visitors on myspace
DE DICTIONAIRE VAN DE DUIVEL | POSITIEF ATHEÏSME <>

DE DICTIONAIRE VAN DE DUIVEL

AMBROSE BIERCE

image7313


        



    





Ten geleide

De ongerijmdheden van de Heilige Schrift, zoals die al op de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk beginnen, en naarmate de serie onwaarschijnlijke verhalen zich verder ontwikkelen grotesker vormen gaan aannemen wanneer namens God moord, incest, wreedheid en genocide aan dit verheffende werk worden toegevoegd, hebben in de ontstaansgeschiedenis van het christendom de kerkvaders geïnspireerd deze onzin nog eens te overtreffen door zelf bedachte en nog grotere ongerijmdheden, die ze doctrines en dogma's gingen noemen.

   Eeuwenlange generaties theologen (theo- is Grieks voor godheid; logen is verleden tijd van liegen) zijn hen hiervoor nog steeds dankbaar, want deze doctrines zijn zo verstandsverbijsterend geformuleerd en zo onmogelijk te doorgronden, laat staan verdedigen, dat ze een nooit opdrogende bron voor hun lucratieve bezigheden zouden gaan vormen. 

   Deze doctrines hebben ook de basis gelegd voor een bijna wereldwijd verspreide nijverheid, die aan de beoefenaars daarvan dictatoriale macht, aanzien en inkomen verschaft in evenredigheid met hun rang in de kerkelijke hiërarchie, en die alle volgelingen in gelijke mate voor hun geldelijke bijdragen en gehoorzaamheid beloont met de ontkenning van hun menselijke waarde, hun totale geestelijke onderwerping en een levenslange vrees voor het hiernamaals, ongeacht hun prestaties en positie in de wereld.


 Voor de rationele denker is het dus betamelijk begrip en compassie te tonen voor zijn aldus onderworpen medemens

   

   Voor de rationele denker is het dus betamelijk begrip en compassie te tonen voor zijn aldus onderworpen medemens, die dagelijks geteisterd word door de daar mee gepaard gaande problemen. Het overgrote deel van hen heeft immers niet zelf voor de terreur van dit antieke bijgeloof gekozen, maar heeft dit te wijten aan het toeval van geboorte in een christelijke samenleving, gevolgd door een opvoeding door mensen die ditzelfde lot ten deel was gevallen.

   In 1881 begon de Amerikaan Ambrose Bierce, die van 1842 tot vermoedelijk 1914 zijn avontuurlijke leven leidde, met de samenstelling van zijn ironische Dictionaire van de Duivel. Hierin worden ook een aantal begrippen waaraan de gelovige het hoofd moet bieden, volgens zijn eigenzinnige interpretatie nader gedefinieerd. Op de hierna volgende bladzijden bieden we u een bloemlezing van definities uit dit werk, voor zover die op religie betrekking hebben.


‘Kamelen en christenen aanvaarden hun last knielende'

 

aartsbisschop: een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder die één punt heiliger is dan een bisschop.


allah: het mohammedaanse Opperwezen, als onderscheiden van het christelijke, joodse, enzovoort.


berouw: trouwe begeleider en volger van straf. Komt gewoonlijk tot uitdrukking in een mate van verbetering die niet tegenstrijdig is met voortzetting van de zonde.


bidden: vragen dat de wetten van het universum geannuleerd worden ten behoeve van een enkele aanvrager die bekend heeft onwaardig te zijn.


christen: iemand die gelooft dat het Nieuwe Testament een goddelijk geïnspireerd boek is, uitmuntend geschikt voor de spirituele behoeften van zijn naaste; iemand die de leer van Christus volgt, voor zo ver die niet strijdig is met een zondig leven.


 cynicus: een schurk wiens foute visie er voor zorgt dat hij dingen ziet zoals ze zijn, en niet zoals ze horen te zijn.


datarie: een hoge ambtenaar van de rooms-katholieke kerk, wiens belangrijke functie het is de pauselijke bullen te waarmerken met de woorden Datum Romae. Hij geniet een vorstelijk salaris en de vriendschap van God.


doop: een heilige rite van zodanige voortreffelijkheid dat degene die zich in de hemel bevindt zonder die te hebben ondergaan voor eeuwig ongelukkig zal blijven.


drie-eenheid: in het veelvoudig theïsme van bepaalde christelijke kerken, drie totaal aparte godheden die samen opgaan in slechts een enkele; ondergeschikte godheden van de polytheïstisch religie, zoals duivels en engelen, zijn niet bedeeld met deze gave van combinatie, en moeten individueel aansporen tot aanbidding en boetedoening. De Drie-eenheid is een van de meest sublieme mysteries van onze heilige religie. Met de ontkenning daarvan omdat het onbegrijpelijk is, verraden unitariërs hun tekortschietend begrip van theologische grondbeginselen. In religie geloven we alleen datgene dat we niet begrijpen, behalve in het geval van een begrijpelijk doctrine dat een onbegrijpelijk doctrine tegenspreekt, in dat geval geloven we het eerste als deel van het laatste.


eed: bij wet, een plechtig beroep op de Godheid, voor het geweten bindend gemaakt door vrees voor de straf voor meineed.


eerbied: de spirituele houding van de mens tot een god, en van een hond tot de mens.


elysium: een denkbeeldig verrukkelijk oord waarvan men in de Oudheid op dwaze wijze geloofde dat het door de geesten van goede mensen bewoond werd. Deze belachelijke en ondeugdelijke fabel werd van de aardbodem weggevaagd door de vroege christenen - moge hun zielen gelukkig zijn in de hemel!


evangelist: een brenger van goede tijdingen, in het bijzonder (in religieuze zin) die welke onze eigen redding verzekeren, en de verdoemenis van onze naasten.


geestelijke: een man die het beheer over ons geestelijk welzijn op zich neemt als methode om zijn wereldlijk welzijn te verbeteren.


goddeloosheid: uw gebrek aan eerbied voor mijn god.


godsvertrouwen: geloven zonder bewijs in wat verteld wordt door iemand die spreekt zonder kennis over dingen zonder weerga.


handoplegging: handeling van zegening of wijding door oplegging van handen — een ceremonie die veel kerkgemeenschappen gemeen hebben, maar met de grootste oprechtheid verricht wordt door de sekte die bekend staat als Dieven.


heiden: een achterlijk wezen dat de dwaasheid begaat iets te vereren dat hij kan zien en voelen.


heilig: gewijd aan een religieus doel; een goddelijke karakter hebbend; plechtige gedachten of emoties inspirerend; zoals de Dalai Lama van Tibet; de Moogum van Mbwango; de tempel van de Apen in Ceylon; de Koe in India; de Krokodil, de Kat en de Uil in het Oude Egypte; de Moeftie van Moosh; het haar van de hond die Noach beet, etc.


Heilige Schrift: het gewijde boek van onze heilige religie, als onderscheiden van de valse en profane geschriften waarop alle andere geloven gegrond zijn.


hemel: een plaats waar slechte mensen u niet meer lastigvallen met verhalen over hun persoonlijke zaken, en goede mensen met aandacht luisteren terwijl u uitweidt over de uwe.


homeopathie: een geneeswijze halverwege tussen allopathie en christelijke wetenschap. Aan de laatste zijn beide anderen inferieur, want christelijke wetenschap kan denkbeeldige ziekten genezen, terwijl zij dat niet kunnen.


imbeciliteit: een soort goddelijke inspiratie, of heilig vuur waarvan bedillerige critici van deze dictionaire bezeten zijn.


klooster: een plaats waarin men zich uit het leven kan terugtrekken voor mensen die vrije tijd nodig hebben om over de zonde van ledigheid te mediteren.


Koran: een boek waarvan de Mohammedanen dwaas genoeg geloven dat het onder goddelijke inspiratie geschreven is, maar waarvan christenen weten dat een boosaardig bedrog is dat de Heilige Schrift tegenspreekt.


kruis: een religieus symbool uit de Oudheid, ten onrechte verondersteld zijn betekenis te danken hebbende aan de meest plechtige gebeurtenis in de geschiedenis van het christendom, maar in werkelijkheid er duizenden jaren aan voorafgaande.


maandag: in christelijke landen, de dag na het voetbal.


manna: een voedingsmiddel dat op miraculeuze wijze verstrekt werd aan de Israëlieten in de wildernis. Toen ze dit niet meer kregen vestigden zij zich, bewerkten de aarde en bemestten die, meestal met de lichamen van de originele bewoners.


martelaar: iemand die langs de weg van de minste tegenzin naar een gewenste dood gaat.


monseigneur: een hoge kerkelijke titel, waarvoor de Grondlegger van onze religie het toekennen van voordelen over het hoofd gezien heeft.


naaste: iemand die ons bevolen wordt lief te hebben als ons zelf, en die alles doet wat hij kan om ons ongehoorzaam te maken.


nonsens: de bezwaren die opgeworpen worden tegen deze excellente dictionaire.


occident: het deel van de wereld oostelijk (of westelijk) van de Oriënt. Het wordt grotendeels bewoond door christenen, een substam van de Hypocrieten, wier belangrijkste industrieën moord en bedrog zijn, die zij liever oorlog en handel noemen. Deze twee zijn ook de belangrijkste industrieën van de Oriënt.


oceaan: een hoeveelheid water die tweederde beslaat van de wereld geschapen voor de mens — die geen kieuwen heeft.


oliesel: met olie insmeren, of in het vet zetten. De rite van het Heilige Oliesel bestaat uit het aanraken van verschillende delen van het lichaam van iemand die bezig is dood te gaan, met olie die door een bisschop is gewijd.


ongelovige: in New York, iemand die niet in de christelijke religie gelooft; in Constantinopel, iemand die dit wel doet.


openbaring: een beroemd boek waarin St. Johannes de Goddelijke alles wat hij wist verborg. De onthulling wordt gedaan door commentatoren die niets weten.


paleis: een mooie en kostbare residentie, in het bijzonder die van een hoge regeerder. De residentie van een hoogwaardigheidsbekleder van de christelijke kerk wordt een paleis genoemd; dat van de Grondlegger van zijn religie was bekend als velden en wegen. Er is vooruitgang.


pantheïsme: het doctrine dat alles God is, in tegenstelling tot het doctrine dat God alles is.


pre-adamiet: iemand van een experimenteel en blijkbaar onbevredigend ras dat aan de Schepping voorafging, die onder condities leefde die niet makkelijk voorstelbaar zijn. Melsius geloofde dat zij het Ledige bewoonden en dat zij iets tussen vissen en vogels waren. Van hen is weinig bekend, behalve dat zij Kaïn van een vrouw voorzagen en theologen van een twistpunt.


pre-existentie: een onbekende factor voorafgaand aan de schepping.


prelaat: een kerkelijke beambte met een superieure graad van heiligheid en een vlotte carrière; iemand van de hemelse aristocratie; een gentleman van God.


primaat: het hoofd van een kerk, vooral een Staatskerk gesteund door onvrijwillige bijdragen. De Primaat van Engeland is de aartsbisschop van Canterbury, een beminnelijke oude heer, die Lambeth Palace bewoont tijdens het leven en Westminster Abbey gedurende de dood. Meestal is hij dood.


profetie: de vaardigheid en praktijk van het verkopen van zijn geloofwaardigheid voor aflevering in de toekomst.


reliekschrijn: een vergaarbak voor zulke heilige objecten als splinters van het ware kruis, zwevende ribben van de heiligen, de oren van de ezel van Balaam, de long van de haan die Petrus tot berouw opriep, enzovoort. De vergaarbakken zijn meestal van metaal, en voorzien van een slot om te voorkomen dat de inhoud eruit komt en op ongeschikte tijden wonderen gaat verrichten. Een veer van de vleugel van de Engel van de Maria-Boodschap ontsnapte eens tijdens een preek in de St. Pieter, en kietelde de neuzen van de congregatie zodanig dat ze wakker werden en ieder drie keer met grote kracht niesten. In de Gesta Sanctorum wordt verhaald hoe een koster in Canterbury Cathedral het hoofd van St. Dennis betrapte in de bibliotheek. Toen het bestraffend werd toegesproken door zijn strenge bewaker, verklaarde het dat het naar een belichaming van doctrine zocht. Deze ongepaste lichtzinnigheid maakte de bisschop zo woedend dat de overtreder publiekelijk in de banvloek werd gedaan, in de rivier Stour geworpen en vervangen door een ander hoofd van St. Dennis, vanuit Rome gebracht.

religie: een dochter van Hoop en Vrees, aan Onwetendheid het onkenbare verklarend.


rite: een religieuze of semi-religieuze ceremonie vastgelegd bij wet, voorschrift of gewoonte, met de etherische olie van oprechtheid er zorgvuldig uit geknepen.


sabbat: een wekelijks feest dat zijn oorsprong vond in het feit dat God de wereld in zes dagen gemaakt heeft en gearresteerd werd op de zevende. Onder de joden werd de inachtneming van deze dag afgedwongen door een gebod waarvan de christelijke versie luidt: 'Gedenk de zevende dag om uw naaste te dwingen zich daaraan te houden.' Voor de Schepper scheen het passend en nuttig dat de sabbat de laatste dag van de week zou zijn, maar de vroege kerkvaders hielden er een andere mening op na.


sacrament: een plechtige religieuze ceremonie waaraan verscheidene graden van autoriteit en betekenis worden toegekend. Rome heeft zeven sacramenten, maar de protestante kerken, die minder welvarend zijn, vinden dat zij zich er slechts twee kunnen permitteren, en dan nog die van inferieure heiligheid. Sommige van de kleinere sekten hebben helemaal geen sacramenten — voor welke gierigheid zij zonder twijfel verdoemd zullen worden.


sint: een dode zondaar, herzien en geredigeerd.


toorn: woede in superieure kwaliteit en mate, passende voor verheven personen en gedenkwaardige gelegenheden; zoals 'de toorn van God', 'de dag van toorn', etc. In de Oudheid werd de toorn van koningen heilig geacht, omdat die meestal de tussenkomst van een god konden bevelen voor een passende manifestatie, of die van een priester. De Grieken die Troje belegerden werden zo door Apollo opgejaagd dat ze uit de braadpan van de toorn van Cryses sprongen in het vuur van de toorn van Achilles, hoewel Agamemnon, de enige overtreder, gebakken noch geroosterd werd. Een soortgelijke opmerkelijke immuniteit was die van David toen hij de toorn van Jahweh over zich afriep door zijn volk te tellen, waarvoor zeventigduizend van hen met hun leven de prijs betaalden. God is nu Liefde, en een directeur van een volkstelling kan nu zijn taak verrichten zonder vrees voor een ramp.


verantwoordelijkheid: een afneembare last die gemakkelijk op de schouders geschoven kan worden van God, noodlot, fortuin, geluk of uw naaste. In de dagen van de astrologie was het gebruikelijk het op een ster af te schuiven.


verdoemenis: in theologie, de conditie van een ongelukkige sterveling die prenataal verdoemd is. Het doctrine van verdoemenis werd onderwezen door Calvijn, wiens plezier hierin een beetje bedorven werd door de droeve oprechtheid van zijn overtuiging dat hoewel sommigen bij voorbaat tot verderf gedoemd zijn, anderen voorbestemd zijn tot behoudenis.


verlossing: bevrijding van zondaren van de straf voor hun zonden, door hun moord op de godheid waartegen zij zondigden. Het doctrine van verlossing is het fundamentele mysterie van onze heilige religie, en al wie daarin gelooft zal niet verloren gaan maar het eeuwige leven hebben, om het daarin proberen te begrijpen.

verleden: Dat deel van de eeuwigheid waarvan we voor een klein deel een geringe en betreurenswaardige kennis hebben. Een bewegende lijn die we het Heden noemen scheidt het af van een denkbeeldige periode bekend als Toekomst. Deze twee grote afdelingen van de Eeuwigheid, waarvan de een voortdurend de ander beïnvloedt, zijn totaal verschillend. De een is veduisterd door verdriet en teleurstelling, de ander verlicht met voorspoed en vreugde. Het Verleden is het gebied van snikken, de Toekomst is het rijk van zang. In de een zit Herinnering verscholen, gekleed in zak en as, berouwvolle gebeden prevelend; in de zonneschijn van de ander fladdert Hoop onbekommerd, wenkend naar tempels van success en priëelen van rust. Toch is het Verleden de Toekomst van gister, de Toekomst is het Verleden van morgen. Ze zijn één – de kennis en de droom.


voorbeschikking: de definitie van dit woord lijkt makkelijk, maar als we overwegen dat vrome en geleerde theologen lange levens besteed hebben om het uit te leggen, en bibliotheken hebben vol geschreven om hun uitleg uit te leggen; als we herinneren dat naties verdeeld zijn geweest en bloedige veldslagen veroorzaakt werden door het verschil tussen voorbeschikking en voorbestemming; dat miljoenen zijn besteed aan pogingen om zijn verrekenbaarheid met de vrije wil te bewijzen en te ontkennen, en de doeltreffendheid van gebed, verering en een religieus leven, — als we al deze afschuwelijke feiten in de geschiedenis van dit woord voor de geest halen, staan we met verbijstering tegenover het ontzaglijke probleem om zijn betekenis te duiden, slaan we onze spirituele ogen neer, vrezen we zijn ontzagwekkende grootsheid te overpeinzen, ontbloten we eerbiedig het hoofd en verwijzen dit naar Zijne Eminentie Kardinaal Gibbons en Zijne Genade Bisschop Potter.


voorbestemming: het doctrine dat alle dingen volgens programma verlopen; dit doctrine moet niet verward worden met dat van voorbeschikking, hetwelk betekent dat alle dingen geprogrammeerd zijn, maar dat niet bevestigt dat ze gebeuren, hetgeen slechts een implicatie van andere doctrines is waarvan het een gevolg is. Het verschil is groot genoeg om het christendom met inkt te hebben overstroomd, om maar niets te zeggen van het geronnen bloed. Met het verschil tussen de twee doctrines duidelijk in de geest, en een eerbiedig geloof in beiden, mag men hopen verdoemenis te ontlopen als men gespaard zou worden.


vroomheid: bewondering voor het Opperwezen, gebaseerd op Zijn gelijkenis met mensen.


wierookstaafjes: kleine stokjes die door Chinezen verbrand worden tijdens hun heidense gekke streken, in imitatie van bepaalde gewijde riten van onze heilige religie.


ziel: een spirituele entiteit waarover veel dispuut heeft bestaan. Plato beweerde dat die zielen die in een eerdere staat van bestaan (voordat Athene bestond) de helderste blik op de eeuwige waarheid hadden verkregen, zich gevestigd hadden in de lichamen van personen die filosoof werden. Plato was zelf een filosoof. De zielen die het minst de goddelijke waarheid hadden gezien bewoonden de lichamen van overweldigers en despoten. Dionysus I, die gedreigd had de intellectuele filosoof te onthoofden, was een overweldiger en despoot. Plato was ongetwijfeld niet de eerste die een systeem van filosofie ontwierp dat geciteerd kon worden tegen zijn vijanden; en hij was zeker niet de laatste.


zondvloed: een opmerkelijk eerste experiment met de doop, dat alle zonden (en zondaars) van de aardbodem weg waste.

_____


Bron: http://www.thedevilsdictionary.com/

twitter-icon-64


OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort