visitors on myspace
WAAROM DE ISLAM NU EEN HERVORMING NODIG HEEFT | POSITIEF ATHEÏSME <>

WAAROM DE ISLAM NU EEN HERVORMING NODIG HEEFT 

thimage7313

AYAAN HIRSI ALI





Extracten uit haar boek:

'HERETIC - Why Islam needs a reformation now'






Op ________ stormde een groep van ______ zwaar bewapende, in het zwart geklede mannen een ________________ binnen in __________, begonnen te schieten en doodden in totaal _____ mensen.  De aanvallers werden gefilmd terwijl ze “Allahu akbar!” schreeuwden.

Sprekend op een persconferentie, zei President _______: “We veroordelen deze misdadige actie door extremisten. Hun poging om deze gewelddadige actie te rechtvaardigen in de naam van een vreedzame religie, zal echter niet slagen. Want we veroordelen met evenveel klem degenen die die deze schanddaad als voorwendsel gebruiken voor islamofobische haat misdaden.”


Toen ik de inleiding van dit boek reviseerde, vier maanden vóór publicatie, kon  ik natuurlijk iets meer specifieks hebben geschreven, zoals dit:


Op 7 januari, 2015 drongen twee zwaar bewapende, in het zwart geklede aanvallers de kantoren binnen van Charlie Hebdo in Parijs, begonnen te schieten en doodden in totaal tien mensen. De aanvallers werden gefilmd terwijl ze “Allahu akbar!” schreeuwden.


Echter, bij nader inzien scheen er weinig reden te zijn om Parijs te kiezen. Slechts een paar weken eerder had ik immers net zo goed het volgende kunnen schrijven:


In december, 2014 stormden een groep van negen zwaar bewapende, in het zwart geklede mannen een school in Peshawar binnen, begonnen te schieten en doodden in totaal 145 mensen. 


Eigenlijk zou ik een zelfde zin hebben kunnen schrijven over een aantal gebeurtenissen, van Ottawa in Canada, tot Sydney in Australië, tot Baga in Nigeria. Dus in plaats daarvan besloot ik de ruimtes open te laten en het aantal overvallers en slachtoffers ook. U, de lezer, kunt die dan zelf invullen aan de hand van het laatste nieuws. Of, als u aan een meer historisch voorbeeld de voorkeur geeft, kunt u dit proberen:


In september 2001, vloog een groep van 19 moslim terroristen met gekaapte vliegtuigen drie gebouwen binnen in New York en Washington, D.C., waarbij 2.996 mensen werden gedood. 


Inmiddels al meer dan dertien jaren lang, heb ik een eenvoudige bewering ten berde gebracht tegen zulke terroristische daden. Mijn bewering is dat het dwaasheid is vol te houden, zoals onze leiders gewoontegetrouw doen, dat de gewelddadige acties van radicale moslims los gezien moeten worden van de religieuze idealen waardoor ze daartoe geïnspireerd werden. 

In plaats daarvan, zouden we onder ogen moeten zien dat ze gedreven werden door een politieke ideologie, een ideologie ingebed in de Islam zelf, in het heilige boek de Koran,  en ook in het leven en de voorschriften van de profeet Mohammed, zoals die werden vastgelegd in de hadith. Laat me mijn punt duidelijk maken in de eenvoudigst mogelijke woorden: 

De Islam is niet een religie van vrede.


AYAAN HIRSI ALI

Voor het tot uitdrukking brengen van het idee dat moslimgeweld niet zijn oorsprong vindt in sociale, economische of politieke condities – of zelfs maar in theologisch onbegrip – maar eerder in de fundamentele teksten van de Islam zelf, werd ik weggezet als een fanaat en “islamofoob”. Ik werd tot zwijgen gebracht, vermeden en belasterd. Ik werd als een ketter beschouwd, niet alleen door moslims – voor wie ik al een afvallige was -  maar ook door sommige westerse liberalen, wier multiculturele gevoeligheden geraakt werden door zulke “gevoelloze” uitspraken.


Mijn uitgesproken meningen over dit onderwerp hebben zulke heftige afwijzingen uitgelokt dat het haast wel lijkt of ik zelf schuldig aan een gewelddaad zou zijn. Want het schijnt tegenwoordig of het de waarheid over de Islam spreken een misdaad is. “Haat spraak” is de moderne term voor  deze ketterij. En in de huidige stemming wordt alles waardoor moslims zich ongemakkelijk voelen aangemerkt als “haat”.


Het is mijn bedoeling op deze pagina’s veel mensen – niet alleen moslims maar ook westerse apologeten voor de Islam – zich ongemakkelijk te laten voelen. Dit ga ik niet doen door cartoons te tekenen. In plaats daarvan ben ik van plan een eeuwenlange religieuze orthodoxie uit te dagen met ideeën en argumenten waarvan ik zeker weet dat ze als ketters worden afgewezen. Mijn pleidooi is voor niets minder dan een Moslim Reformatie. Ik denk dat zonder fundamentele veranderingen aan een aantal kern-concepten van de Islam, we geen oplossing zullen vinden voor het brandende en steeds meer globale probleem van politiek geweld, uitgevoerd in naam van die religie. Ik ga hier vrijuit over spreken, in de hoop dat anderen net zo vrijuit met mij willen debatteren, over wat er aan de Moslim doctrine gewijzigd moet worden, in plaats van te proberen de discussie hierover te smoren.


Sta me toe met een anekdote te illustreren waarom ik denk dat dit boek noodzakelijk is. Ik was geflatteerd toen ik in september, 2013 gebeld werd door de toenmalige president van  de Brandeis University, Frederic Lawrence, die mij een eredoctoraat aanbood in Social Justice, te verlenen tijdens de openingsceremonie van de universiteit in mei, 2014. Alles scheen in orde te zijn tot zes maanden later, toen ik wederom gebeld werd door president Lawrence, ditmaal om mij mee te delen dat Brandeis de invitatie introk. Eerst begreep ik er niets van. Maar al gauw ontdekte ik dat een online petitie, oorspronkelijk georganiseerd door de Council on American Islamic Relations (CAIR) en te vinden op de website change.org , was verspreid door sommige studenten  en faculteiten die zich beledigd voelden door mijn uitverkiezing.


Hierin werd ik beschuldigd van “haat-spraak”. Deze change.org petitie begon met te stellen dat het “wegens haar extreme islamofobische overtuiging door onze gemeenschap als shockerend wordt ervaren dat Ayaan Hirsi Ali een eredoctoraat in Social Justice wordt toegekend dit jaar. De keuze voor Hirsi Ali om een eredoctoraat te ontvangen is een schaamteloze en ongevoelige veronachtzaming door het bestuur van niet alleen moslim-studenten, maar ook van iedere student die ooit werd blootgesteld aan haat-spraak. Het is in directe tegenspraak tot de eigen morele code van Brandeis University en de rechten van de studenten.” Ter afsluiting vragen de opstellers van de petitie: “Hoe kan het bestuur van een universiteit die pal staat voor sociale gerechtigheid en het aanvaarden van iedereen, een besluit nemen dat gericht is tegen haar eigen studenten?” Mijn nominatie voor een eredoctoraat was “pijnlijk voor zowel de moslim-studenten als de gehele Brandeis gemeenschap die pal staan voor sociale gerechtigheid.”


Niet minder dan zevenentachtig leden van de Brandeis faculteit hadden bovendien geschreven om hun “ontzetting en verbijstering” uit te drukken over een paar korte snippers uit mijn openbare uitspraken, de meesten geknipt uit interviews die ik zeven jaar eerder had gegeven. Ik was volgens hen een “verdeling zaaiend individu.” Ik was vooral schuldig aan de bewering dat:


“Geweld tegen meisjes en vrouwen typerend zou zijn voor de Islam, terwijl ik tegelijkertijd hetzelfde geweld tussen niet-moslims verborg , inclusief dat op onze eigen campus [en] ... het dagelijkse harde werk door overtuigde moslim-feministen en overige progressieve moslim- activisten en wetenschappers, die steun ondervinden voor sekse- en overige gelijkwaardigheid binnen de moslim gemeenschap, en hierin succes boeken.”


Toen ik de lijst van ondertekenaars nader bekeek, werd ik getroffen door de merkwaardige bondgenoten die ik onbedoeld had samengebracht. Professoren van “Vrouwen-, Sekse- en Seksualiteit studies” schouder aan schouder met CAIR, een organisatie die daarna op de lijst van terroristische organisaties werd geplaatst door de Verenigde Arabische Emiraten? Een autoriteit op het gebied van “Theorie van Homo/Feministische Verhalen” die de zijde koos van openlijk homofobe islamisten?


Het is volkomen waar dat ik in februari 2007, toen ik nog in Nederland woonde, de London Evening Standard verteld had: “Geweld is inherent aan de Islam.” Dit was een van drie korte, selectief gekozen citaten waaraan de Brandeis faculteit zich stoorde. Wat zij vergaten te zeggen in hun brief was dat, minder dan drie jaar eerder, mijn medewerker aan een korte documentaire, Theo van Gogh, op straat vermoord werd door een jongeman van Marokkaanse afkomst, Mohammed Bouyeri genaamd. Eerst schoot deze acht keer met een pistool op Theo. Toen schoot hij nog een keer terwijl Theo, vechtend voor zijn leven, om genade smeekte. Daarna sneed hij hem de keel door en probeerde hem te onthoofden met een groot mes. Tenslotte, met een kleiner mes, stak hij een lange brief aan Theo’s lichaam. 


Ik vraag mij af hoeveel van mijn campus critici deze brief gelezen hebben, die gesteld was in de stijl van een fatwa, of religieus vonnis. Het begon met, “In naam van Allah – de Goedgunstige – de Genadige” en bevatte, samen met talloze citaten uit de Koran, een aan mij gerichte expliciete doodsbedreiging:


 “Mijn Rabb [meester] geef ons de dood om geluk in het martelaarschap te vinden. Allahumma Amen [Oh, Allah, verhoor me]. Mevr. Hirschi [sic] Ali en de rest van jullie extremistische ongelovigen.  De Islam heeft vele vijanden en vervolgingen weerstaan door de geschiedenis heen ....AYAAN HIRSHI ALI JE ZULT JEZELF VERNIETIGEN OVER DE ISLAM!”


Door en door ging de tirade:


 ”De Islam zal zegevieren door het bloed van zijn martelaars. Ze verspreiden haar licht in iedere donkere hoek van de aarde en zullen zonodig  met het zwaard het kwaad terug in zijn donkere hol jagen....  Er zal geen genade zijn voor de verspreiders van onrecht, slechts het zwaard zal tegen hen worden geheven. Geen discussies, geen demonstraties, geen petities.”


 De brief bevatte ook deze passage, direct uit de Koran gekopieerd: “ Wees gewaarschuwd  dat de dood die je probeert te ontlopen je zeker zal vinden, waarna je zult worden terug gevoerd naar de Alwetende en Hij zal je zeggen wat je trachtte te doen.” (62:8).


Misschien kunnen degenen die tot de duizelingwekkende hoogte van de Brandeis faculteit zijn gestegen een manier bedenken om aan te tonen dat er geen verband bestaat tussen Bouyeri’s daad en de Islam. Ik kan mij in ieder geval Nederlandse academici herinneren die beweerden dat achter zijn religieuze taal Bouyeri’s ware motivatie om mij te doden, socio-economische achterstelling of post-moderne vervreemding was. Ik denk echter, dat als een moordenaar de Koran citeert als rechtvaardiging voor zijn misdaad, we op zijn minst de mogelijkheid moeten bespreken dat hij bedoelt wat hij zegt.


Nu dan, als ik beweer dat de Islam niet een religie van vrede is, bedoel ik niet dat de Islamitische religie moslims van nature gewelddadig maakt. Dat is beslist niet het geval: er bestaan vele miljoenen vreedzame moslims in de wereld. Wat ik wel zeg is dat de oproep tot geweld en de rechtvaardiging hiervoor expliciet genoemd worden in de heilige teksten van de Islam. Bovendien staat dit theologisch gesanctioneerde geweld klaar om gebruikt te worden tegen een groot aantal overtredingen, inclusief - maar niet beperkt tot - afvalligheid, overspel, blasfemie, en zelfs zoiets vaags als bedreiging van de familie-eer of de eer van de Islam zelf.


Toch, vanaf het eerste moment dat ik begon te argumenteren dat er een onvermijdbaar verband bestond tussen de religie waarin ik werd opgevoed en het geweld van organisaties als Al-Qaeda en de zelfbenoemde Islamitische Staat (verder IS genoemd, hoewel anderen de voorkeur geven aan de acroniemen ISIS of ISIL), word ik gehinderd door hardnekkige inspanningen om mij het zwijgen op te leggen.


Doodsbedreigingen zijn duidelijk de meest verontrustende vorm van intimidatie. Maar er zijn ook andere, minder gewelddadige methodes. Moslim organisaties zoals CAIR hebben geprobeerd te voorkomen dat ik me vrijelijk kon uitspreken, vooral op universiteiten. Sommigen hebben beweerd dat omdat ik niet een Islam-geleerde ben, of zelfs maar een praktiserende moslim, ik niet een competente autoriteit over dit onderwerp zou zijn. Op andere terreinen hebben bepaalde moslims en westerse liberalen me beschuldigd van “Islamofobie”, een woord dat bedoeld is om gelijkgesteld te worden met anti-semitisme, homofobie, of andere vooroordelen die de westerse gemeenschap geleerd heeft te verafschuwen en veroordelen.


Waarom zijn deze mensen zo gedreven mij het zwijgen te doen opleggen, tegen mijn publieke optredens te protesteren, mijn standpunten te stigmatiseren en mij van het toneel te verjagen met gewelds- of doodsbedreigingen? Het is niet omdat ik onwetend ben, of slecht geïnformeerd. Integendeel, mijn standpunten over de Islam zijn gebaseerd op mijn kennis en ervaring als moslima, op het wonen in moslim gemeenschappen – inclusief Mecca zelf, het hele centrum van Islamitisch geloof – en op mijn jaren van studie over de Islam, als praktiserend moslima, als student, als lerares. De echte verklaring is duidelijk. Het is omdat ze niet werkelijk kunnen weerleggen wat ik zeg. En daarin sta ik niet alleen. Kort na de aanval op Charlie Hebdo sprak Asra Nomani, een moslim hervormer, zich uit tegen wat zij noemt de “eer brigade” – een georganiseerde internationale kliek van intriganten die alles op alles zet om het debat over de Islam tot zwijgen te brengen.


Het beschamende is dat deze campagne effectief is in het westen. Westerse liberalen schijnen nu samen te spannen tegen kritische gedachten en debat. Ik hou nooit op me te verbazen over het feit dat niet-moslims die zichzelf als liberalen beschouwen – inclusief feministen en verdedigers van homorechten – zo gemakkelijk te overtuigen zijn door deze lompe middelen om de islamitische zijde te verkiezen tegen moslim- en niet-moslim critici.



Gedurende de weken en maanden die volgden,  was de Islam herhaaldelijk in het nieuws – maar niet als een religie van vrede. Op 14 april, zes dagen nadat Brandeis zijn uitnodiging introk, kidnapte de gewelddadige Islamitische groep Boko Haram 276 schoolmeisjes in Nigeria. Op 15 mei werd in Soedan een zwangere vrouw, Meriam Ibrahim, ter dood veroordeeld voor de misdaad van afvalligheid. Op 29 juni riep IS zijn nieuwe kalifaat uit in Irak en Syrië. Op 19 augustus werd de Amerikaanse journalist James Foley onthoofd op video. Op 2 september deelde Steven Sotloff, ook een Amerikaanse journalist, zijn lot. De man die deze executies uitvoerde was duidelijk identificeerbaar als Brits opgevoed zijnde, een van de tussen 3.000 en 4.500 EU-burgers die jihadist werden in Irak en Syrië.


Op 26 september onthoofdde een recente bekeerling tot de Islam, Alton Nolen, zijn medewerker Colleen Hufford in een levensmiddelenfabriek in Moore, Oklahoma. Op 22 oktober, maakte nog een crimineel die moslim werd,  genaamd Michael Zehaf-Bibeau, amok in de Canadesche hoofdstad Ottawa, en schoot korporaal Nathan Cirillo dood, die op wacht stond. En zo is het blijven doorgaan sindsdien. Op 15 december, gijzelde een geestelijke genaamd Man Haron Monis achttien mensen in een cafė in Sydney; twee ervan stierven in het ontstane vuurgevecht. Tenslotte, net toen ik dit boek af maakte, werd het personeel van het satirische weekblad Charley Hebdo afgeslacht in Parijs. Gemaskerd en met AK-47 geweren bewapend, forceerden de Kouachi broers toegang tot de kantoren van het blad en doodden de redacteur, Stéphane Charbonnier, tezamen met negen andere werknemers en een politieman. In de straat doodden ze nog een politieagent. Binnen enkele uren vermoordde hun bondgenoot Amedy Coulibaly nog vier mensen, allen joden, tijdens een overval op een kosher winkel in het oosten van de stad.


In alle gevallen gebruikten de daders islamitische teksten of symbolen toen ze hun misdaden pleegden. Om een enkel voorbeeld te geven, gedurende hun aanval op Charley Hebdo schreeuwden de Kouachi’s “Allahu akbar” (“God is groot”) en “de Profeet is gewroken.” Tegen een vrouwelijk personeelslid in het kantoor zeiden ze dat ze haar zouden sparen “omdat je een vrouw bent. We doden geen vrouwen. Maar bedenk goed wat je doet. Wat je doet is slecht. Ik spaar jou, maar omdat ik je spaar, moet je de Koran lezen.” Als ik nieuw bewijs nodig had dat geweld in naam van de Islam zich verspreidt, niet slechts in het Midden Oosten en Noord-Afrika maar ook door heel West-Europa, en over de Atlantische Oceaan en verder, dan was het hier wel in betreurenswaardige overvloed.


Na de onthoofding van Steven Sotloff, bezwoer Vice President Joe Biden diens moordenaars tot “de poorten van de hel” te achtervolgen. President Barack Obama was zo woedend dat hij besloot zijn beleid voor het beëindigen van de militaire interventie in Irak te herzien, door luchtaanvallen te bevelen en militair personeel in te zetten als deel van een inspanning om “de terroristische groepering ISIS te bestrijden en uiteindelijk te vernietigen.” Maar de verklaring van de president op 10 september, 2014 is het waard om zorgvuldig te lezen vanwege de ontwijkende kritiek en vertekeningen:


“Laten we vooral twee dingen duidelijk maken: ISIL is niet “Islamitisch.” Geen enkele religie keurt het doden van onschuldigen goed. En de grote meerderheid van de slachtoffers van ISIL zijn moslims. En ISIL is niet een staat..... ISIL is een terroristische organisatie, klip en klaar. En het heeft geen ander beleid dan de afslachting van iedereen die in zijn weg staat.”


In het kort, de Islamitische Staat was noch een staat, noch Islamitisch. Het was “het kwaad.” Haar leden waren “uniek in hun onmenselijkheid.” De campagne er tegen was als een inspanning om “kanker” uit te wissen. 


Na de Charlie Hebdo afslachting spande de perswoordvoerder van het Witte Huis zich bijzonder in om onderscheid te maken tussen “de gewelddadige, extremistische boodschap die ISIL en andere extremistische organisaties gebruiken om medestanders over de hele wereld te radicaliseren” en een “vredelievende religie.” De regering, zo zei hij, “was er in geslaagd om leiders van de moslim gemeenschap …. te laten verklaren wat de beginselen van de Islam werkelijk zijn.” De hele frase “radicale Islam” mocht niet meer worden uitgesproken.


Maar wat als die hele aanname ten onrechte is? Want het zijn niet alleen Al-Qaeda en IS die het gewelddadige gezicht van islamitische geloof en praktijken aantonen. Het is ook Pakistan, waar iedere uitlating die kritisch is over Profeet of Islam als blasfemie wordt bestempelt die met de dood bestraft kan worden. Het is ook Saoedi-Arabië, waar kerken en synagoges buiten de wet zijn gesteld, en waar onthoofdingen een legale vorm van bestraffing zijn, zo erg zelfs dat er in augustus 2014 vrijwel dagelijks een onthoofding plaats vond. Het is ook Iran, waar steniging een acceptabele bestraffing is, en homoseksuelen worden opgehangen voor hun “misdaad”. Het is ook Brunei, waar de sultan de islamitische sharia-wetten heeft heringevoerd, wetten die voor homoseksualiteit de doodstraf eisen.


We hebben nu alweer haast anderhalf decade achter de rug waarin beleid en uitspraken gebaseerd werden op de aanname dat terrorisme en extremisme kunnen en moeten worden gedifferentieerd van de Islam. Iedere keer weer opnieuw, na terroristische aanvallen ergens in de wereld, hebben westerse leiders zich gehaast om te verklaren dat dit probleem niets met de Islam zelf te maken had. Want de Islam is een religie van de vrede.


Deze inspanningen zijn goed bedoeld, maar ze zijn ontstaan uit een misvatting die vele westerse liberalen koesteren, namelijk dat vergelding tegen moslims meer gevreesd moet worden dan het islamitisch geweld zelf. Zodoende werden de daders van de 9/11 aanvallen niet voorgesteld als moslims, maar als terroristen; we legden de nadruk op hun tactieken in plaats van op de ideologie die deze vreselijke daden rechtvaardigt. In dat proces omarmden we die “gematigde” moslims die ons doodleuk vertelden dat de Islam een religie van de vrede was, en marginaliseerden we dissidente moslims die poogden echte hervormingen na te streven.


En zelfs nu proberen we nog steeds te beweren dat dit geweld het werk is van krankzinnige randfiguren van het extremisme. We gebruiken medische beeldspraak, om te proberen het fenomeen af te schilderen als een indringer in het religieuze milieu waarin het gedijt. En we wenden voor dat in ons eigen midden net zulke extremisten voorkomen als deze jihadisten. De president van de Verenigde Staten ging zelfs zo ver, in een toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, om in 2012 te verklaren: “De toekomst moet niet toebehoren aan diegenen die de Profeet van de Islam belasteren” - tegengesteld naar we mogen aannemen, aan degenen die de gewoonte hebben de lasteraars te vermoorden.


Sommigen zullen ongetwijfeld klagen dat dit boek Mohammed belastert. Echter, het doel van dit boek is niet vrijblijvende belediging, maar om aan te tonen dat dit soort van benadering geheel - niet slechts gedeeltelijk, maar geheel - het probleem van de Islam in de eenentwintigste eeuw miskent. Het is zelfs zo, dat deze benadering ook de aard en betekenis van het liberalisme miskent. Want het fundamentele probleem is dat de meerderheid van de overigens vreedzame en gezagsgetrouwe moslims weigeren te erkennen, en al helemaal niet te weerspreken, dat de theologische goedkeuring voor intolerantie en geweld in hun eigen religieuze teksten ligt ingebed.


Het is gewoon niet voldoende dat moslims beweren dat hun religie is “gekidnapt” door extremisten. De moordenaars van IS en Boko Haram citeren precies dezelfde religieuze teksten die iedere andere moslim in de wereld als heilig beschouwt. En in plaats van ze vrijuit laten gaan met nietszeggende gemeenplaatsen als zou de Islam een religie van vrede zijn, moeten wij in het westen de hele substantie van islamitisch denken en handelen aan de kaak stellen. We moeten de Islam verantwoordelijk stellen voor de daden van haar meest gewelddadige aanhangers, en eisen dat de kernwaarden die gebruikt worden om deze wandaden te rechtvaardigen, hervormd of verworpen dienen te worden..


Tegelijkertijd moeten we opkomen voor onze eigen principes als liberalen. Het is vooral nodig de beledigde moslims en hun liberale supporters te vertellen dat niet wij hun overtuigingen en gevoelens moeten sparen. Het is eerder zo dat zij moeten leren leven met onze diepgevoelde betrokkenheid bij onze vrijheid van meningsuiting.


_____


BRON: http://www.salon.com/2015/04/04/islam_is_not_a_religion_of_peace_ayaan_hirsi_ali/


Zie in dit verband ook: 

http://www.volkskrant.nl/media/beatrice-hield-van-fotografie-toen-kwam-al-shabaab~a3945964/


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP




Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort