visitors on myspace
GODDELOOS | POSITIEF ATHEÏSME <>

GODDELOOS

image7313

DAN BARKER








Redactie: Op 1 september, 2008 werd Dan Barker’s boek “GODLESS – HOW AN EVANGELICAL PREACHER  BECAME ONE OF AMERICA’S LEADING ATHEISTS” ("Goddeloos – Hoe een evangelische predikant een van Amerika’s vooraanstaande atheïsten werd") gepubliceerd. Al op de eerste pagina’s wordt duidelijk hoe de auteur het leven ziet:

   “Mijn ouders waren christelijk, maar tot een christelijk gezin te behoren maakt je net zo min een christen als een bakker tot vader te hebben een brood van je maakt. Iedere persoon moet zijn of haar eigen beslissingen nemen.”

   Richard Dawkins’ commentaar bij de introductie van dit boek was: “De meest welsprekende getuigenis van een inwendig waanbeeld dat ik ken – een triomfantelijk glimlachende refugee uit de absurde, surrealistische wereld van het Amerikaanse, fundamentalistische Protestantisme – is Dan Barker.”

   Onze aandacht werd op dit boek gevestigd doordat een christelijk opgevoede jongeman – bezoeker van deze site – die nu op eigen benen staat en zelfstandig de waarheid wil ontdekken, ons de volgende twee extracten uit dit boek toezond. Zijn lovend oordeel als ervaringsdeskundige waarderen wij hoog. 


BRIEF AAN EEN CHRISTEN

Beste christen,

   De boodschap van verlossing heb ik vaak gehoord: we zijn allen zondaars en we kunnen alleen vergeving en eeuwig leven krijgen als we bekennen, en Jezus als Verlosser en Heer aanvaarden. Ik heb gehoord dat er geen moraal kan bestaan buiten God’s wetten, en dat niemand echt goed kan zijn zonder door de Heilige Geest te zijn gevormd. Ik heb ook gehoord dat er geen vrede, liefde, vreugde of betekenis is zonder Christus. Christenen menen dat ongelovigen leeghoofdige slaven van vleselijke lust en zelfzucht zijn, niet in staat de waarheid te bevatten, die zich aan God’s plan dienen te onderwerpen.


   Ik heb gehoord dat de Bijbel het door God geïnspireerde Woord bevat – een boodschap van ultiem belang – en dat veel geleerden beweren zijn uniekheid en betrouwbaarheid te hebben bewezen. Sommige christenen zeggen dat zij zijn waarheid kunnen bevestigen door persoonlijke ervaring.

   Dit is allemaal heel interessant. Ik wil het beste voor mijn leven. Als er een eeuwig paradijs bestaat, zou ik het niet graag willen missen; en ik zou zeker niet willen roosteren in een letterlijke hel. Het zou niet verstandig zijn iets als een god te negeren, vooral niet één die belangstelling voor mijn leven heeft. Ik zou een alwetende geest wel duizend vragen willen stellen.

   U en ik ademen de lucht van dezelfde planeet, en de waarheid hoort voor ons beiden gelijk te zijn. De fundamentele vraag die over elke religie gesteld dient te worden is: is het WAAR? Als de fundamentele beweringen van theïsme over zonde, wonderen en openbaring waar zijn, dan is uw “goede nieuws” waarlijk goed.


   Echter, ik ben een ongelovige. Dat is niet omdat ik graag twijfel; het is gewoon zo dat ik geen keus heb. Ik heb uw beweringen onderzocht en ik ben er niet van overtuigd dat ze waar zijn. Ik zou zelfs kunnen wensen dat ze waar zijn (of misschien juist niet) – maar ik ben niet zo naïef te denken dat iets waar of onwaar kan zijn alleen omdat ik dat wens. Er moet enige rede zijn, voorbij het wensdenken.

 Ik weet zeker dat u het daarmee eens bent. U trekt beslist in twijfel dat donder veroorzaakt wordt door de woede van Zeus, of dat Allah de enig ware god is. Net als ik, ziet u in dat die als mythes verzonnen werden om het onbekende te verklaren, om bepaalde betekenis aan het leven te geven, om een cultuur te verrijken, of macht te verlenen aan de regerende kaste. Ze werden geboren in de menselijke verbeelding, en kunnen verklaard worden zonder te refereren aan een bovennatuurlijke wereld.

 Er zijn veel goden die door christenen worden verworpen. Ik geloof in één god minder dan u doet. De redenen die u zou kunnen geven voor uw atheïsme ten opzichte van de Romeinse goden zijn waarschijnlijk dezelfde redenen die ik zou geven voor het niet geloven in Jezus.


   U en ik zijn hetzelfde. We hebben een verstand dat waarneemt, analyseert, integreert en reageert. Ons enige verschil in dit opzicht is dat u de premisses van uw religie als feitelijk beoordeelt (of aanneemt), terwijl ik dit niet doe. U zou zich toch ook niet willen binden aan een idee waarvan u niet overtuigd bent, of wel?

    U mag gerust proberen mij er van te overtuigen dat het christendom waar is, maar u moet wel beseffen dat ik niet gewoon ga “geloven” op basis van vertrouwen. Ik zal substantiëring eisen. Als u zegt dat de Bijbel betrouwbaar is, zal ik u vragen dit te bewijzen. Ik zou vragen waarom de Bijbel zo veel fouten en tegenstrijdigheden bevat. Als u niet bekend bent met de bevindingen van kritische geleerden vanuit diverse uitgangspunten, zal ik uw conclusies met achterdocht beschouwen.

   Noch zal ik geloven omdat miljoenen anderen dit doen. Waarheid wordt niet bepaald door er over te stemmen. Als dat zo was, zou de aarde nog steeds plat zijn.

   Ik zal vragen of uw conclusies logisch zijn. Als u wilt dat ik uw geloof zal overwegen, wees dan bereid vraagstukken als deze aan te pakken:


  - Bestaat er een hoger oordeel over waarheid dan de rede?

  - Waarom is uw brein plotseling gezegend met de ware manier van denken, na eeuwenlange bittere religieuze strijd?

  - Wat is moraal, en is die mogelijk zonder een godheid?

  - Is de gewelddadige geschiedenis van de Kerk consistent met een boodschap   van liefde?

  - Wat is een contradictie, en wat zou de Bijbel moeten zeggen om tegenstrijdig te  zijn?

  - Waarom schiep uw god het kwaad? (Jesaja 45:7)

  - Is er iets verkeerds aan scepticisme?

  - Waarom zou een innerlijke religieuze ervaring wijzen op iets buiten het brein?

  - Historici moeten aannemen dat het natuurlijke zich door de tijd handhaaft, dus hoe kan de Bijbel compleet historisch zijn als die wonderen bevat die onnatuurlijk zijn?

  - Wat is een god precies, en waarom denkt u dat er één bestaat?

   Wat zou er over het christendom gezegd kunnen worden dat als het waar is, het ontkracht? Als u die vraag niet kunt beantwoorden, dan kunnen uw conclusies op iets anders dan eerlijkheid gebaseerd zijn. U kunt niet van mij verwachten dat ik met respect naar u luister als u zich afsluit voor volledig eerlijk onderzoek – als u niet bereid bent toe te geven dat u het, theoretisch althans, verkeerd zou kunnen hebben. Ik ben onbevooroordeeld, en bereid mijn standpunt te wijzigen als daar aanleiding toe bestaat. Kunt u ook eerlijk genoeg zijn de feiten te volgen, waar die ook toe leiden?


   Veel ongelovigen hebben deze vragen zorgvuldig overwogen, misschien zelfs wel dieper dan u dat heeft. En sommigen van ons waren eens net zo religieus als u nu bent. Na eerlijk onderzoek ben ik er van overtuigd geraakt dat de Bijbel primitieve mythologie is, dat er geen bewijs voor een god bestaat, dat christenen niet meer moreel of tolerant zijn dan atheïsten, en dat religie meer kwaad dan goed heeft verricht. Waarom zouden mijn conclusies minder waard zijn dan de uwe?


   U bent van mening dat de complexiteit van het leven een ontwerper vereist; maar de geest van een dergelijk wezen zou minstens net zo complex zijn als de rest van de natuur, zou die dan niet zelf een ontwerper nodig hebben? Als alles een oorzaak moet hebben, kan er geen eerste oorzaak zijn; en als u niettemin een Eerste Oorzaak stelt, dan wil ik u vragen hoe u weet (of aanneemt) dat er geen niet-veroorzaakte oorzaak kan zijn. Als een godheid eeuwig kan zijn, dan kan het universum dat ook. Godsgeloof beantwoordt geen vragen; het vervangt alleen een mysterie met een ander mysterie; als god alles heeft gemaakt, wie heeft dan god gemaakt?

   Als de geest van een god de maatstaf voor moraal is, dan bestaat er geen manier om te beoordelen of gods daden “goed” zijn. De moorddadige, seksistische, onverdraagzame activiteiten van de bijbelse godheid en de aanwezigheid van chaos, lelijkheid en pijn in het universum beelden uw “opperste” god af als opperst immoreel, naar mijn normen. Ik zou een aardiger god dan deze kunnen verzinnen, en u ook.


   Als u nieuwe concrete bewijzen of rationele argumenten heeft, dan wil ik die graag horen. Maar verknoei alstublieft mijn tijd niet met dezelfde oude preken die ik al jarenlang heb gehoord.

   Ik ben erg gelukkig met het leven. Ik heb een doel en gemoedsrust – ik prefereer goede wil boven berouw. Ik wil niet sterven, maar ik accepteer de dood als natuurlijk. 

   Ik bespeur geen behoefte te aanbidden, bekennen, of me tegenover iemand te verontschuldigen. Ik voel geen schuld, en daarom geen verlangen om ergens van “gered” te worden: zonde is een primitief begrip, en verlossing is een aanbod van religie om een probleem op te lossen dat het zelf heeft gecreëerd. 


   Met genoegen geef ik toe een scepticus te zijn; en ik ben trots op de manier waarop ik denk. Hoewel mensen niet perfect zijn,  respecteer ik de menselijke geest en ik ben optimistisch over onze vaardigheden om te continueren problemen van het leven op te lossen met rede en vriendelijkheid.

   Ik beweer niet alle antwoorden te hebben; maar als u wilt dat ik uw boodschap aanhoor, dan vraag ik u naar de mijne te luisteren. Er bestaat een schat aan wetenschappelijk en informatief  vrijdenkers materiaal over de Bijbel, Jezus, moraal, vrijdenkers erfgoed, atheïsme, agnosticisme en rationaliteit.

_____


GELOVEN

   Maar geloven dan? Sommige gelovigen zijn het met ons atheïsten eens dat het bewijs voor God zwak is, zelfs niet bestaand. Velen geven toe dat de argumenten voor God uiterst ongeloofwaardig zijn, tenzij men tot geloven geneigd is. Het komt allemaal neer op geloven, zeggen ze. Geloof zou onnodig zijn, zo stellen ze, als God’s gestaan bewezen kon worden als  reëel feit. Er zou dan geen manier zijn om de (goede) gelovigen  te scheiden van de (slechte) ongelovigen. Aangezien geloven een deugd is, zou het bewijs van God’s bestaan ons de gelegenheid ontnemen indruk op God te maken met ons karakter. Als geloven makkelijk zou zijn, zou het weinig  waard zijn in het tonen van trouw en vertrouwen op onze Vader.


   Maar dat is een enorme smoes. Als de enige manier om een bewering te accepteren door geloven is, dan geef je toe dat de bewering niet op eigen benen kan staan. Als iets waar is, roepen we geloof niet aan. In plaats daarvan, passen we de rede toe om het te bewijzen. Geloof is intellectuele machteloosheid. Met geloof hoef je geen moeite te doen om je zaak te bewijzen of bezwaren te overkomen. Je hoeft alleen maar te “geloven”.

   De waarheid vraagt niet om geloofd te worden. Die vraagt om getoetst te worden. Wetenschappers vatten elkaars hand niet op zaterdag of zondag om te zingen, “Ja, de zwaartekracht is echt! Ik zal geloven! Ik zal sterk zijn! Ik geloof in mijn hart dat wat omhoog gaat, weer neer moet komen. Amen!” Als ze dat deden, zouden we denken dat ze erg onzeker over dat concept waren.


   Geloof is eigenlijk agnosticisme. Geloof is iets wat je gebruikt als je geen kennis bezit. Als iemand zegt, “De vergadering is om 7:30, geloof ik,” drukken ze enige twijfel uit. Als men “geloof ik” aan een opmerking toevoegt, maakt dat die dan geloofwaardiger?

   Als geloof steekhoudend is, dan is alles steekhoudend. Moslims geloven in Allah door geloof, dus moeten ze gelijk hebben. De Hindoes hebben gelijk. De Grieken en Romeinen hadden gelijk. Er zijn meer mensen die beweren door Elvis Presley te zijn genezen of hem te hebben  gezien, dan die beweren de herrezen Jezus te hebben gezien. Met geloof heeft iedereen gelijk. Stel dat een atheïst die weigert een religieuze bewering te slikken, zou zeggen, “U moet geloof hebben dat er geen God is. Als u in uw hart gelooft dat niets de natuur kan ontstijgen en dat de mensheid de hoogste beoordelaar van moraal is, dan zult u weten dat atheïsme waar is. Dat maakt u een beter persoon.” Zouden de christenen dan niet gniffelen?


   Hebreeën 11:1 zegt, “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.” In andere woorden, geloof is het bewijs voor het niet bestaande. Het is een gratis lunch, een eeuwigdurende beweging machine. Het is een manier om ergens te komen door geen werk te doen. Hebreeën 11:6 zegt, “Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” Zelfs de Bijbel geeft toe dat men niet kan weten of God bestaat. Men moet geloven “dat hij bestaat”. Abracadabra.


   Van Jezus wordt verteld dat hij zei, “Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.” (Mattheüs 17:20) Hoeveel leurders van geloof zouden slagen voor deze eenvoudige test? Als christenen geen ontzagwekkende daden (die niet natuurlijk verricht kunnen worden) kunnen doen, hoe weten ze dan dat hun geloof in God terecht is? Hoe weten ze dan of ze wel gered zijn? Paulus zegt, “Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God.” Maar Johannes zegt, “U ziet dus dat iemand rechtvaardig wordt verklaard om wat hij doet, en niet alleen om zijn geloof.” (Jakobus 2:24) Worden gelovigen nu gered om hun daden, of niet?


   Aanhangers van religie beschuldigen ongelovigen er soms van geloof te hebben. Ieder keer dat men de lichtschakelaar bedient oefent men geloof uit, zegt men. Maar dat is niet geloven, het is een rationele verwachting gebaseerd op ervaring en kennis van elektriciteit. Als het licht niet aan gaat, is mijn kijk op de wereld niet vernietigd. Ik verwacht dat het licht het soms niet doet wegens een doorgebrande lamp, een kapotte zekering of een andere natuurlijke oorzaak. Dit is het tegengestelde van religieus geloof. Het licht gaat niet aan omdat ik dit verwacht. In plaats daarvan is mijn verwachting gebaseerd op ervaring. Als het licht het meestal niet zou doen, zou ik mijn verwachtingen moeten bijstellen. (Of mijn elektrisch systeem). Maar religieus geloof is niet instelbaar. Het blijft sterk ondanks gebrek aan bewijs, of niettegenstaande tegensprekend bewijs.


   Soms geven wij ongelovigen uitdrukking aan geloof, maar als we dat doen pretenderen wij niet dat ons geloof de bewering waar maakt. Vaak verklaren we geloof en vertrouwen in iets dat we niet voor 100% kennen. Ik respecteer bijvoorbeeld mijn vader geweldig, vanuit wat ik van hem weet. Ik heb “geloof” en vertrouwen in zijn karakter. Maar dat betekent niet dat ik alles weet, noch dat ik me niet in hem kan vergissen. Het is mogelijk dat mijn vader in werkelijkheid een serie-moordenaar is die nog niet betrapt is, hoewel ik dat betwijfel. (Ik hoop dat hij glimlacht als hij dit leest.) Waar het om gaat is dat hoewel ik vaak gevoelens uitdruk met bijna volledig vertrouwen, ik toch open sta voor de mogelijkheid dat ik het verkeerd kan hebben, en toegeef dat mijn bewering van geloof is niet een bewering van kennis is. Mijn vader heeft mijn respect verdiend. God heeft dat niet. Wetenschappers doen iets dergelijks als zij beweren dat een “feit” aangenomen kan worden wanneer  het bewijs een bepaalde drempel overschrijdt, zoals het gebruikelijke 95% niveau.

   In feite denk ik dat alle kennis net zo is: we kunnen waarschijnlijk niet zeggen dat we iets met 100% zekerheid weten, behalve misschien “Ik denk, dus ik ben”, en zelfs dat wordt door sommigen betwijfeld. Maar wetenschappelijk zelfvertrouwen is geen geloof – het is een voorzichtige aanname van de waarheid van een hypothese die herhaaldelijk beproefd is, en welke mogelijk verworpen kan worden in het licht van nieuw bewijs. De gegevens en de testmethodes worden gepubliceerd, door vakgenoten onderzocht, en staan open voor onderzoek door ieder van ons. Dit lijkt helemaal niet op alle religieuze geloven, die een sprong van mogelijkheid naar feit maken. Of, vaak, van onmogelijkheid naar feit.


   Sommige gelovigen zeggen dat het slechts een zaak van gradatie is. Als het wetenschappers wordt toegestaan een sprong van 95% naar feit te maken, dan moet het gelovigen worden toegestaan een sprong van elke mogelijkheid naar feit te maken. Zelfs als dit waar is, na alle bewijs en redenering te hebben onderzocht, ben ik er van overtuigd dat de waarschijnlijkheid van het bestaan van God ver onder de 50% is, zelfs ver onder de 5%. Als we elke sprongen gaan toestaan, dan moeten die naar beide kanten worden afgerond: alles boven de 50% kan afgerond worden als “waar”, en alles onder de 50% als “onwaar”. Als theïsten kunnen zeggen “God bestaat” met minder dan 100% zekerheid, dan horen  ze mij te laten zeggen, zelfs als ik toegeef minder dan 100% onzeker te zijn, dat “God niet bestaat”.


   De Bijbel zegt dat de “goddelozen zijn als kaf dat met de wind weg waait”. (Psalmen 1:4). Daar ben ik het van harte mee eens. Ik prefereer de wind van vrijdenken boven de ketens van orthodoxie.


twitter-icon-64


_____



OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP


Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort