visitors on myspace
DE SOCIALE CEL | POSITIEF ATHEÏSME <>

DE SOCIALE CEL

image7313

DANIËL DENNETT

 


WAT HEBBEN DEBUTANTE BALS, DE JAPANSE THEE-CEREMONIE, PONZI SCHEMA'S EN TWIJFELENDE GEESTELIJKHEID GEMEEN?



Een enkele cel, zoals een bacterie, is het eenvoudigste ding dat kan leven. Behalve de materialen waaruit het is samengesteld, heeft het drie eigenschappen nodig: een manier om energie te verkrijgen (een metabolisme), een manier om te reproduceren (genen of zoiets als genen) en een membraan dat doorlaat wat binnen moet komen en de rest tegenhoudt.

   Convergerende richtingen van onderzoek vanuit verschillende vakgebieden van de biologie zijn het eens over deze drie vereisten, maar er bestaat substantiële controverse over de volgorde waarop ze te voorschijn moeten zijn gekomen bij het ontstaan van leven. Als de geschiedenis van de evolutionaire biologie verder gaat langs de wegen die tot nu toe zijn gevolgd, is het waarschijnlijk dat de oplossing van dit probleem een ingenieus  en indirect proces van toevallige combinaties en geleidelijke verbeteringen zal blijken, waarin metabolisme-achtige cycli en reproductie-achtige processen zich verbonden met niet-levende membranen die al rond zwierven, gevonden voorwerpen dus die konden worden toegeëigend en benut. 

   Wat hun oorsprong ook moge zijn, de resulterende ontwerpen zijn ondertussen meer dan drie miljard jaren lang verfijnd en geoptimaliseerd en opmerkelijk bestendig gebleken. Het is niet alleen zo dat dergelijke enkelvoudige cellen de meest overvloedig voorkomende levensvorm op aarde zijn, maar alle levende dingen, van bomen tot vissen tot menselijke wezens zijn daaruit opgebouwd, en in hun triljoenen verbonden tot samenwerkende multi-cellulaire teams. 

Sommige culturele fenomenen tonen een verrassende overeenkomst met de cel-biologie

   Hoewel cellen de eenvoudigste vormen van leven op de planeet zijn – de eenvoudigst mogelijke vorm van leven zelfs – is hun innerlijke werking, op moleculair niveau adembenemend complex, samengesteld als het is uit duizenden moleculaire machines, allen op elkaar inwerkend om de cel te voorzien van de energie die deze nodig heeft om nakomelingen te produceren en zijn membraan te onderhouden. De echo van dit ontwerp-vernuft als vormgegeven in deze zeer effectieve machinerie, kan in de menselijke cultuur terug gevonden worden, die immers ook verbijsterend complex is, samengesteld als die is uit zeven miljard elkaar beïnvloedende mensen met hun eigen tradities, talen, instituten, bezigheden, waarden en economieën. Sommige culturele fenomenen tonen een verrassende overeenkomst met cellen in de cel-biologie, zichzelf actief preserverend in hun sociale omgeving, de benodigde voedingsmiddelen vindend en de oorzaken van hun ontbinding afwerend.


   Laten we eens vier niet-gerelateerde soorten sociale cellen beschouwen die dezelfde interessante eigenschappen delen. Wat hebben de Japanse thee-ceremonie, debutante gala’s, Ponzi schema’s en veel christelijke kerken gemeen? Ze zijn allen variaties van een verraderlijk effectief sociaal mechanisme dat:


1) gedijt op menselijke onschuld,

2) door niemand hoefde te worden ontworpen,

3) met uitsterven bedreigd wordt door het wassende getij van toegankelijkheid tot informatie.


theeceremonie

   Zoals we zullen zien, hebben deze net als bacteria – en hebben ze nodig – metabolismen, methoden om te reproduceren, en membranen, maar toch is er geen reden om aan te nemen dat deze gedeelde eigenschappen  van een gezamenlijke voorouder afstammen, of zelfs dat de eigenschappen van de één, kopiëren door de ander inspireerde. Waar ook maar een ontwerp voorkomt dat zeer succesvol is in een breed bereik van soortgelijke omstandigheden, is het geneigd telkens weer te voorschijn te komen, onafhankelijk – het fenomeen dat in de biologie bekend staat als convergerende evolutie. Ik noem deze ontwerpen “goede trucs”. Het vliegen bijvoorbeeld, is minstens vier keer onafhankelijk geëvolueerd, bij insecten, vogels, pterosauriërs en zoogdieren, en gezichtsvermogen is nog vaker geëvolueerd.


   Zien en vliegen zijn heel goede trucs, om voor de hand liggende redenen. Het is ook duidelijk dat de menselijke cultuur zijn eigen programma van goede trucs heeft: pijl en boog, boten, schrijven en het wiel, om er maar een paar te noemen. (Het is onbekend of het wiel vaak is uitgevonden of slechts een keer, waarbij alle latere wielen kopieën zijn van dat originele wiel, dat de vondst zou zijn van de mythische uitvinder van het wiel – en het doet er niet aan toe! Het is welhaast zeker dat wielen te zijner tijd zouden opduiken in de een of andere plaats.) De typische maar stilzwijgende aanname is dat deze goede trucs onafhankelijk steeds weer opnieuw ontworpen werden door intelligente ontwerpers onder onze voorouders, en hoewel dit soms het geval kan zijn geweest – we zullen het waarschijnlijk nooit weten – is het goed mogelijk dat ze op dezelfde manier ontstonden als de goede trucs van de biologie dat deden; door gedachteloze processen van differentiële reproductie waarbij begrip van wat plaatsvond tot een minimum, zo niet tot nul beperkt bleef.


   Laten we eens kijken naar de vier culturele fenomenen, uit een veel grotere verscheidenheid van mogelijkheden gekozen vanwege hun betrekkelijke eenvoud en helderheid, om te zien hoe dit zou kunnen gebeuren.

   De Japanse thee-ceremonie is een stel tradities dat over minstens een millennium is ontwikkeld, en dat nu bestaat uit een aanzienlijke serie formele ceremoniën, variërend met de seizoenen en de standing van de deelnemers, en is samengesteld uit zeer uitgebreide rituelen waaraan strikt de hand wordt gehouden bij de begroeting, de voorbereiding, het opdienen, het reinigen van de benodigdheden, een formule-achtig commentaar op de kwaliteit van de thee, enzovoort, en het geheel wordt uitgevoerd in een hetzij voor dat doel gebouwd thee-huis dan wel een speciaal daarvoor ingerichte thee-kamer.

   De nieuweling die voor het eerst deelneemt in een thee-ceremonie past zich plichtmatig aan, zwijgend en respectvol, als een bezoeker aan een religieuze dienst, hoewel de ceremonie niet specifiek religieus is – tenzij u religie op zo’n manier definieert dat het ceremonieus eten van kaviaar ook telt als een soort sacrament. Tenslotte wordt van sommige mensen ook beweerd dat ze goede wijn vereren.

   Een vlugge blik op de biologie roept de volgende vraag op: waarom is de Japanse thee-ceremonie nog niet uitgestorven? Wat heeft het zoveel eeuwen lang in leven gehouden? Het systeem moet zich op een bepaalde manier blijven reproduceren om zich van een nieuwe voorraad officianten te verzekeren die als gastheer kunnen dienen, en nieuwe deelnemers om daarbij gasten te zijn, en alle exquisite benodigdheden te onderhouden en vervangen. Het vergt veel energie om alles gaande te houden. Wat is zijn metabolisme en hoe werkt het? De Japanse thee-ceremonie exploiteert het menselijk verlangen naar status en invloed, naar het in staat zijn de kosten te dragen voor zo’n inspanning, en heeft een doorwrocht ontwikkelingsprogramma geëvolueerd voor het aantrekken en opleiden van nieuwe gastheren die te zijner tijd hun eigen scholen (met mutaties) kunnen reproduceren voor het opleiden van weer een nieuwe generatie van gastheren, enzovoort, en dit geheel binnen het beschermende omhulsel dat gemakkelijk gevormd en verdedigd kan worden in een gelaagde maatschappij.


   Jonge meisjes – en ook sommige jongens – uit welgestelde families worden makkelijk overreed daarvoor in te schrijven, tegen aanzienlijke kosten, in “kringen” die hen leren de rituelen uit te voeren. Het is – of is dat al heel lang geweest – de weg naar een hogere status. De culturele deugden van gehoorzaamheid en respect voor ouders, samen met een standaard portie jeugdige naïviteit, verzekert een gerede toevoer van ideaal volgzame en gedienstige introducés.

   Eerst, als leerlingen, kijken ze rustig toe, maken zich de rituelen eigen, prenten zichzelf de idealen in, terwijl hun ouders betalen voor de onkosten. Sommigen van hen worden tot hogere niveau’s toegelaten, waarbij iedere laag van studenten het  lagere niveau  onderwijst, in het beloofde vooruitzicht de status van leraar te bereiken, op welk punt de energiestroom – het geld – zich omkeert. De leraren verdienen een inkomen, maar slechts weinigen bereiken de top van de pyramide. En leraren moeten hun eigen pyramide beklimmen: associaties van kringen die in feite om prestige concurreren met andere kringen. Als men zich eenmaal heeft gebonden aan het systeem, bestaat er een sterke motivatie om het niet te bekritiseren of er tegen te rebelleren: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje – laat het niet kapseizen. Het doet er niet aan toe of de ingewijden nog steeds geloven dat de thee-ceremonie een belangrijke rol in het leven speelt. Ze hebben zich allen verplicht aan een loopbaan waarvan loslaten veel verlies betekent, en volhouden een vage belofte van toekomstige winst inhoudt. 

   Ongetwijfeld zullen veel van de deelnemers – inclusief de ouders die de rekening betalen – zich in de val gelopen voelen, maar zich daar niet over uit laten. Want wil men een insider of een buitenstaander zijn? De moeilijkheid die vraag te beantwoorden creëert het semi-permeabele membraan dat het mechanisme instandhoudt. Naarmate de Japanse samenleving minder gelaagd wordt, meer homogeen, is het contrast minder effectief geworden.

   Let wel dat dit verslag zich niet uit laat over de waarde van de Japanse thee-ceremonie. Die kan, net als een academische vorming, zowel het individu als de samenleving op allerlei manieren helpen. Die kan de kunst bevorderen, waarden bijbrengen, kennis en wijsheid preserveren, de zeden van de gemeenschap stabiliseren – of het kan die rollen gespeeld hebben, maar ze over de tijd verloren hebben. Misschien overleeft het vandaag nog als een soort zelfbestendigend parasitair groeisel dat zichzelf reproduceert omdat het kan. Oppervlakkig gezien schijnt dit echter een goedaardig – symbiotisch, niet parasitair – element van de samenleving.


   Kan hetzelfde gezegd worden over het debutantes bal of de cotillion, dat de zelfde stek heeft ingenomen in de VS, vooral in het zuiden? Als u rijk genoeg bent, en arrivist, zult u uw dochters willen laten “uitkomen” in de society, en besteedt u aanzienlijke moeite en sommen geld om uzelf in een positie te manoeuvreren die deze initiatie mogelijk maakt. Als uw familie al generaties geleden arriveerde, zou u nog steeds de druk kunnen voelen om uw positie in de gemeenschap te preserveren door deelname in de langdurige en kostbare rituelen, iets waarvan u denkt dat u dit aan uw dochters verschuldigd bent, onverschillig hoe ondankbaar zij reageren op die aandrang.

   Een kijkje op de website van de National League of Junior Cotillions (nljc.com) toont bijna dezelfde struktuur als de Japanse thee-ceremonie: “chapters” in plaats van “kringen”, een hiërarchie van vrijwilligers, assistenten en (betaalde) instructeurs, en – meest interessant – een “sterke nadruk op vrijwilligerswerk, patriottisme en betrokkenheid bij gemeenschaps-activiteiten”.


   Biologen weten dat men veel kan concluderen over de gevaren in het milieu van een organisme door zijn afweer-mechanisme te bestuderen, omdat dit gevormd wordt om het te beschermen tegen zijn voornaamste bedreigingen. De gehele debutante traditie wordt bedreigd door de groeiende opinie dat het een overjarige culturele parasiet is, dus pronkt het met zijn goede-werken overjas in plaats van met zijn mink stola, om de hoge status te beschermen waar zijn bestaan van afhangt.

   Het is belangrijk onder ogen te zien dat er heel weinig inertia bestaat in cultuur; een kunstvorm of praktijk (of een taal of instelling) kan binnen één generatie uitsterven als zijn elementen niet onverdroten worden gereproduceerd en gereproduceerd. Nog niet zo lang geleden wijdden de meeste stadskranten in de VS een hele sectie aan “Society”, en gaven ze verslag van de ceremoniën van debutantes, met dezelfde nauwgezetheid waarmee nu nog huwelijken en begrafenissen worden weergegeven. De huidige verslaggeving neigt tot het rapporteren van het afnemend aantal deelnemende debutantes, en heeft vaak dezelfde geamuseerde toonzetting en milde afkeur dat de Hollywood roddels kenmerkt – zij het dat de genoemde personen geen celebrity status hebben. Vaarwel, debutantes, behalve in Texas, waar ze het ongetwijfeld nog een paar decennia zullen volhouden.


   Ponzi schema's delen de piramidevormige toegangsstructuur. Ze zijn duidelijk parasitaire indringers, van geen nut voor de individuen die er in verstrikt raakten, noch voor de gemeenschap in het algemeen. Charles Ponzi (1882-1949) heeft het stelsel niet uitgevonden (noch heeft Charles Dickens dit gedaan, toen hij er een beschreef in Martin Chuzzlewit), maar Ponzi zal een aantal verfijningen hebben toegepast, en kan daarom in bepaalde mate als de auteur ervan worden beschouwd.

   Wat is nodig om een Ponzi schema te beginnen? Het hoeft niet noodzakelijk vanuit kwalijke bedoelingen te starten, hoewel het daar altijd mee eindigt. Een geestdriftige en oprechte ondernemer met iets wat hij voor een goed plan houdt, krijgt in goed vertrouwen de beschikking over het benodigde startkapitaal, en ontdekt dan dat zijn project met onverwachte problemen te maken krijgt. Maar er is een vertraging in de informatievoorziening waardoor de investeerders blijven toestromen, en dit levert nieuwe energie – geld - om te besteden aan de bescherming van het hele project, door in een dividend te voorzien voor de vroegste investeerders. De regels verbieden dit, maar.... kunnen we die niet een beetje overtreden om de storm te overleven en dit prachtige project in leven te houden?


   Een geleidelijk en onschuldig begin op een slipperige helling is vaak een goede truc die we in de natuur en cultuur tegenkomen. De bekerplant en andere insecten-etende planten werken zo, en hoeven de grondgedachte ervan niet te begrijpen om er van te profiteren. Ponzi stelsels, en zelfs hun eigenaren, kunnen ook profiteren van deze ontwerp-eigenschap zonder die te doorgronden. Die stelsels die deze eigenschap hebben gedijen; de anderen doen dit niet. Ponzi schema's moeten echter, in tegenstelling tot planten, samengesteld worden uit onderdelen – menselijke tussenpersonen – die het heel goed begrijpen. Al deze sociale cellen zijn sterk afhankelijk van taalgebruik en begrip van mensen. Taal is het belangrijkste medium voor interactie, maar ook voor reproductie. Woorden spelen een grondleggende rol, haast net zoals genen, en net als genen zijn ze hoogst efficiënte overbrengers van informatie die zich op gelijkwaardige wijze ontwikkelde zonder hulp van intelligente ontwerpers. (Woorden zijn uitstekende vehikels voor culturele overdracht en evolutie.)


   Dus taal en begrip zijn een essentieel deel van de werking van sociale cellen, maar hier is een verrassende wending: het is heel belangrijk in alle gevallen dat de deelnemers niet teveel begrijpen. Het is niet alleen zo dat het uitvinden en verder verfijnen van deze sociale cellen niet afhankelijk zijn van een intelligente ontwerper; het is zo dat de effectieve werking van de cellen afhankelijk is van het relatieve onbegrip – of onschuld – van de deelnemers. Het membraan dat de informatiestroom beperkt is net zo belangrijk als het membraan dat de toegang van outsiders beperkt, juist omdat er binnen de barriëre deelnemers zijn die in staat zijn die informatie te begrijpen, informatie die ze snel kan omvormen tot outsiders. Bacteria hoeven zich geen zorgen te maken over de teleurstellingen van hun motor proteïnen, gewillige slaven die zo veel van het zware werk doen. Voor sociale cellen is dit een grote ecologische uitdaging.


   Geld, niet sociaal prestige, is het lokaas dat mensen aantrekt tot Ponzi stelsels, maar als men er eenmaal in verstrikt is geraakt, ondervindt men dezelfde druk om niet uit de school te klappen, omdat dit de geaccumuleerde winsten teniet zou doen. En misschien is de te verwachten schande van als de dupe bekend te worden meer motiverend dan het vooruitzicht van financiële verliezen, of de schande van als cultuurbarbaar of sociaal paria beschouwd te worden, in het geval van de Japanse thee-ceremonie of de debutante cotillion. Dit zijn allen sterke drijfveren.

   Het uitgebreide succes van Bernie Madoff toont dat het voor een Ponzi stelsel nog steeds mogelijk is voor enige tijd te floreren, grotendeels omdat het gebruik maakt van vertrouwens-netwerken – een prachtig kenmerk van een gemeenschap – en beleefdheid – een prachtig kenmerk van individuen, om de vereiste terughoudendheid te omzeilen die anders de fraude aan het licht zou brengen. Het is geen toeval dat het typisch goede, eerlijke mensen zijn (een beetje hebberig misschien, maar verder betrouwbaar en vertrouwend) die tot Ponzi schema's aangelokt worden.


   En hoe zit het nu met religies? Ook die floreren op de goedheid van mensen. Tijdens de afgelopen paar jaren hebben Linda LaScola, klinisch sociaal werker, kwalitatieve onderzoeker en psychotherapeut, en ikzelf het vreemde, droevige fenomeen van verborgen ongelovige geestelijken onderzocht – goedbedoelende, hardwerkende pastors die voelen dat ze niet in de geloofsbelijdenis van hun denominatie geloven, maar die ook voelen dat ze niet gewoon uit de school kunnen klappen en de kansel prijsgeven. We weten dat veel kerkgangers het geloof dat ze ooit hadden verloren hebben, maar hun lidmaatschap aanhouden om sociale en psychologische redenen, en namen aan dat er geestelijkheid was die op gelijke wijze aan hun kerk verbonden waren. 


   Hoe is het om een ongelovige pastor te zijn? We vonden enige voorbeelden die bereid waren het ons te vertellen, en zijn nu bezig een tweede onderzoek onder vrijwilligers af te ronden. We willen uiteindelijk weten hoe dit tot stand komt, en hoe verspreid het is. Het is klaarblijkelijk niet zeldzaam – maar, niet verrassend, weet niemand welk percentage van de geestelijkheid in deze categorie valt. Ons eerste onderzoek rapporteerde over vijf pastors uit verschillende protestante denominaties, die door LaScola diepgaand en in strikte vertrouwelijkheid werden geïnterviewd. Omdat het onderzoek electronisch werd gepubliceerd (op de website ‘On Faith’), en onder de titel “Predikanten die geen gelovigen zijn” (Evolutionary Psychologie, deel acht, nummer een), heeft dit eerste proef-onderzoek aanzienlijke aandacht getrokken, en ons veel nieuwe vrijwilligers gebracht voor ons voortgezet onderzoek. Er leiden vele wegen naar dit dilemma, ontdekten we, maar een gemeenschappelijke neiging beheerst de meesten: een bepaald soort onschuld en een krachtig verlangen, niet naar sociaal aanzien of rijkdom, maar eerder de wens om een goed leven te leiden, om andere mensen zo goed mogelijk te helpen. Deze tragische valstrik gebruikt de goedheid zelf als lokaas.

   Hier is hoe het vaak gaat: tieners die gloeien van enthousiasme, besluiten hun levens te wijden aan een loopbaan waarin ze anderen kunnen helpen, en rondkijkend in hun nogal afgescheiden gemeenschappen zien ze daarin geen beter, zuiverder optie dan geestelijke te worden. Wanneer ze eenmaal op seminarie komen, ervaren ze dat ze daar dingen wordt geleerd waarover niemand ze op zondagsschool iets had verteld. Hoe meer ze leren over theologie en over de geschiedenis van de samenstelling van de Bijbel, hoe minder geloofwaardig ze hun geloofsbelijdenis vinden. Tenslotte houden ze helemaal op te geloven.


Men kan deelgenoot worden in een samenzwering zonder een enkel woord te wisselen

 

  Maar helaas, dan hebben ze zich al substantieel gecommitteerd in sociaal kapitaal – hun families en gemeenschappen verteld over hun doelen – dus is de druk groot om tot een verzoening te komen, of op zijn minst hopen die te vinden als ze vasthoudend blijven. Slechts een paar gelukkigen vinden of de energie, of de juiste gelegenheid, om los te breken. Degenen die zich niet losbreken leren dan de knepen van het vak, het verschil tussen wat men vanaf de kansel kan zeggen, en wat in de geborgenheid van het seminarie, of wat men innerlijk kan zeggen. En natuurlijk raken sommigen hier niet van in de war.

   Men kan deelgenoot worden in een samenzwering zonder een enkel woord te wisselen, of zonder een geheime handdruk; al dat nodig is, is de ontwakende realisering, op het seminarie al begonnen, dat men en de anderen ingewijd zijn in een geheim, en dat zij weten dat jij het weet, en dat jij weet dat zij weten dat jij het weet. Dit is wat bij filosofen en linguïsten bekend staat als gemeenschappelijke kennis, en die speelt een krachtige rol in veel sociale omstandigheden. Zonder uitgesproken overeenstemming, beklinkt gemeenschappelijke kennis de overeenkomst; u heeft het recht niet om deze band te verraden door die eenzijdig bekend te maken. Een sociaal membraan is uit dit materiaal gemaakt, en kan een gevangenis maken voor iedereen daarbinnen die er uit wil raken. Net als aarzelende debutantes en innerlijk achterdochtige Ponzi slachtoffers, houden zij hun mond om een overvloed van goede redenen. (Overtolligheid is altijd een goede truc; het laat een verzameling van individueel poreuze verdedigingen overlappen tot een haast ondoordringbare beveiliging.)


   Pastores hebben maar een matig inkomen, en als ze in een pastorie wonen, hebben ze geen eigen huis als financiëele reserve. Wachten tot de kinderen de deur uit zijn, en men een mager pensioen kan innen, is een optie die er beter uit kan zien dan er direct eerlijk uit te stappen. Maar een voorlopige conclusie uit ons onderzoek tot dusver is dat de economische aandrang om te blijven soms van minder belang is dan sociale en psychologische factoren. Zoals een van onze pastors zei, “Ik denk dat als ik de kerk verlaat – ten eerste, wat gaat dit mijn gezin aandoen? En dat weet ik niet. Ten tweede, ik heb geen vrienden buiten de kerk. Ik ben een soort eenling.” En als u het uw vrouw vertelt? “Het zal haar leven ondersteboven keren.”

   Dus pastores neigen ertoe te blijven zitten en manieren te zoeken om hun geweten te beschermen tegen de wroeging over hypocrisie. Het verdubbelen van de inspanningen om goed voor de kudde te zorgen is waarschijnlijk een veelvuldig voorkomend effect, en kan daarmee een extra voordeel voor het systeem opleveren, een bonus die haast voor zichzelf betaalt doordat ze haar herders verandert in goedheidsslaven. Schuld is een krachtig enzym in veel sociale arrangementen, en wordt speciaal in religies bevorderd.


   Religies zijn in de afgelopen eeuw meer veranderd dan ze in de voorgaande twee millennia zijn veranderd, en zullen waarschijnlijk in de volgende twee decennia meer veranderen dan in de afgelopen eeuw. De belangrijkste milieuverandering, zoals velen hebben gesuggereerd, is de plotselinge aanwas in informatie-transparantie. Religies waren millennia lang prachtig ontworpen om werkzaam te zijn in omstandigheden waarin van de mensen daar binnen verkeerden kon worden aangenomen dat ze grotendeels onwetend waren over veel dat zich buiten de membraan afspeelde.


   Nu mobiele telefoons en het internet het epistomologisch selectieve landschap op revolutionaire wijze hebben veranderd, moet iedere religieuze organisatie zich haasten om verdedingslinies te ontwikkelen, of uit te sterven. Er is al veel gezegd over de groeiende aandacht voor religie in de wereld, en die wordt vaak gehouden voor een herleving, een tijdperk van zich uitbreidende religiositeit, maar alle bewijzen keren zich tegen die interpretatie. De snelst groeiende religieuze categorie wereldwijd is helemaal geen religie, en het toenemend geruis dat we horen is waarschijnlijk toe te schrijven aan de verhoogde inspanningen door al de bedreigde variëteiten, in hun wanhopige pogingen hun uitsterving af te weren.


   In welke richting zullen de verscheidene religies evolueren? Dat is moeilijk te zeggen, omdat evolutie een proces is dat onvoorspelbare toevalligheden uitvergroot tot tendensen en dan ongekende structuren. Maar er zijn patronen in hoe dit uitwerkt, en als we de goede trucs onderzoeken die religies over de millennia hebben ontwikkeld, zijn we misschien in staat te zien welke nieuwe toepassingen in het verschiet liggen.

   Zijn deze biologisch geïnspireerde overwegingen over religie aanstootgevend? Ze bespreken onderwerpen die veel mensen liever niet onderzocht willen hebben, maar in tegenstelling tot de meeste eerdere kritiek op religie, wijzen ze geen schuldige aan. Men heeft geen samenspannende priesters nodig om deze culturele toestanden uit te vinden, evenmin als men een onbetrouwbare sociale ontwerper nodig had om de Japanse thee-ceremonie te creëren, of debutante cotillions, ongeacht hoe wrokkig en beetgenomen de deelnemers aan deze tradities zich ook voelen. Evenmin als een Intelligente Ontwerper bestaat waaraan we dank verschuldigd zijn voor de magnifieke biosfeer waarin we leven, hoeven er geen intelligente ontwerpers te zijn waarop we onze woede kunnen richten als we ons slachtoffer voelen van sociale cellen.


   Zeker, er bestaan genoeg hebzuchtige en bedrieglijke mensen, die vaak aan de macht komen in een van deze organisaties, maar als we ons concentreren op het opsporen van de boosdoeners, verspillen we onze energie. Deze structuren kunnen heel onschuldig ontstaan uit de beste bedoelingen, en geleidelijk aan evolueren tot sociale mechanismen die zich onafhankelijk van de bedoelingen en waarden van de samenstellende delen voortzetten, waarbij de agens die daarin bezig zijn de taken uitvoeren om het geheel gaande te houden.

   We moeten zonder emoties kijken naar mogelijkheden die een aantal ernstige bronnen van lijden in de wereld kunnen verlichten – en misschien te zijner tijd elimineren. Als we eenmaal de noodzaak aanvaarden van metabolisme, reproductie en beschermende membranen voor zowel sociale cellen als op proteïne gebaseerde cellen, kunnen we duidelijker het effect zien dat nieuwe milieufactoren waarschijnlijk zullen hebben op de vooruitzichten voor deze fenomenen. Zal de Japanse thee-ceremonie transformeren in iets anders om te overleven, of zal de recente afname van standsverschillen in de Japanse samenleving leiden tot het uiteenvallen van het membraan dat de ceremonie een millennium lang beschermd heeft? Wat zal het debutante bal vervangen, en zal die leegte overgenomen worden door een afstammende soort van de sociale cel, of door een geheel ander fenomeen? Ponzi stelsels zijn tegenwoordig moeilijker te handhaven, en een paar kleine veranderingen in de informatiestroom rond dergelijke fenomenen kan ze welhaast onmogelijk maken – maar wie weet welke entiteit dat stek zal overnemen.


   De parallellen die ik heb opgemerkt suggereren nog niet dat hier van een natuurwet sprake is, noch bestaat er goede reden te geloven dat alle sociale fenomen herleidbaar zijn tot sociale cellen. Samenlevingen zijn op meer manieren meer complex dan bacterie-kolonies dat zijn. Wat er achter ligt is een principe van goed ontwerp. Darwin toonde ons dat het geheim van leven ligt in de differentieele reproductie van effectieve ontwerpen voor het afweren van desintegratie. Als we de sociale fenomenen benaderen in dezelfde geest van ‘reverse engineering’, vinden we een overvloed aan inzichten die ons kunnen helpen op intelligente wijze voor de toekomst te plannen.

_____


Bron: 'New Statesman' - 19 dec. 2011


twitter-icon-64


Zie in dit verband ook:

Niet alle dominees geloven


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

 

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort