visitors on myspace
WAAROM IS RELIGIOSITEIT ZO MOEILIJK TE GENEZEN? | POSITIEF ATHEÏSME <>

WAAROM IS RELIGIOSITEIT ZO MOEILIJK TE GENEZEN?

image7313

FRANK R. ZINDLER






Aangezien we hier vandaag zijn samengekomen in de beoefening van rede en rationeel begrip van onze wereld, moeten we vaststellen dat die wereld opnieuw worstelt met een zeer onredelijke activiteit – oorlog. Voor zover terug als we in onze geschiedenis kunnen naspeuren, heeft onze soort zich met zo’n alarmerende regelmaat vergrepen aan grootschalig geweld dat men zou denken dat oorlog een soort-specifiek kenmerk is van Homo sapiens. Zoals het geval was met praktisch iedere oorlog die onze soort in het verleden gevochten heeft, is de Balkan-oorlog  (Red: 1985) waarin we op dit moment betrokken zijn diep verweven in religieuze twisten. Hoewel niet overmatig veel van de oorlogen in het verleden het drievoudige odium theologicum inhielden dat we in de huidige oorlog zien – met Soennitische moslims, Orthodox-Katholieken en Rooms-katholieken die elkaar wederzijds zwartmaken en doden – is het geen overdrijving te zeggen dat de overgrote meerderheid van oorlogen in het verleden door religie gerechtvaardigd en gevalideerd werd, als ze al niet rechtstreeks hierdoor uitgelokt waren. Het is haast onmogelijk oorlog te voeren zonder de goedkeuring van de lievelingsgoden van de oorlogvoerende naties.

   Als religie zo centraal staat in het succesvol oorlog voeren – het lijkt nauwelijks punt van debat – zou het voor de hand liggend schijnen dat als we religie zouden kunnen elimineren, we daarmee de emotionele en “morele” impuls voor oorlog zouden verwijderen. Hoewel het onrealistisch zou zijn te veronderstellen dat dit oorlogen geheel zou elimineren, zou dit het zeker moeilijker maken een oorlog te beginnen en vol te houden. Vrede zou dan norm worden voor het menselijk bestaan, niet de uitzondering. Zonder het gelukbrengende "Gott mit uns" op onze koppelgespen, zouden we ons tweemaal bedenken voordat we afmarcheren om de achterlijke ongelovigen te bevechten. (Eigenlijk is tweemaal niet het belangrijke deel hier: dat we ons sowieso zouden bedenken is de nieuwigheid.)

   Kort nadat ik atheïst was geworden, op de eerbiedwaardige leeftijd van achttien, ontdekte ik de religieuze wortels van oorlog en dacht ik dat ik daar iets aan kon doen. Ik zou de opvolger worden van Mahatma Ghandi. Ik zou er in slagen vrede op de wereld te brengen – door religie uit te wissen. Ongetwijfeld zou ik de Nobelprijs winnen.

   Om dat nobele/Nobel doel te bereiken, begon ik mij voor te bereiden. Ik bestudeerde alles dat relevant scheen voor de taak om de draak van het bijgeloof te verslaan. Ik bestudeerde dode talen waarin heilige geschriften waren geschreven, en studeerde conceptueel alle wetenschappen van astronomie tot zoölogie in alfabetische volgorde en van deeltjesfysica to psychologie. Ik was er op gebeten volledige greep op religie te krijgen. Ik zou leren om iedere leugen, iedere misleiding, ieder bedrog op te sporen waaraan religie zich schuldig maakte. Ik zou leren hoe de heilige geschriften van de wereld in elkaar geflanst waren. Ik zou de zwakke plekken in religieuze logica (of wat daar voor door gaat) identificeren, en ik zou al de “bewijzen” voor het bestaan van goden doorzien en weerleggen. Ik streefde naar het afbreken van de logische en bewijsleverende grondslagen van religie. Nadat ik dat bereikt zou hebben, zou religie vast en zeker uiteenvallen en verdwijnen.

   Na verscheidene jaren voltooide ik mijn studieprogramma en begon ik de wereld te redden door iedereen tot het atheïsme te bekeren. Hoewel ik aanzienlijk succes had en velen bekeerd had, kwam ik in de problemen. Ik kwam wetenschappers tegen die de evolutie accepteerden en het meeste van de overige wetenschap, maar die diep onder de indruk waren van de “bewijzen” voor bijbelse profetieën. Ik trof Bijbelkenners die geen illusies koesterden over de Bijbel als geïnspireerd zijnde, maar toch diep onder de indruk waren van de argumenten van bepaalde creationisten en aanvoelden dat er een god nodig was om regenbogen, rozen en moederlijke liefde te scheppen.

Waarom geeft niet iedereen religie op als je ze confronteert met alle logica en bewijzen er tegen?

   Tot bepaalde hoogte konden zulke problemen succesvol overkomen worden door de voor de hand liggende procedures: door Bijbelkenners te onderwijzen in de grondslagen van evolutionaire biologie, en de evolutionaire geschiedenis van de heilige geschriften en de totaal menselijke dimensies van “profetiën” aan wetenschappers uit te leggen. Toch bleven veel mensen onovertuigd, hoezeer ik ook mijn best deed. Er was niets dat ik kon uitleggen of demonstreren dat ze deed afzien van hun religieuze illusies of waandenkbeelden.

   Waarom geven ze het niet op?

   Waarom geeft niet iedereen religie op als je ze confronteert met alle logica en bewijzen – absoluut overtuigende bewijzen – er tegen? Waarom blijven zoveel mensen onovertuigd nadat al je argumentatieve raketten ieder bolwerk van mythe opgeblazen hebben?

   Men zou natuurlijk kunnen veronderstellen dat lage intelligentie de hoofdoorzaak van religiositeit zou zijn. Tenslotte is denken zoveel moeilijker dan geloven – vandaar de grote overmacht van gelovers over denkers in alle tijden en culturen. Maar wat te zeggen wanneer de leden van dat selecte gezelschap die we kennen als denkers, tevens gelovigen zijn? Lage intelligentie is dus niet noodzakelijk het probleem. Laten we eens kijken naar een recente ervaring die ik op internet had. Op een ochtend ontving ik een buitengewoon beledigend e-mailbericht van een creationist die iets gelezen had dat ik over creationisme geschreven had op de website van American Atheists. Een maandenlange uitwisseling van berichten volgde waarin we disputeerden over schepping versus evolutie op ieder voorstelbaar niveau van bewijs. Tot het einde toe volhardde de man in zijn geloof dat het universum slechts een paar duizend jaar oud is en dat ik een beroepsmatige bedrieger was.

   Later bleek dat mijn anonieme antagonist een doctoraat in biochemie van Boston University is verleend en betrokken is in zeer ver ontwikkeld biochemisch onderzoek van grote betekenis voor de bestudering van kanker en andere medische gebieden. Waarom kon zo’n duidelijk intelligent persoon iets dat zo voor de hand ligt als de hoge leeftijd van de aarde niet inzien? Er was een aanwijzing.

   Al vroeg in ons dispuut had de creationist de claim gemaakt dat er geen fouten of contradicties voorkwamen in de Bijbel. Onmiddellijk schoot ik terug met twee passages die zo duidelijk met elkaar in tegenspraak waren dat ik dacht dat er geen verder argument kon zijn:

   II Koningen 24:8:  Jojachin was achttien jaar oud toen hij koning werd. Drie maanden regeerde hij in Jeruzalem

   II Kronieken 36:9: Jojachin was acht jaar oud toen hij koning werd. Drie maanden en tien dagen regeerde hij in Jeruzalem.

   Stelt  u zich mijn consternatie voor toen ik een beschimpend antwoord ontving waarin mijn stelling dat Koningen en Kronieken niet allebei waar konden zijn, glashard ontkend werd. Mijn consternatie werd nog vergroot door het feit dat hij niet genegen was “de schijnbare tegenspraak” (zoals de meeste Bijbelapologeten het zouden uitdrukken) in de twee passages te verklaren. Er was geen tegenstelling tussen deze passages! Punt, uit. Het was duidelijk dat hij niet in staat was dat te zien wat voor mij zo duidelijk was. Het was ook duidelijk dat we hier met een waarnemingsprobleem te maken hadden.Was hij mentaal ziek? Het staat natuurlijk vast dat alle soorten van religieuze ideeënvorming en gedragingen als vormen van mentale ziekte beschouwd kunnen worden. Maar zolang er geen belemmering geschapen wordt in het aandacht schenken aan iemands dagelijkse behoeften en lichaamsfuncties, en als het religieuze denken iemands bekwaamheid om de kost te verdienen niet verstoort – als de vervorming van religieuze geestesgesteldheid  niet over morst in het praktisch domein van het leven – lijkt het toch overdreven om  incidentele buien van religieuze waanbeelden af te doen als een mentale ziekte. Voor zover ik heb kunnen vaststellen, doet mijn antagonist het uitstekend in zijn laboratorium en weet hij hoe wanneer het toepasselijk is een zwempak te dragen.

   Zijn conditie was in ieder geval niet zo ernstig als die van mensen die mij vertellen “Ik weet dat God echt is omdat Hij tegen mij spreekt.” En zelfs de meeste mensen die zulke nonsens beamen zijn niet mentaal ziek in de serieuze betekenis van die term. Bij nadere ondervraging willen de meesten wel toegeven dat ze niet echt stemmen horen. Eerder, dat gedachten ongevraagd in hun geest opspringen die zoveel van hun normale gedachtegang verschillen dat zij denken dat die gedachten van buiten henzelf komen. Bij zowel de creationist als de mensen die hun eigen gedachten niet herkennen wanneer ze die denken, lopen we tegen het probleem aan van subjectieve ervaringen en vervormde perceptie, die zo dwingend zijn dat ze in staat zijn alle uiterlijke zintuiglijke bewijzen te overkomen die daaraan tegengesteld zijn. Zou het menselijke brein zo gemakkelijk afglijden tot zo’n gestoorde functionaliteit? Hoe kon natuurlijke selectie toestaan dat zo’n wijdverspreide tekortkoming overleeft – ja, zelfs welig tiert – in een soort? We moeten proberen het antwoord te vinden.


RELIGIE ALS SOORTSPECIFIEK GEDRAG

   Lang geleden schreef Charles Darwin een boek met de titel The Expression of the Emotions in Man and Animals (De uitdrukking van de emoties bij mensen en dieren), waarin hij de evolutionaire wortels van psychologie onderzocht. Lachen, huilen, glimlachen, en veel andere menselijke gedragingen bleken in alle rassen en culturen gevonden te worden. Bovendien kan de oorsprong van deze gedragingen terug getraceerd worden in apen en andere “lagere diersoorten”. Net zoals het menselijk lichaam, kon men menselijk gedrag beschouwen als geëvolueerd zijnde vanuit een voormenselijke conditie. Gedragsneigingen konden, net als anatomische eigenschappen, soortspecifiek zijn en gebruikt worden om een biologische soort te definiëren. Als dit het geval is, lijkt het duidelijk dat deze gedragingen genetisch geconditioneerd moeten zijn: de gedragingen resulteren uit de verbindingen in - en de fysiologische werking van - het brein, en deze op hun beurt zijn het resultaat van het tot uitdrukking brengen – voor zover de omgeving dat toestaat – van de instructieve boodschappen die aangeboren zijn in het menselijk genoom. Als religiositeit een soortspecifieke eigenschap is voor Homo sapiens als geheel (en niet een secundair geslachtskenmerk van de menselijke vrouw, zoals G.B. Shaw eens schertsend opmerkte), dan moet er een anatomische en fysiologische basis voor zijn in het menselijk brein.

   Bewijs voor een neurale basis voor religie is reeds lang voorhanden. Al sinds geruime tijd hebben we geweten dat entheogene middelen bij de mens religieuze ervaringen,  heilige hallucinaties en andere “ontzagwekkende” sensaties kunnen opwekken. De peyotl cactus (die mescaline bevat) wordt door de oorspronkelijke bewoners van Amerika in hun religieuze riten gebruikt om een sacrale psychose op te wekken, en de schimmelproducten psilocybine en amanitine werden mogelijk als entheogenen gebruikt in de Oudheid in het Nabije Oosten. De atheïstische Dode Zeerollen kenner, John Allegro, schreef ooit een boek met de titel The Sacred Mushroom and the Cross (De heilige paddenstoel en het kruis). In dat boek volgde hij het spoor van de ervaring in het Nabije Oosten met de giftige, hallucinogene paddenstoel Amanita muscaria terug tot de oude Soemeriërs en bracht hij een redelijke casus voor het argument dat weerklanken van ervaringen met “magische paddenstoel” zelfs in het Nieuwe Testament gevonden kunnen worden.

   De implicaties hiervan zijn duidelijk. Als moleculen van bepaalde drugs in staat zijn om ons religieuze ervaringen te doen hebben, dan moet er een circuit in onze hersenen bestaan dat geactiveerd of belemmerd wordt door die moleculen – en dat circuit is ten minste indirect een product van genetica.

   Verdere steun voor een neurale basis voor religie wordt geleverd door het bestaan van zowel atheogene als entheogene drugs. In ten minste een aantal psychoses die door extreme religieuze waanbeelden gekenmerkt worden, kunnen antipsychotische medicijnen het religieus delirium  verdrijven. Zou iemand er aan kunnen twijfelen dat bij het AMANITA MUSCARIA                               uitdrijven van goden bij zulke patiënten, de drugs werken op bepaalde neuronale receptoren en neuronale impulsen aantasten? Is het teveel om te hopen dat op een dag een medicijnkuur beschikbaar zal komen voor religieuze verslaving? Zou het niet fantastisch zijn wanneer een dokter kan zeggen, “Neem  twee Thorazines en kom over een maand terug als je nog steeds de behoefte voelt om tienden te heffen.” 

   We moeten ook voor ogen houden dat slaapkwab epilepsie (TLE) vaak gepaard gaat met hyperreligiositeit, en het is waarschijnlijk dat St. Paulus – aantoonbaar de schepper van het christendom –aan een bepaald soort epilepsie leed. Dr. Vilayanur Ramachandran, directeur van het Centrum voor Brein en Cognitie, heeft TLE patiënten bestudeerd en heeft ontdekt dat hun Galvanische Huid Reacties buitenproportioneel geprikkeld werden door blootstelling aan religieuze woorden. Het woord Jezus laat hun handpalmen net zo transpireren als die van normale mensen die met seksuele termen bestookt worden. Opnieuw blijkt dat hersenprocessen (en pathologische nog wel!) de oorzaak zijn van religieuze ondervinding. En bovendien lijkt het argument beslecht door recente experimenten die aantonen dat “religieuze ervaringen”, “bovennatuurlijke waarnemingen” etc. in gang kunnen worden gezet door elektrische stimulatie van bepaalde delen van de hersens.Voordat we proberen te onderscheiden wat de “normale” functie van het “god circuit” in de hersens zou kunnen zijn, moeten we nog op een laatste aanwijzing duiden. Religieuze gevoelens worden sinds de oertijd vaak geassocieerd met een trance zoals die wordt teweeggebracht door hypnotiserende fenomenen als dansen, scanderen en andere factoren die suggestibiliteit verhogen.

   Als er, zoals nu onbetwistbaar lijkt, er delen van het brein zijn die religieuze gevoelens tot stand brengen en de oorzaak zijn van onze waanbeelden van gemeenzaamheid met god, moeten we ons afvragen waarom die bestaan. Wat is hun normale functie? Waarom zou een niets ontziend proces als natuurlijke selectie zulke structuren geproduceerd hebben? Ik geloof dat de antwoorden op zulke vragen gevonden moeten worden bij de oplossing van een groter vraagstuk: waarom, als religie niet in overeenstemming met de realiteit is, zou natuurlijke selectie het hebben toegestaan niet alleen te overleven, maar zelfs welig te tieren? 


DE EVOLUTIONAIRE ACHTERGROND

   Teneinde de “normale” werking van het “god module” in de hersens te ontdekken, zullen we de evolutionaire dimensies moeten onderzoeken van drie nauw aan elkaar gerelateerde fenomenen: religie, hypnose en muziek.

   Hoewel de betreffende details van religie door cultuur verbaal verspreid worden– ons substituut voor instinct – stel ik dat de religiositeit van Homo sapiens tot bepaalde hoogte als instinctief beschouwd kan worden. Dat er zoiets als een religieus instinct zou kunnen bestaan wordt plausibel, denk ik, als we de implicaties in aanmerking nemen van het feit dat we als een sociale soort evolueerden, niet als een solitaire soort. We evolueerden als sociale dieren – kuddedieren. We evolueerden als wolven, niet als vossen.

   Bij de evolutie van sociale soorten met grotere hersens moet een conflict ontstaan tussen de wens voor autonomie – eigen voldoening – en de groepsnoodzaak voor integratie en dienstigheid. Bij veel sociale soorten veroorzaakt autonomie en afscheiding van de groep psychische angst. Een verloren schaap is geen gelukkig dier, en veel christenen die van hun gemeenschap, priesters en voorgangers gescheiden raken ondervinden een uitgesproken angstgevoel. (Dit is waarom excommunicatie en uitsluiting zo verwoestend kan zijn voor bepaalde mensen.) Het schijnt een van de functies van religie te zijn dat het mensen toestaat “aan vrijheid te ontsnappen”, zoals de psychiater Erich Fromm het eens stelde. Als we doen wat onze priesters ons zeggen te doen, vermijden we de ongerustheid die ontstaat uit de noodzaak om zelf besluiten te moeten nemen – een ongerustheid die ontstaat uit ons pijnlijk besef van onze eigen onvolkomenheden en aanleg om vergissingen te maken. Religie dient als een medium voor het ontladen van onrustgevoelens, door geïsoleerde individuen met de groep te verbinden en ze het gevoel te geven alsof de macht van de hele groep op een of andere manier door hen heen vloeit. Daarbij, zo zal ik aantonen, gebruikt religie het neuronale circuit dat evolueerde in voormenselijke sociale dieren voor non-verbale communicatie binnen de groep.


GROEP SELECTIE

   Bij de evolutie van sociale soorten kan natuurlijke selectie zowel op groepsniveau als op individueel niveau werken. In de praktijk betekent dit dat groepen met elkaar kunnen wedijveren en dat hele genenbestanden kunnen worden geselecteerd (gepreserveerd) of kunnen uitsterven, afhankelijk van de alles omvattende  “geschiktheid” van de groep als geheel in de competitie. Uitroeiing van de genetische oppositie is het object van dit evolutionaire proces. Genocide heeft een lange historie – of misschien moeten we zeggen prehistorie. De sociologische concepten van “in”-groepen en “out”-groepen zijn nuttig voor het begrijpen van de dynamiek van deze soort van sociale evolutie.

   Om als bepaalde “in”-groep te kunnen prevaleren over de diverse “out”-groepen waarmee men in competitie is voor de beschikbare bronnen, is een hoge mate van intragroep samenwerking en coördinatie vereist. Er bestaat noodzaak voor cohesie van de individuen waaruit de groep bestaat, zodat die zich kan gedragen als een geïntegreerd superorganisme. Voor maximale doelmatigheid in oorlogsvoering is het noodzakelijk dat een hele groep soldaten in staat is te werken en functioneren alsof het een enkel goed gecoördineerd individu zou betreffen.

  Fundamenteel voor succesvolle coöperatie en coördinatie is communicatie. Maar hoe werd communicatie bewerkstelligd vóór de oorsprong van taal? Hoe wisten bijvoorbeeld gnoes wanneer het tijd was om op hol te slaan? Tenzij de hele kudde eendrachtig op hol slaat zal de kudde kwetsbaar zijn – en een “stormloop van één” zal welhaast zeker fataal aflopen voor het individu dat op de groep leeuwen af stormt. Wat is het dat de noodzakelijke ontbinding van het ego teweeg brengt, en de samensmelting met de “geest van de kudde”?


                                                                    GNOES STEKEN ZAMBESI RIVIER OVER
HYPNOSE
                                                    

   Hoewel chemische signalen zoals het afscheiden van feromonen, fysieke signalen zoals het omhoog steken van de staart of ander uiterlijk vertoon, en hoorbare signalen zoals snuiven, blaffen en brullen en dergelijke gebruikt kunnen worden om medewerking op te roepen, voor succes vereisen deze allemaal dat de ontvangende dieren beïnvloedbaar zijn – dat wil zeggen, in staat zijn zich het ontvangen signaal eigen te maken, het tot hun eigen gemoedstoestand te maken, en het verder te verspreiden. Communicatie op dit niveau is hoofdzakelijk de overdracht van emoties aan alle leden van de groep. Emoties moeten zo besmettelijk zijn als geeuwen en het krabben bij jeuk.

   Het wordt algemeen aanvaard dat suggestie en suggestibiliteit de grondslag vormen voor hypnose. Hypnose en hypnotiseerbaarheid, wil ik stellen, zijn overblijfselen van het communicatiesysteem dat functioneerde in de preverbale menselijke kudde. Ik ken niets dat hypnose kan evenaren voor het gemak waarmee het affect kan veranderen – of de verandering nu lachen of huilen inhoudt, uitgelatenheid, of ongevoeligheid voor pijn. Bij al deze veranderingen van gemoedsaandoening, wordt noodzakelijkerwijs de perceptie veranderd. Zure citroenen worden als zoete sinaasappels waargenomen, brandende sigaretten als instrument om lotion aan te brengen, en de geur van wierook wordt waargenomen als de geesten van engelen in de lucht.

   Hypnose is ook in staat religieuze ervaringen op te wekken, variërende van het eenvoudige gevoel één te zijn met het universum tot hallucinaties van fulminerende hemelse stemmen die geboden uitvaardigen. Voeg hier het feit aan toe dat een trance (in de vorm van scanderen en door vasten geconditioneerd gebed en meditatie, het gewijzigde bewustzijn van mensen die denken dat een gebedsgenezer ze genezen heeft, etc.) een belangrijk component is in veel religies, en we hebben een aanwijzing voor de manier waarop religie evolueerde. Religie evolueerde als een middel voor het opwekken en kanaliseren van hypnose – oorspronkelijk om de cohesie binnen de groep te versterken en zwakke individuen samen te smeden tot machtige superorganismen die bereid waren er op uit te trekken zich in te zetten voor het uitroeien van de genetische concurrentie. Religie ontsprong als een effectieve katalysator voor doeltreffende oorlogsvoering, omdat het een goed geleidend medium was voor strijdlustige suggestie. Omdat hypnose kan werken op preverbaal niveau kan het de radar van de rationele geest ontwijken. Het kan strijders produceren die geen vrees kennen ondanks de meest verschrikkelijke omstandigheden. Het kan de helder schijnende illusie van een betere wereld op een ander vlak creëren – een illusie zo krachtig dat strijders niet zullen aarzelen hiervoor te vechten ongeacht hoe verschrikkelijk de werkelijke wereld is.

   We moeten vooral niet denken dat het feit dat religie en oorlog zo vaak samengaan een paradox vormt. Het vergemakkelen van oorlog was in de eerste plaats de raison d’être voor religie!

   Om terug te komen op het onderwerp van deze lezing, laten we ons opnieuw afvragen waarom religiositeit zo moeilijk te genezen is. Waarom zijn religieuze inzichten zo moeilijk te veranderen? Een aanwijzing kan gevonden worden in de innige associatie van hypnose met religie en de hardnekkigheid waarmee wordt vastgehouden aan onder hypnose geïmplanteerde inzichten ondanks extern bewijs. Religieuze inzichten zijn, naar mijn mening, hypnotisch geïmplanteerd.

   Precies hoe halsstarrig aan hypnotisch geïnduceerde geloven wordt vastgehouden blijkt uit een experiment dat ik jaren geleden uitvoerde toen ik actief was in onderzoek op het gebied van experimentele hypnose. In een van mijn experimenten hypnotiseerde ik een man die toevallig leren laarzen droeg. Hij was een zeer goed subject, dus besloot ik om het raadsel van posthypnotische suggesties te verkennen. Ik gaf hem de posthypnotische suggestie dat hij verscheidene minuten na het ontwaken zou “ontdekken” dat hij zijn laarzen aan de verkeerde voet had aangetrokken. Ik maakte hem wakker en we spraken voor een paar minuten. Plotseling keek hij in uiterste verbazing naar zijn voeten, alsof hij ongemak, zo niet regelrechte pijn voelde. Enthousiast trok hij zijn laarzen uit en toen weer aan: de rechterlaars aan de linkervoet, de linker laars aan de rechtervoet.

   Hij praatte nog tien of vijftien minuten met me, totaal onbewust van zijn absurde conditie. Pas toen hij opstond om te lopen – en bijna zijn nek brak toen hij over het tapijt probeerde te lopen – realiseerde hij zich plotseling dat zijn laarzen aan de verkeerde voet zaten.


   Dit experiment was precies analoog aan een geval van tent-evangelisatie waarvan ik eens getuige was. In dat geval werd een vrouw met ernstige artrose gehypnotiseerd door een gebedsgenezer, om haar te laten geloven dat haar artrose genezen was. Hoewel ze op krukken de tent was binnengekomen begon ze, nadat ze de goddelijke opwekking had ontvangen, in volle vaart de tent rond te rennen – gewrichten krakend, piepend en protesterend – maar het arme schepsel dat zo geëxploiteerd werd door de predikanten die de show opvoerden, voelde geen pijn. In tegenstelling tot de man in de laarzen echter, is het twijfelachtig  dat de vrouw zich ooit TENT EVANGELISATIE                                       gerealiseerd heeft dat ze helemaal niet genezen was – ofschoon ze van de bijeenkomst naar huis gedragen moest worden. Ik zou durven wedden dat ze de volgende morgen dacht dat Satan haar ziekte terug gebracht had.

   De hardnekkigheid waarmee aan onder hypnose geïmplanteerde inzichten wordt vastgehouden, ondanks de bewijzen van fysieke zintuigen, geeft ons enig inzicht in de reden waarom religieuze inzichten zo moeilijk te veranderen zijn. Religieuze geestesgesteldheid, net zoals posthypnotische suggestie, navigeert onder de radar van de realiteit. Het is in grote mate preverbaal, en op deze wijze immuun voor dat in wezen verbale proces dat we logica noemen.


ALLES BIJ ELKAAR GENOMEN

   Zoals we al hebben opgemerkt, bij het behandelen van religieuze inzichten lopen we tegen het probleem op van subjectieve inzichten die zo dwingend zijn dat ze in staat zijn alle externe zintuiglijke waarnemingen te overkomen. Zowel experimenten met elektrische stimulatie als persoonlijke rapporten geven vaak aan dat er tijdens religieuze ervaringen een omslag van het ego, en van de begrenzingen van het zelf plaatsvinden, die een gevoel van één-zijn creëren. Het subject voelt zich één met de kosmos, hij is één met het menselijke ras. Subjecten melden een gewaarwording van het ontvangen van  onnoembare wijsheid of kennis, kennis die niet in woorden uitgedrukt kan worden.

   Hoewel het mogelijk is dat spraakverwerkende delen van het brein betrokken zijn in religieuze ervaringen, vermoed ik dat de betrokken kern hersenactiviteiten die zijn welke geassocieerd worden met non-verbale communicatie – de hersenelementen die kuddedieren in staat stellen te communiceren en de bedoelingen van de kudde te beseffen. Emoties zijn besmettelijk, en het neuronale circuit dat aan dit feit ten grondslag ligt is waarschijnlijk ook betrokken in religieuze ervaringen.

   Zoals ik al eerder gesuggereerd heb, was de evolutionaire functie van religie om de in-groep cohesie te bevorderen teneinde de competitie met uit-groepen te versterken: Israëlieten vs. Jebusieten vs. Hivieten, of katholieke Kroätiërs vs. orthodoxe Serviërs vs. Bosnische moslims. Het voorziet in een middel om de ongerustheid die autonomie veroorzaakt te verminderen, door ontbinding van het zelf en opname in de collectieve geest mogelijk te maken – de verzameling van preverbale en verbale boodschappen die actief zijn in de omgeving waarin de religieuze activiteiten uitgevoerd worden.

   De primaire functie van religie is het meest effectief wanneer die hypnotisch teweeg wordt gebracht. Door te voorzien in een gericht middel voor het opwekken van een trance, faciliteert religie het opleggen van de wil van de groep (of zijn leiders!) aan haar individuele leden. Het bereikt dit door middel van van hypnotiserende preken, ritmisch zingen, dansen, klappen, monotoon scanderen of trommelen – en geeft ons een aanwijzing voor het evolutionaire “doel” van muziek. Het is welhaast zeker dat ritme voorafging aan melodie. We begonnen als trommelende korhoenders en evolueerden pas veel later tot zangers. Waarom? Omdat aanhoudende ritmes nuttig zijn om een trance op te wekken. Elektrische ritmes in het brein veranderen als de staat van bewustzijn verandert, en hier kan een verband liggen met het gebruik van muziek om een andere staat van bewustzijn op te wekken. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het gebruik van trommelen en dansen onder veel oorspronkelijke bewoners van Amerika voordat ze ten strijde trokken. Muziek was het portaal waardoor de krijgers een wereld binnen trokken waarin men geen vrees kende, een wereld zonder angst. Op deze manier evolueerde muziek als een middel om een hypnotische trance op te wekken. Hypnotische ontvankelijkheid, hoewel ouder dan de menselijke soort zelf, werd door natuurlijke selectie ontwikkeld als een middel om intragroep cohesie te vergroten en als middel voor goed geordend, efficiënt concurrerend gedrag op intergroep niveau. Toen culturele overdracht van aangeleerd gedrag de genetische overdracht van instinctief gedrag ging vervangen, kwam religie tevoorschijn als het systeem dat de doeleinden voor de toepassing van hypnose ging bepalen. De werkelijke mythische inhoud van de individuele religies maakte waarschijnlijk niet veel uit. Zeus en Yahweh en Baal zijn allen denkbeeldig, en er bestaat geen voor de hand liggende reden om de een boven de ander te stellen. De structuur van de culturele organisaties achter de verscheidene godheden echter, was van groot belang. Het is duidelijk dat de genieën die aan de touwtjes trokken in de tempel van Yahweh een veel doeltreffender show opvoerden dan degenen die zich achter de gordijnen verscholen in de tempels van Zeus en Baal!


VOOR DE LAATSTE MAAL – WAAROM IS RELIGIOSITEIT ZO MOEILIJK TE GENEZEN?

    Analoog aan hypnose, vervormt religie percepties, en maakt ze bestendig tegen correctie. Vaak moeten sterke emoties opgewekt worden voordat de begeestering kan worden doorbroken: het is als het gebruik van ijswater om een gehypnotiseerd persoon te doen bijkomen. Het neurale netwerk van religie is innig verweven met dat welk ons onderscheidt als kuddedieren, als een sociale soort. Chirurgische pogingen om schadelijke, religieuze componenten uit dit netwerk te verwijderen worden heel natuurlijk weerstaan – alsof ze pogingen zouden zijn om mensen hun groepsidentiteit te ontnemen. Verlies van religie produceert meer autonomie, maar dit op zijn beurt kan het niveau van onrustgevoelens verhogen. Illusies die onrustgevoelens reduceren worden niet gemakkelijk opgegeven. Zonder het voorgaande te weerspreken, blijft vrees de grond waarin de wortels van religie voeden. Tenzij betere betere middelen beschikbaar komen om angst te reduceren, zal religie doorgaan zich op ons neuro plasma te voeden.De noodzaak om een geneeswijze voor religiositeit te vinden is urgent. De wereld kan niet veel langer overleven als de geesten van probleemoplossers vertroebeld worden door het opium van religie. We moeten de realiteit zo nauwkeurig waarnemen als Heisenbergs onzekerheidsprincipe toestaat! We kunnen ons geen illusies permitteren. Het spel dat onze soort met ons en ons milieu speelt is een kwestie van leven en dood.

    Wij atheïsten moeten alles doen wat binnen ons vermogen ligt om de toverdrank te brouwen waarmee we de geest van onze medemensen kunnen zuiveren. We moeten de evolutionaire plaag bestrijden die de natuur ons opgelegd heeft toen die religie creëerde als bemiddelende kracht voor de meest gecompliceerde vorm van gemeenschap die het leven op aarde kent. We moeten de boze bezwering doorbreken waarmee religie haar web gesponnen heeft over de kastelen van onze geest en over de torens van ons denken. We moeten alles binnen ons vermogen doen om de gedachtegevangenen van onze planeet te bevrijden.

    Dit is niet alleen een ethische noodzaak, het is ook een praktische noodzaak. Wij die, ongeacht het middel dat we daartoe gebruikten, onze geesten bevrijd hebben, kunnen niet voor altijd vrij blijven wanneer allen om ons heen niet alleen onvrij zijn maar druk bezig– in hun geestelijke kerkers – ketens te smeden waarmee ze onze geest opnieuw kunnen  opsluiten.

_____


twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort