visitors on myspace
RELIGIE EN WETENSCHAP | POSITIEF ATHEÏSME <>

RELIGIE EN WETENSCHAP

ALBERT EINSTEIN

image7313

           





      





Alles wat het menselijke ras gedacht en gedaan heeft houdt verband met de bevrediging van diep gevoelde behoeften en de verzachting van leed. Dit dient men voortdurend voor ogen te houden als men spirituele bewegingen en hun ontwikkeling wil begrijpen. Gevoelens en verlangens zijn de drijvende krachten achter alle menselijke inspanningen en menselijke scheppingen, in welke verheven gedaante de laatste zich ook maar aan ons mogen voordoen. Wat nu zijn de gevoelens en noden die de mens tot religieuze gedachten hebben gedreven en tot geloof, in de wijdst mogelijke betekenis van deze woorden? Een kleine overweging volstaat om aan te tonen dat de meest verscheidene emoties aanleiding geven tot religieuze gedachten en ervaringen. Bij de primitieve mens was het vooral vrees die religieuze noties opriep – vrees voor honger, voor wilde dieren, voor ziekte en dood.


Alles wat het menselijke ras gedacht en gedaan heeft houdt verband met de bevrediging van diep gevoelde behoeften en de verzachting van leed


   Aangezien in dit stadium van bestaan het begrip van oorzakelijke verbanden meestal slecht ontwikkeld was, creëerde de menselijke geest wezens die min of meer analoog aan hemzelf waren, en volgens wier wensen en handelingen deze gevreesde dingen gebeurden. Dientengevolge trachtte men de gunst van deze wezens te verwerven door het uitvoeren van handelingen en het aanbieden van offerandes die, in overeenstemming met een van generatie op generatie doorgegeven traditie, hen zouden verzoenen en welwillend stemmen ten opzichte van stervelingen. In dit opzicht spreek ik van een religie van angst. Hoewel niet door hen zelf gecreëerd, werden deze handelingen in belangrijke mate bestendigd door de vorming van een speciale priesterlijke kaste, die zichzelf opwierp als bemiddelaar tussen het volk en de wezens die zij vreesden, en die op deze basis hegemonie over hen verwierven. In veel gevallen combineerde een leider of regeerder priesterlijke functies met zijn seculiere gezag om het laatste meer zeker te stellen; of de politieke leiders en de priesterlijke kaste maakten uit eigen belang gemene zaak. 

   Sociale impulsen zijn mede oorzaak van het vaste vorm krijgen van religie. Vaders en moeders en de leiders van grotere menselijke gemeenschappen zijn sterfelijk en feilbaar. Het verlangen naar bijstand, liefde en steun zet de mens aan tot de vorming van de sociale of morele conceptie van God. Dit is de God van de Voorzienigheid, die beschermt, verschaft, beloont en bestraft; de God die in overeenstemming met de reikwijdte van de opvattingen van de gelovige, het leven van de stam of het menselijke ras koestert en beschermt, of zelfs het leven zelf; de trooster in verdriet en bij onbevredigde verlangens; degene die de zielen van de doden bewaart. Dit is de sociale of morele voorstelling van God.

   De Joodse heilige boeken illustreren op bewonderenswaardige wijze de ontwikkeling van de religie van vrees tot de morele religie, een ontwikkeling die zich voortzet in het Nieuwe Testament. De religies van alle beschaafde volken, vooral de volken in de Oriënt, zijn in de eerste plaats morele religies. 

   De ontwikkeling vanuit een religie van vrees tot een morele religie is een grote stap in het leven van de mens. En toch, dat primitieve religies geheel gebaseerd zouden zijn op vrees, en de religies van beschaafde volken zuiver op moraal, is een vooroordeel waarvoor we op onze hoede dienen te zijn. De waarheid is dat alle religies een variërende mengeling van beide typen zijn, met deze differentiatie: dat op de hogere niveaus van sociaal leven de morele religie de overhand heeft. 

   Gemeenschappelijk voor al deze typen is de antropomorfe aard van hun conceptie van God. In het algemeen stijgen alleen individuen met uitzonderlijke gaven, en buitengewoon hooggestemde gemeenschappen, tot noemenswaardige hoogte boven dit niveau. Maar er is nog een derde niveau van geestelijke ervaring dat aan allen toebehoort, hoewel het maar zelden in zuivere vorm wordt aangetroffen: ik zal het kosmische religieuze gevoelens noemen. Het is zeer moeilijk dit gevoel duidelijk te maken aan iemand die hier totaal niet over beschikt, vooral omdat geen enkele antropomorfe conceptie van God daar mee overeenkomt. 

   Het individu voelt de futiliteit van menselijke verlangens en doeleinden aan, en het sublieme en de wonderbare orde die zich zowel in de natuur als in de gedachtenwereld openbaren. Individueel bestaan ziet hij als een soort gevangenis en het universum wil hij als één enkel betekenisvol geheel ervaren. Het begin van kosmische religieuze gevoelens verscheen al in een vroeg stadium van de ontwikkeling, bijvoorbeeld in veel van de Psalmen van David, en bij sommige van de profeten. Boeddhisme, zoals we vooral geleerd hebben uit de prachtige geschriften van Schopenhauer, bevat een veel sterker element hiervan. 

   De religieuze genieën van alle tijden onderscheidden zich door een soort religieus gevoel dat geen dogma’s kent, en zich geen God naar menselijk beeld voorstelt; zodat er geen kerk kan zijn die haar leerstellingen daarop baseert. Het is vandaar dat we juist onder ketters van alle tijden mensen vinden die vervuld waren van dit hoogste soort religieus gevoel, en die in veel gevallen door hun tijdgenoten als atheïsten beschouwd werden, hoewel soms ook als heiligen. In dit opzicht zijn mensen als Democritus, Franciscus van Assisi en Spinoza nauw aan elkaar verwant. 

   Hoe kan kosmisch religieus gevoel van één persoon naar een ander worden gecommuniceerd, als het niet kan leiden tot een definitieve notie van een God en een theologie? Volgens mij is het de belangrijkste functie van kunst en wetenschap om dit gevoel te doen ontwaken, en het in leven te houden in diegenen die daar ontvankelijk voor zijn. 

   Op deze wijze komen we aan bij een conceptie van de relatie tussen wetenschap en religie die geheel verschilt van de gebruikelijke. Wanneer men deze kwestie historisch overziet is men geneigd om wetenschap en religie als onverenigbare antagonisten te beschouwen, en wel om een zeer voor de hand liggende reden. De mens die door en door overtuigd is van de universele werking van de wet van oorzaak en gevolg, kan zich voor geen moment het idee van een wezen voorstellen dat ingrijpt in het verloop van de gebeurtenissen – natuurlijk aannemende dat hij de hypothese van causaliteit volledig onderschrijft. De religie van vrees is aan hem niet besteed, en sociale of morele religie al evenmin. Een God die beloont en bestraft kan hij zich niet voorstellen om de eenvoudige reden dat menselijke acties bepaald worden door noodzaak, in of buiten hen gelegen, zodat hij in de ogen van God niet verantwoordelijk kan zijn, net zo min als een dood object verantwoordelijk kan worden gesteld voor de bewegingen die het ondergaat. De wetenschap wordt daarom beschuldigd van het ondermijnen van moraal, maar de aanklacht is ongegrond. Het ethische gedrag van de mens hoort bindend gebaseerd te zijn op sympathie, opvoeding en sociale verbanden en behoeften; een religieuze basis is niet noodzakelijk. Het zou inderdaad niet best met de mens gesteld zijn als hij in toom moest worden gehouden door de vrees voor bestraffing, of door de hoop op beloning na de dood. 

   Het is daarom gemakkelijk in te zien waarom kerken de wetenschap altijd bevochten hebben, en haar aanhangers hebben vervolgd. Aan de andere kant blijf ik volhouden dat kosmische religieuze gevoelens het sterkste en meest edele motief zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Alleen degenen die zich de onmetelijke inspanningen realiseren, en bovenal de toewijding, zonder welk pionierswerk in theoretische wetenschap onmogelijk is, zijn in staat de kracht van de emoties te beseffen waaruit zulk werk kan ontstaan, verre als het staat van de onmiddellijke realiteit van het leven. Wat een diepe overtuiging van de rationaliteit van het universum, en wat een diep verlangen die te begrijpen, moeten Keppler en Newton hebben gehad om hen in staat te stellen tot jaren van eenzame arbeid, om de principes van de mechanica van hemellichamen te ontwarren!

   Degenen die hun bekendheid met wetenschappelijk onderzoek hoofdzakelijk ontlenen aan haar praktische resultaten, krijgen maar al te gemakkelijk een verkeerd idee van de mentaliteit van mensen die, omringd door een sceptische wereld, de weg hebben gewezen aan verwante geesten, wereldwijd en door de eeuwen heen. Alleen iemand die zijn leven aan een gelijksoortig doel gewijd heeft, kan zich een levendig beeld vormen van wat deze mensen geïnspireerd heeft, en wat ze de kracht gegeven heeft om in hun doel te blijven geloven, ondanks talloze mislukkingen. Het is kosmische religieus gevoel dat een mens zulke kracht verleent. Een tijdgenoot heeft gezegd, en niet ten onrechte, dat in dit materialistische tijdperk van ons de serieuze wetenschappelijke werkers de enige diep religieuze mensen zijn.

_____


Bron:http://www.sacred-texts.com/aor/einstein/einsci.ht

twitter-icon-64



OVERIGE ARTIKELEN/SITE MAP

Alle vertalingen van artikelen © Peter van Montfoort