elementen geen zaken die bewust gecalculeerd worden door de gelovige. Maar hij zal zich gevoelsmatig wel bewust zijn van wat hij allemaal kwijt raakt als hij afscheid neemt van het geloof. Hij zal ook na afscheid geplaagd kunnen worden door nostalgische gevoelens naar de sterke gevoelens die binnen dat geloof opgewekt werden.


Dit is geen pleidooi voor het aannemen van een geloof of het behouden daarvan, want ik denk dat bij afweging de nadelen tegen de voordelen wegvallen. En al zou dat niet het geval zijn dan zoek ik liever een nuchtere waarheid dan een prettige onwaarheid.

_____


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort