visitors on myspace
IS ER EEN GOD? | POSITIEF ATHEÏSME <>

IS ER EEN GOD?

image7313

BERTRAND RUSSELL









Over de vraag of er een God is, wordt op zeer verschillende gronden beslist door verschillende gemeenschappen en verschillende individuen. De overgrote meerderheid van het mensdom aanvaardt de in zijn eigen gemeenschap heersende mening. In de vroegste tijden waarvan we de definitieve geschiedenis kennen, geloofde iedereen in vele goden.


   Het waren de Joden die voor het eerst in slechts één god geloofden. Maar het was nog moeilijk te gehoorzamen aan het eerste gebod toen dat nog nieuw was, omdat de Joden eerst altijd geloofd hadden dat Baäl en Ashtaroth en Dagon en Moloch en de rest echte goden waren, maar dan wel slechte, omdat ze de vijanden van de Joden hielpen. De overgang van een geloof dat deze goden slecht waren, naar een geloof dat zij niet bestonden, was moeilijk. 

   Er is een tijd geweest, namelijk die van Antiochus IV, waarin een krachtige poging werd ondernomen om de Joden te Helleniseren. Antiochus gebood per decreet dat ze varkensvlees moesten eten, de besnijdenis opgeven, en moesten baden. In Jeruzalem gaven de meeste Joden onder dwang hieraan toe, maar op het platteland was de weerstand koppiger en onder leiding van de Makkabeeërs stelden de Joden uiteindelijk hun recht op eigen bijzondere dogma' s en gewoontes vast.


ONTSTAAN VAN HET MONOTHEÏSME

   Het monotheïsme, dat aan het begin van de Antiochische vervolging alleen nog maar de geloofsbelijdenis van slechts een deel van een klein volk was geweest, werd geadopteerd door het christendom en later door de Islam, en werd op die manier dominant over de hele wereld ten westen van India. Ten oosten van India had het geen succes: het Hindoeïsme kende vele goden; het Boeddhisme in zijn oervorm had er geen; en het Confucianisme kende geen goden meer na de elfde eeuw.


   Maar als juistheid van een religie beoordeeld zou moeten worden op grond van zijn wereldse succes, dan zou het argument ten gunste van monotheïsme zeer krachtig zijn, aangezien dit beschikte over de grootste legers, de grootste vloten, en de grootste samenbundeling van rijkdom. In de tegenwoordige tijd wordt dit argument minder beslissend. Het is waar dat de onchristelijke bedreiging door Japan afgewend is nu dat land verslagen is. Maar de christen moet nu de bedreiging door atheïstische Russische horden onder ogen zien, en het is nog steeds niet zo zeker als men zou willen, dat atoombommen een beslissend argument aan de kant van monotheïsme gaan vormen.


   Maar laten we deze politieke en geografische manier van religie beschouwing negeren, zoals die ook door steeds meer denkende mensen sinds de Griekse oudheid wordt afgewezen. Vanaf die tijd hebben mensen die niet tevreden waren met de passieve aanvaarding van de religieuze meningen van hun buren, er altijd naar gestreefd om te ontdekken wat de rede en filosofie hierover te zeggen hadden.


   In de handelssteden van de Ionische eilanden, waar de filosofie werd uitgevonden, waren er in de zesde eeuw v.C al vrijdenkers. Vergeleken met de huidige vrijdenkers hadden zij het makkelijk, omdat de Olympische goden, hoe aantrekkelijk ze ook voor de dichterlijke fantasie waren, nauwelijks van dien aard waren dat ze verdedigd konden worden door de metafysische toepassing van pure ratio. 

   Zij werden tegemoetgekomen door het Orphisme (waar het christendom veel aan te danken heeft) en op het filosofische vlak door Plato, waarvan de Grieken een filosofisch monotheïsme afleidden, dat veel verschilde van het politieke en nationalistische monotheïsme van de Joden. Toen de Griekse wereld tot het christendom overgegaan was, combineerde zij de nieuwe geloofsbelijdenis met de Platonische metafysica en zo ontstond de theologie.


BEWIJZEN VOOR HET BESTAAN VAN GOD

   Rooms-katholieke theologen hebben sinds de tijd van St. Augustinus tot aan de huidige dag geloofd dat het bestaan van God bewezen kon worden door pure ratio. Hun argumenten werden in definitieve vorm gegoten door St. Thomas Aquino in de dertiende eeuw. Toen de moderne filosofie zich in de zeventiende eeuw begon te ontwikkelen hebben Descartes en Leibniz deze oude argumenten overgenomen en enigszins gepolijst, en het is grotendeels aan hun inspanningen te danken dat vroomheid intellectueel respectabel bleef. Maar Locke, hoewel zelf een compleet overtuigde christen, ondermijnde de theoretische basis van die oude argumenten, en veel van zijn volgelingen, vooral in Frankrijk, werden atheïsten.


   Ik ga niet proberen de filosofische argumenten voor het bestaan van God in al hun subtiliteiten te presenteren. Ik denk dat er nog slechts één is dat enige betekenis heeft voor filosofen, en dat is het argument van de Eerste Oorzaak. Dit argument stelt dat aangezien er voor alles dat gebeurt een oorzaak is, er een eerste oorzaak geweest moet zijn waarmee alles is begonnen. Dit argument lijdt aan dezelfde tekortkoming als dat waaraan het argument van de olifant en de schildpad lijdt. Er wordt beweerd (en ik weet niet of het waar is) dat een zekere Hindoe denker geloofde dat de aarde op een olifant rustte. Toen hem gevraagd werd waar de olifant op rustte, antwoordde hij dat die op een schildpad rustte. Toen men daarna vroeg waar de schildpad dan op rustte, zei hij: 'Ik word hier moe van. Laten we het ergens anders over hebben.' Dit illustreert het onbevredigende karakter van het Eerste Oorzaak argument. Niettemin vindt men het nog terug in sommige ultramoderne verhandelingen over natuurkunde, die volhouden dat wanneer fysieke processen terug in de tijd worden getraceerd, deze aantonen dat er een plotseling begin geweest moet zijn, en dat dit te danken zou zijn aan de Goddelijke schepping. Zorgvuldig wordt vermeden aan te tonen waarom deze hypothese de zaak begrijpelijker maakt.


   De scholastische argumenten voor het bestaan van een Opperwezen worden tegenwoordig door de meeste protestante theologen afgewezen, ten gunste van nieuwe argumenten die mijns inziens zeker geen verbetering inhouden. De scholastische argumenten waren echte gedachte-inspanningen, en als hun redeneringen sluitend waren geweest, zouden die de juistheid van hun conclusies hebben aangetoond. De nieuwe argumenten waaraan de Modernisten de voorkeur geven, zijn vaag en de Modernisten wijzen iedere poging tot precisering met verachting af. Het is een beroep op het hart, in tegenstelling tot aan het intellect. Er wordt niet gesteld dat degenen die de nieuwe argumenten verwerpen onlogisch zijn, maar dat zij lijden aan gebrek aan diepere gevoelens of moraliteit. Laten we niettemin de moderne argumenten onderzoeken om te zien of er iets is dat zij werkelijk bewijzen.


   Eén van de favoriete argumenten betreft de evolutie. Eens was de wereld levenloos, en toen het leven begon was het een armzalig soort leven bestaande uit groen slijm en andere oninteressante dingen. Geleidelijk aan gedurende het verloop van de evolutie ontwikkelde het zich tot dieren en planten en uiteindelijk in de Mens.


HET THEOLOGISCH ARGUMENT VAN EVOLUTIE

   De mens, zo verzekeren theologen ons, is een zodanig schitterend wezen dat hij wel beschouwd mag worden als de uiteindelijke culminatie, waartoe de lange tijdperken van nevels en slijm het voorspel hadden gevormd. Ik denk dat deze theologen veel geluk hebben gehad met hun menselijke contacten. Voor mij lijkt het dat ze niet veel aandacht hebben gegeven aan Hitler of aan het Beest van Bergen-Belzen. Als de Almachtige met al de tot zijn beschikking staande tijd, het de moeite waard heeft gevonden om tot de ontwikkeling van zulke mensen te komen na vele miljoenen jaren van evolutie, kan ik alleen maar zeggen dat ik de hiermee getoonde esthetische en morele smaak dubieus vind. 


   Niettemin hopen deze theologen ongetwijfeld dat het toekomstige verloop van de evolutie meer mensen als zijzelf zal produceren en minder mensen als Hitler. Laten we het hopen. Maar, door het koesteren van deze hoop, ontkennen we ons door ervaring verworven inzicht en vluchten we in een optimisme dat tot dusver door de geschiedenis niet gerechtvaardigd wordt.


   Er zijn meer bezwaren tegen dit evolutionair optimisme. Er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat het leven op onze planeet niet eeuwig zal doorgaan, zodat enig optimisme gebaseerd op het verloop van de aardse geschiedenis van tijdelijke aard moet zijn en daardoor beperkt in zijn draagwijdte. Er kan natuurlijk elders leven bestaan, maar als dit er is, weten we daar niets van en hebben we geen reden aan te nemen dat het meer gelijkenis vertoont met de deugdzame theologen dan met Hitler.


DE AARDE ALS CENTRUM VAN DE SCHEPPING?

   De aarde is een zeer klein hoekje van het universum. Het is een klein fragmentje van het zonnestelsel. Het zonnestelsel is een klein fragmentje van de Melkweg. En de Melkweg is een klein fragmentje van de vele miljoenen sterrenstelsels die door moderne telescopen geopenbaard worden. In dit kleine onbetekenende hoekje van de kosmos bestaat een kort intermezzo tussen twee levenloze tijdvakken.

Als de mens werkelijk het einddoel van het universum is, schijnt de aanloop nogal lang

   Binnen dit korte intermezzo bestaat een nog veel kortere dat het mensdom omvat. Als de mens werkelijk het einddoel van het universum is, schijnt de aanloop nogal lang. Het doet denken aan de langdradige oude heer die een eindeloze anekdote vertelt, totaal niet interessant tot aan de nogal onbeduidende pointe waarmee hij besluit. Ik vind niet dat theologen van passende vroomheid getuigen door een dergelijke vergelijking mogelijk maken.


   Het overschatten van het belang van onze planeet is altijd al een van de fouten van theologen geweest. Ongetwijfeld leek dit natuurlijk genoeg in de dagen voor Copernicus, toen men nog dacht dat de sterrenhemel om de aarde draaide. Maar sinds Copernicus, en meer nog sinds de moderne verkenning van verdere regionen, is deze vooringenomenheid met de aarde nogal parochiaal geworden. Indien het universum een Schepper zou hebben, is het nauwelijks redelijk te veronderstellen dat Hij speciaal geïnteresseerd zou zijn in ons kleine hoekje. En, als Hij dat niet was, moeten Zijn waarden erg van de onze verschillen, aangezien in de immense meerderheid van regionen leven onmogelijk is.


HET MORALISTISCH ARGUMENT

   Er bestaat een moralistisch argument voor geloof in God, dat gepopulariseerd werd door William James. Volgens dit argument behoren we te geloven in God omdat als we dit niet doen, we ons niet goed zullen gedragen. Het eerste en grootste bezwaar tegen dit argument is dat het. op zijn best, niet bewijzen kan dat God bestaat, maar alleen maar dat politici en opvoeders horen te proberen ons er van te overtuigen dat dit wel zo is. En of dit gedaan moet worden is niet een theologische kwestie, maar een politieke. Dit argument is van hetzelfde kaliber als dat wat erop aandringt onze kinderen respect voor de vlag aan te leren. Een mens met oprechte religieuze gevoelens zal niet tevreden zijn met het standpunt dat geloof in God alleen nuttig is, omdat hij zal willen weten of God in feite bestaat. Het is absurd om te stellen dat deze twee vragen hetzelfde zijn. In de kinderkamer is geloof in Santa Claus nuttig, maar volwassenen geloven niet dat dit bewijst dat Santa Claus bestaat.


   Omdat we ons hier niet met politiek bemoeien, zouden we dit als voldoende weerlegging van het moralistische argument kunnen beschouwen, maar wellicht is het de moeite waard nog even verder te gaan. In de eerste plaats is het zeer twijfelachtig of geloof in God al die gunstige effecten heeft die men er aan toeschrijft. Veel van de beste mensen uit de geschiedenis waren ongelovigen. John Stuart Mill zou als voorbeeld kunnen dienen. En veel van de slechtste mensen uit de geschiedenis waren gelovig. Hiervan bestaan er talloze voorbeelden. Misschien was Hendrik VIII wel een goed voorbeeld.


DE BRUIKBAARHEID VAN GELOOF

   Hoe dit ook mag zijn, het is altijd desastreus wanneer regeringen meningen beginnen te verkondigen op grond van hun bruikbaarheid, in plaats van op hun juistheid. Zodra dit gedaan wordt, wordt censuur noodzakelijk om tegengestelde meningen te onderdrukken, en wordt het verstandig geacht het denken onder jongeren te ontmoedigen voor het geval ze gevaarlijke gedachten gaan krijgen. Wanneer zulke wanpraktijken tegen religie worden toegepast zoals in Sovjet-Rusland, zien theologen wel in dat dit verkeerd is, maar ze zijn net zo verkeerd wanneer ze toegepast worden om datgene te verdedigen wat theologen menen dat juist is.


   De vrijheid van gedachten, en de stelregel om nadruk op bewijs te leggen, zijn zaken van veel groter moreel belang dan het geloof in een of ander theologisch dogma. Om al deze redenen kan men niet volhouden dat theologisch geloof in stand moet worden gehouden op grond van zijn bruikbaarheid, zonder aandacht voor zijn juistheid.


   Er bestaat een eenvoudigere en nog naïevere vorm van hetzelfde argument, die veel mensen aanspreekt. Sommigen zullen zeggen dat ze onverdraaglijk ongelukkig zouden worden zonder de troost van religie. Als dat waar is, is dit het argument van de lafaard. Niemand behalve een lafaard zou er bewust voor kiezen om in een paradijs voor dwazen te leven. Als een man zijn vrouw van ontrouw verdenkt, wordt hij niet hoger geacht als hij zijn ogen sluit voor het bewijs. En ik kan niet inzien waarom negeren van bewijs verachtelijk is in het ene geval en bewonderenswaardig in het andere. Nog los van dit argument, is het belang van religie als bijdrage voor individueel geluk sterk overdreven.


   Of men gelukkig is of niet hangt van een aantal factoren af. De meeste mensen hebben behoefte aan een goede gezondheid en voldoende voedsel. Ze streven naar een goede reputatie in hun sociaal milieu, en de genegenheid van hun intimi. Ze hebben behoefte aan niet alleen fysieke, maar ook mentale gezondheid. Wanneer in al deze behoeften wordt voorzien, zullen ze gelukkig zijn, ongeacht hun religie. En zonder dat zullen de meeste ongelukkig zijn, wat hun theologie ook mag zijn. Als ik nadenk over mensen die ik gekend heb, denk ik niet dat degenen met een religieus geloof gemiddeld gelukkiger waren dan degenen zonder.

   Als het op mijn eigen overtuiging aankomt, voel ik me totaal niet in staat enige planmatigheid in het universum te onderscheiden en meer nog, heb ik daar ook geen enkele behoefte aan.


   Degenen die zich verbeelden dat de ontwikkeling van de kosmische evolutie langzaam aan tot een voleindiging leidt die de Schepper voldoet, zijn logischer wijze ook gebonden (hoewel zij zich dit gewoonlijk niet realiseren) aan het standpunt dat de Schepper ook niet almachtig is, of als Hij wel almachtig zou zijn, Hij die voleindiging kon gebieden zonder zich zorgen te maken over de middelen. Ik zelf kan geen tendens naar voleindiging van het universum waarnemen. Volgens de natuurkundigen, zal energie geleidelijk aan meer gelijkmatig verdeeld worden, en als het meer gelijkmatig verdeeld is zal het nutteloos zijn.


   Geleidelijk zal alles wat wij interessant of plezierig vinden, zoals leven en licht, verdwijnen, zo verzekeren ze ons tenminste. De kosmos is net als een theater waarin slechts een stuk wordt uitgevoerd, maar dat als het gordijn valt koud en leeg wordt totdat het tot bouwval vervalt. Ik bedoel niet met zekerheid te beweren dat dit het geval zal zijn. Dan zouden we aannemen dat we over meer kennis beschikken dan het geval is. Ik zeg alleen maar wat waarschijnlijk is op grond van huidig bewijs. Ik zal niet dogmatisch beweren dat er geen kosmisch plan is, maar ik wil zeggen dat er geen greintje bewijs voor het bestaan daarvan is.


GODS EIGEN MORAAL

   Verder wil ik nog zeggen, dat als er een plan bestaat en dit het plan is van een almachtige Schepper, dat dan die Schepper, in plaats van zo liefhebbend en zachtaardig te zijn als men zegt, zo verschrikkelijk boosaardig is dat het nauwelijks te bevatten is. Een mens die een moord begaat wordt als een slecht mens beschouwd. Een almachtige Godheid, als die bestaat, vermoordt iedereen. Een mens die moedwillig een ander met kanker besmet zou als schoft beschouwd worden. Maar de Schepper, als Hij bestaat, besmet jaarlijks duizenden met deze verschrikkelijke ziekte.


   Een mens die over de kennis en macht beschikt om zijn kinderen goed te doen worden, maar in plaats daarvan er de voorkeur aan geeft ze slecht te maken, zou verafschuwd worden. Maar God, als Hij bestaat, maakt deze keuze in het geval van zeer veel van Zijn kinderen. De hele voorstelling van een almachtige God waarop kritiek profaan zou zijn, kon alleen ontstaan onder oriëntaals despotisme waarin soevereine heersers ondanks grillige wreedheden nog steeds de bewondering van hun slaven genoten. Het is de op dit verouderd politiek systeem toepasselijke psychologie die nog steeds voortleeft in de orthodoxe theologie.


   Het moet gezegd worden dat er een Modernistische vorm van theïsme bestaat, volgens welke God niet almachtig is, maar zijn best doet, ondanks moeilijke omstandigheden. Dit idee, hoewel het nieuw is onder christenen, is niet nieuw in de geschiedenis van het denken. Het wordt in feite gevonden bij Plato. Ik denk niet dat bewezen kan worden dat dit niet waar is. Ik denk dat alles dat daarover gezegd kan worden is dat er geen positieve reden ten gunste van is.


   Veel orthodoxe mensen praten alsof het aan sceptici is om afgekondigde dogmata te weerleggen, in plaats van aan dogmatici om de juistheid ervan te bewijzen. Dit is natuurlijk een misvatting. Als ik zou suggereren dat tussen Mars en Aarde een porseleinen theepot in een elliptische baan om de zon wentelt, zou niemand in staat zijn mijn bewering te weerleggen, als ik de voorzorg zou hebben getroffen hieraan toe te voegen dat de theepot te klein is om zelfs door de meest krachtige telescopen te kunnen worden waargenomen.


   Maar als ik dan ook nog zou zeggen, dat omdat mijn bewering niet weerlegd kan worden, het daarom ontoelaatbaar aanmatigend is van de menselijke rede om hieraan te twijfelen, dan zou men terecht menen dat ik onzin uitkraam. Als echter het bestaan van een dergelijke theepot in antieke boeken bevestigd zou worden, en als heilige waarheid iedere zondag zou worden verkondigd, en op scholen in de geesten van kinderen zou worden ingeprent, dan zou aarzeling om in het bestaan daarvan te geloven als excentriciteit aangemerkt worden. De twijfelaar zou dan in aanmerking komen voor behandeling door een psychiater in meer verlichte tijden, of door de Inquisitie in vroegere tijden.


   Het is gebruikelijk te veronderstellen dat als een geloof wijd verspreid is, er iets redelijks in moet zitten. Ik denk niet dat dit gezichtspunt verdedigd kan worden door iemand die de geschiedenis bestudeerd heeft.

   Praktisch al de geloven van primitieve volken zijn absurd. In de vroegere beschavingen kan mogelijk zoiets als een procent hebben bestaan, waarvoor tegenwoordig ook nog wel iets te zeggen zou zijn. Maar op dit punt moeten we voorzichtig worden. We weten allemaal dat er absurde overtuigingen zijn in Sovjet-Rusland. Als we protestant zijn, weten we dat er absurde overtuigingen leven onder katholieken. Als we katholiek zijn, weten we dat er onder protestanten absurde overtuigingen leven. Als we Conservatief zijn, zijn we verbaasd over de bijgeloven die we in de Labour Party vinden. Als we socialist zijn, zijn we verbijsterd over de lichtgelovigheid van Conservatieven.


CONCLUSIE

   Beste lezer, ik weet niet wat uw overtuiging is, maar wat het ook mag zijn, u zult moeten toegeven dat negentig procent van de overtuigingen van negentig procent van het mensdom totaal irrationeel zijn. Dit zijn natuurlijk toevallig niet de overtuigingen die u er op na houdt. Daarom denk ik dat het niet aanmatigend is om te twijfelen over iets dat men al lange tijden voor waar heeft aangenomen, vooral als die mening alleen in bepaalde geografische regionen de overhand had, zoals het geval is met alle theologische meningen.

   Het is mijn conclusie dat er geen reden bestaat om in enig dogma van de traditionele theologie te geloven, en er ook geen reden bestaat om te wensen dat zij waar zouden zijn. Voor zover hij niet onderworpen is aan natuurlijke krachten, is de mens vrij zijn lot te bepalen. De verantwoordelijkheid is de zijne, en de kansen ook.

_____


Bron: http://www.personal.kent.edu/~rmuhamma/Philosophy/RBwritings/isThereGod.htm

twitter-icon-64

OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP



Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort