visitors on myspace
DE VATICAANSE RATTENROUTE | POSITIEF ATHEÏSME <>

DE VATICAANSE RATTENROUTE

image7313

JONATHAN PETROPOULOS






In de laatste dagen van de oorlog, waren duizenden ontheemden, zogenaamde displaced persons, verstrooid over een door oorlog verscheurd Europa. Deze mensen waren van huis en haard verdreven, en veel van hen hadden geen familie meer om naar terug te keren, omdat die hetzij dood, vermist of ook ergens elders op het continent waren verdwaald. De meesten waren slachtoffers van Nazi-geweld, terwijl anderen uit handen van de oprukkende Sovjettroepen van Jozef Stalin poogden te blijven.


PAUS PIUS XII                                 ADOLF EICHMANN


   Verscholen tussen deze menigten van displaced persons verkeerden sommige van Europa's meest beruchte oorlogsmisdadigers, individuen die het bloed van miljoenen aan de handen kleefde. Net voor het einde van de oorlog had het secretariaat voor Buitenlandse Zaken van de Heilige Stoel campagne gevoerd om deze berooiden van spirituele en materiele steun te voorzien. Het Vaticaan heeft altijd consequent volgehouden dat ze zich niet bewust waren van de identiteit van degenen die hun humanitaire hulp niet verdienden. Helaas wisten een aantal hooggeplaatste priesters niet alleen wie die gezochte oorlogsmisdadigers waren, maar spoorden ze hen bewust op en gaven ze hen extra hulp en verleenden hen voordelen zoals maar weinig mensen gedurende de hele oorlog hadden ontvangen.


FRANZ STANGL                                        ALOIS HUDAL


   Jaren later werd het publiek geheim dat oorlogsmisdadigers als Klaus Barbie (Gestapo chef in Lyon), Adolf Eichmann (hoofdadministrateur van de jodenvernietiging), Heinrich Meller, Franz Stangl (commandant van vernietigingskampen Sobibor en Treblinka) en een hele lijst van andere oorlogsmisdadigers het verscheurde Europa ontsnapt waren via de Katholieke Kerk. 

   De meeste van deze mannen ontsnapten door toedoen van één man, een RK bisschop genaamd Aloïs Hudal, rector van de Pontificio Santa Maria dell Anima. Gedurende de oorlog had Hudal dienst gedaan als Commissaris voor het Episcopaat voor Duitssprekende katholieken in Italië, en tevens als biechtvader voor de Duitse gemeenschap in Rome. 

   Hudal koesterde antisemitische gevoelens en zijn pro-Nazi overtuiging was welbekend in de hele katholieke gemeenschap. Bisschop Hudal had tijden de regering van Hitler herhaaldelijk gesproken over de overeenstemming tussen de Katholieke Kerk en de Nazi-regering.

   In het boek van Gitta Sereny: 'De duisternis tegemoet' beschrijft Stangl hoe bisschop Hudal hem verwachtte (het scheen dat hij meer dan honderd oorlogsmisdadigers verwachtte) en dat hij bezig was om papieren, paspoorten, uitreisvisa en werkvergunningen te regelen voor Zuid-Amerika. 

   Hudal regelde onderkomens en transport via auto, vliegtuig en schip en scheen een overvloed aan geld beschikbaar te hebben voor extra toelagen, omkopingen en eventuele noodgevallen. 

   Hudal had contacten bij het Duitse Rode Kruis, het Amerikaanse Office of Strategic Services, de Britse geheime dienst, en scheen zelfs goed ingevoerd te zijn bij twee welbekende Nazi ontsnappingsorganisaties, ODESSA en DIE SPINNE. Allebei deze organisaties werden ruim gefinancierd, en waren verbonden met ex-nazi officieren die in het geheim meewerkten om nieuwe tehuizen te vinden in het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en zelfs de Verenigde Staten.

   Simon Wiesenthal heeft bij talloze gelegenheden betoogd dat iedere nazi die probeerde te ontsnappen, wist dat hij naar het Vaticaan moesten gaan voor bisschop Hudal. 

   Wiesenthal geloofde dat Stangl dezelfde hulp kreeg die diens twee goede vrienden, Gustav Wagner, voormalig plaatsvervangend commandant van Sobibor, en Aloïs Brunner, een voormalig commandant van een mobiel doodseskader in Rusland hadden gekregen, toen zij aan geallieerde gerechtigheid ontsnapten. 

   Volgens verscheidene betrouwbare getuigen was de bisschop een intieme vriend van Walter Rauff, een ambitieuze SS-officier die met het toezicht belast was over het ontwikkelingsprogramma voor de mobiele vergassings-containers. Hun vriendschap begon in 1943, en velen geloven dat die vriendschap voortduurde tot de dood van Rauff.

   Na de plotselinge dood van kardinaal Magione in augustus 1944 besloot Paus Pius XII niet een nieuwe secretaris voor Buitenlandse zaken te benoemen, maar nam hij persoonlijk verantwoording voor buitenlandse zaken. 

   Monseigneur Domenico Tardini en monseigneur Giovani Montini werden zijn belangrijkste adviseurs. De laatste was een intieme vriend van bisschop Hudal. Toen de oorlog eenmaal over was, transformeerde de bisschop zichzelf van een pro-fascist in een vurig anticommunist, die ijverig om bondgenoten zocht in zijn heilige oorlog tegen het communisme. Hudal overtuigde Montini ervan dat een lankmoedig beleid was gewenst ten aanzien van mensen die katholiek en anticommunist waren, aangezien zij als waardevol voor de komende strijd tegen het communisme werden beschouwd. 

   Montini en Tardini wisten Zijne Heiligheid de Paus hiervan te overtuigen, en als gevolg stroomden de ex-nazi oorlogsmisdadigers Europa uit om een nieuw tehuis te vinden over de hele wereld. Ten slotte benoemde de Paus bisschop Hudal als de officiële Spirituele Adviseur voor het Duitse volk, en gaf hem opdracht alle kampen voor Duitse krijgsgevangenen te bezoeken teneinde waardige anticommunisten te vinden en ze speciale hulp te bieden met de zegen van het Vaticaan.

   De Amerikaanse geheime diensten waren op de hoogte van de missie van bisschop Hudal en hielpen niet alleen door transport en logies aan te bieden, maar zelfs identiteitspapieren voor Hudals favorieten. Meer dan 30.000 nazi oorlogsmisdadigers herwonnen zo hun vrijheid en kregen een nieuw leven. ODESSA was slechts een amateuristische ontsnappingsroute in vergelijking met de Vaticaanse Rattenroute. Een groot aantal van deze ontsnapte criminelen waren zelfs niet eens Duitsers, duizenden waren Oost-Europesche collaborateurs die vrijwillig voor de Duitsers gemoord hadden.

   De gehele periode 1932-1945 vormt een bedroevend verleden voor de Katholieke Kerk. Velen hebben beweerd dat de Katholiek Kerk zich bedreigd voelde en onder de duim van een dictator verkeerde, en dat daarom de Kerk niet bij machte was steun te verlenen aan de vijanden van het Derde Rijk. Misschien kunnen we het Vaticaan nog het voordeel van de twijfel gunnen in februari 1942, maar niet in december 1944 of maart 1945. Was de Katholieke Kerk bang voor een nazi-invasie in april 1945? Was de Kerk beducht voor de wraak door rondzwervende SS-divisies in mei 1945?

   Nee, de Katholieke Kerk heeft niet alleen doelgericht nazi-oorlogsmisdadigers aan hun gerechtigheid helpen ontsnappen, maar ze ook nog geholpen nieuwe levens op te zetten in verre landen. Het Vaticaan heeft alle hen ten dienste staande middelen benut om oorlogsmisdadigers te assisteren, inclusief het verkleden van SS-officieren in priesterkledij, en het witwassen van honderden miljoenen in ongemunt goud door middel van Vaticaanse bankkanalen.

   Toegegeven, humanitaire hulp is een van de missies van de Kerk op deze aarde, maar houdt deze missie van broederlijke liefde ook in dat ontsnapte moordenaars en oorlogsmisdadigers een veilig tehuis moet worden geboden? We geven toe dat liefde voor de naaste een van de basis principes van de Kerk is, maar houdt dat ook in het bedekken met de mantel der liefde van de zonden van voormalige leden van de SS, die vrijwillig zondigden tegen hun medemensen?

   Over deze kwesties laten we de lezer zelf beslissen.

__________


Bron: http://www.claremontmckenna.edu/hist/jpetropoulos/holocaust/aftermathintro.htm


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort